Home Tijdschrift: Holland

Tijdschrift: Holland

  • Gepubliceerd op: 15 januari 2004
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Wim Berkelaar

Precies twintig jaar geleden verscheen de artikelenbundel Knoeien met het verleden. De titel zei het al: in de bundel werden roemruchte vervalsingen beschreven, variërend van de permanente leugens waarmee de bolsjewieken de Russische Revolutie begeleidden tot de dagboeken van Hitler, die de wereld toentertijd in de ban hielden, maar door een fantast waren geschreven. Kon Knoeien met het verleden nog de indruk wekken dat het vervalsen van het verleden vooral een zaak was die zich buiten de landsgrenzen afspeelde, het historisch tijdschrift Holland (2003-3) toont aan dat er ook in Nederland naar hartenlust op los gefabuleerd werd. Maar wat even zo interessant is: door het vermoeden van vervalsingen waren er ook historici die spoken gingen zien en alles voor een vervalsing hielden. 


Zo iemand was de Duitse mediëvist Otto Oppermann, in het interbellum hoogleraar middeleeuwse geschiedenis in Utrecht. Jan Burgers en Marco Mostert beschrijven hoeveel schade de achterdocht van Oppermann de studie van de Middeleeuwen heeft berokkend, doordat hij als autoriteit talloze oorkonden voor vervalsingen aanzag. De oorkonden werden vaak achter slot en grendel gezet om ze te beschermen tegen slijtage. Om ze toch toegankelijk te maken, werd er meteen een afschrift van gemaakt. En daar zit ‘m de kneep. Want hier kwamen Oppermann en zijn leerlingen in actie. Zij onderzochten die documenten op hun authenticiteit en oordeelden vrijwel altijd: vals. Volgens Burgers en Mostert deden ze dat zonder kennis van de schriftontwikkeling, waardoor afkortingen en andere leestekens werden aangevoerd als bewijzen dat de oorkonden niet konden kloppen. 
Een van die jagers op valse oorkonden was Coen Brandt, de gedoodverfde opvolger van Oppermann. Hij schreef een proefschrift over de Hollandse stadsrechten uit de dertiende eeuw, waarin hij tal van oorkonden als vervalsingen wegzette. Het kwam hem op een scherpe repliek van niemand minder dan Johan Huizinga te staan. Burgers en Mostert hadden er in hun verder uitstekende artikel wel op mogen wijzen dat Brandt afstand nam van zijn proefschrift en zich later tot de felste criticus van zijn leermeester Oppermann ontwikkelde. 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.