• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 4/2020

    De pottenkoning

    Het omstreden succes van Petrus Regout

    Door: Paul van der Steen

    Terwijl in een groot deel van Nederland de industrialisatie nog op gang moest komen, verschafte Petrus Regout in zijn aardewerkfabrieken in Maastricht al werk aan duizenden arbeiders. Hij werd schatrijk, maar kreeg nooit de erkenning die hij zocht. De slechte arbeidsomstandigheden in zijn bedrijven vormen nog steeds een smet op zijn reputatie.

    ‘Geef mij twaalf man als Regout en wij winnen in ons land de hele Belgische industrie terug, die door de afscheiding verloren is gegaan,’ zei koning Willem II in 1840. Die loftuitingen klonken de Maastrichtse ondernemer over wie het ging als muziek in de oren. Behalve op winst aasde Petrus Regout voortdurend op erkenning, liefst in de vorm van verheffing in de adelstand.

    Voor foto’s en schilderijen poseerde hij in gala-uniformen met zijn belangrijkste onderscheidingen blinkend op zijn borst. Zijn kasteel Groot Vaeshartelt en het bijbehorende park voorzag hij van vorstelijke allure. De zestig fonteinen en cascades die er te zien waren, werden aangedreven door een stoommachine. Vanwege het formaat van sommige beelden konden in hun voetstukken bedienden wonen. Naast Vaeshartelt had Regout nog meer landgoederen. Volgens hem vertegenwoordigden zijn buitens samen een waarde van ‘zes ton gouds’.

    Soms leek het erop alsof hij tot de hoogste kringen behoorde. Bij een bezoek van koning Willem II mocht hij meerijden in de erewacht. Tussen de vorst en hem groeide zelfs iets wat leek op een persoonlijke vriendschap.

    Tekst loopt door onder de afbeelding

    Petrus Regout, aan zijn uniform herkenbaar als Eerste Kamer-lid, geschilderd door J.H. Egenberger in 1849. Op de achtergrond zijn fabriekscomplex in Maastricht

    Maar de zo felbegeerde titel bleef uit. Zelfs de elite van zijn eigen Maastricht moest hem niet. Ze bleven hem beschouwen als een parvenu. De ‘pottenkoning’ was op z’n best een ‘schoorsteenaristocraat’ – terwijl hij van het ietwat ingeslapen garnizoensstadje toch een dynamisch industrieel centrum had gemaakt. Of, zoals zoon Eugène Regout het zei: ‘Als niet door de energie van mijn vader fabrieken in Maastricht waren opgericht, dan zou men eens zien wat voor armzalig plaatsje Maastricht zou wezen.’
     
    Noodgedwongen industrieel
    Petrus was – geboren in 1801– letterlijk een kind van de nieuwe eeuw. Hij werd vernoemd naar zijn vader. Die importeerde met zijn echtgenote Maria via hun groothandel met succes Engels aardewerk en Frans kristal en porselein. In een winkel in Maastricht verkochten ze die waren ook zelf. Toen de jonge Petrus veertien jaar oud was, overleed zijn vader. Hij moest noodgedwongen van school af en de winkel in. Daar leerde hij snel. Na zijn achttiende verlegde hij zijn aandacht naar de groothandel en de bijbehorende importen. Door een huwelijk in 1825 met Maria Allegonda Hoeberechts, afkomstig uit een hoedenmakersgeslacht, verzekerde hij zich van een vrouw met zakelijk instinct aan zijn zijde.

    In 1827 begon hij een glasslijpersatelier. Een deel van zijn woning aan de Maastrichtse Boschstraat verschafte deze kleine nijverheid onderdak. Maar hij werd pas industrieel onder invloed van omstandigheden die zijn handel dreigden lam te leggen. Vanaf 1830 stokte de invoer van glas- en aardewerk uit het zuiden vanwege de Belgische Opstand. Maastricht bleef Nederlands, ondanks de zuidelijke sympathieën van een groot deel van de inwoners.

    Halffabricaten mocht Regout nog wel invoeren. Vandaar dat hij besloot om zelf te gaan produceren. Vlak bij de plek waar de Maas aansloot op de nieuwe Zuid-Willemsvaart begon hij een glas- en kristalblazerij. Na de opheffing van het importverbod kocht hij bij Cockerill in België, dat in industrieel opzicht al verder was, zijn eerste stoommachine - goed voor acht paardenkrachten.

    In aardewerk bleek Regout het meest succesvol. Als beginnend fabrikant legde hij zich noodgedwongen toe op goedkope, in vergelijking met veel rivaliserende ondernemingen nog inferieure producten. In later jaren huurde hij buitenlandse vaklieden in en wist dankzij hun kennis kwaliteitsslagen te maken. Zo kon hij de concurrentie aan met het prestigieuze Wedgwood-servies. Met een groeiende middenklasse lag een lucratieve markt voor het Maastrichtse bedrijf open. Op het moment dat deze klanten toe waren aan luxeproducten als wasbakken en toiletten kon Regout ze daaraan helpen.
     
    Gunstige prijzen
    Hoe groot Regouts bedrijvenconglomeraat ook groeide, hij bleef de handelaar die al heel jong had leren kopen en verkopen. Hij reisde hoogstpersoonlijk naar verre buitenlanden om nieuwe markten voor zijn producten aan te boren. Angst voor risico’s leek bij hem welhaast te ontbreken. Als andere ondernemers in slechte tijden hun initiatieven even opschortten, bleef Regout gewoon doorwerken. Hij vertrouwde erop dat de economie wel weer zou aantrekken en liet producten voorlopig opslaan. Als het zover was, kon hij zijn spullen tegen gunstige prijzen verkopen, omdat hij in de periodes van malaise relatief weinig voor de grondstoffen had betaald.

    ‘Schoorsteenaristocraat' - De elite van Maastricht beschouwt Regout als een parvenu

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen