• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 1/2021

    Duitsers willen een plek onder de zon

    Concurrentie tussen Europese mogendheden

    Door: Ivo van de Wijdeven

    Vanaf 1871 groeide de macht van het nieuwe Duitse keizerrijk. Het land was in alle opzichten succesvol en dat leidde tot scheve ogen bij andere grote mogendheden. Groot-Brittannië zag zijn positie als werkplaats van de wereld in gevaar komen, en zon op tegenmaatregelen.

    Met de plechtige proclamatie in de Spiegelzaal van het slot van Versailles was de Reichsgründung – de oprichting van het Duitse Keizerrijk – op 18 januari 1871 een feit. Midden in Europa ontstond een nieuwe grootmacht met maar liefst 41 miljoen inwoners. Alleen het Russische Rijk had er meer; de oude grootmachten Frankrijk, het Habsburgse Rijk en het Verenigd Koninkrijk werden voorbijgestreefd.

    Een langgekoesterde Duitse droom was werkelijkheid geworden. Op de Conferentie van Wenen in 1815 na de napoleontische oorlogen en in het revolutiejaar 1848 was het Duitse nationalisten en liberalen niet gelukt om op vreedzame wijze een verenigd Duitsland te vormen. Het bleef een lappendeken van steden en vorstendommen, waar het koninkrijk Pruisen en het Habsburgse Rijk om invloed streden.

    De aartsconservatieve Otto von Bismarck gooide het na zijn aantreden als minister-president van Pruisen in 1862 over een andere boeg. De tijd van ‘praten en meerderheidsbesluiten’ was voorbij; Bismarck koos de weg van ‘ijzer en bloed’ om Duitsland te verenigen. De opmaat was een oorlog tegen Denemarken in 1864, en twee jaar later werd de Habsburgers met geweld de deur gewezen. De oorlog tegen Frankrijk vormde het sluitstuk van Bismarcks campagne. De verpletterende overwinning was een dubbelslag: na de Habsburgers konden ook de Fransen zich niet langer verzetten tegen de Duitse eenwording en de oorlog had de andere Duitse vorsten overtuigd van de macht van Pruisen. Ze konden niet anders dan instemmen met de kroning van de Pruisische koning Wilhelm I tot Duits keizer. In het autocratisch bestuurde Duitse Keizerrijk zette Pruisen de toon. Als de ‘IJzeren Kanselier’ schiep Bismarck een machtige centralistisch bestuurde bondsstaat.

    Doodsbenauwd

    Niemand in Europa had verwacht dat de Duitsers het grote Frankrijk in slechts zeven weken op de knieën zouden krijgen. De vernedering was totaal. Bij de Slag bij Sedan werd de Franse keizer Napoleon III zelfs gevangengenomen. De Fransen kregen een fikse rekening gepresenteerd en moesten Elzas-Lotharingen afstaan aan de Duitsers.

    De Europese grootmachten namen het Duitse leger voortaan bloedserieus. Toch was Bismarck doodsbenauwd dat ze zouden samenspannen tegen het Duitse Keizerrijk. Hij was vooral beducht op Frans revanchisme. Daarom maakte de rijkskanselier een draai van 180 graden. Bismarck vertelde aan iedereen die het maar horen wilde dat Duitsland na drie oorlogen saturiert (‘voldaan’) was. Niemand hoefde zich volgens hem bedreigd te voelen door de nieuwe grote staat in het midden van Europa.

    Daarnaast haalde Bismarck, die van Wilhelm I de vrije hand kreeg, de banden aan met Wenen en Moskou. De Oostenrijkse keizer had na de nederlaag in 1866 de blik op de Balkan gericht en sloot maar al te graag een bondgenootschap om wederzijdse rugdekking te garanderen. De Russische tsaar bleek tot opluchting van Bismarck bereid tot een Rückversicherungsvertrag, waarin beide partijen elkaar ‘verzekerden’ neutraal te blijven wanneer de ander in een oorlog verzeild zou raken. Zo hoopte Bismarck Frankrijk – dat knarsetandend de wonden likte – internationaal te isoleren.

