• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 3/2006

    Het niemandsland van de jaren negentig

    Een nonchalant en bloedig decennium

    Door: H.J.A. Hofland
    Na het einde van de Koude Oorlog begon een nieuw tijdperk, maar vrijwel niemand was zich daar direct van bewust. Een duidelijke nieuwe ideologie ontbrak. Pas tien jaar later bleek dat we het meest luxueuze, kortzichtige en slordig beheerde decennium van de eeuw achter de rug hadden, schreef H.J.A. Hofland in 2006 in Historisch Nieuwsblad. De periode na de val van de Berlijnse Muur valt te vergelijken met een niemandsland, een gebied in een overgangstijd, waar de discipline van de oude macht steeds sneller verdwijnt terwijl zich nog geen nieuwe macht laat gelden. Daarin kan iedereen doen wat hij wil, zolang dat niet op beslissend verzet van de tegenstander stuit.

    Uit veertig jaar Koude Oorlog was, paradoxaal genoeg, internationale zekerheid gegroeid. De wederzijdse afschrikking en de discipline binnen de machtsblokken gaven een redelijke mate van garantie tegen verstoring van de internationale orde. In 1989 kwam aan deze betrekkelijke voorspelbaarheid een eind. Aan het begin van de jaren negentig doorzag nog bijna niemand dat. Maar tien jaar later bleek dat we het meest luxueuze, kortzichtige en het slordig beheerde decennium van de eeuw achter de rug hadden.

    Terwijl het Sovjet-rijk in steeds hoger tempo uit elkaar viel, ontspon zich vooral in de Amerikaanse media het debat over wat er met de wereld zou moeten gebeuren, in het tijdperk waarin de Verenigde Staten de enige supermacht zouden zijn. Om te beginnen zou er alles aan moeten worden gedaan om een soft landing from the Cold War te bewerkstelligen.

    Het einde van de wapenwedloop zou betekenen dat astronomische bedragen aan vreedzame doelen konden worden besteed, geloofde men. Dat was het peace dividend. Bovendien zou er geen vijandbeeld meer zijn, geen dagelijks gevoelde noodzaak om het westelijk bondgenootschap in stand te houden. Het was de vraag of de NAVO niet binnen afzienbare tijd haar bestaansrecht zou hebben verloren.
     

    Men geloofde dat het einde van de wapenwedloop zou betekenen dat er astronomische bedragen konden worden besteed aan vreedzame doelen

    En met de aanstaande zege was bewezen dat het liberale systeem met de vrije markt superieur was aan de commando-economie. Deze conclusie werd samengevat in de formule 'het gelijk van rechts'.

    Welomschreven alternatieven waren er niet. Sinds zijn aantreden in 1985 was Michael Gorbatsjov in het Westen geweldig populair geworden. Maar kon men hem op langere termijn vertrouwen? Moest de weldra verslagen tegenstander worden geholpen bij zijn wederopbouw, zoals met West-Duitsland was gebeurd na de Tweede Wereldoorlog?

    Vertrouw hem niet, zeiden de hardliners. Het systeem moest volgens hen reddeloos in elkaar zakken. In het winternummer van het kwartaalschrift Deadalus in 1990 verscheen een artikel van de historicus Martin Malia, onder het pseudoniem 'Z' (refererend aan George Kennan, die 43 jaar eerder als 'X' in Foreign Affairs zijn richtlijn voor de Koude Oorlog had uiteengezet). Hij legde uit dat Gorbatsjov niet te redden viel en dus ook niet geholpen moest worden.

    Malia kreeg gelijk. De Sovjet-Unie viel ten prooi aan een niet te stuiten desintegratie; de voormalige satellieten herwonnen hun zelfstandigheid. Zonder grootschalig geweld kwam in 1991 het experiment van Lenin en Stalin en hun opvolgers aan zijn roemloos einde. Het was waarschijnlijk de eerste keer dat een wereldmacht geweldloos en zo zichtbaar ten onder ging.
     

    Paradijselijke harmonie

    Intussen eiste een nieuwe strijd alle aandacht. Op 2 augustus 1990 was Saddam Hoessein met een leger van 100.000 man aan de verovering van Koeweit begonnen. De internationale gemeenschap reageerde met zeldzame eenstemmigheid. Op dezelfde dag veroordeelde de Veiligheidsraad de aanval en op 4 augustus kondigden Amerika, de Sovjet-Unie en de Europese Unie tegenmaatregelen aan. President George Bush vergeleek Saddam met Hitler en verzekerde dat hier geen sprake van appeasement kon zijn. Een dag later maakte Saddam bekend dat Koeweit geannexeerd was. Daarop begonnen Amerikaanse, Britse en Canadese lucht- en zeestrijdkrachten aan de blokkade van Irak.

