Home Dossiers De Verenigde Staten WK voetbal bracht VS en Iran even dichter bij elkaar

WK voetbal bracht VS en Iran even dichter bij elkaar

  • Gepubliceerd op: 22 november 2022
  • Laatste update 26 nov 2022
  • Auteur:
    Laurens Bluekens
  • 12 minuten leestijd
WK voetbal bracht VS en Iran even dichter bij elkaar
Cover van
Dossier De Verenigde Staten Bekijk dossier

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Historischnieuwsblad.nl? U bent al lid vanaf €3,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Op 29 november staan de Verenigde Staten en Iran tegenover elkaar op het WK voetbal in Qatar. Deze aartsvijanden speelden ook tegen elkaar op het WK  in 1998. Die match was geen gewoon potje voetbal, maar draaide uit op een historische wedstrijd die tot toenadering tussen de twee landen leidde. Al duurde dat niet lang.

Recente voetbalhoogtepunten voor Nederland zijn de eindzege van Oranje op het EK in 1988, de goal van Dennis Bergkamp tegen Argentinië op het WK in 1998 en de duikkopbal van Robin van Persie tegen Spanje op het WK in 2014. Maar voor Iran is er maar één wedstrijd die in het collectieve geheugen gegrift staat: de 1-2 overwinning op de Verenigde Staten, behaald op 21 juni 1998 tijdens het WK in Frankrijk. Brian McBride maakte het doelpunt voor de VS, Hamid Estili en Mehdi Mahdavikia scoorden de goals voor Iran.

De Iraanse zege leidde tot uitzinnige vreugde in de straten van Teheran en elders: dansende menigten, toeterende auto’s, wapperende Iraanse vlaggen. Sportief gezien had er veel druk gestaan op de clash: beide teams hadden hun eerste groepswedstrijd verloren en hadden een goed resultaat nodig om nog kans te maken op de finaleronden.

“Het succes vervulde de Iraniërs met trots”

Zo ver kwam het overigens niet, want op de Iraanse overwinning – de eerste winstpartij van Iran ooit op een WK – volgde een 0-2 verlies tegen Duitsland. Het Iraanse elftal kon zijn koffers pakken, maar dat deed door de overwinning op de Amerikanen net wat minder pijn. Het succes vervulde de Iraniërs met trots. ‘Het was de eerste keer na de revolutie van 1979 dat de wereld positief naar Iran keek,’ zegt de Iraanse BBC-sportjournalist Pooria Jafereh, die bij de wedstrijd was en er een documentaire over maakte. ‘Vooral door de gijzelingscrisis van 1979 stond Iran er niet goed op in de internationale gemeenschap.’

Schurkenstaat

Een groep radicale Iraanse studenten had vanaf november 1979 52 Amerikaanse gijzelaars vastgehouden in de Amerikaanse ambassade in Teheran. Zij eisten de uitlevering van sjah Mohammad Reza Pahlavi. Hij was gevlucht voor de revolutie, die Iran van een prowesterse monarchie in een antiwesterse islamitische theocratie had veranderd. De gijzelaars werden na 444 dagen vrijgelaten, maar de relatie tussen Iran en de Verenigde Staten was verpest. Amerika sneed de diplomatieke banden door, bevroor Iraanse tegoeden en voerde sancties in tegen de import van Iraanse olie.

Wilt u meer geschiedenisverhalen die context geven bij het nieuws? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Iran ontpopte zich tot schurkenstaat en internationale paria onder leiding van de grootayatollahs Khomeini en later Khamenei. De woede over het verleden speelde daarbij een grote rol: in 1953 hadden de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk een coup gesteund, waarin de door het parlement gekozen premier Mohammed Mossadeq was vervangen door de sjah. Door Irans steun aan internationaal terrorisme, militaire schermutselingen en de Irak-Iranoorlog in de jaren tachtig – waarin Amerika Irak steunde – bleef de band met Amerika slecht. In de jaren negentig besloten de Verenigde Staten tot een algeheel handelsverbod en maatregelen om te voorkomen dat Iran nucleaire wapens in handen zou krijgen.

Mohammed Khatami als minister in 1985.

Maar het jaar voor het WK 1998 kreeg de relatie wat lucht. De  hervormingsgezinde Mohammed Khatami was president geworden. Hij zocht de dialoog, zegt historicus Peyman Jafari, verbonden aan Princeton University. ‘In een interview met CNN in januari 1998 sprak hij vol lof over de Verenigde Staten, de Amerikaanse revolutie en George Washington.’ Hij benadrukte ook de verschillen tussen de landen, maar Khatami reikte de Verenigde Staten duidelijk de hand. Het Iraanse volk hoopte daardoor op betere betrekkingen met het Westen en een betere economische situatie.

De Amerikaanse regering verwelkomde de toenadering van Khatami. In een toespraak enkele dagen voor de aftrap bedankte de Amerikaanse president Bill Clinton Khatami en sprak hij het verlangen uit dat de wedstrijd ‘de vervreemding tussen onze naties’ zou beëindigen. Ook de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright riep op tot normalisering van de band.

‘De Amerikaanse regering probeerde de wedstrijd net als Richard Nixon uit te spelen als variant op de pingpongdiplomatie,’ vertelt Jafari. ‘Die was begin jaren zeventig succesvol in het verbeteren van de verhouding tussen China en de Verenigde Staten. De twee landen wisselden de nationale tafeltennisteams uit en dat maakte de weg vrij voor Nixons bezoek aan China in 1972.’

Op hun beurt wilden de Iraniërs volgens Jafari laten zien dat hun cultuur ook iets goeds te bieden had, dat ze sportief waren en onderdeel van de wereldgemeenschap.

De ‘grote satan’

Kort voor de wedstrijd brak grote verontwaardiging uit toen een Frans televisiekanaal de film Not Without My Daughter uitzond. Jafari: ‘De film gaat over een Amerikaanse vrouw die met haar Iraanse man en dochter direct na de revolutie afreist naar Iran en door haar man gedwongen wordt in het land te blijven. Iraniërs worden in de film barbaars en gewelddadig neergezet, zelfs hun tafelmanieren worden in het belachelijke getrokken. De Iraanse regering stond op haar achterste benen en eiste excuses van de Franse regering. Er werd zelfs met terugtrekking van het Iraanse voetbalteam gedreigd.’

Terwijl de Iraanse hervormers een positief verhaal van de wedstrijd wilden maken, gaven de hardliners er een andere draai aan. ‘Voor hen ging om het verslaan van de “grote satan”, alsof het een herhaling van de Iraanse Revolutie was. De wedstrijd was dus ook binnen Iran zelf sterk gepolitiseerd. Khatami realiseerde zich dat hij niet te ver kon gaan in zijn toenadering tot de Amerikanen, want dan zouden hardliners zijn regering weleens kunnen destabiliseren.’

Gewoon een potje voetbal

Voor de voetbalspelers deed het politieke aspect er niet zo toe. ‘Er lag veel druk op ons, iedereen leek aandacht te hebben voor het politieke aspect van de wedstrijd,’ zegt Mehdi Mahdavikia, maker van het tweede Iraanse doelpunt, nu terugkijkend tegen Historisch Nieuwsblad. ‘Met het oog op de problemen tussen de twee landen wilde het Iraanse volk dat we de wedstrijd zouden winnen, of in ieder geval niet zouden verliezen. Maar voor ons ging de wedstrijd vooral om het sportieve aspect.’

De coach van het Iraanse team, Jalal Talebi, was duidelijk. Tegen de New York Times zei hij destijds: ‘Ik ben geen politieke man, ik ben een sportman. We zijn hier gekomen om iedereen te laten zien dat er geen problemen zijn tussen de mensen uit twee landen.’ De Iraanse spits Khodadad Azizi was de enige die zich wat scherper uitsprak. Volgens hem was het Iraanse team het aan de families van de martelaren – de gesneuvelde Iraniërs in de oorlog met Irak – verplicht om te winnen.

“Ik heb nog niemand horen zeggen: laten we Iran verslaan, laten we het voor Bill Clinton doen”

De aanloop naar de wedstrijd beleefden de Iraanse spelers alsof ze in een tunnel zaten, vertelt Mahdavikia. ‘We waren zo gefocust op de wedstrijd dat we niets anders meekregen, al kan ik me wel herinneren dat Not Without My Daughter werd uitgezonden. Dat veranderde weinig aan onze instelling: we wilden gewoon een potje voetbal spelen en de wedstrijd winnen.’

Sportjournalist Jafereh, die voor zijn documentaire met verschillende Amerikaanse spelers sprak, denkt dat bij het Amerikaanse team ook vooral het voetbal telde. ‘Door allerlei persoonlijke perikelen was het een chaos in het team en was de sfeer niet opperbest. Het was voor de Amerikanen een wedstrijd zoals alle andere.’ Middenvelder Tab Ramos werd voor de wedstrijd door de New York Times gevraagd naar de politieke ondertoon van de wedstrijd: ‘Daar maken we ons niet echt druk om,’ antwoordde hij. ‘Ik denk dat het voor hen belangrijker is dan voor ons. Ik heb nog niemand horen zeggen: laten we Iran verslaan, laten we het voor Bill Clinton doen.’

Vernedering

Op de wedstrijddag was de sfeer tussen de fans van beide landen uitstekend: ze vierden samen feest. Maar bij wereldvoetbalbond FIFA was er nog een crisismoment, vertelt de Iraanse FIFA-beambte Mehrdad Masoudi in de documentaire van Jafereh. Het Iraanse regime wilde niet meewerken aan de manier waarop voetbalteams elkaar op het WK normaalgesproken voor een wedstrijd begroeten. Volgens de gebruikelijke procedure zou het Amerikaanse team – dat op papier een thuiswedstrijd speelde omdat het als eerste uit de lotingspot was gekomen – zich als eerste in een rij op het veld opstellen, waarna de Iraanse spelers langs hen zouden lopen om hen een hand te geven.

‘Iemand in Iran vond dat niet kunnen en een vernedering voor het land op televisie,’ vertelt Masoudi in de documentaire – waarschijnlijk was dat grootayatollah Khamenei. De oplossing was om de teams samen het veld op te laten komen en een gezamenlijke teamfoto te maken. En zo geschiedde. Onder luid gejuich en met de armen over elkaars schouders poseerden de twee elftallen voor de mondiale pers. Even daarvoor hadden de Iraanse spelers witte rozen overhandigd aan hun tegenstanders. ‘Door de gezamenlijke foto verdwenen in één keer alle spanningen,’ zegt Mahdavikia. Beide teams gingen vol voor de winst, maar de sfeer tussen de spelers bleef goed. Na het laatste fluitsignaal wisselden ze hun shirts uit.

De teams maken voor het eerste fluitsignaal een gezamenlijke foto.

Buiten de lijnen was het onrustiger geweest. Niet alleen moest het Amerikaanse team het gehele toernooi zwaarbewaakt worden omdat terreurorganisatie Al Qaida dreigde met een aanslag. Ook zaten er op de tribune duizenden aanhangers van Maryam Rajavi, de leider van de Iraanse Volksmoedjahedien, een verzetsbeweging die het Iraanse regime ten val wil brengen en die door zowel Iran als de Verenigde Staten als terroristische groep was bestempeld. In de loop van de wedstrijd begonnen aanhangers van Rajavi met vlaggen te zwaaien en haalden ze T-shirts met de beeltenis van hun leider tevoorschijn. De FIFA droeg cameramensen op de taferelen niet in beeld te brengen en er verschenen voor de zekerheid scherpschutters rondom het stadion.

Toen Iran in de rust op voorsprong stond, maakten Rajavi-aanhangers zich op het veld te bestormen omdat ze niet wilden dat het Iraanse regime goede sier zou maken met een overwinning. Maar Masoudi kreeg er lucht van, vertelt hij in de documentaire, en seinde de beveiliging in. Net voor het begin van de tweede helft kwam de Franse oproerpolitie het veld op om een escalatie te voorkomen. Volgens de Iraanse doelpuntenmaker Mahdavikia kregen de spelers niets mee van de spanningen buiten de lijnen. De wedstrijd bracht de spelers, de fans en de twee regeringen vooral dichter bij elkaar.

Tijdelijke dooi

In september 1998 ontmoetten Albright en de Iraanse onderminister van Buitenlandse Zaken elkaar – de hoogste politieke ontmoeting sinds de revolutie. Twee jaar later noemde Albright de rol van Amerika in de val van Mossadeq in 1953 ‘jammerlijk kortzichtig’.

Het bleef uiteindelijk bij een tijdelijke dooi tussen de landen. Na de aanslag op de Twin Towers, de Amerikaanse inval in Afghanistan en de befaamde toespraak van Bill Clintons opvolger George W. Bush in 2002 over de ‘as van het kwaad’ – waarvan Iran volgens hem deel uitmaakte – ging het de verkeerde kant op. Dat kwam ook door interne Iraanse krachten, stelt historicus Jafari. ‘De hardliners van Khamenei deden alles om de hervormers tegen te werken. Zij zaten niet op toenadering met de Verenigde Staten te wachten. Iran raakte omsingeld door Amerikaanse soldaten – zij bezetten zowel oosterbuur Afghanistan als westerbuur Irak – en volgens de Amerikaanse vicepresident Dick Cheney was Iran daarna aan de beurt. Je kunt begrijpen dat de conservatieve en militaire top in Iran dacht: experimenten met hervormers en voetbaldiplomatie? Daar gaan we een einde aan maken.’

Op het net begonnen wereldkampioenschap in Qatar treffen de aartsrivalen elkaar weer. Volgens Jafari is de situatie nu anders dan in 1998. ‘De twee landen staan lijnrecht tegenover elkaar – zeker nu een nieuwe nucleaire deal op korte termijn uit zicht is. In Iran zijn ultraconservatieven aan de macht die niet gebaat zijn bij toenadering tot Amerika, en in de Verenigde Staten is het anti-Iraanse sentiment de laatste jaren sterker geworden. Beide landen zullen voorzichtig zijn om een politiek verhaal te verbinden aan het voetbal en zullen zeggen dat het gewoon een wedstrijd is.’

Toch zal ook deze wedstrijd een politiek randje krijgen, maar dan om een andere redenen: de grootschalige protesten die sinds 16 september in Iran zijn begonnen naar aanleiding van de dood van de 22-jarige Mahsa Amini. Zij stierf nadat ze was opgepakt door de moraalpolitie. De deelname van het Iraanse voetbalteam aan het WK leidt tot veel debat. Een aantal Iraniërs, vooral in de diaspora, wil dat de FIFA Iran uit het toernooi zet.

Daarnaast zien veel andere Iraniërs het nationale elftal toch vooral als hun team en niet dat van het regime. Zij wijzen op de recente protesten van spelers van voetbalclub Esteghlal FC uit Teheran en het nationale strandvoetbalteam, toen ze begin november respectievelijk het Iraanse kampioenschap en de Intercontinental Beach Soccer Cup wonnen. De spelers van Esteghlal vertoonden geen enkele blijdschap bij het vieren van het kampioenschap en de strandvoetballers zongen het Iraanse volkslied niet mee aan het begin van de finale tegen Brazilië. Ook aan het begin van de eerste WK-wedstrijd tegen Engeland bleven de Iraanse spelers stil tijdens het volkslied. Zowel binnen de lijnen als op sociale media verklaren sommige spelers zich solidair met de protesten, zegt Jafari. ‘Sommige Iraniërs hebben dit keer helemaal geen zin meer in voetbal omdat ze meer bezorgd zijn om de repressie van de protesten. Anderen willen dat hun team meedoet en de Verenigde Staten verslaat, maar tegelijk ook hun eigen politieke leiders de spreekwoordelijke middelvinger geeft door zich solidair te verklaren met de protesten.’