Neem de gebeurtenissen rond de coup van begin oktober 1965, toen hij plotseling op het politieke toneel verscheen. Elson geeft een knappe analyse van de reactie van Soeharto, de enige legerleider die niet door de opstandelingen was opgepakt en vermoord – juist omdat hij zich altijd afzijdig had gehouden van politieke stellingnames. Niet een vooropgezet plan maar een geleidelijke opmars in krabbengang bracht Soeharto aan de macht. Het duurde nog anderhalf jaar voordat hij president Soekarno van zijn laatste bevoegdheden had ontdaan.
Hoe anders was Soeharto dan zijn voorganger. Niets had hij van de flamboyante levensstijl, de flair en de demagogie van Soekarno. Hij was wars van politieke risico’s, geen rokkenjager, sprak zijn talen slecht, en had niets met het gegoochel met ideologieën van zijn voorganger. Hij had het grootste deel van zijn leven in het leger doorgebracht, wat zijn wereldbeeld sterk bepaalde. Soeharto zag het leger als de hoeder van de natie.
Het Indonesische volk was als een kind, dat onder strikte leiding aan zijn ontwikkeling moest werken. Hiermee verschilde Soeharto’s maatschappijopvatting niet veel van die van het laat-koloniale regime: betuttelend, technocratisch, wantrouwig jegens democratie en meedogenloos jegens oproerkraaiers. Honderdduizenden – communisten, studenten en dissidenten – vonden onder zijn gezag de dood.
Als Soeharto al een ideologisch standpunt had, was het zijn intense afkeer van het communisme en de democratische experimenten uit de jaren vijftig. Sociale rust en economische ontwikkeling waren de deviezen van de Nieuwe Orde, zoals Soeharto zijn bewind noemde. Het politieke leven werd stilgelegd. De deken ging over Indonesië, warm maar verstikkend.
Soeharto’s sfinxachtige verschijning en het ontbreken van anekdotes maken zijn leven een nachtmerrie voor een biograaf, die afhankelijk is van privé-ontboezemingen en intellectuele nalatenschappen om het skelet van de politieke man vlees en hersens te geven. Soeharto is hierin weinig vrijgevig: hij was een familieman die weinig las en schreef. Elson moest leunen op publieke geschriften en interviews met mannen die tot voorbij hun middel in de Nieuwe Orde hadden gestaan. Zijn biografie is in anekdotisch opzicht dan ook vlak.
Radicaal nieuwe inzichten over Soeharto’s leven krijgen we niet. Toch is Elsons boek door zijn precisie en voorzichtigheid erg opwindend. Elson portretteert niet alleen de man, maar ook een tijdperk. Op bijna onnadrukkelijke wijze geeft hij de Soeharto-jaren terug aan de geschiedenis. Dat mag vreemd klinken, maar de Nieuwe Orde wordt vaak beschouwd als een periode waarin de geschiedenis ten einde was gekomen. Politieke tegenstellingen werden onderdrukt en de democratie raakte uitgehold. Maar in veel opzichten was het Indonesië van de jaren negentig een totaal ander land dan dertig jaar eerder.
Het waren deze immense veranderingen die Soeharto ten val brachten. De groeiende welvaart creëerde verwachtingen onder de intelligentsia en de middenklasse; de relatie tussen Soeharto en het leger verslechterde aanzienlijk; de verrijking van Soeharto’s kinderen en cronies reikte naar ongekende hoogten; en het einde van de Koude Oorlog stimuleerde de roep om democratisering. Ten slotte stelde de economische crisis van eind 1997 Soeharto voor de eerste maal in zijn carrière voor een probleem waarop hij geen antwoord had.
De gevolgen van Soeharto’s regime voor Indonesië zijn immens. Hij heeft het land in volslagen ideologische ontreddering achtergelaten; een democratisch vacuüm waarin figuren uit de Soeharto-tijd nog steeds de dienst uitmaken. Het recente verkiezingssucces van Soeharto’s regeringspartij Golkar maakt duidelijk dat zijn schaduw lang zal zijn.
Remco Raben is werkzaam bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie.
Kleurloos, sluw en intimiderend
Soeharto stond meer dan dertig jaar aan het hoofd van het grootste land van Zuidoost-Azië en is daarmee een van de belangrijkste figuren uit de recente Aziatische geschiedenis. Onder zijn bewind ontsteeg Indonesië de wurggreep van politieke chaos en economische malaise. Soeharto was kleurloos en ondoorgrondelijk, maar ook sluw en intimiderend - eigenschappen die de sleutels vormden tot zijn succes. In deze eerste grote biografie van de Indonesische leider maakt de Australische historicus Rob Elson duidelijk hoe de Javaanse boerenzoon opereerde: afwachtend, berekenend, en nooit te nadrukkelijk partij kiezend.
Nieuwste berichten
Gaf een koningsmoordenaar opdracht voor het Tapijt van Bayeux?
Op het Tapijt van Bayeux speelt graaf Eustatius van Boulogne een heldenrol. Maar volgens de kronieken was hij een lafaard – of erger. Liet hij het borduurwerk maken om zijn naam te zuiveren? In het British Museum wordt momenteel het Tapijt van Bayeux tentoongesteld. Het is een van de belangrijkste bronnen over de Slag bij...
De Pacificatie van Gent was een verdeelde vrede
De Pacificatie van Gent wordt wel gezien als een eerste onafhankelijkheidsverklaring van de Nederlanden. Katholieken en protestanten, steden en adel verenigden zich om de muitende soldaten van het Habsburgse leger het land uit te krijgen. Maar waren de ondertekenaars wel zo eensgezind? Op 8 november 1576 schalden de trompetten over de Botermarkt in Gent. Een...
De Tweede Wereldoorlog transformeerde Azië
Voor Aziaten was de Tweede Wereldoorlog misschien wel ingrijpender dan voor Europeanen, bewijst sinoloog Hans van de Ven. Al langer klinkt er kritiek op onze nogal eurocentrische blik op de Tweede Wereldoorlog. De oorlog in China die in 1937 al begon, de hongersnoden in Bengalen en op Java en militaire operaties zoals het Japanse offensief...
Geschiedenisonderwijs dreigt staatsopvoeding te worden
Geschiedenislessen in de bovenbouw van het middelbaar onderwijs zullen vanaf 2030 zijn gericht op het opvoeden van leerlingen tot goede burgers met bepaalde gewenste opvattingen. Dat wil tenminste de commissie die de concept-examenprogramma’s heeft opgesteld in opdracht van het ministerie van OCW. Het vak geschiedenis dreigt hiermee te verworden tot staatspedagogiek. De concept-examenprogramma’s voor het...