De kunstwereld in de zeventiende en achttiende eeuw lijkt een mannenbolwerk. Maar als je anders kijkt, wordt de belangrijke rol van vrouwen zichtbaar.
In 1697 toerde tsaar Peter de Grote door de Republiek. Hij bracht ook een bezoek aan het atelier van Joanna Koerten aan de Herengracht in Amsterdam. Koerten was wereldberoemd vanwege haar prachtige papierknipkunst. Vrouwen als zij konden in de zeventiende eeuw een aanzienlijke status bereiken door zich te specialiseren in andere kunstvormen dan de schilderkunst. Als je ook naar die uitingen kijkt, komen meer vrouwelijke kunstenaars in beeld, zo blijkt uit een tentoonstelling in het Museum voor Schone Kunsten in Gent.
Vrouwen hielden zich op hoog niveau bezig met glasgravures, borduurkunst en botanische illustraties. Deze disciplines krijgen vaak het etiket ‘huisvlijt’, maar ze vereisten een jarenlange technische opleiding en kenden een grote afzetmarkt. Voor veel vrouwen vormden deze kunstvormen een weg naar financiële zelfstandigheid zonder dat zij hoefden te voldoen aan de strikte regels van de schildersgilden.

Dit artikel is exclusief voor abonnees


/Rozen, zilverwinde, klaprozen en andere bloemen in een vaas op een vensterbank. Door Rachel Ruysch, 1680. Ruysch en Judith Leyster zijn de beroemdste vrouwelijke schilders van de Nederlanden.
Onzichtbaar in de archieven
Veel artistiek werk van vrouwen werd verkocht onder de naam van hun vader of echtgenoot. Dat was een bewuste strategie. Het was duur om je als zelfstandige meester bij het Sint-Lukasgilde te registeren en bracht administratieve verplichtingen met zich mee. Door de productie binnen het huishouden onder één mannelijke naam te scharen, bespaarde de familie op belastingen en gildegelden. Hierdoor bleven vrouwen in de officiële archieven vaak onzichtbaar, terwijl zij in de praktijk substantieel bijdroegen aan de productie van een atelier.


Vrouwen speelden in de kunstwereld ook andere rollen dan kunstenaar. Als ‘manager’ van het huishouden hadden ze een belangrijke functie in de kunsteconomie. In het vroegmoderne huishouden liepen woon- en werkruimte in elkaar over. Vrouwen runden de winkel, deden de boekhouding van het atelier en onderhielden contacten met leveranciers van kunstbenodigdheden.

Textiel was goud waard
In de zeventiende eeuw kon een technisch perfect uitgevoerd kant– of borduurwerk soms meer opbrengen dan een olieverfschilderij. De hoge prijs werd mede bepaald door de kostbare materialen, het aantal arbeidsuren en de internationale vraag naar fijn textiel uit de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden.

Maria Sibylla Merian
Een vrouwelijke ondernemer in de kunsten is Maria Sibylla Merian. Zij was een onafhankelijke zakenvrouw: ze deed wetenschappelijk onderzoek, gaf haar eigen boeken uit en dreef handel in natuurhistorische objecten. Merian financierde haar eigen overzeese expedities naar Suriname en wist haar werk internationaal te verkopen.

Daarnaast waren vrouwen actief op de kunstmarkt als kopers, opdrachtgevers en verzamelaars. Ze bepaalden thuis vaak de inrichting van het interieur en kochten daarvoor schilderijen, textielkunst en luxeobjecten. Weduwen hadden de meeste vrijheid om te handelen: zij mochten vaak het atelier van hun overleden echtgenoot voortzetten en zelfstandig contracten tekenen. Hoewel de wet getrouwde vrouwen beperkte, vonden zij een uitweg door op te treden als gevolmachtigden in het familiebedrijf. Zo speelden vrouwen op tal van manieren een grote rol in de kunstwereld.

Tentoonstelling Gent
Dit beeldessay is gebaseerd op de tentoonstelling Onvergetelijk. Vrouwelijke kunstenaars van Antwerpen tot Amsterdam, 1600-1750, die tot 31 mei te zien is in het Museum voor Schone Kunsten in Gent. De tentoonstelling werd gemaakt in samenwerking met het National Museum of Women in the Arts in Washington.

