In de naoorlogse jaren stond de agrarische sector in het teken van schaalvergroting, die voedselzekerheid moest opleveren. Maar al snel ontstonden er zorgen over bijkomende milieuproblemen. Een gemengd gezelschap van onder meer biologische, biodynamische en macrobiotische boeren probeerde daarom tegen de trend van schaalvergroting in te gaan. Daarmee bereikten ze een selecte groep van klanten die alternatieve winkels bezochten.
Vanaf de tweede helft van de jaren tachtig kregen ook reguliere supermarkten interesse in voedsel met bijvoorbeeld een EKO-keurmerk. Daardoor werd de markt voor dat voedsel veel groter, maar raakte het oude kernideaal van kleinschaligheid grotendeels uit zicht. Behalve in de marketing, waarin het begrip vanwege zijn vaagheid nog dankbaar werd gebruikt.
