Home Maximiliaan de ijdele

Maximiliaan de ijdele

  • Gepubliceerd op: 18 mei 2020
  • Laatste update 11 apr 2023
  • Auteur:
    Martyn Rady
  • 12 minuten leestijd
Maximiliaan de ijdele

Maximiliaan I van Oostenrijk was een van de oervaders van de Habsburgse dynastie. Met groot gevoel voor PR werkte hij aan zijn imago. Hij gaf dichters opdracht zijn daden te bezingen en liet kunstenaars zijn belangrijkste visioen uitbeelden: werelddominantie.

De Duitse koning Frederik III uit het Huis Habsburg wist tijdens zijn regeerperiode de omvang van zijn rijk flink uit te breiden. In 1486 werd zijn zoon Maximiliaan al tot koning gekozen en die nam zonder problemen zeven jaar later de macht over, na het overlijden van zijn vader. Uit Maximiliaans reisoverzicht blijkt direct dat hij uit heel ander hout gesneden was dan Frederik III: hij was altijd onderweg en bleef nauwelijks ergens langer dan een paar weken. Maar net als de koningen en keizers voor hem kwam hij niet buiten de traditionele route van de heersers. Hij ging naar Zwaben, Franken en het Rijnland, waaraan nu de nieuwe provincies in de Nederlanden waren toegevoegd. Maar hij zou Saksen, Brunswijk, Brandenburg en de vorstendommen aan de zuidkust van de Oostzee nooit bezoeken.

Duitse geschiedkundigen vragen zich vaak af waarom hun land zich niet ontwikkelde tot een verenigde nationale staat als Frankrijk of Spanje. Daar zijn al heel veel redenen voor te geven, maar een daarvan is absoluut dat grote delen van het Heilige Roomse Rijk nooit waren opgenomen in de reizen van de heersers. Pas in 1712 bracht een keizer een bezoek aan Pommeren in het noordoosten van Duitsland, en hij was de keizer van Rusland.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Maximiliaans regeerstijl hing af van zijn persoonlijkheid en presentatie. Als hij afwezig was moest een afbeelding van hem het maar doen. Enkele duizenden nog bestaande portretten laten zien dat Maximiliaan vastbesloten was zijn gezicht tot het bekendste van heel Europa te maken.

Kunstenaars werden aangenomen om zijn portret en prestaties op nog indringender wijzen over te brengen. Albrecht Dürer, Albrecht Altdorfer en een heel team van minder bekende graveurs ontwierpen voor hem twee enorme sets houtsneden Der Triumphzug Kaiser Maximilians en Der Triumphbogen von Kaiser Maximilian I, waarmee Maximiliaans voorouders en hun daden werden rondgebazuind. Ze bestonden uit op elkaar aansluitende gedrukte vellen die bedoeld waren om als een soort behang op de muren te worden geplakt van paleizen en raadskamers van de honderden kastelen en steden, waar ze naartoe gezonden werden.

Maximiliaan verbreidde zijn bekendheid ook door opdrachten te geven voor gedichten te zijner eer. Hij haalde de renaissancegeleerde Conrad Celtis over door hem te kronen tot hofdichter en hem te installeren als hoofd van het nieuwe College van Dichters en Wiskundigen van de universiteit van Wenen. Celtis betaalde terug door lofdichten te schrijven waarin Maximiliaan werd geprezen als een groot jager en krijgsman en werd vergeleken met helden uit de klassieke Oudheid en het Germaanse verleden.

Behalve Celtis lauwerde Maximiliaan nog bijna veertig dichters, die stuk voor stuk werken schreven waarin zijn heerschappij werd geprezen. Maximiliaan gaf niet alleen bevel de gedichten te laten drukken, ook beschermde hij ze door ze een van de eerste particuliere rechten toe te kennen, namelijk het auteursrecht. Ook werd Celtis’ uitwerking van Tacitus’ Germania uit de eerste eeuw, waaraan hij uitweidingen toevoegde over Maximiliaans wapenfeiten, algemeen overgenomen door anderen, waardoor de reputatie van de heerser nog verder werd verspreid.

