• Afrekenen
  • Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 3/2008

    Rosa Luxemburg (1871-1919)

    Martelares van de wereldrevolutie

    Door: Rob Hartmans

    Door haar gewelddadige dood werd Rosa Luxemburg voor generaties linkse intellectuelen een icoon van de revolutie. Maar hoewel haar moed en onafhankelijkheid van geest zeer bewonderenswaardig waren, heeft ze toch bitter weinig bereikt. Luxemburgs theorieën waren zo abstract en doctrinair dat ze geen greep had op de werkelijkheid.

    Als Karel van het Reve een meisje was geweest, of anders zijn jongere broertje Gerard, zou ze zeer waarschijnlijk Rosa hebben geheten. Zij zou dan de naamgenote zijn geweest van de in Auschwitz vermoorde dochter van Paul de Groot, de man die na de oorlog decennialang de leider was van de Communistische Partij in Nederland (CPN). Onder communisten was het rond 1920 zeer in de mode een kind te vernoemen naar Rosa Luxemburg, de in de nacht van 15 op 16 januari 1919 door Duitse militairen vermoorde socialistische theoretica en revolutionaire. Of naar de andere leider van de Duitse communistische partij, de op dezelfde dag vermoorde Karl Liebknecht.

    Door haar gewelddadige dood was Rosa Luxemburg een linkse heilige geworden, een martelares voor de zaak van de wereldrevolutie. Voor de jonge Jacques de Kadt was de moord aanleiding lid te worden van Nederlandse communistische partij, en hoewel hij later een van de meest uitgesproken anticommunisten zou worden en het geloof in de revolutie verloor, zou hij altijd grote bewondering voor Luxemburg blijven houden. In 1935 schreef de inmiddels tot het religieus-socialisme bekeerde Henriette Roland Holst een biografie van Luxemburg, waarin ze weliswaar kritiek uitte op het marxistische dogmatisme van haar vroegere vriendin, maar haar tegelijkertijd portretteerde als een zeer verheven persoonlijkheid, wier levensdrang ‘de extatische verrukking der mystici van alle tijden wel zeer nabij kwam’.

    Luxemburgs vroegtijdige dood maakte haar tot een icoon van de revolutie, terwijl ze niet meer hoefde mee te maken hoe die in de Sovjet-Unie leidde tot een totalitair regime dat miljoenen mensen het leven kostte. Sterker nog: Rosa Luxemburg had al in een vroeg stadium gewaarschuwd voor de dictatoriale neigingen van Lenin en de zijnen, waardoor zij ook voor latere linkse generaties een symbool werd van de overtuiging dat de socialistische revolutie niet noodzakelijkerwijs hoefde te resulteren in de Goelagarchipel. Voor feministes ten slotte was Luxemburg een inspirerende figuur, omdat ze het als vrouw had durven opnemen tegen mannelijke theoretici en politici. Ook had ze zich in haar persoonlijke leven weinig gelegen laten liggen aan conventies en er een tamelijk ongebonden liefdesleven op na gehouden.

    Terreur
    De in 1871 geboren Rosa Luxemburg had heel wat barrières te slechten en plafonds te doorbreken. Als Poolse werd ze geboren in een land dat op dat moment niet bestond, door haar Joodse afkomst behoorde ze tot een met grote argwaan bekeken minderheid, als socialiste plaatste ze zich buiten de maatschappelijke klasse waartoe ze behoorde, en als vrouw moest ze excelleren om als volwaardige gesprekspartner te worden geaccepteerd. Daarbij was ze niet erg knap en liep ze mank als gevolg van een verkeerd behandelde ziekte.

    Dankzij haar superieure intelligentie en tomeloze energie wist ze zich echter een plaats te verwerven binnen de door mannen gedomineerde socialistische beweging. Die beschouwde zichzelf niet als de zoveelste idealistische stroming, maar als vertegenwoordiger van door de wetenschap ontdekte, historisch noodzakelijke wetmatigheden. En hoewel de marxistische intellectuelen van de Tweede Internationale – de overkoepelende organisatie van sociaal-democratische partijen – over het algemeen nog behept waren met alle masculiene en paternalistische vooroordelen van de negentiende-eeuwse bourgeoisie, moesten zij Rosa Luxemburg erkennen als hun gelijke.
    Rosa was geboren in Zamosc, een stad in het deel van Polen dat sinds 1815 deel uitmaakte van het Russische Rijk. De stad had een bloeiende Joodse gemeenschap, maar Rosa’s grootvader was al volledig geassimileerd, zodat het Joodse geloof in haar leven geen enkele rol van betekenis speelde. Als houthandelaar behoorde haar vader tot de middenklasse, maar bijzonder welvarend waren de Luxemburgs niet. Het kwam af en toe zelfs voor dat het linnengoed en tafelzilver naar de lommerd gebracht moesten worden.

    Nadat het gezin was verhuisd naar Warschau ging het beter, zodat Rosa naar een goede middelbare school kon. Daar viel ze op door haar enorme intelligentie, en toen ze in 1887 eindexamen deed was ze de beste van de gehele school. De bijbehorende gouden medaille kreeg ze echter niet, omdat ze bekendstond als een lastige leerlinge en zich bovendien al had gemanifesteerd als een radicale socialiste.

    Rosa was actief in een organisatie die zich ‘Proletariaat’ noemde en sterk verwant was aan de Russische beweging ‘Volkswil’, die gekenmerkt werd door een romantische opvatting van het socialisme en de bereidheid terreur te gebruiken. In 1889 dreigde Rosa gearresteerd te worden en vluchtte zij naar Zwitserland. Bij de grens ging het bijna mis, maar een van haar vrienden wist de plaatselijke katholieke priester ervan te overtuigen dat de Joodse Rosa zich katholiek wilde laten dopen, omdat zij dan met haar geliefde kon trouwen. Omdat haar familie hier fel op tegen was, moest dit wel in het buitenland gebeuren. Hierop zorgde de geestelijke ervoor dat zij, verborgen onder een lading stro, mee kon rijden met een boerenkar.

    Schijnhuwelijk
    In Zürich studeerde Rosa aanvankelijk wiskunde en biologie, om na enkele jaren over te stappen naar de rechtenfaculteit, waar in die jaren ook economie werd gedoceerd. In 1897 promoveerde ze op Die industrielle Entwicklung Polens, een marxistische studie waarin ze trachtte aan te tonen dat de ontwikkeling van het kapitalisme in Polen onlosmakelijk verbonden was met de economische ontwikkeling van Rusland. Hiermee schreef ze de economische onderbouwing van een politiek standpunt dat binnen het Poolse socialisme voor enorme verdeeldheid zorgde.

    De meerderheid van de Poolse socialisten streefde niet alleen naar een socialistische maatschappij, maar ook naar een zelfstandige Poolse staat. Vanuit marxistisch oogpunt was dit nationalisme natuurlijk kleinburgerlijk en reactionair – het proletariaat kende immers geen vaderland en was de Internationale die moest ‘heersen op aard’ –, zodat een groep jonge intellectuelen zich tegen deze koers verzette. Tot hen behoorden naast Rosa Luxemburg ook Leo Jochiges, met wie zij jarenlang een even turbulente als gecompliceerde verhouding had, en Feliks Dzerzjinski, die eind 1917 de bolsjewistische geheime dienst, de Tsjeka, zou oprichten en de architect van de ‘Rode Terreur’ werd. Nadat in 1893 eindelijk een Poolse socialistische partij was opgericht (de PPS), splitsten deze radicale jongeren zich het jaar erop alweer af en richtten zij de Sociaal-Democratische partij van het Koninkrijk Polen en Litouwen (SDKPiL) op, die zich tegen het streven naar een onafhankelijke Poolse staat keerde.

    Omdat de Duitse sociaal-democratische partij (de SPD) getalsmatig en intellectueel met kop en schouders uitstak boven de overige partijen van de Tweede Internationale, wilde de ambitieuze Rosa vooral daar een rol spelen. Vanaf 1895 schreef ze regelmatig voor allerlei socialistische bladen, waaronder het theoretische tijdschrift Die Neue Zeit, dat werd geredigeerd door de man die gold als de schatbewaarder van het marxistische gedachtegoed, Karl Kautsky. Twee jaar later verhuisde ze naar Berlijn, wat pas mogelijk was nadat ze een schijnhuwelijk had gesloten met de zoon van een Duitse vriendin.

    In de daaropvolgende jaren stortte Rosa zich vol overgave in het zogenoemde ‘revisionismedebat’, dat ontstond nadat Eduard Bernstein fundamentele kritiek had geleverd op essentiële onderdelen van de marxistische leer. Bernstein toonde aan dat de economische en sociale ontwikkelingen niet geheel verliepen volgens de door Marx en Engels ontdekte ‘wetmatigheden’.

    Hij was van mening dat het kapitalisme niet ‘noodzakelijkerwijs’ tot een revolutie moest leiden, maar dat het mogelijk was om het stelsel door middel van ingrijpende hervormingen in socialistische zin te veranderen. Alle marxistische intellectuelen liepen te hoop tegen deze ongehoorde ketterij, en met haar brochure Sozialreform oder Revolution? (1900) deed ook Rosa Luxemburg een duit in het zakje. Pogingen binnen het kapitalisme hervormingen door te voeren waren niet alleen zinloos, ze konden de komst van de revolutie zelfs vertragen, vond zij.

    Radencommunisme
    Overigens zou de eensgezindheid van de loepzuivere marxisten, verenigd in hun kruistocht tegen Bernstein en de pragmatische sociaal-democratische politici, slechts van korte duur zijn. In 1905 brak namelijk de eerste Russische revolutie uit, die aanleiding gaf tot felle controverses. Rosa Luxemburg vertrok eind 1905 clandestien naar Warschau, waar ze enige tijd later werd gearresteerd. In de zomer van 1906 keerde ze terug naar Berlijn, waar ze haar brochure Massenstreik, Partei und Gewerkschaften publiceerde.

    De massastakingen die het jaar ervoor in het Russische Rijk spontaan waren uitgebroken, waren volgens Luxemburg het model voor de proletarische revolutie. Die revolutie zou niet het resultaat zijn van jarenlange vakbondsarbeid en de socialistische opvoeding van de klassenbewuste arbeiders, zoals de sociaal-democratische leiders geloofden, en ook niet van de vastberaden en meedogenloze acties van een kleine voorhoede van beroepsrevolutionairen, zoals Lenin predikte.
    Nee, het waren de ‘massa’s’ zelf die beschikten over voldoende revolutionair potentieel. Dit was een visie die later bekend zou komen te staan als het ‘radencommunisme’, waarvan de Nederlanders Herman Gorter en Anton Pannekoek gelden als de belangrijkste theoretici. De laatste noemde de brochure van Luxemburg ‘een vurige stormwind, die de solide Duitsche arbeidersbeweging in vuur en vlam dreigde te laten opgaan’.

    Nu liep dat allemaal nogal los, want hoeveel inkt radicale intellectuelen als Luxemburg ook vergoten, op de koers van de grote sociaal-democratische beweging hadden zij weinig invloed. Op het congres dat de Internationale in de zomer van1907 in Stuttgart hield werd weliswaar een door Luxemburg aangescherpte resolutie aangenomen, waarin de sociaal-democratische partijen zich verplichtten om bij een dreigende oorlog de revolutie uit te roepen, maar zeven jaar later zou blijken dat deze belofte niets voorstelde.

    Rosa Luxemburg nam niet alleen een tamelijk geïsoleerde positie in als het ging om de revolutionaire strategie, ook haar theoretische werk vond weinig weerklank. In 1913 publiceerde zij haar magnum opus, Die Akkumulation des Kapitals, dat was bedoeld als vervolmaking van de theorie van Marx. Deze had weliswaar proberen aan te tonen dat het kapitalisme ten onder zou gaan aan zijn innerlijke tegenstrijdigheden, maar juist in dit deel van de theorie zaten nogal wat gaten. Luxemburg zag het als haar taak om exact aan te geven onder welke voorwaarden het kapitalisme ineen zou storten.

    Op basis van een uitgebreide analyse van het tweede deel van Das Kapital probeerde ze te bewijzen dat het kapitalisme alleen kon voortbestaan zolang het afzetmarkten kon vinden in gebieden die niet-kapitalistisch waren. Hiermee gaf ze niet alleen een economische verklaring voor het in volle gang zijnde imperialisme van de westerse mogendheden, ook bracht ze zo de hoopvolle boodschap dat het gehate stelsel onvermijdelijk ineen zou storten zodra de laatste kolonie volledig kapitalistisch zou zijn.

    Niet alleen ‘burgerlijke’ economen maakten gehakt van haar werk, ook alle marxistische theoretici haastten zich te bewijzen dat Luxemburg het bij het verkeerde eind had. Bovendien kreeg ze uit deze hoek het verwijt dat ze blijk gaf van een ‘afwachtende’ houding, omdat ze verkondigd zou hebben dat het kapitalisme ‘automatisch’ ineen zou storten, waardoor elke revolutionaire politiek overbodig of zelfs illusoir zou zijn. Hoewel Luxemburg met behulp van de marxistische dialectiek probeerde te bewijzen dat haar economische theorie niet in strijd was met haar geloof in de spontane revolutie, wist zij weinigen te overtuigen.

    Spartakusbond
    Net als voor veel andere socialisten betekende het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog voor Rosa Luxemburg een onvoorstelbare teleurstelling. Ondanks alle fraaie resoluties van al die congressen van de Internationale kwamen de arbeiders niet in opstand tegen de heersers van hun land, maar trokken ze het soldatenuniform aan en stonden hun lotgenoten uit andere landen vierenhalf jaar naar het leven. Het ergste was nog dat ook de leiders van de socialistische partijen zich achter vorst en vaderland schaarden.

    Van de SPD-parlementariërs, die in de Rijksdag de grootste fractie vormden, was er slechts één die de moed had tegen de oorlogskredieten te stemmen. Dat was Karl Liebknecht, zoon van de in 1900 overleden Wilhelm Liebknecht, een van de oprichters van de SPD. Liebknecht junior was geen theoreticus, maar zou de daaropvolgende jaren samen met Rosa leiding geven aan de radicale vleugel van de Duitse socialisten. Vanwege hun verzet tegen de oorlog brachten zij een groot deel van de tijd door achter de tralies.

    In de gevangenis schreef Luxemburg niet alleen een weerwoord tegen de critici van haar Akkumulation des Kapitals, maar tevens de brochure Die Krise der Sozialdemokratie, die naar het pseudoniem dat zij gebruikte ook wel de Junius-brochure wordt genoemd. Dit geschrift vormde de ideologische grondslag van een nieuwe politieke beweging, de zogenoemde Spartakusbond, genoemd naar de leider van de bekendste slavenopstand uit het Romeinse Rijk. Deze minuscule groepering sloot zich aan bij de in 1917 van de SPD afgesplitste Unabhängige Sozialdemokratische Partei Deutschlands (USPD).

    Toen keizer Wilhelm II in november 1918 moest aftreden en naar Nederland vluchtte, probeerden de spartakisten en de USPD in Duitsland de socialistische revolutie te ontketenen. De leiders van de SPD, die de staatsmacht in de schoot kregen geworpen en de steun hadden van vrijwel de gehele arbeidersbeweging, voelden daar niets voor. Op 1 januari 1919 doopte de Spartakusbond zich om in Kommunistische Partei Deutschlands (KPD) en vier dagen later riep dit partijtje samen met de USPD de revolutie uit. Rosa Luxemburg had haar bedenkingen, maar Liebknecht liet zich meeslepen door het revolutionaire vuur. Het aantal revolutionairen was echter zeer beperkt en met hulp van het leger sloeg de sociaal-democratische regering de opstand neer.

    Op 15 januari zag de zaak er hopeloos uit, zodat Luxemburg voor hun blad Die Rote Fahne een artikel schreef met als kop ‘Er heerst orde in Berlijn’, dat eindigde met de woorden: ‘Gij afgestompte beulsknechten! Uw “orde” berust op drijfzand! Rammelend met haar ketenen zal morgen reeds de revolutie zich weer oprichten en tot ontsteltenis met bazuingeschal verkondigen: ik was, ik ben, ik zal zijn!’

    Die avond werden Luxemburg en Liebknecht gearresteerd door militairen van de Garde-Schützen-Kavallerie-Division, die hen meenamen naar het Eden Hotel. Hier werden zij mishandeld en verhoord. Er werd gezegd dat zij overgebracht zouden worden naar de gevangenis van Moabit. Toen zij echter, gescheiden van elkaar, het hotel via een zij-ingang verlieten, stond daar soldaat Otto Runge, die opdracht had gekregen de gevaarlijke revolutionairen met de kolf van zijn geweer neer te slaan.
    Liebknecht werd halfdood in een auto gesmeten, om daarna bij de Tiergarten te worden neergeschoten. Volgens het officiële rapport was hij auf der Flucht erschossen. Ook Rosa Luxemburg werd door Runge neergeslagen, om vervolgens in de auto te worden vermoord. Hierna werd haar lichaam in het Landwehr-kanaal gesmeten. Volgens de militairen was ze ‘door een woedende menigte gelyncht’. Pas eind mei werd haar lichaam gevonden in een van de sluizen van het kanaal.

    Ché Guevara
    Hoewel er in de daaropvolgende jaren in Duitsland nog geregeld linkse opstanden uitbraken, zou de revolutie uit de tegenovergestelde hoek komen. Veertien jaar later waren het nationaal-socialisten die aan de macht kwamen, waarna veel sociaal-democraten en communisten in de concentratiekampen verdwenen.

    De moord op Rosa Luxemburg was uiteraard een schandelijke misdaad, en verleende haar een glans van heiligheid. Ze werd hierdoor de Ché Guevara van het Interbellum. Maar hoewel haar moed en onafhankelijkheid van geest zeer bewonderenswaardig waren, heeft zij toch bitter weinig bereikt. Niet alleen mislukte de Duitse revolutie, ook heeft haar theoretisch werk de toets der kritiek niet kunnen doorstaan. Luxemburgs theorie van het kapitalisme is door de feiten gelogenstraft, en was trouwens op theoretisch niveau al niet consistent.

    Ook met haar ontkenning dat nationale sentimenten een doorslaggevende rol spelen, zat Rosa Luxemburg er faliekant naast. En toen zij Lenin opriep om in de kersverse Sovjet-Unie elk onafhankelijkheidsstreven de kop in te drukken en tegelijkertijd de onbeperkte democratie in te voeren, begreep ze kennelijk niet dat deze aanbevelingen nogal tegenstrijdig waren. Bovendien zag ze blijkbaar niet in dat Lenin het communisme alleen kon invoeren door alle democratie af te schaffen.

    Hoewel Rosa Luxemburg, evenals de andere marxisten, van mening was dat het marxisme een wetenschap was, was ze niet bereid te voldoen aan de eis die elke wetenschap stelt, namelijk dat als de feiten niet in overeenstemming zijn met de theorie, de theorie moet worden aangepast. Telkens als de politieke ontwikkelingen zich niet conformeerden aan de marxistische theorie, beschuldigde Rosa Luxemburg de leiders van de arbeidersbeweging van verraad. Zowel haar economische als haar politieke theorieën waren zo abstract, zo doctrinair, dat ze ondanks al haar intelligentie geen greep had op de werkelijkheid. Of, zoals de Nederlandse sociaal-democraat Henk Brugmans het uitdrukte: ‘Rosa Luxemburg kende Marx, maar niet de maatschappij en de mensen – de menselijke maatschappij-ontwikkeling liep over haar heen.’

    Meer informatie
    Boeken
    De beste biografie is nog altijd de tweedelige van J.P. Nettl: Rosa Luxemburg (1966). De vertaalde biografie van Frederik Hetmann, Rosa Luxemburg (1981), is oppervlakkig en hagiografisch. Het uit 1935 daterende Rosa Luxemburg. Haar leven en werk van Henriette Roland Holst is niet alleen bijzonder slordig, maar zegt ook meer over de schrijfster dan over de hoofdpersoon. Zo bestond Roland Holst het Luxemburg te bekritiseren voor standpunten die zij zelf ook had ingenomen.
    Wie een goed overzicht wil van het denken van Luxemburg, kan terecht bij Leszek Kolakowski, Geschiedenis van het marxisme, deel 2 (1980). Van Luxemburgs eigen werk bestaan tal van oude vertalingen; recent verscheen nog Hervorming of revolutie? (2006).

    Film
    In 1986 maakte Margaretha von Trotta de speelfilm Rosa Luxemburg, waarin vooral aandacht wordt besteed aan de manier waarop zij reageerde op de tumultueuze ontwikkelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog en de revoluties in Rusland en Duitsland.