• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 4/2015

    Provo

    De magie van het 'provotariaat'

    Door: Niek Pas
    De anarchistische provo’s schudden Nederland halverwege de jaren zestig flink op. Even was iedereen geschokt, maar al snel omarmde de commercie de beweging. Nederland kreeg een ‘Witte Glazenplan’ en ‘provo-capes’ met een vrolijke Schots-geruite voering. In mei 1965 richtten twee vriendenclubs in Amsterdam de anarchistisch geïnspireerde actiegroep Provo op. De ene groep had de Hagenaar Roel van Duijn als middelpunt, de andere Rob Stolk uit Zaandam. De student Van Duijn had begin jaren zestig ervaring opgedaan als actievoerder in de Ban-de-Bom-beweging, die zich keerde tegen atoomwapens, en als redacteur van het oude anarchistische tijdschrift De Vrije. Stolk was boekhouder en had zijn carrière als activist vormgegeven in jongerenwerkgroepen van de PSP en als redacteur-uitgever van het eenmalig verschenen Barst!. Provo was een protestbeweging die naam maakte met zogeheten ‘ludieke acties’, originele plannen en provocerende acties in de publieke ruimte. De acties richtten zich tegen de heersende sociaal-culturele en burgerlijke waarden, die de provo’s als verstikkend ervoeren. Provo moest niets hebben van instituten als kerk, leger en staat, de bourgeoisie en verburgerlijkte arbeiders (het ‘klootjesvolk’). De beweging vestigde haar hoop op het ‘provotariaat’, dat wil zeggen studenten, kunstenaars, werklozen, marginalen en overige onmaatschappelijke types. Zij zouden de maatschappij hervormen middels een lieve revolutie. Provo kwam op in een tijd dat de culturele en maatschappelijke verhoudingen nog heel sterk bepaald werden door komaf en een uitgebreid, naar hedendaagse maatstaven strikt stelsel van sociale regels. Ook was sprake van hiërarchische verhoudingen tussen de verschillende sociale groeperingen, tussen mannen en vrouwen, tussen jongeren en volwassenen. Instituties als vakbonden, partijen, kerken en de monarchie waren in het verzuilde Nederland sterk bepalend voor het heersende normbesef. Er was geen ruimte voor wie van deze normen afweek, dus ook niet voor de opkomende jongerenculturen (rock-’n-roll, beatmuziek, vetkuiven, artistiekelingen, tijdschriften voor teenagers) of voor afwijkend seksueel gedrag (homoseksualiteit). Provo kwam voort uit een stilaan veranderend maatschappelijk klimaat door de economische welvaart, meer vrije tijd, de impact van nieuwe media (televisie) en een grote groep jongeren die door de samenleving spoelde (de babyboomgeneratie). Tegelijk was Provo een fenomeen dat in de jaren 1965-1967 aan deze ontwikkelingen op spectaculaire wijze richting gaf. Vanuit het perspectief van de protestbewegingen van de jaren zestig is Provo een opvallende verschijning. In de beeldvorming worden de roerige jaren zestig veelal gelijkgeschakeld met ‘1968’, het jaar van de opstand in Parijs. Maar Provo ging hieraan vooraf en is dus te beschouwen als een relatief vroege sociale beweging. Belangrijk is ook dat Provo in Amsterdam tot stand kwam. Deze havenstad had een geschiedenis van hele en halve opstanden, kende tal van alternatieve artistieke niches, een bloeiende jeugdscene en een zowel eigenzinnig als vrijzinnig klimaat in de ‘Republiek Amsterdam’. Cruciaal voor de ontwikkeling van de anarchistische boreling in mei 1965 waren twee elementen: om te beginnen hadden de provo’s een actiepunt nodig. Dit werd de aangekondigde verloving - en later het huwelijk - van kroonprinses Beatrix met de Duitser Claus von Amsberg. Daarin kwam alles samen waar de provo’s zich tegen verzetten: de monarchie en de Duitsers. Als zelfverklaarde anarchisten hadden de provo’s een broertje dood aan de monarchie. Daarnaast was het in 1965 precies een kwarteeuw geleden dat Nederland werd bezet en twintig jaar geleden dat het land werd bevrijd. De schaduw van de oorlog was nadrukkelijk aanwezig: Loe de Jong sloot zijn televisieserie De Bezetting, die was gestart in 1960, af en historicus Presser publiceerde Ondergang, zijn magnum opus over de Joodse vervolging en vernietiging in Nederland. Bij hun protest tegen het koninklijke sprookje gebruikten de provo’s de verzetsretoriek, die ze ontleenden aan de oorlog zelf: de provo’s zaten in het verzet en alle autoriteiten, inclusief de Amsterdamse burgemeester Gijs van Hall - een voormalig verzetsman - waren fascisten.

    Robert-Jasper Grootveld voer als Zwarte Piet verkleed rond in de grachten

    Een tweede element in de making of Provo was de ontmoeting van Stolk en Van Duijn met een persoon die als hun impresario kan worden beschouwd: Robert-Jasper Grootveld. Deze stadsfiguur was degene die de provo’s als waren ze zijn tovenaarsleerlingen inwijdde in de geheimen van ludieke, symbolisch geladen manieren van actievoeren. Via hem ontdekten de provo’s de Amsterdamse straten en pleinen als hun podium. Grootveld had in Amsterdam naam gemaakt als ‘exhibitionist’, iemand die met opvallende acties in de publieke ruimte de aandacht trok. Hij was typisch een man van twaalf ambachten, dertien ongelukken die vanaf de jaren vijftig langzaam een naam had opgebouwd met spectaculaire acties en activiteiten. Hij voer verkleed als Zwarte Piet rond in de grachten en voerde een antitabakscampagne, waarbij hij sigarettenreclames bekladde met de ‘k’ van kanker en ceremoniële bijeenkomsten hield in een garage, zijn antirooktempel. Vanaf de zomer van 1964 was Grootveld initiator van wekelijks uitgevoerd straattheater. Deze zogeheten ‘happenings’ vonden elke zaterdagnacht plaats op het Spuiplein rond het beeld van het Lieverdje. Dit was een Amsterdams straatjongetje, aan Amsterdam aangeboden door een sigarettenfabrikant. Elke zaterdag om middernacht voerde Grootveld bij het Lieverdje geïmproviseerde ‘rituele’ dansen op waarbij hij, verkleed als ‘sjamaan’ en gestimuleerd door een stevige joint, sigarettenreclame en de consumentenmaatschappij afkeurde. Provo voegde zich in de zomer van 1965 bij de wekelijkse happenings bij het Lieverdje. Van een rood-zwart (anarchistisch) ‘gevaar’ transformeerde Provo nu in een ‘wit gevaar’, aangezien wit de kleur was die Grootveld gebruikte. Diverse ‘witte plannen’ werden gelanceerd, waarvan een van de eerste en ook het bekendste het Witte Fietsenplan was. Dit idee kwam uit de koker van Luud Schimmelpenninck, een 30-jarige ingenieur die met zijn vrouw en kinderen om de hoek van het Spui woonde. Geïnspireerd door het wekelijkse spektakel en de ideeën van Grootveld, die aan de fiets een speciale plaats toekende in zijn universum, opperde hij om witgeschilderde fietsen gratis ter beschikking te stellen in de openbare ruimte. Op deze manier zou de luchtvervuiling van de wassende stroom auto’s in het benauwde historische centrum een halt kunnen worden toegeroepen. De fiets als gratis, collectief vervoermiddel en alternatief voor het wagenpark was een instanthit. Het plan sprak meteen tot de verbeelding en was ook zo bedoeld. Tijdens een happening in juli 1965 presenteerden de provo’s enkele witgeschilderde tweewielers. In de weken en maanden daarna zouden tientallen exemplaren her en der in Amsterdam opduiken, maar van een geslaagd alternatief vervoermiddel was geen sprake. De witte fiets is vooral te begrijpen als metafoor voor een andere, alternatieve kijk op stedelijke inrichting. In vrijwel alle nationale en internationale vraaggesprekken en lezingen met en door provo’s zou dit plan uitgebreid aan bod en in beeld komen. Incidenteel doken witte fietsen op in buitenlandse steden. Er zouden nog tientallen witte ideeën volgen, onder meer een Witte Huizenplan (om woningnood tegen te gaan) en het Witte Schoorstenenplan (om milieuvervuiling te bestrijden), maar geen enkel plan zou zo tot de verbeelding spreken als dat van de witte fiets. In de nazomer van 1965 kreeg Provo nationale bekendheid doordat de happenings op het Spui ten langen leste ontspoorden. Een combinatie van onhandig optreden van de hoofdstedelijke Hermandad, een volgepakt Spui waardoor de verkeerscirculatie geblokkeerd raakte, en relbeluste jongeren onder de toeschouwers leidde ertoe dat het zaterdagavondtheater veranderde in confrontaties met de politie. Het forse ingrijpen van de politie – plein met geweld ontruimen, tientallen arrestaties – werd breed uitgemeten in de media.

