Historicus Paul van der Steen schreef een boek over een geruchtmakende negentiende-eeuwse roofmoord. ‘Veel mensen waren boos omdat Hendrik Jut niet de doodstraf kreeg.’
Kent u de historische sensatie, zoals door Johan Huizinga omschreven?
‘Zoiets overkwam mij toen ik tijdens mijn research naar de roofmoord op de Haagse weduwe Theodora van der Kouwen en haar dienstmeid Leentje Beeloo in 1872 op de oorspronkelijke plattegrond van de plaats delict stuitte. Twee weerloze vrouwen die op een decembernacht thuis bruut werden overvallen, de kranten stonden er destijds bol van. Voor mijn onderzoek ben ik naar Groningen gegaan om onder meer het archief van de behandelend rechter-commissaris te bestuderen. Daar kwam een schets tevoorschijn van het Haagse woonhuis waar de slachtoffers badend in het bloed op de keukenvloer waren aangetroffen. Hun gezichten zijn op een vrij kinderlijke manier getekend, zelfs de plooien van hun jurken.
Door deze originele tekening van een ooggetuige was ik ineens heel close bij de misdaad. Dat is precies wat je beoogt met zo’n boek: ondanks alle hindernissen die je hebt, probeer je zo dicht mogelijk op de zaak te kruipen.’
Wat waren die hindernissen?
‘In vergelijking met nu valt op dat er in de media weinig aandacht was voor de daders en slachtoffers. Je komt relatief lastig iets te weten over hun achtergrond. Het draaide vooral om het justitiële onderzoek en de procesgang, die werden uitgevoerd door hoogwaardigheidsbekleders onder wie schouwartsen, rechters en advocaten. Ook de journalisten en intellectuelen die over het drama schreven, behoorden tot de elite. Er gaapte een enorme sociale kloof tussen hen en de verdachten uit de lagere standen. Hendrik Jut en zijn medeplichtige echtgenote Christina Goedvolk stonden uiteindelijk in 1876 voor de moorden terecht.’
Waarom bent u zich in deze dubbele moord gaan verdiepen?
‘In 1860 werd voor de laatste keer in Nederland een misdadiger opgehangen. Dat gebeurde in Maastricht. In 1870 werd de doodstraf afgeschaft. Dit was de eerste grote geruchtmakende moordzaak daarna. In Engeland is er een traditie van dit soort historische true crime-boeken. Centraal staat het misdaaddrama dat wordt vervlochten met de culturele, sociale en politieke wereld eromheen: hoe zit het met het denken over gevangenschap, met de angsten die speelden, met de nachtwakers in een stad? Noem het maar, het komt allemaal langs in dit boek. Het is een mooie manier om het stof te blazen van de negentiende eeuw.
Op kermissen en jaarmarkten verscheen na Juts veroordeling een aambeeld dat de kop van de moordenaar voorstelde en waarop je met een hamer kon slaan. Een soort genoegdoening voor alle mensen die boos waren omdat hij er zonder fysieke straf van afkwam. Zijn hoofd heeft na zijn overlijden in de stad Groningen nog bijna een eeuw op sterkwater gestaan: de kop van Jut.’
Wat bent u over de hoofdpersonages te weten gekomen?
‘De rijke weduwe Van der Kouwen was een domineesdochter die tijdens haar leven een zeldzame welvaartssprong maakte. Ze erfde van haar zusters, die fortuin hadden gemaakt in Nederlandse-Indië. Ik reis in dit boek via de personages over de hele wereld, ook naar Amerika en Zuid-Afrika – migratie kwam vaak voor. Over dienstmeid Leentje is weinig te vinden. Maar over Jut en Goedvolk en hun dochter Angelica heb ik veel boven tafel kunnen halen. Toen haar ouders gevangen zaten, werd Angelica door een sociaal bewogen predikant geplaatst in het christelijke wezendorp Neerbosch, een voorloper van jeugdzorg.’
Al dit onderzoek moet veel tijd hebben gekost.
‘Ja, maar ik vond het heel leuk om me in alle mogelijke sub-wereldjes te verdiepen. Het is spannend, vergelijkbaar met het ouderwetse fotoprocedé. Je bent als historicus eigenlijk een foto-ontwikkelaar, maar je weet bij voorbaat niet hoe scherp je de foto aan het einde kunt krijgen.’
Paul van der Steen vertelt meer over zijn boek in aflevering 67 van de Historische BoekenCast. Luister de aflevering hier.
Paul van der Steen
(1969) is historicus, auteur en journalist. Hij werkt voor onder meer NRC, Trouw, De Limburger en Historisch Nieuwsblad. Eerder verschenen van zijn hand onder andere Ware grootheid, schamele kleinte: twee eeuwen Nederland (2013) en Schampschot. Een klein Nederlands dorp aan de rand van de Groote Oorlog (2014). Onlangs publiceerde hij Goedvolk en de Kop van Jut. Nederland in de ban van een dubbele moord (352 p. Alfabet Uitgevers, € 23,99)

