Home Dossiers Oudheid Cederhout voor de farao

Cederhout voor de farao

  • Gepubliceerd op: 18 november 2022
  • Laatste update 21 nov 2022
  • Auteur:
    Teun Willemse en Bram van der Wilt
  • 4 minuten leestijd
Cederhout voor de farao
Cover van
Dossier Oudheid Bekijk dossier

De stad Byblos, in het huidige Libanon, werd rijk dankzij de verkoop van cederhout. Dat rook lekker en was geschikt voor de bouw van zeewaardige schepen en gigantische paleizen. Handelaren kwamen zelfs vanuit Egypte naar Byblos om het hout te kopen.

Rond 3200 v.Chr. ontdekten de inwoners van Byblos dat ze goud in handen hadden. In het huidige Libanongebergte achter de stad lagen uitgestrekte bergwouden vol cederbomen. Deze groeiden tot wel veertig meter hoog, en hoewel de cederbomen dikke stammen hadden, was het hout relatief licht. Omdat de houtsoort bovendien regenbestendig was en nauwelijks kromp, vormde het de perfecte grondstof voor de bouw van schepen, dakbalken en meubels.

De ruïnes van het antieke Byblos. Een twaalfde-eeuws kruisvaarderskasteel torent boven de oude havenstad uit

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €3,99 per maand, de eerste maand €1,- Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Via bergstromen vervoerden inwoners de reusachtige boomstammen naar Byblos, waar ze werden verkocht als luxe handelswaar. Vanuit de havenstad voeren schepen gemaakt van cederhout naar Mesopotamië en Egypte. Deze vaartuigen waren zo zeewaardig dat de Egyptenaren ze een speciale naam gaven: Byblosschepen.

Deze bronzen figuren met gouden rokken en punthoeden zijn inmiddels symbolisch voor Byblos.

Langs de Nijl groeiden geen hoge bomen met dikke stammen, dus wendden de Egyptische farao’s hun blik naar het noorden. Het cederhout was bij uitstek geschikt voor de bouw van hun gigantische paleizen en tempels. De aangename geur van het cederhout maakte de grondstof extra aantrekkelijk voor de Egyptenaren, die de hars ook nog eens gebruikten als lijm, olie en mummificatiemiddel.

Een kistje uit Byblos met de naam van de Egyptische farao Amenemhat IV op het deksel.

Het cederhout zorgde voor een bijzondere band tussen Byblos en Egypte: de Egyptenaren zagen Byblos als een legendarisch, exotisch oord. De stad komt voor in verschillende Egyptische reisverhalen, waarin de farao handelaars naar Byblos stuurt om het cederhout op te halen. Als goddelijke heersers was het voor farao’s eigenlijk onmogelijk om te handelen met de ‘wereldlijke’ koningen van Byblos, maar daar werd een oplossing voor gevonden. In plaats van ruilhandel brachten de Egyptenaren geschenken mee voor de godin van Byblos, waarvan een flink stuk door lokale handelaren werd afgeroomd.

Herstel van het cederwoud

De cederboom is nog altijd het nationale symbool van Libanon; de boom prijkt zelfs op de Libanese vlag. Door illegale ontbossing, overbegrazing en bosbranden zijn grote delen van de omvangrijke cederbossen de afgelopen decennia verloren gegaan. Ngo’s proberen de historische cederwouden nu in ere te herstellen door hoog in de Libanese bergen nieuwe cederzaden te planten.

Het Libanese cederbos op een foto uit circa 1857 Bomen van 40 meter hoog zijn inmiddels zeldzaam

In het eerste millennium voor Christus maakten de Feniciërs in Byblos zich steeds verder los van Egypte. Het werd een van de plaatsen waar het alfabet vorm kreeg; bij opgravingen zijn veel Fenicische inscripties gevonden waarin heersers van Byblos hun eigen belangrijke status benadrukken. Hoewel Byblos de toegangspoort tot het cederhout bleef, werd de stad overvleugeld door andere Fenicische havensteden als Tyrus, Sidon en Mykene. Toen de Romeinen Byblos rond het begin van de jaartelling veroverden, moest de stad zichzelf opnieuw uitvinden. In de Romeinse tijd werd de stad daarom omgetoverd tot bedevaartsoord voor de godheid Adonis.

De koningen van Byblos worden begraven met dure voorwerpen, zoals deze spiegel met gouden handvat.

Expositie over Byblos

Dit beeldessay is gemaakt naar aanleiding van de tentoonstelling Byblos. ’s Werelds oudste havenstad in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Meer dan 500 objecten, waaronder topstukken uit het Nationaal Museum van Beiroet, het Louvre, het British Museum en het American University of Beirut Archaeological Museum, vertellen het verhaal van deze bijzondere stad. De tentoonstelling is tot en met 12 maart 2023 te bezoeken.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 12 - 2022