Home Dossiers Fout in de oorlog Auke Kok: ‘Mussert had je buurman kunnen zijn’

Auke Kok: ‘Mussert had je buurman kunnen zijn’

  • Gepubliceerd op: 27 apr 2026
  • Update 21 apr 2026
  • Auteur:
    Bas Kromhout
Anton Mussert met zijn vrouw Rie tijdens een Hagespraak in Lunteren, 22 juni 1940.
Kampen voor foute Nederlanders
Dossier Fout in de oorlog Bekijk dossier

Hij was eerzuchtig, brutaal en zonder empathie. Maar ook getalenteerd, dapper en eigenlijk best charismatisch. Anton Mussert krijgt van zijn biograaf Auke Kok een menselijk gezicht. ‘Ik heb de indruk dat zijn vader altijd over zijn schouder meekeek.’

Het begon met dozen vol brieven en ander persoonlijk materiaal van Anton Mussert. Ze lagen al jaren in de kluis van het NIOD in Amsterdam, vrijwel onaangeroerd. Dat vond de collectiespecialist René Kok zonde, dus vroeg hij vier jaar geleden aan journalist en schrijver Auke Kok (geen familie) of hij er iets mee wilde doen. Maar die aarzelde. ‘Ik zag ertegenop, dat mag je gerust weten,’ zegt Auke Kok. ‘Ik heb al vaak over de oorlog geschreven en twijfelde of ik weer in die krochten wilde afdalen. Maar na een aantal ochtenden neuzen in die brieven heb ik gezegd: oké, ik doe het.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Lees de eerste maand met korting voor €1,99

Wat trok jou over de streep?

‘De dozen bleken allerlei persoonlijke dingen te bevatten, zoals correspondentie met zijn latere vrouw en interviews met collega’s op het Utrechtse provinciehuis. Ik dacht, op basis hiervan kan ik een biografie schrijven waardoor je hem beter leert kennen. Want ik wilde niet in herhaling vallen. Edwin Klijn en Robin te Slaa hebben het hele NSB-archief al grondig uitgeplozen en beschrijven in hun dikke boeken wat er allemaal gebeurde binnen de verschillende afdelingen van de beweging. Maar zij doen weinig aan human interest.’

Uit jouw boek blijkt dat Musserts vader een belangrijke figuur in zijn leven was.

‘Uit alles blijkt dat hij die vader adoreerde. Hij was schoolhoofd in Werkendam en kon meeslepend vertellen over de vaderlandse geschiedenis. “Ik heb een nationalistische opvoeding gehad,” zei Mussert. En dat nationalisme werd zijn voornaamste drijfveer. Ik heb de indruk dat zijn vader altijd over Musserts schouder meekeek.’

Auke Kok
Auke Kok. Foto door Jan Reinier van der Vliet.

Zijn vader behoorde tot de notabelen van het dorp, maar zijn status was niet veilig.

‘Nee, hij leed onder de verzuiling. Eerst was hij het hoofd van de enige, openbare school in Werkendam, maar op een gegeven moment werden er christelijke scholen gesticht en die groeiden als kool. Daarom moest de openbare school in 1916 sluiten. Als je jong bent en je vader is je grote held, is dat best aangrijpend om mee te maken.’

Was Mussert daarom zo fel tegen de verzuiling en de ‘verpolitiekte kerken’?

‘Dat de verzuiling de loopbaan van zijn vader had genekt, zal zeker hebben meegespeeld. Goed, als je volkseenheid wilt, dan past daar sowieso geen verzuiling bij. Daar komt nog bij dat de NSB flink werd gefrustreerd door de zuilen. In de protestants-christelijke en de katholieke zuil werd van bovenaf verteld dat de beweging van Mussert foute boel was. Dat is zeker in zijn nadeel geweest.’

Hoe was de relatie met zijn moeder?

‘Uit niets blijkt dat hij veel om haar gaf. Het is daarom bijna freudiaans dat hij op zijn tante viel. Of eigenlijk zijn half-tante, want Rie Witlam was de halfzus van zijn moeder. Dat scheelt toch, qua DNA. Uit hun correspondentie blijkt dat Anton en Rie echt dol waren op elkaar, en het ook zijn gebleven. Om een parallel te trekken: de historicus Volker Ullrich laat in zijn biografie van Hitler zien dat hij wel degelijk echte liefdes en langdurige vriendschappen had. Daarmee corrigeert Ullrich de biograaf Ian Kershaw, die suggereerde dat Hitlers persoonlijkheid in feite zijn façade als volksmenner was, en dat hij niet in staat was tot warme gevoelens. Maar waarom zou iemand bij wie we ons alleen maar heel nare dingen kunnen voorstellen, niet ook menselijke trekken hebben? Dat geldt ook voor Mussert.’

Hij was niet erg trouw aan Rie.

‘Toen zij zeven jaar getrouwd waren, had hij een affaire met Jadwiga Vuijk, een Pools-Joodse kunsthistorica. En tijdens de oorlog kreeg hij een relatie met zijn achternicht Marietje Mijnlieff, een meisje dat haar gymnasium nog moest afmaken. Ook tussen hen was er echte liefde. Dat blijkt uit een briefje dat Mussert op de ochtend van zijn terechtstelling op 7 mei 1946 overhandigde aan zijn geestelijk hulpverlener in de Scheveningse gevangenis, Karel Reusen. In dat briefje, dat aan Marietje was gericht, stond: “Ik heb nog dikwijls gedacht aan de ontmoeting op de Larense hei, toen je zei dat je hoogste geluk zou wezen, wanneer je een kind van mij onder je hart zou dragen.” Rie heeft zich nooit over de relatie tussen Anton en Marietje uitgelaten, maar ik ga ervan uit dat zij ervan wist en het blijkbaar had geaccepteerd. Misschien ook omdat ze borstkanker had. Er waren mensen die zeiden dat Mussert wachtte op haar einde en dan met Marietje wilde trouwen. Feit is wel dat hij altijd voor Rie is blijven zorgen. En ook in de gevangenis schreven ze elkaar nog brieven vol genegenheid.’

Mussert wilde na de hbs naar de marine, maar werd om onduidelijke redenen afgekeurd. Was dat een sleutelervaring?

‘Hij heeft daar een knauw van gekregen. Als psycholoog van de koude grond zou je zeggen dat hij uit frustratie zijn hele leven de neiging had tot militair stoer doen.De NSB was georganiseerd als een leger, met rangen, uniforms en medailles. En hij genoot van al die parades en eedafleggingen. Op de beelden die daarvan zijn gemaakt zie je hem glimmen. Of dat ook betekent dat Mussert van geweld hield, weet ik niet. Hij zou hebben gezegd dat hij niets op had met de WA (het weerkorps van de NSB, dat op straat vechtpartijen met tegenstanders uitlokte, red.) Ik vergelijk het met de directie van Ajax, die natuurlijk neerkijkt op de hooligans, maar er geen afstand van neemt. Mussert stond er niet om bekend dat hij de WA-mannen opjutte, maar hij liet ze doorgaans wel begaan.’

Mussert bloeit op tijdens militaire parades, zoals hier bij een mars van 5000 WA-mannen. Amsterdam, 9 november 1940.
Mussert bloeit op tijdens militaire parades, zoals hier bij een mars van 5000 WA-mannen. Amsterdam, 9 november 1940.

Welke karaktertrek is je het meeste opgevallen?

‘Zijn geldingsdrang en ijdelheid. Omstanders, vooral van buiten de beweging, gebruikten het woord “opgeblazen”. Mussert had de neiging zich groter te maken, misschien omdat hij niet zo lang was. Altijd een rechte rug en de kin omhoog. Een paar dagen voordat hij in december 1945 naar het Bijzonder Gerechtshof moest om de uitspraak in zijn zaak te horen, had hij spit en liep hij gebogen. Gelukkig was hij er op tijd vanaf, schreef hij vanuit de gevangenis aan Rie, want hij wilde rechtop staan als zijn doodvonnis werd uitgesproken. En tot het allerlaatst, voor het vuurpeloton, hield hij zich flink. Hij ging met zijn kin omhoog de dood in.’

Bang uitgevallen was hij dus niet?

‘Ik durf het woord haast niet te gebruiken, maar hij was best dapper. Brutaal, zelfs. Hij durfde Hitler te interrumperen, toen deze tijdens een audiëntie in december 1942 weer eens een lange monoloog afstak. Dezelfde brutaliteit legde hij voor de oorlog aan de dag in zijn werk. Na een studie waterbouwkunde in Delft was hij opgeklommen tot hoofdingenieur bij de provincie Utrecht. Hij had een tomeloze werkdrift. Op eigen initiatief stelde hij allerlei plannen voor; hij gedroeg zich meer als een gedeputeerde dan als een ambtenaar. Zijn neiging zich overal mee te bemoeien irriteerde de mensen boven hem wel, maar hij was te goed om te ontslaan. Als je nu zijn rapporten over waterstaatkundige projecten leest, dan zie je dat hij niet alleen naar de technische aspecten keek, maar ook uitgebreid analyse maakte van de economische implicaties. Hij ontwikkelde dus een generieke blik. Eigenlijk werd hij te groot voor zijn functie. Als hij niet met die NSB was begonnen, had hij zomaar minister van Waterstaat kunnen worden. Dan had Utrecht nu misschien een ir. A.A. Mussertplein gehad.’

In plaats daarvan werd hij de leider van een extremistische beweging. Waarom radicaliseerde hij?

‘Hij stoorde zich aan de traagheid van de ambtelijke en politieke molens. Neem de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal, daar werd ontzettend lang over gedelibereerd. Er zaten allerlei haken en ogen aan. En toen kwam Mussert opeens met een oplossing. Dat wekte in hem een enorme afkeer van de democratie en een groot geloof in zijn eigen kunnen. Mussert was absoluut overtuigd van het leidersbeginsel. In 1935 zei hij op een onbewaakt ogenblik tegen een hoge bestuursambtenaar in Nederlands-Indië: “Wij houden ons strikt aan de regels van het spel, tót wij de macht hebben”.’

In 1925 wond Mussert zich op over een verdrag dat de regering sloot met België over een nieuw kanaal dat zou moeten worden aangelegd tussen de Rijn en Antwerpen. De Utrechtse hoofdingenieur begreep dat dit de positie van de Antwerpse haven versterkte, ten koste van Rotterdam en Amsterdam. Nadat Mussert een fel opiniestuk in de krant had geschreven, vond hij medestanders met wie hij een comité oprichtte dat twee jaar lang intensief tegen het verdrag lobbyde. En met succes, want de Eerste Kamer verwierp het. Even was Mussert een gevierd man in Den Haag.

Aankondiging van een Hagespraak in Lunteren.
Aankondiging van een Hagespraak in Lunteren.

‘Mussert heeft als secretaris van dat comité geleerd hoe je een organisatie van de grond krijgt. Hij ging naar plaatsen door het hele land om voordrachten te houden en mensen te bewegen om lokale afdelingen op te richten. Op dezelfde manier heeft hij later de NSB opgebouwd. Ik zie zijn twee jaar bij het comité ook als Musserts intrede in de bovenlaag. Toen leerde dat kereltje uit Werkendam echt vooraanstaande ondernemers kennen. Hij maakte zich de omgangscodes eigen. Mussert is altijd als een sociaal onhandig type neergezet, maar dat vind ik dus ontzettend meevallen. Hij heeft toch ongelooflijk veel mensen leren kennen en die vonden hem niet allemaal een pannenkoek.’

Musserts bewakers in de Scheveningse gevangenis vonden hem op een bepaalde manier sympathiek.

‘“Correct”, dat is het woord dat ze gebruikten. Blijkbaar had hij dat in zich, of kon hij zich zo voordoen. Terwijl hij ook op onbewaakte ogenblikken heel ordinair kon zijn, wist hij meestal beheerst en goedgemanierd over te komen. En hij had een soort droge humor. Toen Reusen hem eens vroeg wanneer hij hem weer mocht bezoeken in zijn cel, antwoordde hij: “Ik ben elke dag thuis.” Dat maakt hem weer menselijk. Mussert had je buurman kunnen zijn.’

Toen hij in 1931 de NSB oprichtte, overzag hij toen de gevolgen voor zijn carrière?

‘Daar lijkt het niet op. Toen de regering in 1934 een ambtenarenverbod afkondigde, deed hij alles om zijn baan niet te verliezen. Hij ging zelfs naar premier Hendrik Colijn. Kennelijk had hij voor ogen om de NSB te runnen naast zijn werk als hoofdingenieur, dat hem een zekere status en een financieel veilige basis bood. Dat dat hem niet werd gegund, kwetste hem diep. En toen dacht hij: nou ga ik goed voor mezelf zorgen, net als Hitler – want die liep aardig binnen op Mein Kampf. En dat pakte hij zakelijk toch wel slim aan. Fout, maar slim.’

Hoe dan?

‘Mussert had de NSB, zonder dat iemand het wist, via de notaris in Utrecht helemaal op zijn naam laten zetten. Hij gaf zichzelf een flink salaris en als hij meer geld nodig had, pakte hij dat gewoon uit de kas. Hij bezat ook de uitgeverij die de kranten en brochures van de NSB uitgaf. Mussert verdiende er goed aan, terwijl hij de gewone NSB’ers voor noppes Volk en Vaderland liet uitventen in weer en wind. Een zekere schurkachtigheid kun je hem dus niet ontzeggen. Aan de ene kant de fatsoenlijke meneer uithangen en aan de andere kant jezelf verrijken en mensen voor je laten lopen. NSB’ers werden voortdurend gemaand om zich vrijwillig in te spannen. Het was een soort sekte. Dat zie je ook aan de enorme opkomst tijdens landdagen. Op de Goudsberg in Lunteren kwamen voor de oorlog tussen de 20.000 en 30.000 mensen samen, terwijl er misschien 40.000 bij de beweging waren ingeschreven. Dat is ongelooflijk. Ze zagen hem als een soort goeroe.’

Dat staat haaks op het beeld van Mussert als iemand zonder charisma of spreektalent.

‘Het Mussert-bashen is altijd erg in geweest, maar daar spreekt een zekere zelfgenoegzaamheid uit. Als je nu naar zijn redevoeringen luistert, klinken ze behoorlijk saai. Maar de spreekbeurten van rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart waren nog veel saaier. Het was ook een heel andere tijd, mensen hadden minder aan hun hoofd dan nu. Een echte volksmenner was Mussert niet, maar hij ontwikkelde geleidelijk aan een Goebbels-achtige vraag-antwoordtechniek. En daarmee wist hij soms echt een menigte in vervoering te brengen.’

Je schrijft dat het leek alsof Mussert het fascisme ‘acteerde’. Was hij dan geen echte fascist?

‘Hij noemde zich een fascist, dus je kunt zeggen dat hij het dan ook was. Mussert noemde zichzelf ook een nationaal-socialist, al kreeg hij daar later spijt van, want hij was, zoals hij later zou zeggen, geen “rassenmens”. Daaruit blijkt dat het ideologisch bij hem niet zo heel diep ging. Vergeleken bij Hitler, en in de ogen van velen in zijn omgeving, was hij niet voldoende behept met Jodenhaat. In de eerste paar jaar van de NSB zei Mussert dat de beweging niet antisemitisch was, maar vanaf 1934 deed hij steeds openlijker anti-Joodse uitlatingen. Dan is de vraag: zei hij die dingen omdat hij diep van binnen Joden haatte, of omdat Hitler alsmaar belangrijker werd als voorbeeld voor fascisten wereldwijd?’

In zijn allereerste persinterview zei Mussert dat hij Joden wel als landgenoten, maar niet als volksgenoten zag. Dat was al in 1932, vóór de machtsovername van Hitler in Duitsland.

‘Dat doet vermoeden dat hij toch al heel vroeg met antisemitisme bezig was. Maar dat kan ook ingegeven zijn geweest door het feit dat zulke geluiden er al waren, en dat hij dacht: daar moet ik iets mee.’

Zou het kunnen dat Mussert zijn antisemitisme aanvankelijk verdoezelde, omdat het impopulair was bij de meeste Nederlandse kiezers?

‘Dat kan, maar de bronnen zeggen daar niets over. In hoeverre kun je in iemands ziel kijken? Dat Mussert een enorm gebrek aan empathie had, is zeker. Zijn zogeheten Guyanaplan uit november 1938 was een ingenieursachtige oplossing van het “Jodenprobleem”. Musserts redenering was dat de Joden nergens in Europa meer gewenst waren. In Duitsland werden ze weggetreiterd en andere landen waren maar zeer beperkt bereid ze op te nemen. Als we ze nou eens allemaal overbrachten naar Guyana? Het was alsof Mussert het had over de afwatering in de Gelderse Vallei. Hij verplaatste zich niet in de miljoenen mensen over wie het ging.

Mussert bewaart tijdens het proces zijn zelfbeheersing. Den Haag, 27 november 1945.
Mussert bewaart tijdens het proces zijn zelfbeheersing. Den Haag, 27 november 1945.

Was dat Jodenhaat? Het was in ieder geval geen Jodenvriendschap. Maar hij had niet, zoals Hitler, het idee dat Joden een soort infectie vormden en de Germaanse soort infiltreerden. Mussert zette pas in 1940, onder druk van de Duitse bezetter, de Joden uit zijn partij. En Mussert was jarenlang bevriend met de Joodse ingenieur Paul Josephus Jitta. Dat die vriendschap afliep, was niet zijn keuze. Josephus Jitta vond het op een gegeven ogenblik een beetje te gek worden met dat antisemitisme.’

Wat was Musserts aandeel in de Jodenvervolging?

‘Dat de NSB daar medeplichtig aan was, staat buiten kijf. De rechercheurs die zich speciaal met het opsporen van Joden bezighielden, waren meestal NSB’ers. Mussert heeft wel eens op een kaderbijeenkomst gezegd: de Jodenvervolging is iets van de Duitsers, wij doen dat soort dingen niet. Maar het feit dat Mussert zelf jarenlang zijn achterban heeft bestookt met anti-Joodse propaganda moet eraan hebben bijgedragen dat zoveel NSB’ers aan die hele narigheid meededen. Hoewel hij ze niet in concreto daartoe opriep, heeft hij het ook zeker niet afgeraden. Hij zat er kennelijk niet mee. Dat is voor mij doorslaggevend. Voor Mussert was uiteindelijk maar één ding belangrijk: zorgen dat de Duitsers niet om de NSB heen konden.’

En lukte dat?

‘Dat lukte hem redelijk, want er was in Nederland geen andere fascistische partij met dezelfde omvang en organisatie. Maar hij was zo naïef om te geloven dat Hitler voor hem een rol als premier van een “vrij” Nederland in petto had, terwijl het land gewoon een Duitse Gau zou worden als de nazi’s de oorlog wonnen. Mussert kon de waarheid niet accepteren, want dan viel zijn levenswerk – de beweging groot maken en houden – in duigen.’

Auke Kok

(1956) is historicus, journalist en schrijver en heeft een groot aantal boeken over met name sport en de Tweede Wereldoorlog op zijn naam. Zo verscheen in 1995 De verrader over de SD-spion Anton van der Waals en in 2016 1936. Wij gingen naar Berlijn over de Nederlandse equipe op de Olympische Spelen van Hitler. Onlangs verscheen Mussert. Reis naar het kwaad (480 p. Hollands Diep, € 35,-).fb

Mussert. Reis naar het kwaad door Auke Kok

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 5 - 2026

Dossier Tweede Wereldoorlog

Engelsen geven zich over aan de Japanners. Singapore, 15 februari 1942.
Engelsen geven zich over aan de Japanners. Singapore, 15 februari 1942.
Artikel

De Britten bleken geen partij voor de Japanners

In februari 1942 veroverden de Japanners de stad Singapore, tot dan toe een Britse kolonie. Volgens premier Winston Churchill was deze nederlaag ‘de grootste ramp in de Britse militaire geschiedenis’. Het zou het einde betekenen van een wereldrijk. Ze staan er nog: de grote naar zee gerichte kanonnen van Fort Siloso op Sentosa, een eilandje...

Lees meer
De Duitse raketgeleerden Wernher von Braun (links) en Kurt Debus voor de Saturn 500F-raket, 26 mei 1966.
De Duitse raketgeleerden Wernher von Braun (links) en Kurt Debus voor de Saturn 500F-raket, 26 mei 1966.
Artikel

Operatie Paperclip: Hitlers geschenk aan de geallieerden

Duizenden wetenschappers uit nazi-Duitsland gingen in de jaren dertig en veertig aan de slag voor de geallieerden. De VS, Canada en het VK profiteerden van deze braindrain, die onder meer leidde tot de ontwikkeling van de atoombom. Op 17 oktober 1933 arriveerde Albert Einstein samen met zijn vrouw en enkele naaste medewerkers met een passagiersschip...

Lees meer
Manstein aan het front in 1942
Manstein aan het front in 1942
Recensie

Hitler bedacht zelf het aanvalsplan tegen Frankrijk, blijkt uit dagboek van generaal

Militair historicus Roman Töppel heeft zes jaar van zijn leven gegeven om de oorlogsdagboeken en brieven van generaal Erich von Manstein door te spitten en vrijwel integraal uit te geven. Het eerste van drie delen is uitgebracht en beslaat de periode 1939 tot voorjaar 1941. Alleen al het lezen was een titanenklus, want Mansteins handschrift...

Lees meer
Nederlandse soldaat op wacht
Nederlandse soldaat op wacht
Recensie

Nieuw boek bevat honderden niet eerder gepubliceerde foto’s van de Duitse inval

De Duitse inval in mei 1940 is nog nooit zo uitgebreid in beeld gebracht als in het fotoboek En ineens was het oorlog. De honderden foto’s brengen de oorlog dichtbij. Dit artikel krijg je van ons cadeau Wil je ook toegang tot HN Actueel? Hiermee lees je dagelijks geschiedenisverhalen met een actuele aanleiding op onze...

Lees meer
Loginmenu afsluiten