• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 6/2007

    The charge of the light brigade op de Krim

    ‘Dit is geen oorlog. Het is dwaasheid’

    Door: Bart Stol

    In 1854, tijdens de Krimoorlog, stortten 666 Britten zich in een hopeloze aanval op Russische kanonnen. Hun charge kostte de nodige levens en liep op niets uit. Toch werd deze charge of the light brigade in Groot-Brittannië hét voorbeeld van plichtsgetrouwe heldenmoed. Maar met die moed en trouw viel het wel mee, blijkt uit verslagen van ooggetuigen.

    ‘Lord Raglan wil dat de cavalerie zich snel naar het front begeeft. Volg de vijand en probeer hem ervan te weerhouden de kanonnen weg te slepen.’ Aldus luidde een van de meest beruchte bevelen uit de militaire geschiedenis. Opperbevelhebber lord Raglan gaf de opdracht aan zijn Britse infanterie-eenheden tijdens de Krimoorlog (1853-1856). Samen met Franse troepen vormden de Britten een expeditieleger dat op het Oekraïense schiereiland de Krim streed tegen de Russische tsaar.

    Een van de infanterie-eenheden aarzelde geen moment toen zij Raglans bevel kreeg. De dragonders, lansiers en huzaren van de lichte brigade (zie kader) stegen te paard en vielen frontaal aan op de Russische artillerie die twee kilometer voor hen in de vallei stond opgesteld. Het was een dappere, maar riskante aanval. Bovendien was er een vergissing in het spel. De kanonnen waarop de lichte brigade zich stortte, waren niet de kanonnen die lord Raglan bedoelde: hij doelde op Brits geschut. De charge van de lichte brigade was dan ook een blunder, die de nodige levens kostte.

    De militaire geschiedenis is rijk aan dergelijke pijnlijke en bloedige vergissingen. Veel van deze blunders vonden plaats tijdens de Krimoorlog – vooral dankzij de Britse bijdrage aan de strijd. De oorlog was in essentie een Brits-Franse invasie van het Oekraïense schiereiland, dat in het midden van de negentiende eeuw nog bij Rusland hoorde. Met deze expeditie probeerden de geallieerden de Russen ervan te weerhouden om het Ottomaanse Rijk, door tsaar Nicholaas I omgedoopt tot ‘de zieke man van Europa’, aan zich te onderwerpen. Als de Russen greep zouden krijgen op het Ottomaanse Rijk, zou dat hun macht geven in het Middellandse-Zeegebied en mogelijk ook in de Britse kolonie India.

    De Fransen en Britten besloten een aanval uit te voeren op de strategische havenstad Sebastopol op de Krim. Als ze deze veroverden, zou de Russische marine de Ottomaanse hoofdstad Constantinopel niet meer kunnen bedreigen. Tegelijkertijd zouden de geallieerden een krachtige onderhandelingspositie verwerven: in ruil voor Sebastopol moesten de Russen het Ottomaanse Rijk voortaan met rust laten.

    Ondanks alle Britse blunders zouden de geallieerden uiteindelijk in hun opzet slagen. In totaal voerden de Britten en Fransen drie grote veldslagen om Sebastopol te kunnen omsingelen; the charge of the light brigade vond plaats op 25 oktober 1854 tijdens de slag om het stadje Balaclava, een aanmeerpunt voor de geallieerde schepen en een belangrijke bevoorradingspost. De charge zou niet alleen uitgroeien tot het bekendste wapenfeit van de Krimoorlog, maar ook tot de bekendste cavalerieaanval uit de geschiedenis – en een van de grootste militaire fouten.
     

    Gebrouilleerde zwagers

    Lord Raglan had het in zijn bevel over drie batterijen Britse kanonnen die, gepositioneerd op een heuvel, de weg naar Balaclava beschermden. Ze moesten voorkomen dat het Russische leger het stadje zou heroveren. In de vroege ochtend van de 25ste oktober hadden de Russen een succesvolle aanval uitgevoerd op de bewuste heuvelrug en negen kanonnen veroverd.

    Voor een negentiende-eeuwse commandant was het verlies van een kanon een grote blamage: kanonnen waren de belangrijkste wapens op het slagveld. De gedachte dat Brits wapentuig in Russische handen zou vallen, was te veel voor lord Raglan. Zijn voorganger, de hertog van Wellington (die Napoleon versloeg bij Waterloo en zo de verpersoonlijking werd van Groot-Brittanniës militaire en nationale trots) had volgens de overlevering nooit één kanon aan de vijand afgestaan. Lord Raglan was niet van plan om voor hem onder te doen.

    Vanaf zijn hooggelegen positie op een andere heuvelrug zag hij dat de Russen de kanonnen wilden wegslepen. Snelheid was geboden om de Britse eer te redden. Dus krabbelde hij haastig zijn beroemd geworden orders op een briefje, dat hij naar de cavalerie beneden in de vallei liet brengen. De cavaleriecommandanten, de zwagers lord Cardigan (aanvoerder van de lichte brigade) en lord Lucan (aanvoerder van de zware brigade), namen de orders verbijsterd in ontvangst.

    Vanuit hun positie beneden in de vallei hadden zij een heel ander zicht op hun omgeving dan lord Raglan: ze hadden weinig meegekregen van de verovering van de Britse kanonnen. De enige artillerie-eenheid die ze konden zien, bevond zich tegenover hen, twee kilometer verderop aan de andere kant van de vallei. Dat waren de Russische kanonnen, goed beschermd door Russische infanterie en cavalerie. Maar die kon Raglan toch niet bedoelen? Een kind wist dat een frontale aanval op zo’n stelling gelijkstond aan zelfmoord.

    Het feit dat de zwagers een grondige hekel aan elkaar hadden en nauwelijks meer met elkaar spraken, weerhield hen ervan om het bizarre bevel nader te analyseren. Na kort onderling gekijf over de absurditeit van de opdracht, draaide lord Cardigan zich korzelig om en dirigeerde zijn lichte brigade naar voren. Geen van zijn soldaten aarzelde om hem te volgen. Alle 666 cavaleristen van de light brigade reden zonder te morren achter hun commandant aan de vallei in. Toen lord Lucan zag dat ze zwaar onder vuur kwamen te liggen, besloot hij zijn brigade, die inmiddels ook naar het strijdtoneel was vertrokken, halt te laten houden. Zijn zwager nakijkend mompelde hij: ‘Ze hebben de lichte brigade opgeofferd, de zware zullen ze niet krijgen.’

    Historici zijn uitzonderlijk goed geïnformeerd over het krijgsbedrijf rond de vlakten van Balaclava. De Krimoorlog was de eerste Europese oorlog die veel schriftelijke getuigenissen opleverde van officieren én van gewone soldaten: dagboeken, brieven memoires, interviews. Zo kennen we veel van de verbaasde reacties van omstanders toen zij ontdekten dat de lichte brigade niet uitreed om de Britse kanonnen terug te halen. Sommige Britse soldaten op de heuvels rond de vallei begonnen te huilen toen ze de kleine cavalerie-eenheid op het Russische leger zagen afstormen.

    Kapitein Henry Clifford schreef: ‘Het geluid van moordend musketvuur dat neerdaalde op die dappere jongens klonk in mijn oren en tranen liepen over mijn wangen.’ Een Franse generaal die naast hem stond probeerde hem te troosten: ‘Arme jongen. Ik ben oud, ik heb veel veldslagen gezien, maar dit is te erg.’ Bij anderen, zoals de Franse generaal Bosquet, streden bewondering en verbazing om voorrang. Soldaten hoorden hem zeggen: ‘Het is fantastisch, maar het is geen oorlog. Het is dwaasheid.’
     

    Modelsoldaat

    Een van de meer enthousiaste omstanders was Times-journalist William Russell, die met het Britse leger mee was gereisd om voor het eerst in de geschiedenis een Europese oorlog journalistiek te verslaan. Zijn berichten van het front kwamen per stoomschip in twee weken naar Engeland. Russells verslagen vonden in Groot-Brittannië een dankbaar publiek. Voor het eerst kon het thuisfront een militaire campagne bijna op de voet volgen en meebeleven. Voorheen had men moeten wachten tot de soldaten huiswaarts keerden met hun verhalen.

    Russell besteedde veel aandacht aan de aanval van de lichte brigade. Terwijl hij de legerleiding fel bekritiseerde, deed hij in lovende woorden verslag van de aanval, waarbij hij vooral de gewone cavalerist roemde: ‘Hun heldenmoed kende geen grenzen.’ In een tijd van opkomend nationalisme trof Russell met dergelijke zinsneden bij zijn landgenoten een gevoelige snaar. De Times dikte het beeld dat Russell schetste in een redactioneel commentaar nog wat aan: ‘Er is iets met het prachtvertoon en de gewichtigheid van deze fatale onderneming dat haar boven gewone oorlogvoering uittilt en verheft tot een grote nationale opoffering.’

    Het was echter Alfred lord Tennyson, de toenmalige Engelse dichter des vaderlands, die de gebeurtenis een paar weken later definitief tot een mythe maakte. Geïnspireerd door Russells verhaal en de dramatische mix van heldendom en tragiek scheef hij een gedicht – ‘The Charge of the Light Brigade’ – waarin hij de trouw en opofferingsgezindheid van de gewone soldaat bezong: Forward, the Light Brigade!/ Was there a man dismay’d?/ Not tho’ the soldiers knew someone had blunder’d/ Theirs not to make reply/ Theirs not to reason why/ Theirs is but to do and die/ into the valley of Death/ Rode the six hundred.

    Russells reportages en Tennysons gedicht leerden het Britse publiek dat de veertig jaar vrede die waren gevolgd op de Slag bij Waterloo de ‘typisch Engelse eigenschappen’ als dapperheid, plichtsbesef en vaderlandsliefde niet hadden doen afsterven. In enkele weken groeide de lichte cavalerist in de Britse collectieve verbeelding uit tot een negentiende-eeuws modelsoldaat: de verdediger van Engelands eer die zonder angst of klagen zijn bevelen opvolgde – zelfs in het aanschijn van een wisse dood.

    Al die aandacht voor de mannen van de lichte brigade was ook een teken van beginnende democratisering. Terwijl vroeger de ware oorlogsheld veelal een adellijke heer was, of een grote commandant, eerden de Britten nu de dapperheid van de gewone, naamloze man. Zo ontstond ook een andere mythe: dankzij het blunderen van de commandanten en de moed van de gewone cavalerist kreeg het Britse leger te kampen met het imago van lions lead by donkeys. Een cavalerist van de zware brigade schreef: ‘We zijn het er allemaal over eens dat er geen grotere prutsers zijn dan Lucan en Cardigan. We noemen Lucan de voorzichtige ezel en Cardigan de gevaarlijke ezel.’
     

    Schietgebedjes

    Het beeld dat Tennyson en Russell opwierpen heeft verrassend lang standgehouden. Tot op de dag van vandaag is de aanval een symbool van militair plichtsbesef – vooral in Groot-Brittannië. Recent is dat beeld echter ondergraven. Naar aanleiding van het 150-jarige jubileum van de Krimoorlog is de laatste jaren een aantal boeken verschenen, die meer dan eerdere publicaties ingaan op ooggetuigenverslagen van de overlevenden van de aanval.

    Uit deze brede bloemlezingen blijkt dat de cavaleristen zich veel minder door vaderlandsliefde en plichtsbesef lieten leiden dan vaak is voorgesteld. Op het moment dat lord Cardigan zijn mannen de vallei in leidde, wisten sommigen niet eens waar ze op af denderden. Dat er geblunderd was, was hun nog niet bekend – in tegenstelling tot wat Tennyson dichtte. Sommige cavaleristen meenden in de aanloop naar de kanonnen dat ze zouden zwenken naar een doel buiten de vallei. Anderen verkeerden in de veronderstelling dat hun aanval deel uitmaakte van een veel grotere charge, begeleid door infanterie, artillerie en de zware brigade.

    Bovendien was naast plichtsbesef ook frustratie een belangrijke drijfveer voor de aanval: frustratie over het feit dat de lichte brigade het enige legeronderdeel vormde dat nog niet in actie was gekomen was zeker een even groot motief. Door de andere legeronderdelen werden de soldaten van de lichte brigade inmiddels uitgemaakt voor bangerds en look-ons – toeschouwers -, iets wat de oorlogsjournalisten niet ontgaan was. Het feit dat het thuisfront dergelijke anekdotes voorgeschoteld kreeg, vergrootte bij de lichte brigade de behoefte om zich militair te onderscheiden. Toen uiteindelijk het sein tot actie kwam, was menig cavalerist graag bereid om tot de aanval over te gaan.

    Toen ze eenmaal in galop waren, bleef er echter weinig van hun heldhaftigheid over. Angst was tijdens de rit een van de overheersende emoties. Terwijl kanonskogels letterlijk langs hun oren vlogen, prevelden de mannen schietgebedjes, waarin hun moeder vaak een prominente plaats innam. Dragonder Albert Mitchell herinnerde zich dat hij tijdens de aanval riep: ‘O, Heer bescherm me en pas op mijn arme moeder.’ Edward Seager, luitenant bij de huzaren, biechtte in een brief aan zijn vrouw op dat hij tijdens de rit troost zocht bij zijn persoonlijke talismannen: ‘De foto van jou en de kinderen, de cadeaus die mijn lieve moeder me gegeven had (gebedenboek en Bijbel), je brief met de lok van onze lieve kleine Emily.’

    Ondanks de angst maakte ook blinde bloeddorst zich meester van de mannen. Eenmaal bij de kanonnen, denderden cavaleristen door naar de Russische cavalerie, niet meer vatbaar voor bevelen van hun meerderen. Thomas Morley, korporaal van de lansiers, schreef: ‘Ik gaf soldaat Clifford het bevel halt te houden, maar hij stormde recht af op een grote groep Russen en werd voor mijn ogen in stukken gehakt.’

    Na een kort maar hevig gevecht met de Russische cavalerie werd de terugtocht geblazen. De aanval had amper een halfuur geduurd. Uit memoires blijkt dat de terugtocht van de lichte brigade niet half zo heroïsch was als de aanval. Hoewel sommige soldaten gewonde maten probeerden te redden, omschreef een overlevende de stemming als: ‘Ieder voor zich en God helpe de achterblijvers.’

    Na terugkomst overheerste bij de overlevenden de teleurstelling. Ze hadden geen enkel Russisch kanon buitgemaakt, terwijl de Britse kanonnen triomfantelijk Sebastopol binnen waren geloodst. Toch was de lichte brigade minder getroffen dan wel is gedacht. Hoewel Engeland in de waan verkeerde dat het leeuwendeel van de mannen was omgekomen, had in feite meer dan 75 procent van hen de aanval overleefd. Vergeleken met andere aanvallen in de oorlog was het aantal slachtoffers gering.

    Sommige historici zijn nu zelfs geneigd om de Russische kanonniers tot de ware dwazen van de aanval te bestempelen. Uit vergelijkingen van het geschatte aantal afgevuurde Russische kogels en het aantal Britse slachtoffers, blijkt dat de Russen er, ondanks het relatief gemakkelijke doelwit, niet in slaagden om per kanonschot meer dan één Brit te doden of te verwonden – in militair opzicht een belachelijk laag resultaat. De Russen waren dan ook slecht getraind.
     

    Schoonheidsfoutjes

    Toen weken later de Britse kranten op de Krim arriveerden, werd de overlevenden van de aanval duidelijk wat ze in Engeland hadden losgemaakt. Ze mochten dan een slag hebben verloren, ze hadden wel een heel volk zelfvertrouwen gegeven. Ook Tennysons gedicht vond gretig aftrek bij de cavaleristen; twee maanden na de slag neurieden de overlevenden op de Krim hun eigen loflied. Het is niet verwonderlijk dat de mythologisering rond de charge ook op hen vat kreeg. In hun memoires schrijven cavaleristen over bepaalde ‘feiten’ die door Tennyson in zijn gedicht bezongen werden, maar niet strookten met de realiteit.

    Zo ‘herinnerden’ sommige veteranen zich dat ze tijdens de aanval van drie kanten tegelijk door kanonnen onder vuur werden genomen, zoals in een refrein van Tennysons gedicht te lezen viel. In werkelijkheid werden ze echter slechts van twee kanten beschoten. Dergelijke schoonheidsfoutjes maken de persoonlijke verslagen van de overlevenden zo interessant. Ze bieden zowel inzicht in de gruwelen van het slagveld als in de psychologische werking van een collectieve emotie als het nationalisme, dat niet alleen de toeschouwer ver weg van het front, maar ook de militair zelf tot op zekere hoogte blind maakte voor de realiteit van de oorlog.

    Overigens toonde het Britse publiek weinig interesse voor de memoires van de overlevenden. Terwijl Britse kinderen op school, als goede minipatriotjes, het gedicht van Tennyson uit hun hoofd moesten leren, vonden de memoires van de soldaten nauwelijks aftrek. Het nationalisme dat in de negentiende eeuw gekweekt werd uit een mengelmoes van mythen en historische en eigentijdse gebeurtenissen, had nu eenmaal meer behoefte aan heldendaden en lofliederen dan aan feiten.
     

    Dragonders, huzaren en lansiers

    Een cavaleriedivisie bestond traditiegetrouw uit twee onderdelen: een zware brigade en een lichte brigade. Hoewel de verschillen tussen de onderdelen in de loop van de negentiende eeuw vervaagden, bestond een zware brigade veelal uit grote, zwaar gebouwde mannen op stevige paarden. Zij was vooral bedoeld als een grote stormram om de vijand op het slagveld uiteen te drijven.

    In de lichte brigade dienden de wat tengerder figuren en lichtere paarden. Deze brigade deed verkenningen en voerde kleine (verrassings)aanvallen uit. Zij kon echter ook in combinatie met de zware brigade op het slagveld worden ingezet. De lichte brigade op de Krim was opgebouwd uit drie verschillende eenheden: dragonders waren eigenlijk voetsoldaten die zich te paard naar hun doel begaven. Ze waren gewapend met een sabel en een korte musket of karabijn (oorspronkelijk dragon (draak) genoemd, omdat het leek alsof ze vuur spuwden als ze werden afgevuurd). Huzaren (vernoemd naar de legendarische middeleeuwse Hongaarse ruiters de huszár) waren gewapend met sabels en pistolen of karabijnen en vaak getooid met een pelisse, een klein jasje dat losjes over een schouder hing. In een gezamenlijke aanval werden zij voorafgegaan door de lansiers, die gewapend met een lans als lichte stoottroepen dienden.

    Meer informatie

    Boeken
    In Groot-Brittannië raken ze niet uitgeschreven over de Krimoorlog en the charge of the light brigade. Het woud van publicaties is enorm. Een aardige inleiding is The Crimean War van Paul Kerr. Dit overzicht, mede gebaseerd op ooggetuigenverslagen, verscheen in 1997 in combinatie met een serie documentaires voor het Britse Channel Four. De goede en thematische bibliografie biedt de lezer toegang tot allerlei facetten van de Krimoorlog.

    De charge wordt kundig geanalyseerd door Terry Brighton in Hell Riders. The Truth about the Charge of the Light Brigade (2004). Voor fans van de Britse geschiedschrijving is dit een echte aanrader. Brighton pluist minutieus alle ins en outs van de aanval na – tot en met het verdachte overlijden van enkele veteranen.

    Wellicht het leukste boek over de Krimoorlog is The Thin Red Line. An Eyewitness History of the Crimean War (2005) van Julian Spilsbury. Hij vertelt het verhaal van de oorlog volledig aan de hand van ooggetuigenverslagen. De charge komt ruim aan bod, maar hij gaat ook uitgebreid in op de ervaringen van andere Krimveteranen. Dat maakt dat de gebeurtenis wat meer in perspectief komt te staan: ook de gewone infanterist blijkt dapper, bang en bloeddorstig.

    Internet
    Een leuke website om mee te beginnen is: www.victorianweb.org/history/crimea. Op deze site is onder meer achtergrondinformatie te vinden over de politieke aanloop tot de oorlog. Ook zijn er biografieën van de hoofdrolspelers te vinden, brieven en dagboekfragmenten van overlevenden en reportages van Britse en Amerikaanse journalisten.

    De Slag om Balaclava en the charge of the light brigade worden prachtig geïllustreerd weergegeven op: www.britishbattles.com/crimean-war/balaclava.htm. Op deze pagina staan naast foto’s van overlevenden van de slag ook het gedicht van Alfred lord Tennyson en het briefje met de gewraakte orders van lord Raglan. Verder geeft deze site toegang tot rijk geïllustreerde overzichten van andere veldslagen van de Krimoorlog.