    Scheve ogen in Londen

    Duitsland maakte ondertussen ook een stormachtige industriële en economische ontwikkeling door. Het land stond helemaal achteraan in de rij bij de Industriële Revolutie en kon daardoor gebruikmaken van de nieuwste technologische ontwikkelingen. Industriëlen, bankiers en bureaucraten sloegen de handen ineen. Vanaf 1835 was er koortsachtig gewerkt aan de aanleg van spoorwegen en dat gaf een enorme impuls aan de economie. Slaperige stadjes werden van de ene dag op de andere bloeiende industriesteden. In nieuwe industriegebieden als het Roergebied, Saksen en Silezië zag je overal rokende schoorstenen van hypermoderne fabrieken.

    Wilhelm II laat steeds grotere oorlogsschepen bouwen

    De Duitse bevolking groeide ondertussen als kool, van 49 miljoen in 1890 tot 67 miljoen in 1914. Daardoor waren er goedkope arbeidskrachten in overvloed. Tussen 1862 en 1914 verviervoudigde de Duitse industriële productie. De overheid investeerde op grote schaal in hoogwaardig onderwijs, waardoor de Duitse wetenschap vooral op het gebied van natuur- en scheikunde een hoge vlucht nam. Dat betaalde zich uit: van de 100 Nobelprijzen die tussen 1901 en 1932 werden toegekend gingen er 33 naar Duitse wetenschappers, 18 naar Britten en 6 naar Amerikanen.

    Het Duitse Keizerrijk was dus niet alleen militair, maar vooral ook economisch een grootmacht. Dat zorgde vooral voor scheve ogen in Londen. De Britten hadden in de negentiende eeuw dankzij de onbetwiste heerschappij van de Royal Navy over de wereldzeeën in relatieve rust hun koloniale wereldrijk kunnen uitbouwen. Dat omvatte op het hoogtepunt een kwart van het landoppervlak van de aardbol. De Britten zagen zichzelf als workshop of the world, maar werden rap ingehaald door de Duitsers.

    Toen Bismarck in 1862 ten tonele verscheen, was Duitsland goed voor amper 5 procent van de wereldwijde industriële productie en voerde het Verenigd Koninkrijk met bijna 20 procent de wereldranglijst aan. Tussen 1880 en 1900 stegen de Duitsers naar de derde plaats achter de Amerikanen en de Britten. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog moesten zij alleen de Amerikanen nog voor zich dulden. Ook namen de Duitsers een steeds groter aandeel van de wereldhandel voor hun rekening, terwijl het Britse aandeel zienderogen kromp.

    Made in Germany

    Dat zette kwaad bloed bij de Britten. Zij betichtten de Duitsers van valsspelen. Duitse industriëlen hadden eerst de kunst afgekeken in Engeland, en Duitse bedrijven als Krupp, Siemens en Bayer konden vervolgens rekenen op riante staatssteun. Dat ging lijnrecht in tegen het vrijemarktdenken, waar vooral het Verenigd Koninkrijk als handelsnatie garen bij spon. Een Britse journalist vatte in 1896 woedend samen: ‘Duitsland heeft zich binnengewurmd om Engelse industriegeheimen te stelen en heeft daar zijn voordeel mee gedaan.’

    Daar zat een kern van waarheid in. Zo had de Duitse industrieel Alfred Krupp zich eens als reizende aristocraat vermomd om onbezorgd rond te kunnen spieden in Britse hoogovens. Maar de verontwaardigde Britten hadden ook gewoon last van de wet van de remmende voorsprong. Zij liepen eind negentiende eeuw aan tegen de beperkingen van een oud spoorwegnetwerk met krappe tunneltjes en inefficiënte verouderde ijzersmelterijen, terwijl de Duitsers konden beschikken over het nieuwste van het nieuwste.

    De Britten moeten vaststellen dat producten ‘Made in Germany’ beter én goedkoper zijn

    De Britten waren echter vastbesloten de Duitse concurrentievoordelen om zeep te helpen. Dankzij de Merchandise Marks Act moest op producten voortaan het land van herkomst worden vermeld. Tot hun chagrijn moesten de Britten echter vaststellen dat producten ‘Made in Germany’ vaak kwalitatief beter én goedkoper waren dan spullen van Britse makelij. Industriëlen en politici bepleitten daarom hoge importheffingen op Duitse producten.

    In het diepste geheim smeedden de Britten ook plannen voor grootschalige economische oorlogvoering. Dankzij de sleutelpositie die Londen in de negentiende eeuw innam in de financiële dienstverlening – denk aan leningen en scheepsverzekeringen – konden ze beschikken over gedetailleerde gegevens om de economische afhankelijkheden en zwakheden van het Duitse Keizerrijk zorgvuldig in kaart te brengen.