Verder was Maximiliaan ook zelf actief. Hij hield toezicht op de samenstelling van drie allegorische biografieën, waarin hij zichzelf liet uitbeelden als de ridderlijkste en knapste aller ridders. In de Theuerdank vertelt Maximiliaan het totaal verzonnen verhaal van hoe de held van die naam, die letterlijk ‘Edele Gedachte’ betekent, de grens overgaat om te trouwen met Vrouwe Ehrenreich (‘Eerrijk’), die staat voor Maximiliaans echtgenote, Maria van Bourgondië. Op weg naar haar toe moet Theuerdank allerlei beproevingen ondergaan: kapotte trappen, lawines, vergiftigd eten, noem maar op. Nadat hij de hand van de dame in kwestie voor zich heeft gewonnen, gaat Theuerdank op kruistocht. In werkelijkheid nam Maximiliaans reis van Wenen naar zijn huwelijk in Gent drie maanden in beslag vanwege de vele feesten en ontvangsten waarop hij werd vergast. En hij huwde in een zilveren wapenuitrusting.

De Theuerdank was rijk geïllustreerd met 118 houtsneden en de tekst was in zwart gedrukt in het lettertype dat aan de basis zou staan van het gotische schrift, de Fraktur. Maximiliaan publiceerde de Theuerdank in 1517 om persoonlijk te verspreiden, en twee jaar later kwam het in de algemene verkoop. Het begeleidende boek, Freydal (‘Eerlijk en Hoffelijk’), haalde de drukker echter nooit en bestaat alleen, op vijf houtsneden na, als manuscript. De Freydal is een zogenaamd toernooiboek waarin Maximiliaans prestaties op toernooien en in gevechten met meer dan tweehonderd zogenaamde tegenstanders staan vermeld, vaak voor een bewonderend publiek en gevierd met een gemaskerd bal.

De bekendste van Maximiliaans autobiografische werken is wel de Weisskunig (‘Witte Koning’). In het postuum uitgegeven boek wordt Maximiliaans opvoeding beschreven en veel van zijn veldtochten onder de allegorische naam de Witte Koning. Het verhaal vertelt over het onderwijs aan de Witte Koning – dat hij als kind direct de zeven vrije kunsten beheerste (grammatica, dialectica/logica, retorica, aritmetica, geometria, musica en astronomia) en aansluitend de studie oppakte van de genealogie, de mijnwetenschap, het troubadourschap, de schilderkunst en echt bijna al het andere wat er te weten valt, inclusief begrip van de vogelzang. In werkelijkheid was Maximiliaan een slechte leerling en tot zijn negende jaar ‘zelfverkozen doof’. Dan nog maakt Maximiliaans alter ego de Witte Ridder zich nieuwe talen eigen en spreekt hij er zeven vloeiend. Hij neust zelfs in de zwarte kunsten, maar nooit zo diep dat hij zijn ziel gevaar brengt.

Als heerser wil de Witte Ridder slechts vrede, maar hij wordt constant belaagd door de verraderlijke doortraptheid van anderen. Zij worden punctueel opgesomd naar kleur of wapenschild: de groene Koning (van Hongarije), de Blauwe Koning (van Frankrijk), de Rood-met-Witte Koning (van Engeland), de Koning van Vis (de doge van Venetië), de Koning van Kronen (de paus), de Zwarte Koning (van Aragón), de Koning van het Gesmolten IJzer (van Bourgondië) enzovoorts.

In al zijn enthousiasme haalt Maximiliaan de kleuren wel eens door elkaar en veranderen de koningen van tint. Als de Witte Koning niet vecht tegen de Gekleurde Koningen, dan voert hij oorlog tegen legers die zijn opgetrommeld door de steden van de Nederlanden, die zijn heerschappij al zo lang aanvechten: de Bruine, de Grijze, de Appelgroene Compagnieën, tegen wie hij de Witte Compagnie inzet, waarvan de leden in werkelijkheid schurkachtige huurlingen zijn. Op sommige plaatsen vergeet Maximiliaan kleur en wapen, en de Zwitsers zijn dan ‘boeren en buitenlui’, de zoon van de Witte Koning (en ook van Maximiliaan), Filips, is ‘de Schone Koning’ en de Franse kroonprins die vruchteloos naar de hand van Maria van Bourgondië dingt, is ‘Kleikop’.

Een keuze uit de verschillende koppen in het hoofdstuk over het jaar 1509 verraadt het nogal eenkleurige karakter van de tekst:

  • Hoe de Witte Koning een verbond sloot tegen de Koning van Vis.
  • Hoe de Koning van Kronen en de Blauwe Koning oorlog voerden tegen de Koning van Vis.
  • Hoe de Blauwe Koning de Koning van Vis aanviel en hem overwon in de strijd.
  • Hoe de Witte Koning te velde trok tegen de Koning van Vis en veel steden en veel land veroverde.

Origineel is het geven van kleuren aan voorstanders en tegenstanders overigens niet. In Le Morte d’Arthur van Sir Thomas Malory dat uit dezelfde tijd stamt, staat een uitgebreide selectie van Blauwe, Rode, Groene, Zwarte en Gele Koningen, terwijl de verfijndste ridderroman uit eind vijftiende eeuw, de Tirant lo Blanc van Joanot Martorell uit Valencia, genoemd is naar een Witte Ridder.

Maar in de Weisskunig ontbreken de morele dubbelzinnigheden, de bezoedelde bekoringen en de deprimerende lotgevallen van Le Morte d’Arthur en het werk heeft niets van de complexiteit en het elan van de Tirant lo Blanc. Het is een ongecompliceerde uitgave van ijdeltuiterij, die uitsluitend wordt gered door de tweehonderdvijftig houtsneden ter versiering van de tekst.

Het was Maximiliaans bedoeling dat deze drie biografische allegorieën het begin zouden zijn van een enorme boekenonderneming, waarin verschillende takken van kennis bij elkaar gebracht zouden worden in één meerdelige encyclopedie. Ieder deel zou een overzicht bevatten van alles wat te maken had met koken, paardrijden, valkenjacht, tuinbouw, artillerie, schermen, ethiek, steden en kastelen, magie (inclusief zwarte), de liefdeskunst en zo meer. Van de lijst van ruim honderddertig geplande werken werden er slechts twee voltooid. In deze boeken, waarin de beste plaatsen om te jagen en te vissen in Tirol en Gorizia zijn opgesomd, werpt Maximiliaan netten uit, inspecteert rivieroevers en praat met jagers. Die suggereren het motief dat het hele project zijn samenhang verleent: Maximiliaan zelf. Alle aspecten van de encyclopedische onderneming waren bedoeld als lofprijzing van zijn heerschappij, prestaties en virtuositeit, die in zijn persoon alle menselijke ervaring verenigt.

Hetzelfde ijdele geknutsel is te vinden in Maximiliaans uitstapjes in de geschiedenis en genealogie. In een tijd waarin de meeste heersers zich tevreden stelden met het traceren van hun afkomst tot de Trojanen, ging Maximiliaan nog verder terug, naar Noach, en intimideerde de theologische faculteit van de universiteit van Wenen om zijn stamboom te laten beginnen in het Oude Testament. De professoren draaiden er omheen en het werd aan een latere geleerde overgelaten om de afstamming te ‘bewijzen’. Maximiliaan keek verder en verbond zijn stamboom via huwelijk en verwantschap met de profeten, Griekse en Egyptische goden, honderd pausen, bijna tweehonderd heiligen (honderddrieëntwintig heilig verklaard en zevenveertig zalig, de laatste stap naar heiligheid) en alle vorstenhuizen van Europa.

Beelden van enkelen van hen werden rondom Maximiliaans zwart marmeren grafkist geplaatst, waaraan men in 1502 was gaan werken. De tombe was bedoeld om te worden geplaatst in de paleiskapel in Wiener Neustadt, maar werd zo groot dat ze nog tijdens de bouw moest worden verplaatst naar de Hofkirche in Innsbruck. Rondom het monument staan achtentwintig meer dan levensgrote bronzen figuren gebeeldhouwd door toonaangevende kunstenaars, waaronder Albrecht Dürer en Veit Stoss. Het zijn niet alleen Maximiliaans Habsburgse voorouders, maar ook Frankische koningen, de eerste koning van Jeruzalem en de Engelse koning Arthur. Er waren nog een twaalftal bronzen, vierendertig bustes van Romeinse keizers en een honderd beelden van heiligen gepland, maar die zijn nooit gemaakt.

In de serie houtsneden die bekend is als Der Triumphbogen von Kaiser Maximilian I zijn al deze fantasieën verenigd in een potpourri van rivaliserende zinspelingen. Bovenaan de boog, in het zogenaamde tabernakel, zit Maximiliaan, gekroond met hiëroglyfische symbolen die wijzen op zijn afstamming van de Egyptische god Osiris. Onderaan staan drie matrones, die de Habsburgse erfenis symboliseren van Troje, van het vroege koninkrijk Frankrijk en van Sicambria, waarmee Oostenrijk en Hongarije werden aangeduid, die zouden zijn gekoloniseerd door de Trojaan Hector.

Op de twee torens links en rechts staan de keizerlijke en de aartshertogelijke kronen, die herinneren aan de geschenken van Caesar en Nero aan Oostenrijk. Panelen aan de zijkanten zijn gewijd aan echte en gefantaseerde voorouders en aan Maximiliaans heldendaden als heerser, in combinatie met gedichten waarin zijn prestaties worden toegelicht en zijn voorvaderen genoemd. Twee ridders in antiek harnas houden emblemen van een adelaar en een draak omhoog, duidend op de legeremblemen van het oude Rome en op de familielijn van keizers, waarvan Maximiliaan de laatste was en, zoals een inscriptie naast de boog verklaart, bijzonder geschikt om te verblijven in het gezelschap van zijn keizerlijke voorgangers.

In Der Triumphbogen von Kaiser Maximilian I zijn motieven van keizerrijk en dynastie verweven, de Habsburgse erfenis vermengd met de nalatenschap van het oude Rome. In een begeleidende set houtsneden getiteld Der Triumphzug Kaiser Maximilians wordt aan deze verwaandheid een territoriaal concept toegevoegd dat compleet nieuw was. Der Triumphzug Kaiser Maximilians bestaat uit meer dan honderddertig houtsneden die, in de juiste volgorde naast elkaar gelegd, samen 54 meter lang zijn.

Hieraan zou toegevoegd moeten worden Albrecht Dürers Der grosse Triumphwagen (2,4 meter lang), waarvan de houtsneden apart gedrukt werden, maar oorspronkelijk bedoeld waren als begin van de triomftocht. De afbeeldingen laten een denkbeeldige scène zien gebaseerd op een overwinningsoptocht in Rome, met trommelaars, narren en ridders. Zij worden gevolgd door wagens met daarop de vlaggen van Maximiliaans landen, uitbeeldingen van zijn overwinningen en zijn voorouders.

Ieder van deze tableaus is voorspelbaar, maar wat achteraan de optocht volgt, is een verrassing. Voorafgegaan door een olifant volgen op een volgwagen verscheidene groepen mensen, die gekleed zijn in quasi-Arabische kleding met tulbanden of als inheemse Amerikanen met verentooien. Een inscriptie meldt ons dat dit ‘verre Calicuttische mensen’ zijn uit het zuiden van India, kort daarvoor opgenomen in Maximiliaans rijk.

De maker van het desbetreffende tableau, Hans Burgkmair, was nooit in de Nieuwe Wereld of de Indische Oceaan geweest en zijn uitbeelding is dan ook een samenraapsel van impressies van andere kunstenaars. Bovendien behoorden tot Maximiliaans rijk geen verre mensen of bezittingen. Maar voor Maximiliaan, die nauwlettend toezicht hield op de kunstenaars die aan Der Triumphzug Kaiser Maximilians werkten, was dit irrelevant. In zijn verbeelding was zijn rijk niet alleen Romeins en Habsburgs, maar geografisch onbegrensd: het omvatte de hele wereld. Maximiliaan had een visioen van werelddominantie, waarin zelfs verre volkeren tot zijn onderdanen gerekend werden.

Dat visioen was zowel fantastisch als ongeloofwaardig. Gedurende zijn heerschappij was hij niet in staat zijn inkomen te laten aansluiten bij zijn ambitie. In een tijd waarin de koningen van Frankrijk konden rekenen op jaarinkomsten van enkele miljoenen dukaten, haalde Maximiliaan uit zijn Midden-Europese bezittingen slechts zo’n zeshonderdduizend dukaten. In de Nederlanden hadden de provinciale staten en de steden zijn eisen tot het betalen van belastingen naast zich neergelegd, waardoor hij moest steunen op de winst die werd gemaakt met het slaan van munten, wat in de jaren 1480 (toegegeven, een slecht decennium) niet meer dan tweehonderdduizend dukaten opbracht. Het Heilige Roomse Rijk droeg jaarlijks gemiddeld slechts twintigduizend dukaten bij. Bij zijn dood in 1519 liet Maximiliaan schulden na van in totaal bijna vijf miljoen dukaten.

Dit artikel is een bewerking van een hoofdstuk uit De Habsburgers. De opkomst en ondergang van een wereldmacht door Martyn Rady (vertaald door Rob de Ridder, 448 p. Spectrum). Rady is hoogleraar Centraal-Europese geschiedenis aan het University College London. Bestel De Habsburgers voor €39,99 in onze webshop.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 6-2020