Home Dossiers Israël en de Palestijnen De schaduwoorlog tussen Iran en Israël

De schaduwoorlog tussen Iran en Israël

  • Gepubliceerd op: 2 januari 2024
  • Laatste update 22 jan 2024
  • Auteur:
    Laurens Bluekens
  • 11 minuten leestijd
Iraniërs verbranden een Israëlische vlag bij de herdenking van de revolutie. Teheran, 4 november 2013.
Slachtoffers tijdens de Jom Kippoeroorlog tussen Israël en de Palestijnen
Dossier Israël en de Palestijnen Bekijk dossier

Waarom nu?

Sinds de aanslagen op 7 oktober 2023 is Israël in oorlog met Hamas. Vanuit het zuiden van Libanon dreigen de spanningen met Hezbollah verder op te laaien. Beide groepen worden gesteund door Iran.

‘Zionistisch bezettingsregime’, ‘kankergezwel’ of ‘kleine satan’. Zo noemt het Iraanse regime Israël. Het land staat aan de kant van de Palestijnen en zit Israël dwars waar het maar kan. Toch gaat het al decennialang een directe confrontatie uit de weg. Iran haat Israël op de handrem.

‘We kussen de handen van degenen die de aanval op het zionistische regime hebben gepland,’ zei Ali Khamenei, de opperste leider van de Islamitische Republiek Iran. Hij reageerde in een televisietoespraak op de terreuraanslag van de fundamentalistische Palestijnse organisatie Hamas op Israël begin oktober 2023. De woorden van de ayatollah, die bij vrijwel elke gelegenheid een Palestijnse sjaal om zijn nek draagt, illustreren de diepe haat die Iran jegens Israël koestert. Sinds de Iraanse Revolutie van 1979 zweert het regime om de Palestijnen te bevrijden en Israël van de kaart te vegen. Als het woord ‘Israël’ al wordt gebezigd, want het regime erkent het bestaansrecht van het land niet en spreekt liever van het ‘zionistische bezettingsregime’ of van een ‘kankergezwel’.

Meer lezen over Israël? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

De harde Iraanse houding is relatief nieuw, want lange tijd onderhielden de twee landen goede banden. In 1949 was Turkije het eerste overwegend islamitische land dat het in 1948 opgerichte Israël erkende en in 1950 volgde Iran als tweede. Daar regeerde de sjah van de Pahlavi-dynastie, die een goede relatie met het Westen had. Begin jaren vijftig kwam er een kink in de kabel toen Mohammed Mossadeq van het Nationaal Front premier werd. Hij nationaliseerde de olie-industrie, sneed de banden met het Verenigd Koninkrijk door en probeerde de macht van de sjah in te perken.

Machtig dankzij olie

De sjah onderhield weliswaar goede banden met Israël, maar in de loop van de jaren zeventig sloeg hij een hardere toon aan tegen het land. Dat had ermee te maken dat het olierijke Iran door de oliecrisis van de jaren zeventig plots een stuk machtiger was. De sjah greep die situatie aan om de krijgsmacht te versterken en de Arabische landen te paaien met kritische uitlatingen over Israël. Voor het monarchistische Iran was dat vooral een manier om zijn macht te onderstrepen, zonder dat dat gepaard ging met concrete acties of een veranderd beleid tegenover Israël.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Zo ver kwam het niet, want in 1953 verdween Mossadeq van het podium door een coup die werd gesteund door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. De sjah kwam steviger op zijn troon te zitten. Het contact tussen Israël en het monarchistische Iran floreerde: er waren ambassades in beide landen, de Iraanse olie vloeide rijkelijk richting Israël, onder meer door een gezamenlijk gebouwde pijplijn, en er waren geheime militaire samenwerkingen. De twee landen vonden elkaar ook omdat ze in het Midden-Oosten allebei een vreemde eend in de bijt waren en nog altijd zijn: Iran als het enige Perzische en het grootste sjiitisch islamitische land en Israël als het enige overwegend Joodse land.

Israëls eerste premier Ben Goerion lanceerde eind jaren vijftig de zogeheten ‘periferiedoctrine’: Israël moest een ring van bevriende staten (Turkije, Iran en Ethopië) creëren rond de vijandige Arabische wereld. Iran diende daarin als tegenwicht tegen seculier-nationalistische Arabische landen als Egypte, Syrië, Irak, Jordanië en Libanon. Ook voor de sjah speelde de rivaliteit met de Arabische landen mee, maar voor hem was de binnenlandse stabiliteit belangrijker. De coup van 1953 had hem doordrongen van het belang van een gedegen geheime dienst. Eind jaren vijftig hielpen de Amerikaanse FBI en de Mossad, de Israëlische geheime dienst, Iran een eigen geheime dienst op te zetten: de SAVAK. Mede dankzij de SAVAK groeide de sjah uit tot een onvervalste dictator, die oppositieleden van allerlei pluimage liet opsporen, martelen en opsluiten.

Dankzij de SAVAK groeide de sjah uit tot dictator

Maar door de binnenlandse bemoeienis van Israël en de westerse landen broeide onder het Iraanse volk de haat jegens die partijen. Dat zag overal ter wereld anti-imperialistische vrijheidsbewegingen opkomen, van Afrika tot Latijns-Amerika en van Azië tot het Midden-Oosten. De Iraanse oppositie beschouwde het monarchistische Iran als een soort kolonie van het Westen en steunde daarom de vrijheidsbewegingen. Wie tegen de sjah was, was tegen de Verenigde Staten en dus ook tegen Israël, dat Palestina zou hebben gekoloniseerd, en vóór de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO). Bij de steun voor de Palestijnen speelde bij het islamitische deel van de Iraanse oppositie ook solidariteit met andere moslims mee.

Revolutionairen voeren een verdacht lid  van de SAVAK af. Teheran, 11 februari 1979.
Revolutionairen voeren een verdacht lid van de SAVAK af. Teheran, 11 februari 1979. Bron: ANP.

Oorlog met Irak

De enorme afkeer van het Westen en Israël kwam in 1979 tot uitbarsting tijdens de Iraanse Revolutie. De Verenigde Staten kregen het predicaat ‘grote satan’, voor Israël was het predicaat ‘kleine satan’ gereserveerd. Iran sneed alle officiële banden met Israël door, gaf de Israëlische ambassade in Teheran aan de PLO en droeg een spervuur van anti-Israëlische en antiwesterse boodschappen uit. Het nieuwe Iran afficheerde zich als dé voorvechter van alle islamitische volkeren ter wereld, met de bevrijding van Palestina als grootste belofte. Het land kon zich makkelijk in die positie manoeuvreren omdat Egypte, Syrië, Irak, Jordanië en Libanon, er na de oprichting van Israël niet in waren geslaagd Israël te verslaan. Sterker nog: sommige van deze landen verloren door mislukte oorlogen gebieden aan Israël, tekenden vredesverdragen of erkenden de staat Israël.

Iran afficheerde zich als voorvechter van alle islamitische volkeren

In alle uitingen was de Iraanse afkeer van Israël vol vuur, maar in de praktijk kon de jonge Islamitische Republiek de haat niet ten volle botvieren. Op geopolitiek niveau was er namelijk een veel grotere en acutere bedreiging: het Irak van Saddam Hoessein. Grensconflicten tussen de twee landen waren in 1975 bijgelegd met het Verdrag van Algiers. Maar na 1979 vreesde Saddam Hoessein dat de sjiitische meerderheid in zijn land zich tegen zijn soennitische regime zou keren, geïnspireerd door de revolutie in het buurland.

Omdat hij dacht te kunnen profiteren van de postrevolutionaire chaos in Iran en de afkeer van de Verenigde Staten van de ayatollahs, viel Saddam Hoessein in 1980 Iran aan. De oorlog duurde tot in 1988 en leverde geen duidelijke winnaar op. Opvallend is dat Israël tijdens de oorlog op grote schaal wapens aan Iran verkocht. Dat bleek ook uit het Iran-Contra-schandaal, waarin de Verenigde Staten via Israël wapens verkochten aan Iran om met de opbrengst daarvan rechtse rebellen in Nicaragua te financieren. Ook voor Israël vormde Irak op dat moment een veel groter gevaar dan Iran, ondanks de gezwollen woorden van de ayatollahs.

Vrolijke Irakese soldaten aan het begin van de oorlog tegen Iran, 25 september 1980.
Vrolijke Irakese soldaten aan het begin van de oorlog tegen Iran, 25 september 1980. Bron: Getty Images.

In de jaren tachtig zat Iran Israël op andere plekken wel dwars, zoals in Libanon. De PLO was in het zuiden van dat land steeds machtiger geworden en wist van daaruit aanvallen op Israël uit te voeren. Om orde op zaken te stellen viel Israël in 1982 daarom Libanon binnen. Als reactie daarop ontstonden allerlei verzetsbewegingen, die de Israëlische troepen uit Libanon verjoegen en de strijd voortzetten in Israël en de Palestijnse gebieden. De belangrijkste daarvan is Hezbollah, een sjiitische fundamentalistische organisatie die van meet af aan werd gesteund door Iran. Later begon Iran ook Hamas te steunen, ondanks de soennitische signatuur van die organisatie.

Vanaf de jaren negentig kreeg de Iraanse haat tegenover Israël ruim baan. Door de Irak-Iranoorlog en de Golfoorlog was het regime van Saddam Hoessein sterk verzwakt geraakt, zodat de invloed van Iran in de regio groeide. Ook nam zijn economische kracht toe, waardoor Israël het land begon te zien als belangrijkste bedreiging.

Ondertussen werkte Israël aan betere verhoudingen met andere Arabische landen. Het had daartoe de handen vrij nu Irak geen bedreiging meer vormde en in 1993 en 1995 de Oslo-akkoorden waren gesloten. Daarin waren de PLO en Israël onder andere zelfbestuur van de Palestijnen in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever overeengekomen. Betere banden met de Arabische buren waren volgens de Israëli’s de beste manier om het Iraanse gevaar in te dammen – een soort omgekeerde periferiedoctrine.

Een aanhangster van Hezbollah draagt de Iraanse vlag. Beiroet, september 1984. Bron: Getty Images.

In Iran groeide vanaf de jaren negentig het besef dat de confrontatie met Israël heviger zou worden, maar dat betekende niet dat het de pragmatische lijn van de jaren tachtig losliet. De landen kwamen niet direct tegenover elkaar te staan, botsingen waren vooral indirect. Iran verwierp alle vredesbesprekingen tussen Israël en Arabische landen en bleef Hezbollah, Hamas en andere anti-Israëlische verzetsgroepen volop steunen. Ook hervormingsgezinde Iraanse presidenten als Mohammad Khatami brachten daar geen echte verandering in, vooral omdat de ayatollahs meer invloed hadden op de buitenlandpolitiek.

In het nieuwe millennium voerde Iran de druk op Israël voortdurend op, met het jaar 2003 als belangrijkste scharnierpunt. Door de Amerikaanse invasie van Irak en de voortslepende oorlog wonnen in dat land antiwesterse en anti-Israëlische militante groepen aan kracht, en Iran kon verdere steun aan die groepen verlenen. In 2003 kwam ook naar buiten dat Iran op twee plaatsen bezig was uranium te verrijken, zodat het op den duur nucleaire wapens zou kunnen maken: een grote schok voor het Westen en Israël. Daarnaast werkte Iran aan de ontwikkeling van langeafstandsraketten. Er volgden internationale sancties tegen Iran. Israël voerde het aantal speldenprikken tegen Iran op, waaronder cyberaanvallen en sabotageacties tegen Iraanse nucleaire complexen en moordaanslagen op belangrijke Iraanse kernwetenschappers.

Nieuwe fronten

De schaduwoorlog tussen Iran en Israël gaat tot op de dag van vandaag door, zo vallen Israël en Iran elkaars vrachtschepen de laatste jaren ook met enige regelmaat aan in de wateren van het Midden-Oosten. Tegelijkertijd is de situatie de laatste twee decennia complexer geworden. Iran is nadrukkelijker tegenover de grote soennitische rivaal Saoedi-Arabië komen te staan, dat net als Iran meer invloed in de regio wil. Dat leidde onder meer tot een indirecte confrontatie in de Jemenitische Burgeroorlog, die in 2014 uitbrak en waarin Iran de Houthi-rebellen steunde – die dicht bij het sjiisme staan – en Saoedi-Arabië achter de soennitische regering stond. Ondertussen kon Iran door die steun een nieuw indirect ‘front’ tegen Israël openen, omdat de rebellen vanuit hun gebied ook aanvallen konden uitvoeren op Israël.

Nog een explosief conflict

Ook in het conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan staan Iran en Israël tegenover elkaar. Terwijl Israël het overwegend sjiitisch islamitische Azerbeidzjan ondersteunt met wapenleveringen, staat Iran achter het vrijwel uitsluitend christelijke Armenië. Het uitgangspunt van deze Realpolitik laat zich raden: de vijand van mijn vijand is mijn vriend.

Nog zo’n nieuw front ontstond in de loop van de Syrische Burgeroorlog, die sinds 2011 voortduurt. Mede door flinke militaire steun van Rusland en Iran wist het Syrische regime van dictator Bashar al-Assad te overleven en werd Islamitische Staat zowel in Syrië als Irak verslagen. Daardoor kreeg Iran plots veel meer invloed in de regio. Met een soort corridor door Irak en Syrië heeft het land bovendien toegang tot een landgrens met Israël, waardoor het makkelijker werd om Hamas en Hezbollah te steunen.

Israëlische tanks in Zuid-Libanon,  24 april 1985.
Israëlische tanks in Zuid-Libanon, 24 april 1985. Bron: Getty Images.

Toch lukt het Iran nog steeds niet om zich op te werpen als voorvechter van alle islamitische volkeren ter wereld. Dat wordt verhinderd door Saoedi-Arabië. Ook was de relatie met Hamas jarenlang problematisch. Dat vocht tijdens de Syrische Burgeroorlog mee aan de kant van de oppositie, dus tegen Bashar al-Assad. Het leidde tot een tijdelijke breuk tussen Iran en Hamas. Maar toen Israël in 2020 werd erkend door Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten, en het land de banden met Saoedi-Arabië aanhaalde, voelde Hamas zich in de steek gelaten. Inmiddels is het terug in de armen van Iran, dat zich profileert als de belangrijkste pleitbezorger van de bevrijding van Palestina.

Als het erop aankomt kiest Iran voor de eigen veiligheid

De situatie in Syrië illustreert dat Iran als het erop aankomt voor de eigen veiligheid kiest en niet volledig toegeeft aan de haat voor Israël. Zelfs in de hypothetische situatie waarin de ayatollahs de vrije hand in het Midden-Oosten zouden hebben om hun afkeer van Israël om te zetten in directe, grote acties is het niet waarschijnlijk dat ze dat echt zouden doen. Israël en de Verenigde Staten zouden ongetwijfeld hard terugslaan, waardoor de Iraanse positie zou afkalven. Uit die situatie zouden de Arabische rivalen van Iran weleens een slaatje kunnen slaan.

Om dezelfde reden is Iran nu ook niet gebaat bij een oorlog met Israël. Al klinkt de anti-Israëlische retoriek uit Teheran nog zo heftig, Iran kan zijn haat alleen met de handrem erop botvieren. Die pragmatische houding moet het waarschijnlijk nog lange tijd volhouden: zolang de ayatollahs aan de macht zijn of tot er een nieuwe wereldorde ontstaat waarin de Verenigde Staten minder dominant zijn. In de tussentijd moet Iran hopen dat zijn langeafstandsraketten, zijn veronderstelde nucleaire wapenarsenaal en de speldenprikken die het onder meer via Hezbollah, Hamas en Jemen uitdeelt voldoende zijn om Israël en de Verenigde Staten te ontmoedigen het land aan te vallen.

Meer weten:

  • Treacherous Alliance. The Secret Dealings of Israel, Iran, and the United States (2008) door Trita Parsi behandelt de relatie tussen de drie landen.
  • Iran and Palestine. Past, Present, Future (2020) door Seyed Ali Alavi schetst de onderlinge verhouding.
  • Black Wave. Saudi Arabia, Iran and the Forty-Year Rivalry That Unravelled the Middle East (2020) door Kim Ghattas.

Met dank aan Peyman Jafari.

Openingsafbeelding: Iraniërs verbranden een Israëlische vlag bij de herdenking van de revolutie. Teheran, 4 november 2013. Bron: Getty Images.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 1 - 2024