Donald Trump zet de president van de Amerikaanse federale bank onder druk om de rente te verlagen. Trump kan Jerome Powell niet ontslaan, daarom hij heeft het ministerie van Justitie opdracht gegeven Powell te dagvaarden vanwege vermeende verkwisting van overheidsgeld. Ook Adolf Hitler gebruikte intimidatie om van de president van de centrale bank van Duitsland af te komen.
Het was al donker toen Hans Luther op 9 april 1932 op het perron van het treinstation van Potsdam wachtte op de trein naar Basel. Twee mannen kwamen op hem af. Een van hen, een oudere, keurig geklede man met snor, vroeg: ‘U bent doctor Luther, geloof ik?’ Toen deze bevestigend antwoordde, trok de andere man een pistool en schoot de president van de Reichsbank neer.
Luther werd slechts oppervlakkig getroffen in zijn schouder en raakte tijdelijk doof aan zijn rechteroor. In de rechtbank beweerde de oudere man dat het ook niet de bedoeling was geweest Luther te doden. Het ging er slechts om dat de aanslag zou leiden tot een proces, waar de verdachte zijn kritiek op het monetaire beleid van de bankpresident kon ventileren voor de verzamelde pers. Want Luther zou schuld hebben aan de economische crisis en alle negatieve gevolgen voor het Duitse volk. De naam van de verdachte was Max Roosen en hij was lid van de nazi-partij van Adolf Hitler.
Einde aan hyperinflatie
Toen Hans Luther nog minister van Financiën was, had hij samen met de toenmalige president van de Reichsbank, Hjalmar Schacht, de hyperinflatie in de jaren twintig weten te bedwingen. Onder andere door het flink verhogen van de belastingen en ingrijpend bezuinigen. Als minister was Luther ook lid geweest van de Duitse delegatie die in 1924 een internationaal akkoord sloot, dat meer ruimte gaf om te voldoen aan de herstelbetalingen die na de Eerste Wereldoorlog aan Duitsland waren opgelegd. Als gevolg van dit akkoord, het Dawes-plan, werd de Reichsbank onder toezicht geplaatst van de geallieerde mogendheden en onafhankelijk gemaakt van de Duitse overheid.
In maart 1930 werd Luther zelf president van de centrale bank. In die functie kreeg hij te maken met de Grote Depressie en een wankel financieel systeem als gevolg van de beurskrach in New York, een jaar eerder. In mei 1931 raakte de grote Oostenrijkse bank Credit Anstalt in de problemen, waardoor er wereldwijd financiële paniek uitbrak. Luther moest alle zeilen bijzetten om de Duitse banken en zijn eigen Reichsbank te redden.
De Duitse regering kreeg ook steeds meer moeite om alle eindjes aan elkaar te knopen. Luther steunde de strikte begrotingsmaatregelen van de kanselier, de sociaal-democraat Heinrich Brüning, ook al leidden die tot honger en armoede. Hij was niet plan de kluizen van de Reichsbank te openen om de nood te verlichten.
Herbewapening en banen
Dat Luther een principiële bankpresident was, zou spoedig ook Adolf Hitler merken. Op de dag dat hij als kanselier de regering overnam, 30 januari 1933, hadden SA-troepen hakenkruisvlaggen opgehangen in het gebouw van de Reichsbank. Luther klaagde meteen bij Hitler dat de centrale bank een onafhankelijke internationale organisatie was, waar geen politieke vlaggen hoorden te hangen. Hitler bond in en zei dat bij zonsondergang alle vlaggen zouden worden weggehaald. De volgende ochtend constateerde Luther tevreden dat de nazi-vlaggen niet werden gehesen.
Luther klaagde over hakenkruisvlaggen in het gebouw van de Reichsbank
Hitler zal hebben gedacht aan de grote sommen geld die hij wilde besteden aan herbewapening en het scheppen van nieuwe banen, waarvoor financiële steun van de Reichsbank noodzakelijk was. Zes weken na hun eerste ontmoeting vroeg hij Luther hoeveel hij daaraan kon bijdragen. De bankpresident antwoordde dat 150 miljoen Reichsmark het maximale was – een fractie van wat Hitler nodig had. Een verontwaardigde Hitler stapte vervolgens naar de Duitse president Paul von Hindenburg en gaf te kennen dat hij van Luther af wilde. Maar Hindenburg kon de president van de onafhankelijke centrale bank wel benoemen, maar niet ontslaan. Luthers termijn liep nog tot begin 1934.
Alternatieve machtsmiddelen
Daarom besloot de Führer om het anders aan te pakken. In een volgend gesprek met Luther erkende Hitler dat hij de Reichsbank-president formeel niets kon maken. Maar, zo maakte hij hem duidelijk, hij had als baas van het land natuurlijk wel toegang tot alternatieve machtsmiddelen. En hij zou niet aarzelen om die middelen tegen de bankpresident in te zetten als dat volgens hem in het belang van het land was.
Na de aanslag op het treinstation in Potsdam wist Luther precies wat Hitler bedoelde. Meer waarschuwingen had hij niet nodig. Op 16 maart 1933 diende hij zijn ontslag in bij Hindenburg. Nog dezelfde dag werd hij opgevolgd door Schacht, die in de jaren erna de plannen van Hitler financieel mogelijk maakte.
Meer weten:
- The Lives of Hans Luther, 1879–1962 (2010) door C. Edmund Clingan is een omvattende biografie.
Beeld boven: Na het vertrek van Luther laat Hitler een nieuwe Reichsbank bouwen, 1934.