    De Duitsers zochten op hun beurt naar manieren om de Britse overmacht op zee teniet te doen. Het meest ambitieuze plan was een 4500 kilometer lange spoorlijn van Berlijn naar Bagdad (en daarna door naar de Perzische Golf). Banken werden onder druk gezet om dit ‘Duitse nationale project’ te financieren. Wanneer de spoorlijn gereed zou zijn gekomen, dan had de Duitse invloedssfeer tot diep in het Midden-Oosten gereikt en had Duitsland de toegang tot belangrijke grondstoffen en het Ottomaanse Rijk als exportmarkt veiliggesteld. Maar de bouw van de lijn in het huidige Turkije vorderde tergend traag en uiteindelijk gooide de Eerste Wereldoorlog roet in het eten.

    Koloniale laatkomer

    Vanaf 1884 mengde het Duitse Keizerrijk zich ook in de race om koloniën. Bismarck zag daar eigenlijk weinig heil in en wilde de gevestigde grootmachten, die de wereld al min of meer onder elkaar hadden verdeeld, niet voor het hoofd stoten. Maar onder druk van haviken – op zoek naar nieuwe afzetmarkten, ruimte voor de immer groeiende bevolking én internationaal prestige – ging hij toch overstag. Het Duitse streven naar een Platz an der Sonne leverde niet alleen een paar relatief kleine koloniën in Afrika, eilanden in de Stille Oceaan en een concessie in de Chinese kustplaats Jiaozhou op, maar vooral ook veel argwaan. De koloniale laatkomer werd gewantrouwd.

    De sfeer raakte pas echt verziekt toen keizer Wilhelm II in 1890 op de troon plaatsnam en Bismarck met pensioen stuurde. Hij wilde dat Duitsland net als het Verenigd Koninkrijk een groot koloniaal rijk werd en koos voor een assertieve Weltpolitik. Om de handen vrij te hebben werd het verdrag met Rusland niet verlengd.

    Wilhelm II richtte zijn pijlen vooral op Frankrijk. Hij betwistte de Franse aanspraken op Marokko. Dat leidde tot twee internationale ‘Marokko-crises’. De eerste was het gevolg van een staatsbezoek aan de sultan van Marokko in 1905, waarbij de Duitse keizer beloofde de onafhankelijkheid te garanderen. Zes jaar later stuurde hij de kanonneerboot SMS Panther naar de Frans-Marokkaanse havenstad Agadir in reactie op de Franse bezetting van de steden Rabat en Fez. Door deze Panthersprung liepen de gemoederen hoog op. Druk diplomatiek verkeer resulteerde uiteindelijk in een compromis: in ruil voor een groot stuk van Frans-Congo mocht Frankrijk van Marokko een protectoraat maken.

    “S.M.S. Vineta”, 1900 door H.Graf. Berlijn, Sammlung Archiv für Kunst und Geschichte.

    In 1896 had Wilhelm II de Britten al geschoffeerd door de Zuid-Afrikaanse Boeren te feliciteren met hun eerste successen in hun strijd tegen Britse overheersing. Ook daar stelde de keizer zich garant voor de onafhankelijkheid, maar toen de Britten echt werk maakten van de Tweede Boerenoorlog kon hij niets voor de Boeren betekenen.

    Bismarcks ergste nachtmerrie

    Om internationaal een steviger partijtje mee te kunnen blazen, lanceerde Wilhelm II in 1898 een omvangrijk vlootbouwprogramma. Een jaar eerder was het 60-jarig jubileum van de Britse koningin Victoria luister bijgezet met een parade van maar liefst 165 oorlogsschepen. De keizer was stikjaloers en wilde dat ook: ‘Jarenlang waren mijn collega’s doof voor wat ik te zeggen heb. Met een grote vloot moeten ze wel luisteren en meer respect tonen.’ De Kaiserliche Marine moest zich op z’n minst kunnen meten met de Royal Navy.

    Er was wel een lange weg te gaan, want de Royal Navy telde op dat moment 62 grote slagschepen, terwijl de Duitsers er maar 12 hadden. En de Britten waren niet van zins hun voorsprong uit handen te geven, omdat ze ervan overtuigd waren dat die essentieel was voor het behoud van hun wereldrijk. Het gevolg was een peperdure wapenwedloop, waarbij steeds meer en vooral ook steeds grotere oorlogsschepen werden gebouwd.

    Door de combinatie van de onstuimige Duitse groei – demografisch, economisch en militair – en het onbehouwen buitenlands beleid van Wilhelm II werd uiteindelijk Bismarcks ergste nachtmerrie werkelijkheid. Om Duitsland te beteugelen sloten Frankrijk, Rusland en het Verenigd Koninkrijk een reeks onderlinge bondgenootschappen, die samen in 1907 resulteerden in de zogeheten Triple Entente.

    De schok in Berlijn was groot. Uit angst voor Duitse ambities hadden de Britten de handen ineengeslagen met hun eeuwenoude erfvijand Frankrijk. In plaats van de Fransen waren de Duitsers geïsoleerd geraakt. Wie naar de kaart van Europa keek, zag dat Duitsland en zijn bondgenoten Oostenrijk-Hongarije, Italië en het Ottomaanse Rijk waren omsingeld.

    Door de confrontatiekoers van Wilhelm II kwamen in Europa twee tot de tanden bewapende machtsblokken lijnrecht tegenover elkaar te staan: het democratische Verenigd Koninkrijk voerde de koloniale haves aan en het autocratische Duitse Keizerrijk de have nots. Tussen de beide blokken heerste permanent een gespannen sfeer. Een oorlog was slechts een kwestie van tijd. In 1914 sloeg de vlam in de pan.

    Ivo van de Wijdeven is historicus en politiek analist.

     

    Brits-Duitse netwerkoorlog

    Om Berlijn te dwarsbomen was Londen niet te beroerd een monopolie te misbruiken. De Italiaanse ingenieur Guglielmo Marconi had met steun van de Royal Navy een wereldomspannend radionetwerk opgezet. Daarnaast was 60 procent van het intercontinentale telegraafkabelnetwerk in Britse handen. Dat betekende dat de Britten het voor het zeggen hadden op het gebied van internationale communicatie.

    Om daar niet van afhankelijk te zijn ontwikkelden Duitse bedrijven in opdracht van keizer Wilhelm II eigen radiosystemen, maar op aandringen van de Britten zorgde Marconi ervoor dat die niet aansloten op zijn eigen wijdverbreide netwerk. Zo werden de groeiende Duitse handelsvloot en het Duitse bedrijfsleven gedwongen Britse technologie te gebruiken. Pas na lang soebatten kwam er in 1906 dankzij Amerikaanse bemiddeling één wereldwijde standaard.

    Moderne parallel

    De rivaliteit tussen China en de Verenigde Staten

    De huidige rivaliteit tussen China en de Verenigde staten vertoont een griezelige gelijkenis met die tussen Duitsland en het Verenigd Koninkrijk in de negentiende eeuw. Opnieuw is er sprake van een achtergrond van economische globalisering en razendsnelle technologische ontwikkelingen. En ook nu staat een opkomende autocratie met een centraal geleide economie tegenover een gevestigde democratie die de geneugten van de vrije markt uitdraagt.

    China is vandaag de dag de workshop of the world en via internet weten consumenten overal ter wereld de weg naar spotgoedkope Chinese producten te vinden. De Verenigde Staten zien hun economische koppositie bedreigd en beschuldigen China van kopieergedrag en valse concurrentie door staatssteun. Om de Chinezen te dwarsbomen proberen de Amerikanen hen middels patentoorlogen en economische diplomatie uit te sluiten van belangrijke (communicatie)technologie als 5G-netwerken. Er woedt een handelsoorlog met hoge importheffingen over en weer.

    De Chinezen proberen op hun beurt hun (economische) invloedssfeer te vergroten door eigen investeringsbanken op te zetten en een Nieuwe Zijderoute van Azië naar Europa aan te leggen, een gigantisch infrastructuurproject. Met het oog op omstreden Chinese territoriale aanspraken in de Zuid-Chinese Zee timmert China aan de weg met een groot vlootbouwprogramma. De Chinezen moeten de Amerikanen nu nog voor zich dulden en die hebben zich vast voorgenomen dat zo te houden. Beide landen investeren jaarlijks honderden miljarden in hun krijgsmacht.

    Meer weten:

    Het Duitse Keizerrijk. Van Bismarck tot Wilhelm II, 1871-1918 (2018) van Uwe Klussmann en Joachim Mohr (red.).

    Slaapwandelaars. Hoe Europa in 1914 ten oorlog trok (2013) van Christopher Clark.

    Europe. The Struggle for Supremacy, 1453 to the Present (2013) van Brendan Simms.