    De fiets als gratis, collectief vervoermiddel was een instanthit

    Deze landelijke zichtbaarheid kreeg een internationaal vervolg tijdens het huwelijk van kroonprinses Beatrix met Claus von Amsberg, op 10 maart 1966. Zodra bekend werd dat het huwelijk in Amsterdam zou worden voltrokken, leidde dat tot ophef onder diverse groeperingen, waaronder Joodse inwoners, voormalig verzetslieden en gedeporteerden, een keur aan linkse bewegingen en organisaties, en intellectuelen als academici, kunstenaars en journalisten. Provo schaarde zich in dit koor en zou een heel eigen, creatieve rol in dit meerstemmige protest gaan vertolken. Op slimme wijze trokken de provo’s met allerlei kunstzinnige en uitdagende acties de aandacht. Twee activiteiten kregen de meeste publiciteit. Om te beginnen plaatsten de provo’s een alternatieve ceremonie tegenover het koninklijk huwelijk, dat zich met veel vertoon zou voltrekken, inclusief rijtocht door de binnenstad per koets. Zij vierden het huwelijk van Sarah Duys en Rob Stolk op een witte fiets met een alternatieve plechtigheid in de voormalige antirooktempel van Robert-Jasper Grootveld. Deze dag werd inmiddels vanzelfsprekend uitvoerig gecoverd door de Nederlandse - en nu ook de Vlaamse – pers. Daarnaast werd een eigen Oranjecomité in het leven geroepen, een pastiche die ‘Oranjecomité Parel van de Jordaan’ heette en allerlei acties op touw zette, zoals een fietstocht naar Haarlem, en gestencilde pamfletten (‘Provokaties’) uitdeelde. Ook verspreidde dit comité de meest krankzinnige geruchten over de aanstaande huwelijksceremonie, bijvoorbeeld dat de provo’s de drug lsd aan het drinkwater zouden toevoegen. De plaatselijke autoriteiten namen dit alles zeer serieus, duidelijk beducht voor ordeverstoringen en acties die ze op voorhand niet konden controleren. De sfeer werd zelfs dreigend. Enkele Provo-kopstukken, onder wie Rob Stolk, waren uit voorzorg op 10 maart 1966 dan ook niet in Amsterdam. Het huwelijk van die 10de maart werd getekend door de tientallen rookbommen die vanuit het publiek door provo’s en andere jongeren, onder meer van de Socialistische Jeugd, naar de stoet werden gegooid. De sfeer rond de huwelijksvoltrekking die dag was ludiek, maar ook ronduit grimmig. De beelden van de rookflarden gingen het continent rond; diverse Europese landen, waaronder Duitsland en België, zonden de ceremonie live uit; andere landen zonden samenvattingen uit of reportages in het avondjournaal. Voor de Nederlandse televisie ging het om de grootste media-operatie uit haar geschiedenis en de provo’s speelden hierop in, al dan niet bewust. Hoewel het protest tegen het huwelijk door een brede coalitie was gedragen, werd Provo het symbool van het verzet. Dit effect zou in de periode die erop volgde worden versterkt. De bouwvakkersrellen van juni 1966, die ontvlamden naar aanleiding van een conflict rondom de uitbetaling van vakantiebonnen, waren het tweede moment waarop Nederland volop aandacht kreeg van internationale media. Hoewel de provo’s met de directe aanleiding van deze zomerrellen niets te maken hadden, herhaalde zich het scenario van maart 1966: er was iets gebeurd in het doorgaans zo rustige Nederland, en de onrust kreeg als etiket: Provo.

    Provo’s verspreidden het gerucht dat ze lsd in het drinkwater zouden doen

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen