Moslims hebben de religieuze plicht om minstens één keer in hun leven af te reizen naar Mekka, tijdens de hadj. Arabist Richard van Leeuwen onderzocht pelgrimsverslagen uit de afgelopen zeven eeuwen. Al die verslagen hebben een aantal onderwerpen gemeenschappelijk. Zo behandelen ze in ieder geval de voorschriften die rondom de hadj moeten worden nageleefd en voorzien ze reizigers van praktische adviezen en aanbevelingen. De pelgrimage was immers een behoorlijk risicovolle onderneming, al was het maar vanwege de besmettelijke ziekten, de ‘Mekka-koorts’, die er rondom de karavaan heersten. Vooral cholera greep zo nu en dan onverbiddelijk om zich heen.
Daarnaast komt de innerlijke ervaring van de hadj aan bod, het ‘verlangen naar Mekka’ dat ‘sjauq’ genoemd werd. Esoterische denkers van de islam schurkten tegen het neoplatonisme aan, net zoals de christelijke mystici trouwens, en zagen in de tastbare werkelijkheid een afspiegeling van een abstracte goddelijke Essentie. In die zin is de hadj een loutering, een spirituele reis naar de goddelijke waarheid. Deze elementen komen de afgelopen zeven eeuwen allemaal terug in het traditionele pelgrimsverslag.
Toch is er ook een historische ontwikkeling in de verslaglegging van de hadj te bespeuren. Vooral in de negentiende eeuw, toen Europese mogendheden als Groot-Brittannië en Frankrijk grote delen van Afrika en Azië hadden gekoloniseerd, boden religieuze verplichtingen als de hadj een houvast voor de gekrenkte trots en het religieuze elan van de moslims. Hervormingsdenkers als Rashid Rida (1865-1938) benadrukten de relatie tussen politiek en religie in de islam. De Europese kolonisatoren vreesden vooral het panislamisme, het eensgezinde islamitische verzet tegen het koloniale gezag. In Nederlands-Indië was het de voedingsbodem voor de Atjeh-oorlog tussen 1873 en 1904. De Leidse islamist Christiaan Snouck Hurgronje waarschuwde de Nederlandse overheid voor de mobiliserende werking van de hadj als instrument van wereldwijde opstandigheid tegen het koloniale gezag.
Dat zijn slechts enkele lijnen die Van Leeuwen in zijn vuistdikke studie van de hadj heeft uitgezet. Hij snijdt nog een keur van andere onderwerpen aan, zoals Europese bekeerlingen tot de islam, de deelname van vrouwen aan de hadj en de opkomst van de koffie- en tabakscultuur in het Midden-Oosten. Die overvloed is zo hier en daar te veel van het goede, maar uiteindelijk beklijft zijn doorwrochte analyse van de betekenis van de hadj als een van de zuilen van de islam. Een belangwekkende studie.
Naar Mekka. De hadj in zeven eeuwen reisverslagen
Richard van Leeuwen
416 p. Van Oorschot, € 39,99

