Home Dossiers Tweede Wereldoorlog Nederlandse economie bleef tijdens de Tweede Wereldoorlog intact

Nederlandse economie bleef tijdens de Tweede Wereldoorlog intact

Lange tijd bestond de indruk dat de economie van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog volkomen was ontwricht, maar dat klopt niet. De Duitsers lieten Nederlandse bedrijven doorwerken, waardoor de economie grotendeels intact bleef.

Nederlandse economie oorlog

Hein A.M. Klemann

Gepubliceerd op: 25 april 2016

Update 14 augustus 2024

Hitler in de Tweede Wereldoorlog
Dossier Tweede Wereldoorlog Bekijk dossier

De Nederlandse economie had in de oorlogsjaren veel minder te lijden dan vaak wordt aangenomen. Na de oorlog vermoedde Centraal Planbureau-directeur Jan Tinbergen al zoiets. Hij wilde de cijfers daarom herberekenen, maar dat werd hem door minister Gerard Huysmans van Economische Zaken (KVP) verboden. Met het oog op de Marshallhulp had hij liever niet dat de ellende werd afgezwakt.

Meer lezen over de Tweede Wereldoorlog? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in je inbox.

Eigenlijk is het niet verbazingwekkend dat het na mei 1940 economisch niet meteen slecht ging. Door de Duitse inval werd een van de grote problemen van de jaren dertig – de doorgesneden band met Duitsland – ongedaan gemaakt. De bezetter nam maar wat graag Nederlandse producten af. Eind 1940 beweerde Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart dan ook dat hij erin geslaagd was de werkloosheid in enkele maanden op te lossen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Je leest al vanaf €4,99 per maand.

De economie draaide tijdens WO2 gewoon door

Historici is lang ontgaan dat het economisch niet zo slecht ging. Ook zagen ze niet dat de winstcijfers in 1940 en 1941 gunstig waren. Veel beursgenoteerde ondernemingen keerden in die jaren het hoogste dividend uit in tien jaar tijd.

De Duitsers moesten in Europa bepalen hoe ze de veroverde gebieden zouden exploiteren. Het antwoord hing af van twee factoren: hoe efficiënt was de economie van het bezette land, en kon het rustig worden uitgebuit? West-Europese economieën waren uiterst productief, dit in tegenstelling tot die van Polen, Rusland en vooral Joegoslavië. Er was daarom alle reden West-Europa, maar ook Tsjechië, dat kolen, staal en machines produceerde, aan het werk te zetten.

West-Europa lange tijd buiten de frontlinie

Bovendien was de eigenlijke oorlogvoering in West-Europa vanaf juni 1940 tot juni 1944 ver weg. Deze gebieden vormden geen achterland van het front, waar vechtende eenheden alles aan onttrokken wat ze elders niet konden verkrijgen. Terwijl Polen, de Sovjet-Unie en Griekenland werden leeggeplunderd, kon West-Europa produceren. Het gevolg was dat Noorwegen, Denemarken, België, Nederland en Frankrijk 78 procent van de bijdragen van bezet gebied aan de Duitse oorlogsinspanning leverden, terwijl ze maar 23 procent van de onderworpen bevolking omvatten.

Afgezien van Noorwegen – dat langs zijn eindeloze kust verdedigingswerken moest aanleggen en die zelf moest betalen – was de Nederlandse bijdrage met 1611 rijksmark per hoofd van de bevolking groter dan die van enig ander land. Omgerekend ging het om 900 gulden, een jaarloon van een ongeschoolde arbeider.

Tussen 1938 en 1941 steeg het aantal banen met 260.000

De Duitsers betaalden de leveranciers in de West-Europese landen met geld uit de schatkist of de nationale bank van het bezette land. Dat resulteerde in financiële chaos, maar toch bleven de bedrijven gewoon doorproduceren.

Het is lastig om op basis van de CBS-cijfers te bepalen hoe de economie van Nederland ervoor stond. Volgens de CBS-cijfers uit 1946 was het nationaal inkomen in 1944 met 40 procent gedaald. Het is de vraag of dat wel klopt. Het CBS gaf in 1944 al aan dat het geen betrouwbare cijfers meer doorkreeg. Bedrijven vertrouwden het CBS niet, en hielden hun cijfers achter.

Herberekeningen laten zien dat de economie tussen 1938 en 1943 niet met 40 procent daalde, maar slechts met 12 procent. Aangezien de bezetter bijna de helft van de productie naar zich toe haalde, betekende het wel dat de bevolking het met de helft van het vooroorlogse inkomen moest zien te klaren. Tegelijk bleef de economie  functioneren. Daardoor was deze in 1945 weer gemakkelijk op gang te krijgen. Verhalen over verarming vallen zo te rijmen met een goeddeels intacte economie en met forse groei in sommige sectoren. Vooral in de metaal, de textiel, de voedingswaren en lederwaren –sectoren van direct belang voor de bezetter – nam niet slechts de productie, maar ook de productiecapaciteit toe.

Zelfoverschatting. Rijkscommissaris Seyss-Inquart beweerde dat hij de werkloosheid had opgelost

Niet alleen voor Nederland, maar voor heel Europa geldt dat de cijfers over de bezettingsjaren moeten worden bijgesteld. Een belangrijke reden daarvan is dat het deel van de productie dat zijn weg vond via zwarte markten nooit in de statistiek terechtkwam. In de statistieken lijkt de krimp daardoor groter dan feitelijk het geval was. Omgekeerd leidde legalisering van de clandestiene productie na de oorlog ertoe dat de statistieken een te hoge groei suggereren. De economische wonderen die zich na 1945 voltrokken, vallen zo goeddeels uit statistische vertekeningen te verklaren.