    Op 11 september 1990 kondigde Bush sr. in een rede voor het Congres de stichting van de nieuwe wereldorde aan. Het ogenblik was goed gekozen. De oude vijand was verslagen en een nieuwe avonturier probeerde gebruik te maken van de ogenschijnlijke pauze in de gang der geschiedenis door een ouderwetse veroveringsoorlog te beginnen. Nu was voor de enige supermacht het ogenblik gekomen om een nieuw tijdvak van internationale rechtvaardigheid in te luiden.

    'Deze crisis,' zei Bush, 'biedt ons de gelegenheid de grondslag te leggen voor een historische periode van samenwerking. Uit het tumult kan een nieuw doel verrijzen: een nieuwe wereldorde. Er kan een nieuw tijdvak aanbreken waarin de dreiging van de terreur zal zijn bedwongen en gerechtigheid en vrede krachtiger zullen worden nagestreefd. Een tijdvak waarin alle naties in welvaart en harmonie zullen kunnen leven.' De president schetste een panorama van paradijselijke harmonie. Het was een visie in de traditie van Woodrow Wilson, de man achter de Volkenbond.

    Toen Bush zijn rede uitsprak, was ik in New York. In die tijd ging ik af en toe op bezoek bij historicus Arthur Schlesinger jr., die adviseur van John F. Kennedy was geweest en een scherp waarnemer van de politiek was. Ik vroeg hem of hij dacht dat de president het meende met zijn nieuwe wereldorde, of dat het een gimmick was, een ideetje van een speechschrijver. 'Nee, deze wereldorde is geen truc,' zei Schlesinger. 'Hij meent het.'
     

    Wat in de Golfoorlog aan de kant van de vijand gebeurde, zag je alleen min of meer op CNN

    De maanden daarop werd het gelijk van Schlesinger bewezen. Geduldig bouwde Bush aan de Coalitie tegen Saddam; hij won de grootst mogelijke steun in de Arabische en de westelijke wereld en bouwde tegelijkertijd zijn strijdmacht op. Het leger telde 425.000 man, onder wie 45.000 soldaten uit Saudi-Arabië en 30.000 uit Egypte. De oorlog verliep in twee fasen: in de lucht en te land. Volgens het concept van generaal Colin Powell werd met een overweldigende overmacht aangevallen.

    Het opperbevel hield de publiciteit over het verloop van de strijd vast in handen. Generaal Norman Schwartzkopf hield in zijn legertent achter het front dagelijkse persconferenties voor de journalisten die geen toegang hadden tot gevechtshandelingen: er waren geen embedded reporters. Wat aan de kant van de vijand gebeurde, zag je alleen min of meer op CNN, in verslagen van Peter Arnett, die in Bagdad was.

    Voor zover voorbeeldige oorlogen bestaan, was dit er een. Diplomatiek zorgvuldig voorbereid, publicitair hermetisch geregisseerd, kort van duur, met een minimaal aantal gesneuvelden aan eigen kant en besloten met het ongedaan maken van de landroof. Bush was de overwinnaar van de Golfoorlog.
     

    Murphy Brown 

    Maar zijn Nieuwe Wereldorde werd in de internationale gemeenschap na de zege beleefd weggelachen en vergeten. Ook de Amerikaanse publieke opinie was er niet blijvend van onder de indruk. De Nieuwe Wereldorde was een ouderwets denkbeeld, een intermezzo. De winnaar van de Golfoorlog verloor het jaar daarop de verkiezingen.

    Toen de verkiezingscampagne begon, was Amerika een somber land, met de lagere middenklasse op de grens van armoede, een stijgend percentage werklozen en een torenhoog begrotingstekort. Bij rassenrellen in april 1992 was het getto van Los Angeles vrijwel in vlammen opgegaan. President Bush zocht de oorzaak in 'het gebrek aan waarden'. Vice-president Dan Quayle zag de bron van het verderf in Murphy Brown, een ongehuwde moeder uit een komische televisieserie. De Republikeinen maakten een uitgebluste indruk, en Quayle was bovendien lachwekkend.

    Daartegenover stelde Clinton de leuze waarmee hij de verkiezingen heeft gewonnen: It's the economy, stupid! Het echtpaar Clinton straalde energie en optimisme uit. Hillary Rodham Clinton had zich verdienstelijk gemaakt in de Democratische partij en was een advocate van naam. Bill had in Engeland gestudeerd, was actief geweest in het verzet tegen de Vietnamese oorlog, en speelde goed en met zichtbaar plezier saxofoon. Het tweetal had allure.
     

    Met niet-aflatende energie en haat achtervolgde ultrarechts Bill Clinton met onthullingen van schandalen

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen