Fred Kaplan laat op basis van uitgebreid archiefonderzoek zien hoe dit vraagstuk leidde tot een huiveringwekkende ‘logica’. Tijdens de Koude Oorlog boden alle krijgsmachtonderdelen tegen elkaar op bij de opbouw van een nucleair arsenaal dat vanaf raketsilo’s, onderzeeërs en bommenwerpers kon worden ingezet. Bij een ‘massale vergelding’ konden honderden doelwitten elk voor de zekerheid met dozijnen atoomwapens worden bestookt. Voor beperkte inzet was in de atomaire logica geen plaats. Een conflict zou onvermijdelijk tot 250 miljoen doden leiden.
Uit de analyse van Kaplan blijkt dat Amerikaanse presidenten toch ongeveer 25 keer serieus de inzet van nucleaire wapens hebben overwogen. De angst voor ‘wederzijdse gegarandeerde vernietiging’ heeft de catastrofe afgewend en vanaf John F. Kennedy hebben Amerikaanse beleidsmakers de nucleaire honger van de krijgsmacht geleidelijk doorbroken. Mede door verdragen met de Sovjet-Unie kon het dodelijke arsenaal langzaam worden verminderd. Kaplan sluit echter af met een apocalyptische cliffhanger. Sinds president Trump in augustus 2017 Noord-Korea bedreigde met ‘vuur en vlam’ is de nucleaire vakantie weer voorbij. Het ondenkbare blijkt weer mogelijk.
Jaap Verheul is historicus en docent aan de Universiteit Utrecht.
The Bomb: Presidents, Generals, and the Secret History of Nuclear War
Fred Kaplan
384 p. Simon & Schuster, € 27,60

