De Ierse avonturier Frederick Carter probeerde in opdracht van koning Leopold II een school voor olifanten op te richten, midden in Afrika. Het werd een debacle, zoals de Britse journalist Sophy Roberts schrijnend laat zien.
Net als andere Europese machthebbers aasde koning Leopold II van België op een kolonie in Afrika. Hij wilde daar zogenaamd de christelijke beschaving brengen, in werkelijkheid had hij vooral commerciële motieven. In de jaren zeventig en tachtig van de negentiende eeuw wist hij Congo te verwerven als privébezit en veroorzaakte hij de dood van zeker 10 miljoen mensen.
Voor hij er aan de slag kon, dacht hij al na over praktische zaken zoals de logistiek. Hoe moesten alle kostbaarheden vanuit Afrika worden vervoerd? Met olifanten, concludeerde hij. Maar omdat Afrikaanse olifanten notoir onhandelbaar waren, dienden er Aziatische exemplaren te komen die op een ‘olifantenschool’ het goede voorbeeld zouden geven. De Ier Frederick Carter kreeg de opdracht deze dieren op te halen en naar het Tanganyikameer te brengen, midden in het continent.
Over deze expeditie schreef Sophy Roberts een fascinerend boek. Op basis van brieven en dagboeken van de betrokkenen reconstrueert ze hun plannen, gevoelens en tegenslagen. Ook reist ze hen na, zodat je ziet hoe sterk heden en verleden nog steeds verweven zijn.
Carter kocht in 1876 vier olifanten in het Indiase Pune. De dieren hadden er tot dan een vreedzaam, vrij lui bestaan geleid, maar werden nu met hun verzorgers aan boord van een schip gehesen. Weken voeren ze rond met te weinig voedsel. Toen ze eindelijk op de juiste plek voor de kust van Afrika waren aangekomen, werden ze overboord gegooid: het laatste stuk moesten ze maar zwemmen. De verzwakte dieren moesten daarna met een zware last honderden kilometers door de binnenlanden lopen. Roberts beschrijft de stijgende wanhoop en alle plagen: tseetseevliegen, onvoldoende water, ondoordringbaar oerwoud, een vijandige bevolking, gebrek aan instructies vanuit Brussel, de dood van de ene na de andere olifant, de desertie van een deel van de expeditieleden en de tragische finale.
Het is een hartverscheurend verhaal dat de waanzin van het kolonialisme toont en de schade die het aan de natuur heeft veroorzaakt. Want de Afrikaanse olifanten die Carter en zijn mannen moesten vangen en temmen lieten zich helemaal niet zien: die waren toen in die regio – net als nu – al zeldzaam. De jacht door Europeanen had de fauna in hele delen van Afrika gedecimeerd. Aan het begin van de negentiende eeuw telde het continent nog 26 miljoen olifanten, tegenwoordig een paar honderdduizend. Overigens wist Leopold toch twee olifantenscholen te openen. De laatste ‘leerling’ stierf in 2010. Haar moeder was nog gevangen in 1912.
Een school voor olifanten
Sophy Roberts
408 p. Lannoo, € 27,99