Ook de groeiende werkgelegenheid moet grotendeels in Nederland zelf worden gezocht. Tussen 1938 en 1941, toen de werkgelegenheid een hoogtepunt bereikte, groeide het aantal banen in de industrie en bij de overheid met 260.000 – dat is met 16 procent. Het aantal overheidsbanen steeg doordat er werk zat in de distributie, de prijscontrole en de organisatie van het bedrijfsleven, maar bijvoorbeeld ook in de controle van verduisteringsvoorschriften. Tegelijkertijd groeide de industrie doordat het nodig was voorheen geïmporteerde producten zelf te maken, maar ook door productie voor de bezetter.

Nederland produceerde tijdens de Tweede Wereldoorlog Duitse kinderbedjes en speelgoed

Duitsland had een oververhitte oorlogseconomie en had steeds nieuwe lichtingen soldaten nodig voor het front. Duitse bedrijven die hun orders niet aankonden, konden die overdragen aan bedrijven in bezet gebied. Soms ging het om militaire leveranties, maar Nederland produceerde behalve schepen, vliegtuigmotoren en uniformen bijvoorbeeld ook kinderbedjes en speelgoed.

Aangezien de bezetter vanaf 1942 het gebruik van grondstoffen steeds strikter controleerde, viel er buiten de landbouw en de agrarische industrie steeds minder te produceren waarvan de Duitsers geen weet hadden. Een groeiend deel van de productie was bestemd voor Duitsland.

Uiteindelijk bleef de Nederlandse economie grotendeels intact doordat de bezetter ons land liet produceren en doordat het ver van het front lag. Aangezien Nederland voor de bezetter van belang was, werd zijn bevolking – afgezien van de Joden – relatief goed behandeld. Toch nam Duitsland uiteindelijk bijna de helft van de productie mee zonder reële betaling. De bevolking verarmde daardoor schrikbarend, maar tot de Hongerwinter niet zodanig dat dit grote demografische gevolgen had.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 5 - 2016

Dossier Tweede Wereldoorlog

Anti-oorlogsactivisten probeerden  de Dodenherdenking ook in 1969 te ontregelen
Anti-oorlogsactivisten probeerden  de Dodenherdenking ook in 1969 te ontregelen
Artikel

Anti-oorlogsactivisten probeerden de Dodenherdenking ook in 1969 te ontregelen

De bekladding van het Nationaal Monument op de Dam door vermoedelijk pro-Palestijnse activisten in de vroege ochtend van 4 mei is geen primeur. In 1969 besmeurden activisten niet alleen het Verzetsmonument in Utrecht met rode verf, maar lieten zij ook twee rookbommen afgaan tijdens de Dodenherdenking. Destijds was het Amerikaanse oorlogsgeweld in Vietnam de aanleiding...

Lees meer
Adolf Hitler (links) met Jozef Tiso op het treinstation van de Wolfsschanze, zijn hoofdkwartier in Oost-Pruisen, oktober 1941.
Adolf Hitler (links) met Jozef Tiso op het treinstation van de Wolfsschanze, zijn hoofdkwartier in Oost-Pruisen, oktober 1941.
Artikel

Slowakije was voor Hitler en zijn trawanten een ‘modelstaat’

De Slowaakse Republiek gedroeg zich onder leiding van de geestelijke Jozef Tiso als trouwe vazal van de nazi’s. Tot tevredenheid van Adolf Hitler: ‘Interessant om te zien hoe dat katholieke priestertje ons de Joden aanlevert.’ De Conferentie van München in 1938 is een berucht staaltje internationale diplomatie. Tsjechoslowakije werd op de snijtafel gelegd: nazi-Duitsland mocht...

Lees meer
Engelsen geven zich over aan de Japanners. Singapore, 15 februari 1942.
Engelsen geven zich over aan de Japanners. Singapore, 15 februari 1942.
Artikel

De Britten bleken geen partij voor de Japanners

In februari 1942 veroverden de Japanners de stad Singapore, tot dan toe een Britse kolonie. Volgens premier Winston Churchill was deze nederlaag ‘de grootste ramp in de Britse militaire geschiedenis’. Het zou het einde betekenen van een wereldrijk. Ze staan er nog: de grote naar zee gerichte kanonnen van Fort Siloso op Sentosa, een eilandje...

Lees meer
De Duitse raketgeleerden Wernher von Braun (links) en Kurt Debus voor de Saturn 500F-raket, 26 mei 1966.
De Duitse raketgeleerden Wernher von Braun (links) en Kurt Debus voor de Saturn 500F-raket, 26 mei 1966.
Artikel

Operatie Paperclip: Hitlers geschenk aan de geallieerden

Duizenden wetenschappers uit nazi-Duitsland gingen in de jaren dertig en veertig aan de slag voor de geallieerden. De VS, Canada en het VK profiteerden van deze braindrain, die onder meer leidde tot de ontwikkeling van de atoombom. Op 17 oktober 1933 arriveerde Albert Einstein samen met zijn vrouw en enkele naaste medewerkers met een passagiersschip...

Lees meer
Loginmenu afsluiten