Smartphone
Het gedoe rond de lezing van Maat was sowieso wonderlijk, maar dat de hoogleraar het rapport met een potloodversie openbaar moest maken sloeg alles. Meer dan de helft van de Nederlanders heeft tegenwoordig een apparaatje, niet groter dan een pakje sigaretten, waarmee ze naar hartenlust teksten kunnen fotograferen. Als journalist laat ik ook steeds vaker mijn notitieboekje in mijn tas. Laatst nog, op station Arnhem, maakte ik snel voordat ik in de trein sprong met mijn smartphone een kopie van een geestige tekst.‘Kijk, mijn boek,’ zei ik toen we langs een boekhandelsetalage liepen met daarin een grote stapel 'Gouden jaren'. Waarop Karel lichtelijk ontgoocheld vaststelde: ‘O, je kopieert ze.’Kinderen kennen tegenwoordig al op jonge leeftijd het begrip ‘kopiëren’. Kleinzoon Karel was vijf jaar toen hij met zijn zusje bij ons kwam logeren. Toen hij met zijn moeder overlegde welk speelgoed hij zou meenemen, wist Karel stellig dat papier en potlood overbodig waren. ‘Oma schrijft boeken.’ ‘Kijk, mijn boek,’ zei ik trots toen we langs een boekhandelsetalage liepen met daarin een grote stapel Gouden jaren. Waarop Karel lichtelijk ontgoocheld vaststelde: ‘O, je kopieert ze.’ De vader van Gerda (1949) werkte in de jaren vijftig bij de Octrooiraad. ‘Hij moest foto’s maken van octrooien, 36 op een rolletje, en die ontwikkelen in de donkere kamer,’ vertelt Gerda. ‘Dag in dag uit ademde hij de chemische troep van de ontwikkelaar in. Nadat hij dat werk jaren had gedaan kreeg hij epileptische aanvallen. Hij werd toen bode, waarna de aanvallen gelukkig stopten. Toen mijn vader op latere leeftijd ziek werd, zei de dokter dat hij zeker wel een borreltje lustte. Nee. Mijn vader was altijd geheelonthouder geweest, maar door zijn werk in de donkere kamer had hij een vergrote lever gekregen.’
Jaren zestig: De studentenrevolte was onmogelijk zonder stencilmachineBegin jaren zeventig, tijdens mijn studentenbaan op de universiteit, maakte ik voor het eerst fotokopieën. In de postkamer waren enorme apparaten geïnstalleerd. Aanvankelijk mochten gewone stervelingen daar onder geen beding aan komen; de mannen van de postkamer stonden aan de knoppen. Later veranderde dat, maar ook toen mochten alleen zíj de papierladen bijvullen. Een ingewikkeld karweitje, waarvoor ze het pak met A4-vellen eerst vakkundig moesten losschudden. Wij, het andere universiteitspersoneel, stelden met een rechthoekig apparaatje met koperen pinnetjes de kopieermachine in werking en daarna telden de verspringende cijfers op deze sleutel het aantal kopieën dat wij voor onze vakgroep maakten.
Felroze correctielak
In de jaren zeventig had het kopieerapparaat geleidelijk de stencilmachine verdrongen. Stencilen was vanaf de jaren veertig dé manier geweest om teksten te vermenigvuldigen. Pamfletten, vlugschriften, schoolkranten, syllabi en losbladige onderwijsmethoden - allemaal werden ze gestencild. De studentenrevolte van 1968 was waarschijnlijk onmogelijk geweest zonder stencils. Toen de mobiele telefoon en social media nog moesten worden uitgevonden, waren stencils de goedkoopste en snelste manier om informatie te verspreiden. Je tikte een tekst op een met was bedekt moedervel. Op de plekken die werden ingedrukt verdween de was en daar werd de inkt doorgelaten.Dat stencils er vlekkerig uitzagen, maakte niet zoveel uitDat gebeurde wanneer je het moedervel op een trommel met inktrollen had gespannen en die trommel ronddraaide. Bij elke ronde kwam er een afdruk op papier. Tikfouten corrigeerde je met felroze correctielak. Ook moest je zo gelijkmatig mogelijk typen, anders kwamen er zwarte vlekken bij de letters die met te veel geweld waren aangeslagen.

