Home Pronken op je paasbest

Pronken op je paasbest

Veel gezinnen kochten een halve eeuw geleden maar één keer per jaar nieuwe kleren. Die deden ze met Pasen aan naar de kerk. Daar voltrok zich een modeshow met nieuwe hoeden en jurken, zo schrijft Annegreet van Bergen.

Pronken op je paasbest

Annegreet van Bergen

Schrijfster en journalist

Gepubliceerd op: 25 oktober 2017

Update 15 mei 2025

Tegenwoordig bestaat er niet alleen fastfood, maar ook fast fashion: zo veel mogelijk kleding (ver)kopen tegen een zo laag mogelijke prijs. Over deze goedkope, aan snel bederf onderhevige kleren vertelde journalist Lisa Koetsenruijter in de Volkskrant van 17 juli 2017: ‘Was het vroeger normaal om twee à vier collecties per jaar te produceren, nu komen ketens elke week met nieuwe items. Van ontwerp tot winkel: het duurt bij Zara soms maar paar weken. Zodat wij maar blijven kopen.’

Dit artikel krijg je van ons cadeau

Wil je ook toegang tot HN Actueel? Hiermee lees je dagelijks geschiedenisverhalen met een actuele aanleiding op onze website en ontvang je exclusieve nieuwsbrieven. Sluit hier een abonnement af en je hebt direct toegang.

Meer columns lezen? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in je inbox.

Vanwege de slechte betaling van textielwerkers in landen als Bangladesh, de grote milieubelasting en de 135 miljoen kilo textiel die alleen al in Nederland elk jaar als afval in de verbrandingsovens verdwijnt, doet Koetsenruijter niet meer aan fast fashion mee en koopt zij alleen nog maar ‘verantwoord’.

Maar ook wie niet in het wilde weg kleding koopt en zuinig is op zijn of haar kleren, heeft nog steeds veel en veel meer in de kast hangen dan een halve eeuw geleden gebruikelijk was. Toen naaiden moeders uit één lap stof eenzelfde jurk voor al hun dochters. Mieke (1957): ‘Ik was de jongste van vier meisjes. Jarenlang had ik – weliswaar een maatje groter – steeds dezelfde jurk aan. Ik moest de jurken “afdragen” waar mijn zussen uit gegroeid waren.’

Greet (1943) was achttien toen ze voor het eerst van haar leven een gekóchte jurk kreeg. ‘Een nauw aangesloten lijfje met boothals en daaronder een wijde rok. De stof had een witte ondergrond met zwarte bladeren en oranje bloemen. We kochten een jurk omdat ik onverwacht een feest had en mijn moeder niet zo gauw een nieuwe jurk kon naaien. Die gekochte jurk was een uitzondering; ze maakte nog kleren voor me toen ik al het huis uit was en als onderwijzeres werkte.’

Greet en haar moeder gingen twee keer per jaar met de bus naar Coovers in Leeuwarden om daar stof te kopen. Coovers was een befaamde stoffenzaak van het soort dat indertijd in vrijwel elke stad zat. Op het eerst gezicht leek het alsof er in hun etalages kant-en-klare jurken en bloesjes stonden, maar het waren lappen die door etaleuses tot elegante kledingstukken geplooid en gevouwen waren.

‘Bij ons op het dorp bekeek iedereen elkaars kleren’

Greet: ‘Thuis zochten we in de Marion een patroon uit. Bij de Marion zat een groot, uitvouwbaar inlegvel met allerlei elkaar kruisende lijnen: gewone lijnen, streepjeslijnen, stippellijnen, lijnen van streepjes met kruisjes – elk patroon had zijn eigen lijn. Dat inlegvel legde mijn moeder op het patroonpapier en dan rolde ze met een radeerwieltje langs de lijnen van het patroon. Zo drukte ze het patroon op het papier af. De patroondelen knipte ze uit en legde ze op de stof, en ze markeerde de omtrek met rijgdraad. Daarna knipte ze de delen uit en reeg ze aan elkaar. Dan moest ik passen, en als het allemaal goed zat, naaide ze de delen op de trapnaaimachine aan elkaar.’

