Is Amerika een anti-imperialistische republiek, geboren uit verzet tegen een wereldrijk? Of juist een moderne imperiale macht, die zijn invloed met militaire, economische en ideologische middelen steeds verder uitbreidt? Lees over negentiende-eeuwse territoriumdrift en Koude Oorlog-interventies, die doorklinken in de militaire acties van Donald Trump.
De Amerikaanse expansiedrift en bemoeizucht begonnen al vroeg. In de loop van de negentiende eeuw zag de VS het als zijn heilige plicht om vrijheid en democratie te verspreiden: een reden om in 1846 een oorlog met Mexico te beginnen die tot een aanzienlijke vergroting van het Amerikaanse grondgebied leidde.
In 1823 verklaarde president James Monroe iedere vorm van Europese bemoeienis op het Amerikaanse continent tot vijandige handeling. Zijn opvolgers beriepen zich sindsdien op die Monroe-doctrine om zelf in te kunnen grijpen in Latijns-Amerika. In de twintigste eeuw leidde dat tot invasies in Cuba, Panama en Grenada.
Soms zorgde het Amerikaanse imperialisme voor territoriumuitbreiding. Zo lijfde Washington in 1898 Hawaï in. Toch zijn hun kolonies de Amerikanen vaak slecht bevallen.
