Home Meedogenloze vredestichter

Meedogenloze vredestichter

  • Gepubliceerd op: 23 februari 2021
  • Laatste update 13 okt 2022
  • Auteur:
    Key Tengeler
  • 11 minuten leestijd
Meedogenloze vredestichter

Keizerin Irene van Byzantium ruimde haar eigen zoon uit de weg om in haar eentje over het rijk te heersen. Maar ze was meer dan een meedogenloze schaakspeler. Dankzij haar werd een splijtzwam in de kerk onschadelijk gemaakt en mochten christenen weer iconen aanbidden.  

De geschiedenis van het Byzantijnse Rijk telt veel sterke vrouwen. Als keizerinnen en regenten voor hun kinderen konden ze achter de schermen invloed uitoefenen op het dagelijks bestuur en de doctrines van de kerk. Maar op de troon moest altijd een man zitten om het voor de buitenwereld acceptabel te houden. Geen vrouw wist het langer dan een jaar uit te houden als alleenheerser, op één na: Irene van Athene. Vanaf 797 was zij vijf jaar lang de hoogste wetgever, priester en bevelhebber van het Romeinse Rijk.

Voordat Irene die positie wist te bemachtigen, leefde ze al bijna dertig jaar aan het keizerlijk hof in Constantinopel. Er is weinig bekend over haar afkomst, behalve dat ze lid was van een invloedrijke familie uit Athene. In 768 koos keizer Constantijn V haar om onduidelijke redenen als tienerbruid voor zijn zoon Leo IV en haalde haar naar Constantinopel. Ze voelde zich daar snel thuis en verzamelde loyale dienaren om zich heen. Ze baarde een kind, Constantijn VI, en bleef aan Leo’s zijde toen hij zijn vader opvolgde als keizer.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €3,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Byzantijnse munt met afbeelding van Irene, circa 800.

In 776 kroonde Leo zijn vijfjarige zoon al tot medekeizer om zo zijn opvolging zeker te stellen. Hij eiste van het leger, de senaat en het volk dat zij een eed zwoeren waarin ze beloofden niemand anders tot keizer uit te roepen dan Constantijn en zijn afstammelingen. Daarmee joeg Leo zijn zes halfbroers – de zonen van de laatste vrouw van Constantijn V – tegen zich in het harnas. Zij wilden hun kans op de troon niet zomaar opgeven. Hun complot liep met een sisser af, maar het zou zeker niet het laatste zijn. En Leo kon zijn zoon en vrouw niet voor eeuwig beschermen.

 

Verraders ontmaskerd

Op 8 september 780 stierf keizer Leo IV aan hoge koorts, waarschijnlijk veroorzaakt door tuberculose. Hij liet een negenjarige zoon achter op de troon. De inwoners van het Byzantijnse Rijk keken daarop naar zijn moeder Irene, die als regent de belangen van haar kind het best zou kunnen behartigen, en zwoeren Constantijn en Irene trouw. Tegelijkertijd was regentschap fragiel. De laatste keer dat een moeder het rijk voor haar zoon waarnam, was die regering geen lang leven beschoren.

Al na zes weken kwam de eerste samenzwering aan het licht. Volgens sommige legeraanvoerders en hoge ambtenaren was Leo’s oudste halfbroer Nikephoros een stabielere keuze voor het keizerschap. Irene ontmaskerde de verraders en nam de touwtjes in handen. Voor het oog van de wereld liet ze Nikephoros en zijn broers tijdens Kerstmis in de Hagia Sophia benoemen tot priester, een functie die hen uitsloot van het keizerschap. De supporters van Nikephoros liet Irene geselen en verbannen.

Irene weet te bereiken waar de christelijke kerk al vijftig jaar naar snakt: eenheid

Ze verving hen door nieuwe dienaren die loyaal waren aan haar. Dit waren met name eunuchen, gecastreerde mannen, die altijd dicht bij de keizerlijke familie stonden. Hun onvruchtbaarheid werd gezien als verzekering voor hun loyaliteit, omdat ze niet zouden strijden voor een hoge positie voor hun eigen kinderen. Bovendien waren eunuchen, net als priesters, uitgesloten van het keizerschap.

Irene wond er geen doekjes om dat zij een bepalende rol zou spelen in de regering, ook al was haar zoon officieel de keizer. Ze liet nieuwe munten slaan waarop zijzelf en Constantijn stonden afgebeeld als medeheersers: Constantijn hield de scepter vast, maar Irene had de globus cruciger in haar hand, een wereldbol met een christelijk kruis erop. Ze deelden de macht en zij was degene die op religieus gebied de dienst uitmaakte.

Ketterij

Op dat terrein zorgde ze voor een belangrijke verandering. Sinds 730 mochten gelovigen in het Byzantijnse Rijk niet meer bidden bij afbeeldingen van Christus, Maria of de heiligen. De enige ware representatie van Christus zat volgens de zogeheten ‘iconoclasten’ in de eucharistie, waarbij brood en wijn staan voor het bloed en het lichaam van Christus. Alle andere verbeeldingen waren door mensen gemaakt en deden dus geen eer aan de heiligheid van Christus.

Het iconoclasme van de Byzantijnse keizers leidde sindsdien tot gespannen relaties met ‘iconofiele’ kloosterorden en de katholieke kerk in het westen. Constantijn V, de schoonvader van Irene, trad hard op tegen iconofielen en droeg zijn opvattingen over op zijn zoon Leo.

Iconoclasten staan afbeeldingen van Christus niet meer toe, negende-eeuwse voorstelling.

Maar Irene had andere plannen: vanaf het begin van haar regentschap liet ze de iconoclastische teugels vieren en zocht ze contact met paus Adrianus I in Rome. Ze kon de steun van de invloedrijke katholieke kerk en de kloosterorden goed gebruiken en voelde goed aan dat een groot deel van haar onderdanen nog steeds graag de beeltenissen van Christus zag.

In 784 benoemde Irene een van haar vertrouwelingen tot patriarch van Constantinopel en riep op tot een concilie van alle bisschoppen van de christelijke kerk om iconoclasme als ketterij te bestempelen. Ook de paus was uitgenodigd, en hoewel hij geen fan was van de patriarch, stuurde hij een aantal afgevaardigden die hem op het concilie zouden vertegenwoordigen. Het leek erop dat Irene iets zou bereiken waar de christelijke kerk al ruim vijftig jaar naar snakte: eenheid tussen Oost en West.

 

Grote eer

Op 1 augustus 786 kwam het concilie bijeen in de Kerk van de Heilige Apostelen in Constantinopel. Het werd spannend of het daadwerkelijk zou lukken om een meerderheid van de bisschoppen ervan te overtuigen het iconoclasme af te zweren. Velen van hen waren nog aangesteld door keizer Constantijn V, die de bisschoppen juist had uitgekozen op hun harde lijn tegen de verbeelding van Christus. Voordat het tot een stemming kwam, werd het concilie echter bruut verstoord. De iconoclastische keizerlijke garde, die ook was opgericht door Constantijn V, barricadeerde de deur van de kerk en dreigde de bisschoppen met geweld te verdrijven als ze niet uit vrije wil het concilie ophieven. De bisschoppen dropen af.

Maar zodra de grootste dreiging was verdwenen, kwam Irene in actie. Met een list maakte ze de opstandige soldaten onschadelijk en ze riep op tot een nieuw concilie, dit keer in Nicaea, buiten het bereik van de keizerlijke garde. Van de 350 aanwezige bisschoppen stemden er 308 in met het herstel van iconenverering. Eindelijk was de verbeelding van Christus weer toegestaan in de hele christelijke wereld.

Hoewel een vrouw eigenlijk geen religieuze functie kon bekleden, ondertekende Irene als eerste de akten van het concilie, nog vóór haar zoon de keizer. De bisschoppen roemden de twee heersers als de nieuwe Constantijn de Grote en Helena, de eerste christelijke keizer en zijn moeder. Een hogere eer kon Irene niet krijgen – al was het nog steeds in relatie tot haar zoon.

 

Muitende legers

De inmiddels 17-jarige Constantijn begon zich steeds meer te ergeren aan de bemoeizucht van zijn moeder. Hij was nu immers oud genoeg om zelf te regeren. Het was tijd om het heft in eigen hand te nemen. Maar Irene onderschepte Constantijns plannen, arresteerde zijn handlangers en gaf hem huisarrest. Constantijn beriep zich op de eed die zijn onderdanen onder keizer Leo hadden afgelegd, dat alleen hij en zijn afstammelingen als keizer zouden worden erkend. Daarop liet Irene soldaten een nieuwe eed zweren: ‘Zolang u [Irene] leeft, zullen we niet lijden onder de heerschappij van uw zoon.’ Voortaan zou haar naam bovendien bij alle gelegenheden vóór die van Constantijn worden geplaatst.

Daar overspeelde Irene haar hand. In Constantinopel en de pas verworven westelijke gebieden leverde de nieuwe eed weinig problemen op, maar in het oosten van het rijk brak muiterij uit onder de legers die sterker verbonden waren met Irenes iconoclastische voorgangers. Ze eisten Constantijns vrijlating en riepen hem uit tot alleenheerser. De opstand verspreidde zich en al snel stond het halve leger aan de poorten van Constantinopel. Irene gaf zich gewonnen en werd voor iets meer dan een jaar verbannen naar haar paleis in een van de havens van Constantinopel. Toch was de overwinning van Constantijn niet definitief.

Hij wist het politieke spel niet zo goed te spelen als zijn moeder. Na een paar grote nederlagen raakte het leger van hem vervreemd. Bovendien liet hij de commandant die hem het meest had gesteund tegenover Irene op verdenking van hoogverraad blind maken. Toen de soldaten van die commandant vervolgens in opstand kwamen, liet hij op de gezichten van duizend van hen het woord ‘verrader’ tatoeëren.

In 795 zette Constantijn ook de relatie met de kerk op het spel door te scheiden van zijn vrouw, met wie hij twee dochters had, en met zijn minnares Theodote te trouwen. Een vooraanstaande kloosterabt protesteerde, maar Constantijn liet hem gevangennemen, geselen en verbannen. Irene stond ondertussen openlijk aan de zijde van de kerk.

In het voorjaar van 797 kreeg de keizerin de kans om haar zoon uit de weg te ruimen. Terwijl Constantijn op weg was om het rijk te verdedigen tegen een inval van de Abbasiden, verspreidde Irene het gerucht dat de vijand zich al had teruggetrokken. Constantijn keerde om, waardoor het leek alsof hij de strijd opgaf nog voor die was begonnen – een schande die hij er niet bij kon hebben. Hij werd gevangengenomen, teruggebracht naar Constantinopel en blind gemaakt. De historicus Theophanes, die doorgaans vol lof is over Irene, schrijft dat de actie gevolgd werd door een goddelijk teken van afgrijzen: een zonsverduistering die zeventien dagen duurde. ‘Iedereen was het erover eens dat de zon zijn stralen achterhield omdat de keizer blind was gemaakt.’

 

Rivaliteit

Met de dood van Constantijn werd Irene echt de eerste vrouwelijke Byzantijnse alleenheerser. Het was tijd voor nieuwe munten met alleen haar beeltenis en een nieuwe eed met alleen haar naam. Ze was genereus voor het volk, wist de belasting op zeehandel te verlagen en tegelijkertijd geld te sparen voor de keizerlijke schatkist.

Toch was een nieuw complot nooit ver weg aan het Byzantijnse hof. Nu Constantijn uit de weg was geruimd groeide de rivaliteit tussen de machtigste mannen en eunuchen in Irenes regering. Omdat de keizerin kinderloos was, aasde iedereen op haar opvolging. Irene wist de kemphanen enkele jaren goed tegen elkaar uit te spelen, maar in 802 slaagde haar minister van Financiën erin de keizerlijke garde hem tot nieuwe keizer te laten kronen. De man bood Irene zijn excuses aan en beweerde tegen zijn wil tot keizer te zijn gekroond. ‘Net zoals Judas de Heer had verraden na met Hem te dineren,’ aldus Theophanes.

Irene werd verbannen naar Lesbos, waar ze een jaar later stierf. Het was het tragische einde van een 34 jaar lange carrière aan het hof van de keizer: zeven jaar als zijn schoondochter, vijf jaar als zijn echtgenote, zeventien jaar als zijn moeder en, als enige vrouw in de Byzantijnse geschiedenis, vijf jaar als de keizerin zelf.

Key Tengeler is schrijver, historicus en journalist.

 

Byzantijnse straffen

De Byzantijnse geschiedenis staat bol van verbanningen, vernederingen en gruwelijke verminkingen van leden van het keizerlijk hof. Als een mogelijke troonopvolger in ongenade viel of een complot werd ontdekt, konden de verraders zware lijfstraffen verwachten. Vanaf de achtste eeuw was blind maken de straf voor hoogverraad; in latere eeuwen werd castratie populair. Mildere straffen waren geseling, (tijdelijke) verbanning of kaalscheren van het hoofd.

Het doel was om de slachtoffers ongeschikt te maken voor het keizerschap. De keizer was namelijk een soort belichaming van God op aarde. Aangezien God perfect was, moest ook de keizer ongeschonden zijn.

 

Bruidsverkiezing

In 787, het jaar dat het concilie werd afgerond, organiseerde Irene een ‘bruidenshow’ voor haar zoon Constantijn en koos zijn aanstaande bruid Maria van Amnia uit. Dit was het begin van een feestelijke traditie, die 200 jaar zou duren. Irene stuurde een gezantschap van juryleden op pad die voorschriften hadden gekregen voor de gewenste schoonheid: lengte, grootte van de voeten, breedte van het middel et cetera. De jury zocht geschikte kandidaten uit vooraanstaande families en bracht die naar Constantinopel, waar Irene – heel toevallig – het meisje met de beste politieke connecties selecteerde.

 

Definitieve breuk tussen Oost en West

De spanning tussen het westerse en oosterse christendom heeft een lange geschiedenis. Vanaf het moment dat Constantijn de Grote de hoofdstad van het Romeinse Rijk verplaatste van Rome naar Constantinopel, streden de paus in Rome en de patriarch en de keizer in Constantinopel om het leiderschap van de christelijke kerk. In de loop der eeuwen zorgden meningsverschillen, zoals die over de verering van iconen, voor veel ruzie tussen de Latijnse ‘rooms-katholieken’ en de Griekse ‘oosters-orthodoxen’. Toch bleef eenheid in het christendom het ideaal. Na elke ruzie zochten de kerkelijk leiders weer toenadering, tot in 1054 het Groot Schisma de breuk definitief maakte met wederzijdse excommunicatie. Tot op de dag van vandaag zien Oost en West elkaar als afgedwaald van de ware leer.

 

Meer weten

Passie, intriges en politiek (2015) door Hein van Dolen behandelt spraakmakende keizerinnen in Byzantium.

Unrivalled Influence. Women and Empire in Byzantium (2013) door Judith Herrin toont de macht van vrouwen in de Byzantijnse maatschappij.

Byzantine Empresses. Women and Power in Byzantium (1999) door Lynda Garland portretteert de belangrijkste vrouwen van het Byzantijnse hof.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 3 - 2021