Home De waarheid onder vuur

De waarheid onder vuur

In zijn openingsrede tijdens het Geschiedenis Festival op 5 oktober jongstleden deed schrijver Geert Mak een hartstochtelijke oproep. In deze tijden van alternative facts en identiteitspolitiek moeten historici zich meer laten horen, op basis van feiten. ‘De urgentie is groot.’

De waarheid onder vuur

Geert Mak

Gepubliceerd op: 14 november 2019

Update 5 februari 2025

Bijna drie jaar geleden, op vrijdag 20 januari 2017, vond de inauguratie plaats van de 45ste president van de Verenigde Staten. Het was in alle opzichten een bijzondere manifestatie. Er brak, precies op het moment dat de nieuwe president het woord nam, een stortbui los. ‘Ik voelde het water over mijn gezicht lopen,’ schreef politiek verslaggever Mark Danner. ‘Toch verstreken er maar een paar uur, of ik hoorde dat ik me had vergist.’ Het bleek nooit geregend te hebben. Op een van de inauguratiebals had de nieuwe president het over de dreigende regen ‘die gewoon… nooit kwam’. Aan het personeel van de CIA vertelde hij dat ‘dat God naar beneden keek en zei: “We gaan het niet laten regenen tijdens jouw toespraak.”’

Dit artikel krijg je van ons cadeau

Wil je ook toegang tot HN Actueel? Hiermee lees je dagelijks geschiedenisverhalen met een actuele aanleiding op onze website en ontvang je exclusieve nieuwsbrieven. Sluit hier een abonnement af en je hebt direct toegang.

De volgende dag kneedde de kersverse president de feiten verder naar zijn hand: de inauguratie was een onvoorstelbare gebeurtenis geweest, met – aldus zijn woordvoerder – ‘het grootste publiek dat ooit een eedsaflegging heeft gadegeslagen, zowel persoonlijk als wereldwijd’. In werkelijkheid waren er, volgens alle gangbare tellingen, duidelijk minder mensen komen opdagen dan bij eerdere inhuldigingen. Luchtfoto’s bevestigden dat beeld. Volgens de president was het tegendeel het geval: ‘Ik zag het toch zelf?’ Er moesten nieuwe foto’s komen, ook in de pers. De presidentiële woordvoerster introduceerde de term alternative facts en de opvatting dat wetenschap ‘ook maar een opinie’ was.

Zo begon een uniek Amerikaans presidentschap, dat, zoals altijd, een sterke uitstraling had over de rest van de westerse wereld. Maar bij ons journalisten, historici en anderen die voortdurend bezig zijn met het onderzoeken, ordenen en verifiëren van juist diezelfde feiten, gingen alle alarmbellen af. Dit ging over de fundamenten van ons vak – sterker nog: van onze taak in deze wereld. Dark Age Ahead – onder deze onheilspellende titel publiceerde de legendarische stadssociologe Jane Jacobs in 2004, vlak voor haar dood, een laatste pamflet. Dat onttakelingsproces is nu, vijftien jaar later, inderdaad in volle gang, en het is belangrijk dat we dat, op deze knusse toogdag van Nederlandse historici, goed voor ogen houden.

Kort voor de verkiezing van president Trump en het Brexit-referendum had de staf van Oxford Dictionaries het woord post-truth uitverkozen tot het ‘Woord van het Jaar’ 2016. Post-truth: de situatie waarbij feiten minder invloed hebben op de vorming van een mening dan emoties, vooroordelen en persoonlijke overtuigingen. Dat nieuwe Woord van het Jaar vormde een fundamentele breuk met de uitgangspunten van de westerse denktraditie waarin onderzoek en verificatie van de feiten centraal stonden, en die zeker drie eeuwen bepalend was geweest voor ons deel van de wereld.

Geschiedenis is op dit moment veel meer dan een interessante hobby

Natuurlijk heeft er altijd discussie bestaan over de feiten, en over de interpretatie van die feiten. Telkens weer werden gevestigde meningen uitgedaagd. Zo hoort dat ook. Maar de afgelopen jaren gebeurde er iets anders. Willens en wetens klinkklare onwaarheden verkondigen en welbewust liegen werden nu schijnbaar normale onderdelen van het publieke debat. We kenden het fenomeen uit de Sovjettijd en uit andere totalitaire systemen. Nu werd het ook gangbaar in ons deel van de wereld. Opeens stond de waarheid zelf onder vuur.
De wereld van de geschiedenis is daarvoor extra kwetsbaar. Geschiedenis is immers geen exacte wetenschap; het is geen systeem van absolute waarheden. Het is daarentegen een niet-eindigend proces, een voortdurend heroverwegen, een permanente discussie – en als die discussie wordt geblokkeerd of weggecensureerd, verdwijnt de waarheid uit het zicht. Toch wordt die neiging, na een periode van openheid, op veel plekken in Europa weer sterker.

In Polen is het strafbaar gesteld om de rol van de Polen zelf tijdens de Holocaust aan de orde te stellen, althans formeel. Het schitterende Tweede Wereldoorlogmuseum in Gdansk is onder staatstoezicht gesteld. In Oekraïne is, om soortgelijke reden, het epos Stalingrad van Anthony Beevor verboden. In Hongarije mag niets meer gezegd worden over de rol van de beruchte Pijlkruisers. De staatsgeschiedenis is, kortom, weer stevig in opmars.

In de Verenigde Staten en West-Europa ontstaan op dit moment andere vormen van censuur. Jane Jacobs voorzag in haar pamflet een accentverschuiving van de logos – de rationaliteit, de nieuwsgierigheid – naar de mythos, de wereld van onwrikbare geloofswaarheden. Ze sprak over het ontstaan van een ‘zelfopgelegd isolement’, een ‘vestingmentaliteit’ en een ‘culturele xenofobie’. Dit soort denkblokkades zie je inderdaad ook ontstaan: uit de identiteitspolitiek, de identiteitswetenschap en het identiteitsonderwijs groeien momenteel nieuwe vormen van groepsdwang, die iedereen ongenadig vastspijkeren op zijn afkomst en die elke vraag en elke discussie smoren. Dat kan ver gaan: ik weet dat universitair historici en docenten bepaalde kwesties nu al liever in besloten kring aan de orde stellen om al te grote keet te vermijden. Zelfs op onze scholen en universiteiten heeft de waarheid het tegenwoordig soms zwaar.

‘Post-truth is pre-fascisme,’ schreef Timothy Snyder in zijn pamflet De weg naar onvrijheid. ‘Het verlaten van de feiten is het verlaten van de vrijheid. Als er niets meer waar is, kan niemand nog de macht bekritiseren; er bestaat immers geen grond meer waarop je dat kunt doen.’

Die magische en mythische omgang met de werkelijkheid heeft zeker van doen met de overweldigende opkomst van internet, de eenentwintigste-eeuwse uitvinding van de boekdrukkunst waarvan we de consequenties op dit moment nog lang niet kunnen overzien. Het heeft echter ook te maken met het onderwijs – en dan doel ik nog niet eens op de indoctrinatie die in sommige landen en sommige kringen sinds jaar en dag gebruikelijk is. Het is – daar ben ik van overtuigd – ook een onbedoeld effect van een onderwijssysteem dat er al jarenlang voornamelijk op gericht is graden, titels en punten te verschaffen in plaats van opleiding en opvoeding, en dat jonge generaties daardoor extra kwetsbaar heeft gemaakt voor deze betoverende magie.

Wij, zoals we hier bijeen zijn, onderzoeken, beschrijven, doceren en overdenken niet alleen geschiedenis, we beléven ook geschiedenis, zeker in deze jaren. Geschiedenis is op dit moment veel meer dan een interessante hobby. Onze lezers, onze studenten, onze leerlingen – ze smeken om duiding, om middelen om in deze chaos weer lijnen uit te zetten en om iets van die vaak ongrijpbare waarheid te heroveren op wereld van de mythe en de aperte leugen.

Vandaar mijn oproep. Academici en andere historici, breek uit uw zolderkamers, roer u meer dan ooit in het publieke debat – met feiten, cijfers, argumenten en tegenargumenten –, maak de historische discussie, juist met alle twijfel en nuance die daarbij horen, weer aanschouwelijk voor het brede publiek. En wie in het onderwijs werkt: jullie taak en verantwoordelijkheid is, ondanks alle tegenwerking, groots: leerlingen opvoeden, leren nadenken, en hun inzicht geven in historische processen en parallellen – met, tegelijk, alle voorzichtigheid die daarbij hoort. Jullie kunnen, zeker in deze tijd, de docenten worden die je nooit zult vergeten.

De urgentie is groot. Want het regent wel degelijk. Het regent zelfs keihard, en het water druipt over onze gezichten.

Geert Mak is socioloog, journalist en schrijver van geschiedenisboeken.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 12 - 2019

Nieuwste berichten

Pieter Jan Foppesz en zijn gezin
Pieter Jan Foppesz en zijn gezin
Artikel

De gelukkigste kinderen ter wereld

Nederlandse kinderen werden eeuwenlang aan steeds andere pedagogische idealen onderworpen. Soms was het credo orde en tucht, dan weer ongedwongenheid. Wat heeft dat uiteindelijk opgeleverd? In 1530 schilderde Maarten van Heemskerck de Haarlemse koopman en schepen Pieter Jan Foppesz en zijn gezin. Het is een van de oudste gezinsportretten uit de Lage Landen. Pieter Jan...

Lees meer
De Tijdreiziger door Philip Dröge
De Tijdreiziger door Philip Dröge
Interview

‘De tijd trekt zich nergens iets van aan’

In zijn nieuwe boek De Tijdreiziger reist Philip Dröge de wereld over om te onderzoeken hoe complex en cultureel bepaald ons begrip van tijd is. Onderweg ziet hij hoe volken de tijd eeuwenlang verschillend hebben beleefd. ‘Maar als er één ding over is van het kolonialisme, dan is het hoe de hele wereld tot vandaag...

Lees meer
Kees van Kooten (links) en Wim de Bie als Jacobse en Van Es.
Kees van Kooten (links) en Wim de Bie als Jacobse en Van Es.
Recensie

Nagenieten van vele VPRO-programma’s

De VPRO bestaat 100 jaar. Ter gelegenheid daarvan schreef Jan Haasbroek een aanstekelijk overzicht van alle spraakmakende radio- en tv-programma’s. ‘Vandaag spreken wij u over het thema “Halszaak of mestoverschot”. En waarheen? Ach ja, luisteraars, het mestoverschot… Juist, een goede morgen dus…’ Wie in de jaren tachtig naar het VPRO-radioprogramma Het Gebouw luisterde, herkent de...

Lees meer
Oscar Kocken
Oscar Kocken
Interview

Oscar Kocken: ‘Het mooiste aan geschiedenis is dat we dingen niet zeker weten’

Oscar Kocken is op 17 oktober presentator van het Geschiedenis Festival. Als kind was hij ervan overtuigd dat hij historicus of archeoloog zou worden. Het werd uiteindelijk de theaterwereld, maar in podcasts en voorstellingen keert hij geregeld terug naar de geschiedenis. ‘Ik vind het een grote eer,’ zegt Kocken over zijn rol op het Geschiedenis...

Lees meer
Loginmenu afsluiten