Home De moeder van alle enquêtes

De moeder van alle enquêtes

  • Gepubliceerd op: 22 februari 2022
  • Laatste update 04 jan 2023
  • Auteur:
    Bart de Koning
  • 11 minuten leestijd
De moeder van alle enquêtes

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Historischnieuwsblad.nl? U bent al lid vanaf €3,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Heel Nederland volgde in 1984 via de televisie de RSV-enquête. Dit parlementaire onderzoek legde genadeloos de miskleunen bloot van politici, ambtenaren en zakenlieden die betrokken waren bij scheepsconcern RSV. De Tweede Kamer herontdekte zo de mogelijkheden van een eigen enquête. Dat instrument waren parlementariërs na de oorlog min of meer vergeten. Inmiddels hebben ze de smaak te pakken.

Het was historische televisie, de openbare verhoren die de parlementaire enquêtecommissie in 1984 hield. Het jaar ervoor was het reusachtige Rijn-Schelde-Verolme (RSV) failliet gegaan. Zo’n 2,2 miljard gulden (1 miljard euro) belastinggeld was in de bodemloze put verdwenen. De Tweede Kamer was verbijsterd en eiste opheldering. De Kamer was het recht om een parlementaire enquête te houden vrijwel vergeten – de laatste was vlak na de oorlog gehouden –, maar besloot het instrument hiervoor in te zetten. De Nederlandse volksvertegenwoordigers lieten zich daarbij inspireren door het Amerikaanse Congres. De openbare hoorzittingen bij schandalen zoals Watergate en Lockheed lieten televisiekijkers over de hele wereld zien hoe volksvertegenwoordigers in scherpe kruisverhoren de waarheid boven water kregen.

Zoiets wilden Nederlandse parlementariërs hier ook. En dat is ze gelukt. Een bont gezelschap van politici, ambtenaren, zakenmensen en dubieuze scharrelaars moest op het Binnenhof voor de camera’s onder ede getuigen. Ze vertelden over corruptie, megalomane projecten, zakkenvullerij en bizarre reddingsoperaties die een scenarioschrijver niet had durven bedenken. Heel Nederland kon ’s avonds bij Den Haag Vandaag meekijken hoe scheepsbouwer RSV ten onder was gegaan, ondanks de enorme subsidies en actieve bemoeienis van de Haagse politiek. Of misschien wel dankzij die bemoeizucht.

‘Wat is er mooier dan een schip maken en dat van de helling zien lopen?’ zo vroeg oud-premier Joop den Uyl zich retorisch af, als getuige bij de commissie.

Meer historische context bij het nieuws? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

‘Ik weet één ding dat mooier is. En dat is een vrouw,’ reageerde commissievoorzitter Kees van Dijk, die bekendstond als een steile calvinist. De hele zaal barstte in schaterlachen uit – inclusief de aanwezige vrouwen. Het is voor de hedendaagse kijker even wennen, maar toen kon zo’n opmerking gewoon nog. Net als roken: leden van de enquêtecommissie, ambtenaren en getuigen paften er vrolijk op los. Regelmatig trokken er witte wolken voor de camera’s, waardoor getuigen even uit het zicht verdwenen.

Jan de Vries, voorzitter van de raad van commissarissen, declareert bijna twee miljoen gulden aan reis- en kantoorkosten.

Achter Van Dijk zat – ook stevig rokend – een nog jonge Saskia Stuiveling, die als bedrijfskundig expert het onderzoek voor de commissie coördineerde. Zij raakte door het onderzoek naar de chaos en misleiding bij RSV doordrongen van het belang van goed beleid en betrouwbare informatie – en vooral de controle erop. Na de RSV-enquête ging ze in 1984 aan de slag als onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer, waarvan ze later ook voorzitter zou worden. Stuiveling deed tussen 1984 en haar pensionering in 2015 talloze onderzoeken naar overheidsbeleid en zorgde met haar messcherpe analyses voor een enorme professionalisering bij ambtenaren, ministers en Kamerleden.

Vergane glorie

De opmerking van Joop den Uyl over de schoonheid van schepen beschreef precies waarom politici maar doorgingen met het steunen van RSV. Nederland was al sinds de zeventiende eeuw een land van reders en scheepswerven, waar in de jaren tachtig nog steeds tienduizenden arbeiders werkten. De werven zagen er indrukwekkend uit, maar het was grotendeels vergane glorie. De Nederlandse scheepsbouw had sinds de jaren zestig zwaar te lijden onder buitenlandse concurrentie – vooral uit Azië, waar ze efficiënter en goedkoper konden bouwen. Het kleine Nederland kon daar met zijn versnipperde werven niet tegenop. Na veel polderen in adviescommissies besloot Den Haag dat schaalvergroting de oplossing was. Onder politieke druk fuseerden de grootste scheepsbouwers van Nederland in 1971 tot Rijn-Schelde-Verolme. Het Rijn-Schelde-gedeelte bestond onder andere uit traditionele werven zoals Wilton-Feijenoord, de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij en de Koninklijke Maatschappij De Schelde. Zij gingen samen met het concern van de eigenzinnige ondernemer Cornelis Verolme, die onder Haagse druk moest opstappen bij zijn eigen bedrijf.

De gedachte was dat ze de krachten zouden bundelen en samen efficiënt de concurrentie met buitenlandse werven zouden aangaan. Maar RSV werd nooit echt één bedrijf en de werven bleven elkaar beconcurreren. Een groot probleem was de chaotische informatievoorziening. Op papier zagen de verschillende bedrijfsonderdelen en de onderhanden projecten er wel goed uit, in werkelijkheid was het concern een vergiet waar het geld aan alle kanten uit liep.

Namens de overheid werd topambtenaar Josef Molkenboer regeringswaarnemer bij het bedrijf. Opeenvolgende ministers van Economische Zaken (Joop den Uyl (PvdA), Ruud Lubbers (CDA), Jan Terlouw (D66) en Gijs van Aardenne (VVD)) bleven er maar subsidie in stoppen. Steeds met de gedachte dat de werkgelegenheid niet verloren mocht gaan en onder voorwaarde dat het bedrijf zou saneren en reorganiseren. De steun was telkens tijdelijk bedoeld, maar was in feite structureel. Uiteindelijk werden de economische crises van de jaren zeventig en tachtig het bedrijf fataal. Hoewel de staat er 2,2 miljard gulden in had gestoken werd in 1982 surseance van betaling onvermijdelijk.

Prinses Beatrix doopt in 1978 een schip dat haar naam draagt.

RSV-enquête na ‘Operatie Paashaas’

Het staat hier kort en bondig samengevat, maar de enquêtecommissie was er twee jaar mee bezig om de stukken boven water te krijgen, alle betrokkenen te verhoren en de hele saga in zo’n zeshonderd bladzijden samen te vatten. Het rapport is in leesbaar en fraai Nederlands geschreven. Zo wijst de commissie op ‘het taaie ongerief van de weinig trefzekere prognoses’ die als een rode draad door de geschiedenis van het bedrijf lopen.

Keer op keer bleken de berekeningen niet te kloppen of wisten directie, commissarissen of ministers op cruciale momenten niet van verliezen of tekorten. Dan was regeringswaarnemer Molkenboer wel op de hoogte van een tegenvaller ergens binnen het bedrijf, maar meldde hij dat niet. Saskia Stuiveling vertelde later dat ze tijdlijnen opstelde waarin ze precies reconstrueerde, soms van uur tot uur, wie welke informatie op welk moment had. Het is een methode die onderzoekers ook toepassen bij de reconstructie van grote rampen of misdrijven. Dat de commissie deze innovatieve techniek toepaste tekent haar grondige en gedreven aanpak. Nog steeds beginnen rapporten van de Rekenkamer met een reconstructie van het gevoerde beleid, waarbij steeds de centrale vraag is: wat was eigenlijk de bedoeling toen we eraan begonnen?

Het was voor de commissie op zich al lastig genoeg om het samenraapsel van verschillende werven goed in beeld krijgen, maar RSV was daarnaast ook nog breed uitgewaaierd. Omdat de scheepswerven in de jaren zeventig en begin jaren tachtig niet meer rendabel te krijgen waren stortte het concern zich op steeds uitzinniger projecten: kolengravers in Amerika, kernenergie in Zuid-Afrika en gaswinning in Algerije.

Het RSV-concern was een vergiet waar het geld aan alle kanten uit liep.

Zoals eigenlijk alles bij RSV ging ook dat mis. RSV was in zeer moeizame onderhandelingen verwikkeld met de Algerijnse opdrachtgevers over tegenvallers in het gasproject, die opliepen tot 300 miljoen gulden. RSV besloot om al zijn werknemers in het geheim te evacueren uit Algerije via ‘Operatie Paashaas’ (het speelde rond Pasen). De gedachte was dat de Algerijnen na het vertrek van alle Nederlandse experts bij de onderhandelingen voor het blok zouden staan. Bovendien konden de Nederlanders dan niet gegijzeld worden.

‘In de namiddag van woensdag 7 april 1982 verhief zich van de zonovergoten landingsbaan in Bou Saâda een “Navajo Chieftain” om rechtstreeks koers te zetten naar Marseille en vandaar naar Zestienhoven,’ zo begint de beschrijving van de operatie in het eindverslag. Het hele hoofdstuk leest als een thriller. Aan boord waren de laatste acht werknemers, die vanaf een obscuur vliegveldje zonder radio, verkeersleiding of douane het land ontvluchtten. RSV had er – terecht – op gegokt dat de Algerijnse radar niet goed werkte.

Het bedrijf had de toenmalige minister van Economische Zaken, Jan Terlouw, een paar dagen ervoor ‘in de marge van een overleg’ verteld over de plannen, maar de bewindsman had niet doorgevraagd. ‘Mijn naam is haas,’ vertelde Terlouw later tegen de commissie, onder algehele hilariteit. Hij wilde bewust van niets weten en lichtte zelfs zijn collega van Buitenlandse Zaken niet in over de riskante operatie, die de relaties met Algerije zwaar onder druk zette.

Ten tijde van de RSV-enquête had nog niemand van communicatieadvies of interviewtraining gehoord – en dat maakte het ook tot zo’n spektakelstuk, zoals presentator Hans Goedkoop in 2012 opmerkte in Andere Tijden. Er werd veel gelachen. Niet alleen om belegen seksistische opmerkingen, maar ook om ministers die het zich konden veroorloven om flauwe woordspelingen te maken over bloedserieuze kwesties.

Winsemius leidt de RSV-enquête.
Albert Winsemius leidt in de jaren zeventig al een commissie die het beheer van RSV onderzoekt.

Het hoogtepunt (of dieptepunt) was het onderzoek naar de Amerikaanse kolengravers. RSV zou innovatieve graafmachines gaan bouwen. Het bedrijf sloot een contract met de kleurrijke Amerikaanse zakenman James D. Stacey, die ze in de VS zou gaan verkopen. De Nederlandse tussenpersoon was de al even kleurrijke Ries Hengstmengel, die de commissie later uitlegde wat voor type Stacey was: een zakenman met een gouden aansteker met diamanten, die rustig in gezelschap een half miljoen dollar cash over de tafel schoof.

Dat hij alles contant betaalde kwam, zo vertelde Hengstmengel aan de commissie, doordat geen enkele Amerikaanse bank Stacey nog een creditcard wilde geven. Weer algehele hilariteit in de zaal. RSV had geen idee dat hun zakenpartner een notoire wanbetaler was. Staceys bedrijf heette MMWOPS. Zijn medewerker Frank Harscher vertelde aan de commissie waar die afkorting voor stond: Making Money While Other People Sleep. Weer gelach in de zaal. Met die ‘other people’ bedoelde Stacey de managers van RSV, maar in feite ging het om de Nederlandse belastingbetaler.

Minister Jan Terlouw wilde bewust van niets weten

Uitzinnig graaien leidt tot RSV-enquête

Na de RSV-enquête kreeg de Kamer de smaak te pakken: sindsdien volgden er dertien, waarvan drie dit jaar. Slecht of onduidelijk beleid is van alle tijden, dat is duidelijk. Toch is er wel vooruitgang. Wie nu het nieuws volgt zou het misschien niet direct zeggen, maar Nederland wordt minder amateuristisch bestuurd dan een jaar of veertig geleden. De RSV-enquête heeft daarin een belangrijke rol gespeeld. Zo declareerde de voorzitter van de raad van commissarissen, Jan de Vries, in zes jaar tijd maar liefst 1,76 miljoen gulden aan reis- en kantoorkosten. Daaronder 238.241,25 gulden voor de huur van helikopters en vliegtuigen om naar zijn privé-eiland bij Schotland te reizen. De Vries declareerde die bedragen dubbel (ook bij bouwbedrijf Bredero), maar dat vonden ze bij RSV geen probleem. De enquêtecommissie kaartte het probleem van bonussen en vergoedingen bij bedrijven die steun krijgen als eerste aan. Daarmee is het graaien natuurlijk niet verdwenen, maar het in elk geval niet meer zo uitzinnig als toen.

De RSV-enquête betekende ook het einde van de traditionele industriepolitiek. De overheid wilde niet langer de verliezers overeind houden, maar vooral de innovatieve winnaars gaan subsidiëren. En als Den Haag toch verliesgevende bedrijven overeind moet houden, gebeurt dat veel zakelijker. Het kwakkelende Fokker kreeg lang subsidie, maar minister van Economische Zaken Hans Wijers zette die steun in 1996 weloverwogen stop. DAF, Vroom & Dreesmann en DSB Bank hoefden niet op Haagse steun te rekenen. ING en ABN Amro waren te groot om te laten ploffen tijdens de kredietcrisis. Zij kregen tientallen miljarden steun, maar daar was het vanaf het begin bewust beleid om ze zo snel mogelijk weer op eigen benen te zetten.

RSV-enquête gaat over gaswinning Algerije.
Een conflict over de gaswinning in Algerije loopt zo hoog op, dat RSV zijn werknemers in het geheim evacueert.

Op dit moment speelt de vraag in hoeverre de overheid nieuwe kerncentrales moet gaan subsidiëren – die zijn veel te duur om uitsluitend privaat te financieren. De laatste keer dat de overheid daar serieus geld in stak was in Rotterdam Nuclear (RN), de nucleaire dochter van RSV. Daarnaast belooft de KLM interessante discussies te gaan opleveren. De luchtvaartmaatschappij heeft zo’n 4 miljard euro aan steun gekregen sinds de coronacrisis. Het bedrijf is, net als RSV destijds, nationaal erfgoed. Het is een dappere politicus die daar de stekker uit durft te trekken en daarmee tienduizenden KLM’ers op straat zet. Tegelijkertijd is onbeperkte verliesfinanciering tegenwoordig niet meer uit te leggen aan de belastingbetaler. De dilemma’s zijn nog steeds hetzelfde als bij RSV, maar het debat wordt wel veel zakelijker gevoerd.

Meer weten:

  • Verslag van de enquêtecommissie Rijn-Schelde-Verolme (1984), te vinden via Overheid.nl
  • De RSV-enquête (2012), aflevering van geschiedenisprogramma Andere Tijden.
  • Draaikonten (1984), deze lp van het Simplisties Verbond gaat deels over de RSV-enquête. Te beluisteren via Spotify.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 3 - 2022