2026 is een jubileumjaar voor Nederlandse LHBTI+’ers. Zo was het in april 25 jaar geleden dat het homohuwelijk werd gelegaliseerd en viert belangenorganisatie COC in september haar tachtigste verjaardag. Ook Amsterdam staat uitgebreid stil bij dit jubileumjaar: naast de gebruikelijke botenparade organiseert de stad ook WorldPride.
Naast de feesten en evenementen is er ook meer aandacht voor queergeschiedenis. Zo leidt de nieuwe Walk of Pride bezoekers van de Dam naar het Homomonument. Langs deze route zijn 53 bronzen tegels te vinden, elk gewijd aan een belangrijke figuur binnen de regenbooggemeenschap. De Walk of Pride is een initiatief van IHLIA, het grootste LHBTI+-archief van Europa. Die erfgoedorganisatie is ook de belangrijkste partner van De Nieuwe Kerk voor de tentoonstelling Queer Amsterdam, de roze stad, die tot en met 4 april 2027 te zien is.
Wie vertelt wat?
De makers zien de tentoonstelling als een noodzakelijk antwoord op de afnemende acceptatie van queer personen. Paul Mosterd, Adjunct-directeur van De Nieuwe Kerk, wijst er bijvoorbeeld op dat veertig procent van de scholieren LHBTI+’ers niet als gelijkwaardig aan hetero’s beschouwt. Om discriminatie in het onderwijs terug te dringen, biedt De Nieuwe Kerk speciale lesprogramma’s voor middelbare scholen in de regio aan, ter aanvulling op een bezoek aan de tentoonstelling.
IHLIA-voorzitter Dino Suhonić vult aan dat queergeschiedenis lang onderbelicht is gebleven. ‘Geschiedenis ontstaat niet vanzelf, maar is altijd een keuze. Welke verhalen worden onthouden en welke worden tot een voetnoot gereduceerd?’ Volgens Suhonić is een van de belangrijkste vraagstukken achter de tentoonstelling hoe we omgaan met mensen die van de norm afwijken. Toch ligt de focus hierin niet op verschil, maar op verbintenis. ‘Queergeschiedenis is niet de geschiedenis van de ander. Het is Amsterdamse én Nederlandse geschiedenis.’
Een lange geschiedenis
De tentoonstelling brengt die geschiedenis uitgebreid in kaart. In tien thema’s worden bezoekers van de zeventiende eeuw naar het heden geleid. Onderweg maken ze kennis met historische figuren zoals Willem Adriaensz, die het haar kort knipte en diens geboortenaam Barbara afzwoer om met Hilletje Jans te kunnen trouwen. De Nieuwe Kerk krijgt daarmee zelf ook een roze tintje: hun huwelijk vond in hetzelfde gebouw plaats als de tentoonstelling. Toen Willems geboortegeslacht aan het licht kwam, werd die uit de stad verbannen en diens huwelijk ontbonden. Maar wie de vintage telefoonhoorn oppakt om naar de eerste van meerdere ‘fluisterverhalen’ te luisteren, leert dat Willem een paar jaar later in Groningen weer dezelfde truc uithaalde.
Vanaf hier leidt de route langs verzwegen liefdesverhalen naar de twintigste eeuw, toen de queergemeenschap uit de schaduw trad. Aan de hand van zijn statige bureau wordt het verhaal van Jacob Schorer verteld, die in 1912 de eerste Nederlandse organisatie tegen discriminatie van homoseksuelen oprichtte: het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee. De emancipatiestrijd zette zich door in de jaren zestig en zeventig, met demonstraties tegen wettelijke en medische discriminatie.

In het Interbellum bloeide het Amsterdamse uitgaansleven. Van Café t Mandje is het iconische uilenbeeldje tentoongesteld: het gefluit ervan moest feestgangers waarschuwen voor de politie. Helaas fluit het uiltje niet meer voor bezoekers van de tentoonstelling, maar deze gemiste kans wordt goedgemaakt met de deurbel van Club RoXY, waar wel op gedrukt mag worden. Na haar opening in 1987 werd deze club bekend om de extravagante kledingstijl van haar bezoekers. Er zijn in de tentoonstelling dan ook genoeg schitterende kostuums te bezichtigen, waaronder een met bont uitgedoste jurk van Dragartiest Hellun Zelluf.
Tegelijkertijd werpt de aidscrisis een schaduw over de tentoonstelling. Zelluf overleed in 1992 aan de ziekte, op slechts 31-jarige leeftijd. Om de crisis in beeld te brengen hebben de curatoren een deel van het beroemde AIDS Memorial Quilt tentoongesteld: een internationaal kunstproject waaraan tienduizenden nabestaanden hebben meegewerkt. Maar het is de collectie rouwkaarten van hiv-patiënt Erwin van Rheenen die de impact van aids het meest tastbaar maakt. Zelf leefde hij lang genoeg om de introductie van combinatietherapie in 1996 mee te maken, maar voor vele anderen kwam medische hulp te laat: in totaal verloor hij 21 vrienden aan aids.
Humor en gemeenschap
Ondanks de discriminatie en alle ontberingen, springt de humor er het meest uit in de tentoonstelling. De curatoren geven geen gepolijst beeld van de LHBTI+-gemeenschap, maar benadrukken juist haar liefde voor obscene grappen. Gelukkig maar, want wie zou de dildohelm van kunstenaar Ad Schuring willen missen, of de dildopistolen van de ‘Safe Sex Guerrilla’? Deze guerrillaorganisatie ging in de jaren negentig alle gay-clubs van Amsterdam af om op theatrale wijze hiv-voorlichting te geven. Op het bijbehorende boek van de tentoonstelling figureren de vele buttonsdie door queer personen werden verspreid. De zelfspot spat ervan af met teksten zoals ‘You can’t pin a label on me’, ‘I can’t even think straight’ en ‘Flikker mee of flikker op’.

De curatoren hebben hun best gedaan om de gemeenschap zoveel mogelijk te betrekken. Zo wilde De Nieuwe Kerk oorspronkelijk meer de nadruk leggen op het homohuwelijk, maar op advies van een klankbordgroep werd hiertegen besloten. Volgens de betrokkenen moest het duidelijk zijn dat de queergeschiedenis geen afgerond verhaal is, maar dat de gemeenschap nog steeds voor veiligheid en acceptatie vecht. Aan het einde van de tentoonstelling is daarom het Unity-sculptuur neergezet. Bezoekers kunnen hier een QR-code scannen om een donatie te doen aan een queer liefdadigheidsorganisatie.
Voor sommige bezoekers gaat het niet om een ver en vreemd verleden. Tijdens de opening van de tentoonstelling barst verslaggever Koos van den Berg haast uit elkaar van enthousiasme wanneer hij oog in oog staat met videobeelden van de Canal Pride in 1998. ‘Dat ben ik!’ roept hij uit. En inderdaad staat hij daar, in drag en klompen te dansen op het dak van een boot. ‘Het ging in die tijd over het poldermodel,’ vertelt hij. ‘Daarom besloot ik om als poldermeisje naar Pride te gaan.’ Queer Amsterdam is een tentoonstelling met een open einde. Het is een gedetailleerd portret van een gemeenschap waarvan de geschiedenis onlosmakelijk met Amsterdam is verbonden, en haar met humor en daadkracht nog elke dag vormgeeft.
Queer Amsterdam, de roze stad
De tentoonstelling Queer Amsterdam, de roze stad is van 9 juli 2026 t/m 4 april 2027 te bezoeken in De Nieuwe Kerk in Amsterdam.

