• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 10/2014

    Hertog van Alva in de Nederlanden

    IJzeren hertog met volmacht

    Door: Femke Deen

    Zonder morele problemen liet de hertog van Alva duizenden Nederlandse opstandelingen over de kling jagen. God stond immers aan zijn kant. Toch werd zijn moordlust zelfs zijn Spaanse opdrachtgevers te gortig.

    In maart 1572 zagen verbaasde toeschouwers in Amsterdam hoe een groep kinderen een grimmig spel opvoerde. Ongeveer zeventig kinderen paradeerden door de straten, met in hun midden een jongen die was uitgedost als de hertog van Alva, de landvoogd van de Nederlanden. Op het hoogtepunt van de spotoptocht namen de kinderen de namaak-Alva gevangen door een net over hem heen te gooien. Daarna werd hij bekogeld met ‘slijck ende vuylnigheyt’. Dat de verklede Alva niet vrijwillig meedeed, blijkt uit het feit dat hij zijn belagers uiteindelijk ontvluchtte ter hoogte van de Kalverstraat.
     

    Bloeddorstige Alva

    Vijf jaar na zijn komst naar de Nederlanden werd Alva alom gehaat. De eens zo gerespecteerde Spaanse generaal, een oude rot met een enorme staat van dienst, was in korte tijd uitgegroeid tot een ware demon. Zelfs in Alva’s eigen kring werd hij gezien als veroorzaker van de heersende tweedracht.

    Een jaar na het spel in Amsterdam (Alva was inmiddels teruggekeerd naar Spanje) schreef Alva’s opvolger, Don Luis de Requesens: ‘Toen Alva naar de Nederlanden kwam, was de rebellie neergeslagen en hadden we geen terreinverlies geleden. Alles was zo rustig en veilig dat hij kon doen wat hij wilde. Tegen de tijd dat hij vertrok waren geheel Holland en Zeeland in handen van de vijand, net als een groot deel van Gelderland en Brabant. Ook de opinie in deze gewesten lag bij de vijand, en de financiën lagen in puin.
     

    Tot op de dag van vandaag overheerst het beeld van de tiran Alva die de Nederlanden moedwillig in het verderf stortte

    Dat Alva uitgroeide tot het archetype van de bloeddorstige en fanatieke Spanjaard had hij te danken aan zijn bikkelharde optreden en een uitgekiende propagandacampagne van zijn tegenstanders. Tot op de dag van vandaag overheerst het beeld van de tiran Alva die de Nederlanden moedwillig in het verderf stortte.

    Alva’s hardvochtige methoden waren echter onderdeel van een weloverwogen strategie om de Nederlanden weer stevig in de greep van koning Filips II te krijgen. Dat deze strategie uiteindelijk mislukte, viel niet alleen Alva aan te rekenen. De ijzeren hertog maakte belangrijke inschattingsfouten, maar er zat wel degelijk een zekere logica achter zijn beleid.

     

     Alva’s komst

    Toen Alva in september 1567 met een leger van 10.000 Spaanse en Napolitaanse soldaten de Nederlanden binnentrok, reageerden veel katholieken vol blijdschap. De hertog zou een einde maken aan de ketterij en opstand die vanaf de zomer van 1566 het land in zijn greep hield, hoopten zij. Een katholieke Amsterdammer noteerde verheugd in zijn dagboek dat de rebellen en protestanten nu hun verdiende loon zouden krijgen. ‘Zie toch in wat voor problemen zij zichzelf en hun huisvrouwen hebben gebracht,’ schreef hij.

    Het jaar voor Alva’s komst waren de Nederlanden opgeschrikt door ernstige godsdienstige en politieke onlusten. Ondanks het strenge vervolgingsbeleid van Filips II was de aanhang van het protestantisme gegroeid. In het voorjaar en de zomer van 1566 kwamen duizenden protestanten publiekelijk samen om naar preken te luisteren. In augustus brak de Beeldenstorm uit. In veel steden vernielden calvinisten en oproerkraaiers beelden en altaren in kerken en kloosters. De machtsverhoudingen kantelden en op verschillende plekken kregen protestanten het voor het zeggen.
     

    Filips besloot een leger naar de Nederlanden te sturen, onder leiding van Alva

    Alva naar de Nederlanden

    Het nieuws van de gebeurtenissen schokte het hof in Madrid zodanig dat bijna de gehele hofhouding er letterlijk ziek van werd. Filips II zelf kreeg een dagenlange aanval van hoofdpijn en koorts. Zijn adviseur Don Fernando Alvarez de Toledo, de derde hertog van Alva, werd geveld door een aanval van jicht, een aandoening die hem vaker plaagde in tijden van stress. Filips zag de ‘troebelen’ als een directe aanval op zijn positie als vorst en beschermheer van de katholieke kerk. Rebelleren tegen vorst en kerk was een groot taboe en een halsmisdaad die moest worden bestraft. Een antwoord kon niet uitblijven. Filips besloot een leger naar de Nederlanden te sturen, onder leiding van Alva. Diens opdracht: de schuldigen straffen en de zeventien gewesten weer terugbrengen tot gehoorzaamheid aan de koning.

    De keuze voor Alva was niet toevallig. De hertog leidde de factie van ‘hardliners’ aan het hof. Zij waren voorstander van een koning met ongelimiteerde macht, en op het gebied van religie waren ze onbuigzaam. De factie stelde zich hard op tegen een aantal Nederlandse edelen die al jarenlang protesteerden tegen het strenge vervolgingsbeleid van Filips en tegen de aantasting van hun macht en privileges. Volgens Alva zaten deze edelen achter de troebelen, en dan vooral Willem van Oranje en de graven van Egmond en Horne. Zij hadden de godsdienstige onrust gemanipuleerd voor hun eigen doeleinden.
     

    De beste militaire commandant

    Alva’s factie werd weer tegengewerkt door een groep edelen rond Ruy Gomez de Silva, de prins van Eboli. Zij wilden de protesterende Nederlandse edelen juist deels tegemoet komen. De twee facties streden sinds jaar en dag om de gunst van de koning. Na het uitbreken van de Beeldenstorm en de politieke ongeregeldheden koos Filips definitief de kant van Alva. Die benoemde hij vervolgens ook tot aanvoerder van het leger dat naar de Nederlanden zou gaan.
     

    Alva had een moeilijk karakter – hij was bot, arrogant en geneigd tot woede-uitbarstingen

    Alva stond bekend als de beste militaire commandant die Spanje ooit had gekend. Hij werd geroemd om zijn organisatorisch talent, strategisch inzicht en leiderschapskwaliteiten. Voor Filips’ vader, keizer Karel V, had hij vele belangrijke overwinningen behaald. Alva had weliswaar een moeilijk karakter – hij was bot, arrogant en geneigd tot woede-uitbarstingen -, maar Filips hoefde niet te twijfelen aan zijn trouw en loyaliteit aan koning en kerk. Voor Alva ging gehoorzaamheid boven alles. In een brief uit 1571 gaf Alva zijn zoon het volgende advies: ‘Het belangrijkste is dat je je eigen wil opzijzet. Geef niet toe aan de neiging om uit te rusten, maar neem je werk ter harte. God zal je straffen als je van het rechte pad af gaat.’

    De opdracht waarmee Alva naar de Nederlanden werd gestuurd was kort, maar helder. De hertog moest de schuldigen van de troebelen straffen en de ketterij uitroeien. Hij kreeg hiervoor een onbeperkte volmacht mee. Alva’s plan was een duidelijk voorbeeld te stellen, waardoor de inwoners eens en voor altijd wisten wat er gebeurde met mensen die in opstand kwamen tegen hun wettige vorst. Filips zou vervolgens vanuit Spanje naar de Nederlanden reizen. Daar zou hij als vergevingsgezinde vorst een algemeen pardon afkondigen voor hen die zich hadden laten misleiden. Filips en Alva waren ervan overtuigd dat de inwoners zouden vallen voor deze good cop/bad cop-strategie en dat de machtsbalans tussen heerser en volk hierdoor zou herstellen.
     

    Raad van Beroerten

    Maximaal zes maanden verwachtte Alva bezig te zijn in de Nederlanden. Het werden zes jaar. De hertog kwam als kapitein-generaal van het leger, maar al snel werd hij ook benoemd tot landvoogd van de Nederlanden. Margaretha van Parma zag de komst van Alva als een brevet van onvermogen. Ze was het bovendien niet eens met zijn plannen. Margaretha diende haar ontslag in, en Alva nam het stokje over.

    De hertog van Alva begon voortvarend aan zijn belangrijkste opdracht: het straffen van de oproerigen en rebellen. Vijf dagen na zijn aankomst in Brussel op 22 augustus stelde Alva de Raad van Beroerten in, een speciale rechtbank die alle gewestelijke en stedelijke instituties oversteeg. Nauwgezet vergaarde de Raad informatie over de hoofdrolspelers van de troebelen. In totaal vonniste de Raad bijna 9000 personen. Het overgrote deel van hen werd bij verstek veroordeeld – velen waren de grens over gevlucht. De achterblijvers werden hard gestraft. De Raad sprak ruim duizend doodvonnissen uit.

    Twee van die doodvonnissen golden de graven van Egmond en Horne. Willem van Oranje was op tijd gevlucht. Oranje had Egmond nog gewaarschuwd door de woorden in herinnering te roepen die Alva eens had gesproken tot Karel V: ‘Dode mannen kunnen geen oorlog voeren.’ Maar Egmond en Horne waanden zich veilig.
     

    ‘Dode mannen kunnen geen oorlog voeren.’ Maar Egmond en Horne waanden zich veilig

    Egmond en Horne

    Wat kon hun, twee van de hoogste edelen van de Nederlanden, overkomen? Egmond was een oorlogsheld, hij had zij aan zij gevochten met Karel V en hem belangrijke overwinningen bezorgd. Bovendien was hij altijd trouw gebleven aan de katholieke godsdienst. Horne had deel uitgemaakt van Filips’ persoonlijke lijfwacht. Beiden waren ridders in de Orde van het Gulden Vlies, de exclusieve ridderorde van de Habsburgse vorsten.

    Tot hun stomme verbazing werden zij gevangen genomen op last van Alva, vlak nadat ze met hem hadden gedineerd. Na een lange rechtszaak werden ze schuldig bevonden aan majesteitsschennis en veroordeeld tot de dood door onthoofding. In tegenstelling tot wat veel mensen dachten, had Alva moeite met het vonnis. Volgens een ooggetuige huilde de hertog tranen ‘zo groot als erwten’ tijdens de terechtstelling.

    Alva had Egmond en Horne naar eigen zeggen altijd gerespecteerd en ‘liefgehad als broers’. Maar hij zag geen andere weg. De twee hadden samengezworen tegen de koning. Dat was majesteitsschennis, en volgens de heersende strafrechtideologie moesten ze dat met de dood bekopen.
     

    De twee hadden samengezworden tegen de koning. Dat was majesteitsschennis en dat moesten ze met de dood bekopen. 

    Afschuw

    Het vonnis paste bovendien binnen Alva’s plan om een klein aantal hooggeplaatste personen te straffen. Die zag hij als hoofdschuldigen, en daarbij had zo’n executie verreweg het meest afschrikwekkende effect. In de Spaanse versie van de gebeurtenissen was Willem van Oranje juist de bloeddorstige verrader, en Alva de rechtvaardige wreker. Alva schreef op 14 september 1567 aan de koning: ‘We krijgen geen vrede in deze gewesten door mensen te onthoofden die handelden onder invloed van anderen.’ Ook zou hij gezegd hebben: ‘We gaan vissen naar forel en zalm en laten de sardientjes gaan.’

    Alva bleek zich echter jammerlijk te hebben vergist in het effect van de executie. De woede en verbijstering over het terechtstellen van de twee graven waren immens, zowel in binnen- als in buitenland. Juist het publieke aspect van het schouwspel, zo zorgvuldig geregisseerd door Alva, wekte afschuw op.
     

    De bloeddorstige tiran

    De executie van Egmond en Horne op 5 juni 1568 vond plaats midden op de Paardenmarkt in Brussel, op een speciaal gebouwd schavot bekleed met zwart laken, omringd door 3000 Spaanse soldaten. Nadat de hoofden van de graven waren afgeslagen werden deze op ijzeren staven geprikt en twee uur lang tentoongesteld. Vrijwel direct ontstond een martelaarscultus rondom de twee graven. Mensen doopten hun zakdoeken in het bloed dat van het schavot op de grond drupte en dromden samen rond de kisten met hun lichamen.

    Alva vestigde met de terechtstelling zijn naam als bloeddorstige tiran. De opstandelingen, onder leiding van Willem van Oranje, stuwden de haatgevoelens verder op met een uitgekiende propagandacampagne. In prenten, pamfletten en liedjes werd de martelaarsstatus van Egmond en Horne dankbaar uitgemolken. Oranje had al een halfjaar voor de terechtstelling besloten zich in zijn propaganda vooral op Alva te richten, en de executie kwam hem dus in zekere zin goed uit.

    In dit stadium wilde Oranje zich nog niet publiekelijk tegen de koning keren. Beter was het om de schuld voor de misstanden bij diens adviseur te leggen. Op die manier konden de opstandelingen stellen dat zij handelden in het belang van de kroon. Zijn mislukte veldtocht van 1568 was dan ook expliciet gericht tegen de tirannie van Alva, niet tegen Filips.
     

    Volgens de propaganda was Alva’s voornaamste doel om de rechten en privileges van de Nederlanden te vertrappelen en het bloed van goede christenen te laten vloeien

    De Bloedraad

    De hertog werd door de opstandelingen grondig gedemoniseerd. Alva werd neergezet als het archetype van de onbetrouwbare en sinistere Spanjaard. Volgens de propaganda was Alva’s voornaamste doel om de rechten en privileges van de Nederlanden te vertrappelen en het bloed van goede christenen te laten vloeien. Die wens kwam voort uit een aangeboren haat voor de Nederlanden.

    Bovendien was Alva uit op de rijkdom en goederen van de inwoners. De Bloedraad, zoals de Raad van Beroerten al snel werd genoemd, toonde aan dat Alva in de Nederlanden de Spaanse Inquisitie wilde instellen. De angst voor de Inquisitie hield niet alleen de Nederlanden, maar ook grote delen van Europa in zijn greep. Door Alva de rol van gemeenschappelijke vijand toe te delen, kon Oranje zichzelf neerzetten als beschermer van het vaderland.
     

    Tegenovergesteld effect 

    Het hielp niet dat Filips’ komst naar de Nederlanden steeds werd uitgesteld, en daarmee ook de afkondiging van een algemeen pardon. Zonder de ‘good cop’ bleef alleen de ‘bad cop’ over. Pas in juli 1570 werd een pardon afgekondigd. Maar de regeling kende talrijke uitzonderingen en veel ballingen vertrouwden de zaak niet. Omdat Alva al die tijd verwachtte dat Filips snel zou komen om hem af te lossen, deed hij niets om zichzelf geliefd te maken. Sterker nog: door zijn eenmansheerschappij konden zijn tegenstanders hem verwijten dat hij zichzelf de macht van de koning probeerde toe te eigenen.
     

    Hun onmatigheid in het drinken berooft hen van het natuurlijk gebruik der rede en heeft hen tot deze jammerstaat gebracht

    Zo hadden wel meer maatregelen die Alva nam een tegenovergesteld effect. Hij liet zijn Spaanse soldaten inkwartieren om de onrust tot bedaren te brengen, maar dat riep alleen maar meer verzet op. De soldaten gedroegen zich gewelddadig en neerbuigend. In Gent spoorden Spaanse soldaten een aantal respectabele huisvrouwen aan om hun achterste te kussen. Veel Spanjaarden zagen de inwoners van de zeventien gewesten als geboren rebellen en ketters, met een grote voorliefde voor vleselijke geneugten, en dan vooral voor drank. ‘Hun onmatigheid in het drinken berooft hen van het natuurlijk gebruik der rede en heeft hen tot deze jammerstaat gebracht,’ aldus een Spaanse kapitein.
     

    De Tiende Penning

    Alva’s grootste inschattingsfout bleek uiteindelijk de invoering van de Tiende Penning. De hertog zat in grote geldnood en het leger moest worden onderhouden. De invoering van een nieuw belastingstelsel zou uitkomst bieden. Het was een relatief milde belasting, maar Alva hield geen rekening met de steden en gewesten. Zij waren gewend zelf over de financiën te beslissen. Zelfs de meest loyale bestuurders kwamen nu in opstand tegen Alva. De hertog weigerde toe te geven: hij had geen geduld voor het ingewikkelde politieke spel in de Staten-Generaal. En dat liet hij merken.

    Toen de afgevaardigden zich tegen de Tiende Penning keerden, kreeg hij een woedeaanval. In een brief schreef hij hierover: ‘Ik zei tegen ze dat ik de hoofden zou afhakken van degenen die me hierin tegenwerken, zoals de koning me hierheen heeft gestuurd om de hoofden af te hakken van de ongehoorzamen. Ik zal de dijken door laten breken en alles onder water zetten, want de koning heeft liever een vernietigd en verdronken land dan een rijk maar ongehoorzaam land.’

    Terwijl de Tiende Penning uitgroeide tot het symbool van alle ellende die Alva veroorzaakte, viel een groepje watergeuzen op 1 april 1572 Den Briel binnen. Een aantal steden sloot zich bij de opstandelingen aan, al dan niet onder druk. Willem van Oranje snelde vanuit zijn ballingsoord in Duitsland met een leger naar de Nederlanden en nam delen van Gelderland en Overijssel in. Nu waren het de katholieke geestelijken die het moesten ontgelden. De verhalen over marteling en doodslag van priesters en nonnen wekten veel afschuw op onder het Spaanse gezag.
     

    Terwijl de Tiende Penning uitgroeide tot het symbool van alle ellendie die Alva veroorzaakte, viel een groepje watergeuzen op 1 april 1572 Den Briel binnen. 
     

    Bartholomeusnacht

    Alva was er inmiddels van overtuigd dat zijn tegenstanders duivels waren. Ze verzetten zich tegen de door God ingestelde orde en hadden geen recht op Gods genade. Zo was hij ook zeer verheugd over de Bartholomeusnacht, de bloedige slachting van de Franse hugenoten in Parijs in 1572. ‘Het is beter dat een koninkrijk wordt geruïneerd door te strijden voor God en de koning dan het intact te houden voor de duivel en zijn ketterse horde.’

    Het straffen van de opstandige steden werd een obsessie voor hem. Alva was inmiddels 65 jaar oud en zijn gezondheid was zwak. Al jarenlang wilde hij niets liever dan terugkeren naar Spanje. Filips had kort voor de uitbraak van de gewapende strijd eindelijk gehoor gegeven aan zijn vele smeekbedes. Maar nu Alva dan eindelijk mocht vertrekken, weigerde hij. Eerst zou hij korte metten maken met de opstandelingen. Hij besloot wederom een voorbeeld te stellen. Een aantal opstandige steden moest hard worden gestraft. De rest zou dan snel terugkrabbelen.

    Mechelen, Zutphen en Naarden werden op last van Alva volledig uitgemoord. Alva zelf was trots op het resultaat: veel steden sloten zich uit angst direct weer aan bij de koning. In een brief schreef hij over de slachtpartij te Naarden op 22 november 1572: ‘Ziende dat het nodig was deze kwestie op te lossen met staal, nam de Spaanse infanterie de muur en doodde de soldaten en burgers zonder iemand te laten ontsnappen, en staken de stad in twee of drie delen in brand.’ Het was Gods wil dat zij zo werden gestraft, aldus Alva, ‘en ik ben er blij om dat een voorbeeld is gesteld in zo’n miserabele plaats met zulke grote ketters’.
     

    Mechelen, Zutphen en Naarden werden op last van Alva volledig uitgemoord 

    Vertrek van Alva

    Dit geweld ging ook veel Spaanse adviseurs van Alva veel te ver. Steeds meer hoge functionarissen keerden zich tegen hem. Zij raakten ervan overtuigd dat de situatie in de Nederlanden niet met geweld was op te lossen. De bekende humanist Montano adviseerde Filips een milder en barmhartiger beleid uit te stippelen. ‘Tien keer meer en dat nog eens dubbel zal worden bereikt met dit beleid dan met dwang en angst.’ Aan het hof in Madrid klonken steeds meer geluiden dat het Alva’s schuld was dat de gewapende opstand in 1572 was uitgebroken. Filips had zijn geduld met Alva verloren. Hij sommeerde de hertog terug te komen. Alva verliet de Nederlanden in december 1573.
     

    Zijn verovering van Lissabon, twee jaar later, vestigde in Spanje zijn reputatie van de grootste militair van zijn generatie

    Alva’s aankomst in Madrid, begin 1574, was geen heldenontvangst. Maar hij was ook zeker niet uit de gratie. De hertog nam gewoon weer plaats in de Raad van State. Korte tijd later raakte hij in ongenade door een liefdesaffaire van zijn zoon Don Fadrique. Die was in 1566 tegen de zin van Filips getrouwd, en die zaak werd door de tegenstanders van de Alva-factie weer opgerakeld.
     

    Nog een keer een beroep op Alva

    Maar toen Filips in 1580 een ervaren legerkapitein nodig had om Portugal in te nemen, haalde hij de 73-jaar oude hertog weer van stal. ‘We weten nu dat ze ons serieus nemen,’ zei een opstandige Portugese edelman toen hij hoorde dat Alva zou komen. De Portugezen vreesden de komst van de hertog zeer: in heel Europa was Alva’s brute optreden in de Nederlanden bekend. Ongetwijfeld speelde Alva’s reputatie mee bij zijn benoeming tot opperbevelhebber.

    Zijn verovering van Lissabon, twee jaar later, vestigde in Spanje zijn reputatie van de grootste militair van zijn generatie. In een toneelstuk uit 1612-1614 werd Alva omschreven als de ‘Caesar van de Nederlanden en Spaanse Augustus, die ik mag vergelijken met Achilles’ moed’. Alva stierf kort na zijn laatste wapenfeit, tot op het laatst overtuigd van de juistheid van zijn daden. Zijn biechtheer schreef over Alva’s laatste belijdenis: ‘Zijn gemoed was niet bezwaard, want hij wist dat hij geen enkele druppel bloed tegen zijn geweten in had vergoten.’
     

    Meer lezen

    De bundel van Maurits Ebben e.a. Alba. General and Servant to the Crown (2013) is het ultieme overzichtswerk over Alva. Eerder verschenen over de hertog twee uitgebreide biografieën: William S. Maltby schreef Alba. A Biography of Fernando Alvarez de Toledo, Third Duke of Alba, 1507-1582 (1983); voor een breder publiek is The Duke of Alba (2009) door Henry Kamen heel geschikt.

    Over het Spaanse perspectief op de Nederlandse Opstand schreef Yolanda Rodriguez-Reverte De Tachtigjarige Oorlog in Spaanse ogen. De Nederlanden in Spaanse historische en literaire teksten (circa 1548-1673) (2003). Een belangrijke algemene studie is Geoffrey Parker, The Dutch Revolt (1984). Over het belang van propaganda tijdens de Opstand: Peter Arnade, Beggars, Iconoclasts, and Civic Patriots. Political Culture during the Dutch Revolt (2008).

    De app Unlock History, gemaakt door het team van Historisch Nieuwsblad, vertelt het hele verhaal van de Opstand. Kijk op historischnieuwsblad.nl/app.