De wet stelt grenzen in landen met een democratisch, rechtsstatelijk kader. In de Bondsrepubliek Duitsland zijn na de ervaring van twee totalitaire regimes strikte grenzen getrokken tussen binnenlandse dreigingen in kaart brengen en buitenlandse inlichtingen verzamelen, en tussen openbare bronnen bekijken en de privésfeer van mensen binnendringen – bijvoorbeeld door ze af te luisteren of te schaduwen. Nederland is daarin iets gemakkelijker. Maar in beide landen geldt: als je die grenzen wilt overschrijden, moet je eerst toestemming vragen. En als je die krijgt, volgt er strikte controle. Ook het parlement mag dan meekijken via speciale commissies.
Speciale editie: De wederopstanding van China
- Ontdek de lange geschiedenis van de Rode Draak
- Van de Zijderoute tot de Chinese Droom
- Inclusief: het verlies van Taiwan
Historisch Nieuwsblad tijdelijk al vanaf 4,99 per maand
- Ontdek onbekende feiten en verbanden met tophistorici
- Lees & luister en krijg volledige toegang
- Papier én digitaal via de Historisch Nieuwsblad-app
Dat lijkt op papier redelijk netjes geregeld. Maar Emma van der Meulen doet aan de Universiteit Leiden promotieonderzoek naar de aansturing van inlichtingen- en veiligheidsdiensten, en concludeert dat die historisch gegroeide kaders op barsten staan. In de eerste plaats zijn bovengenoemde grenzen illusoir in deze tijd van hybride oorlogsvoering, Russische desinformatie, extremisme en terrorisme. In de tweede plaats zijn de dreigingen zo ongeordend en chaotisch, dat het steeds lastiger is om van tevoren prioritering aan te brengen. Een voorbeeld: toen in 2014 vlucht MH17 werd neergehaald, had niemand Oekraïne nog als onderzoeksgebied aangemerkt. In de derde plaats – en dat is misschien wel het meest verontrustend – hebben de geheime diensten precies daarom meer sturing nodig, waardoor het boodschappenlijstje onherroepelijk politieker wordt.
En daar zit de crux. Want hoe moet het dan met Kamerleden wier sympathie voor Rusland omgekeerd evenredig is aan hun waardering voor democratische rechtsstatelijkheden? In Duitsland worden AfD’ers uit de controleorganen van de Bondsdag geweerd. In Nederland is het reglement van orde voor de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (‘Commissie Stiekem’) zodanig aangepast, dat de fractievoorzitters van de grootste partijen niet meer automatisch lid zijn. Maar als we de politiek wat meer op afstand houden en de diensten zelf laten beslissen welke opponenten ze op hun lijstje zetten, zoals een nieuw wetsontwerp voorstelt, werpen ze het net heel breed uit. Dan komen de grondrechten van burgers misschien automatisch in de knel.
Het zijn niet zozeer de technologische veranderingen of de nieuwe Russische dreiging die maken dat we op een historische tweesprong zijn aanbeland, maar de vraag hoe democratisch het boodschappenlijstje van onze spionnen nog tot stand komt.