Je in het nieuw steken gebeurde in de meeste gezinnen volgens een vast ritme, vaak maar één keer per jaar. Pasen was daarvoor de gelegenheid bij uitstek. Heidy (1955): ‘Het maakte niet uit of Pasen vroeg of laat viel, en of het koud was of niet – met Pasen kreeg je nieuwe kleren en dan was je op je “paasbest”. Je had het er al lang van tevoren met andere kinderen uit de straat over wat jij met Pasen aan kreeg. Bij ons in het dorp gingen de mensen allemaal naar de kerk en daar liep dan iedereen naar iedereen te kijken. Het was een soort modeshow; vrouwen pronkten met nieuwe hoedjes, meisjes met nieuwe jurken. Ik was nogal een sloddervos, met afgezakte kousen, waardoor het allemaal een beetje langs me heen ging. Maar mijn vriendinnetjes met hun keurige kniekousen, spierwit van het blauwsel, vonden het allemaal heel belangrijk.’

Haar nieuwe rok en blouse mocht Heidy het eerste jaar alleen op zondag aan. ‘In het voorjaar en hartje zomer. Behalve wanneer het bloedheet was; dan deden we onze bovenkleren uit en hadden we alleen een hemd en onderbroek aan. Maar dan moesten we wel achter het huis blijven.’

Vroeger brachten mensen oude kleren niet naar de kringloop, maar gebruikten ze zelf opnieuw. ‘Ik was waarschijnlijk een van de eerste Nederlandse kinderen met een wollen maillot,’ vertelt een bejaarde dame. ‘Mijn moeder had hem gemaakt van een oude trui; de mouwen deden dienst als pijpen. Hij was warm, maar hij kriebelde vreselijk.’ Worden kriebelkleren nu zonder pardon weggegooid, ook daar was in het naoorlogse Nederland geen sprake van.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 11 - 2017

Nieuwste berichten

Eustatius van Boulogne op het tapijt van Bayeux
Eustatius van Boulogne op het tapijt van Bayeux
Artikel

Gaf een koningsmoordenaar opdracht voor het Tapijt van Bayeux?

Op het Tapijt van Bayeux speelt graaf Eustatius van Boulogne een heldenrol. Maar volgens de kronieken was hij een lafaard – of erger. Liet hij het borduurwerk maken om zijn naam te zuiveren? In het British Museum wordt momenteel het Tapijt van Bayeux tentoongesteld. Het is een van de belangrijkste bronnen over de Slag bij...

Lees meer
Allegorie op de Pacificatie van Gent. De Nederlandse Leeuw bewaakt het toegangshek naar de Hollandse Tuin met de zeventien provincies. Spaanse soldaten hebben de tuin omsingeld. Naar ontwerp van Adriaen Pietersz van de Venne, circa 1624.
Allegorie op de Pacificatie van Gent. De Nederlandse Leeuw bewaakt het toegangshek naar de Hollandse Tuin met de zeventien provincies. Spaanse soldaten hebben de tuin omsingeld. Naar ontwerp van Adriaen Pietersz van de Venne, circa 1624.
Artikel

De Pacificatie van Gent was een verdeelde vrede

De Pacificatie van Gent wordt wel gezien als een eerste onafhankelijkheidsverklaring van de Nederlanden. Katholieken en protestanten, steden en adel verenigden zich om de muitende soldaten van het Habsburgse leger het land uit te krijgen. Maar waren de ondertekenaars wel zo eensgezind? Op 8 november 1576 schalden de trompetten over de Botermarkt in Gent. Een...

Lees meer
Japanse soldaten marcheren langs een Britse militaire post bij Shanghai, 1937.
Japanse soldaten marcheren langs een Britse militaire post bij Shanghai, 1937.
Recensie

De Tweede Wereldoorlog transformeerde Azië

Voor Aziaten was de Tweede Wereldoorlog misschien wel ingrijpender dan voor Europeanen, bewijst sinoloog Hans van de Ven. Al langer klinkt er kritiek op onze nogal eurocentrische blik op de Tweede Wereldoorlog. De oorlog in China die in 1937 al begon, de hongersnoden in Bengalen en op Java en militaire operaties zoals het Japanse offensief...

Lees meer
VWO-leerlingen tijdens hun eindexamen, 8 mei 2026.
VWO-leerlingen tijdens hun eindexamen, 8 mei 2026.
Opinie

Geschiedenisonderwijs dreigt staatsopvoeding te worden 

Geschiedenislessen in de bovenbouw van het middelbaar onderwijs zullen vanaf 2030 zijn gericht op het opvoeden van leerlingen tot goede burgers met bepaalde gewenste opvattingen. Dat wil tenminste de commissie die de concept-examenprogramma’s heeft opgesteld in opdracht van het ministerie van OCW. Het vak geschiedenis dreigt hiermee te verworden tot staatspedagogiek.  De concept-examenprogramma’s voor het...

Lees meer
Loginmenu afsluiten