• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 4/2010

    Karel V (1500-1558): Maffiabaas van christelijk Europa

    Door: Maurice Blessing

    Het bewind van Karel V is altijd veronachtzaamd in de Nederlandse geschiedschrijving – de vorst verdween in de schaduw van zijn ‘fundamentalistische’ zoon Filips. Maar ook keizer Karel was meedogenloos, katholiek én corrupt: zijn voortdurende hang naar oorlogvoering leidde tot grote verwoestingen, veel persoonlijk leed en overspannen staatsfinanciën.

    In het najaar van 1556 trekt een opmerkelijk gezelschap over de meer dan 1500 meter hoge Las Yeguas-pas in de verlaten westelijke uitlopers van de Spaanse Cordillera Central. De karavaan telt zo’n vijftig hofdienaren, met in hun midden een onopgesmukte draagstoel waarin de voorheen machtigste vorst van de christenheid vermoeid en terneergeslagen achteroverleunt. Doel van de reis is het slot van Jarandilla des Condes de Oropesa in het dal van La Vera.

    Vanuit Jarandilla zal Karel V die winter toezicht houden op de bouw van een villa in eenvoudige Renaissancestijl binnen de muren van het nabijgelegen hiëronymietenklooster van Yuste. Daar wil hij de winter van zijn leven doorbrengen. Volgens de overlevering in vrome afzondering, en met een vrij uitzicht vanaf zijn bed op het altaar van de kloosterkerk. Karel zal er in 1558 zijn allerlaatste gebeden opzeggen, met een portret van zijn vrouw zaliger Isabel van Portugal op zijn borst gedrukt.

    Wie tegenwoordig door de omgeving van Yuste wandelt kan zich nog altijd laven aan de afzondering en de eenzaamheid. Het is gemakkelijk voor te stellen hoe godvruchtigen zich aangetrokken moeten hebben gevoeld tot deze afgelegen streek. Maar het is even goed te begrijpen hoe aantrekkelijk dit gebied ook moet zijn geweest voor hen die vooral een godvruchtig imago nastreefden.

    De vallei van La Vera is een aards paradijsje. In de lente vormt de kersenbloesem een dichte haag langs de meanderende bergpaadjes. Het microklimaat in de vallei dempt de zomerhitte die het leven op de Castiliaanse hoogvlaktes tot een hel kan maken – zeker voor een Vlaamse ‘migrant’ als Karel, wiens vader Filips de Schone ooit zou zijn bezweken aan de naweeën van een partijtje tennis in de Castiliaanse zon.

    Ondanks zijn zware jicht en gevorderde leeftijd ging Karel in La Vera regelmatig op jacht. Volgens de laatmiddeleeuwse ridderethiek die hij zijn hele leven als morele leidraad hanteerde, waren vorsten in eerste instantie krijgers. En een krijger las, afgezien van ridderromans, geen boeken. Bovendien had Karel een altijd opspelende zwaarmoedigheid te overwinnen, een zwakte die hij mogelijk had geërfd van zijn moeder Johanna ‘de Waanzinnige’. Zijn hele leven heeft Karel V dan ook fanatiek gereisd en gejaagd – dat laatste zowel op wild als op vrouwen.

    Vaakst geziene gast in het klooster van Yuste was de legendarische Don Juan van Oostenrijk, een van Karels talrijke buitenechtelijke kinderen. Het huis waar Don Juan verbleef staat nog altijd overeind. Het ligt – net als het klooster van Yuste – op slechts korte afstand van het dorpje Garganta la Olla, waar de hofhouding van Karel direct na aankomst een bordeel had laten optrekken.

    Nederlandse geschiedschrijvers hebben altijd moeite gehad met Karel V. Want waar moesten ze hem plaatsen in het standaardverhaal van de Nederlandse opstand tegen de Spaanse onderdrukkers? Met Karels zoon en opvolger Filips II lag dat een stuk eenvoudiger. Hij was de ultieme tegenstrever van Willem van Oranje en werd dus geacht in alles het tegendeel te zijn van de Vader des Vaderlands.
    Waar Willem wijs, toegankelijk en tolerant in geloofszaken heette te zijn – een ‘modern’ vorst, kortom – werd Filips geportretteerd als een afstandelijke katholieke fundamentalist, die zonder mededogen het repressieapparaat van de Inquisitie op de Nederlandse bevolking losliet. Het clichébeeld dat Nederlanders van ‘de Spanjaard’ koesteren – trots, wreed en irrationeel – is voor een aanzienlijk deel terug te voeren op deze ‘officiële’ beeldvorming rond Filips en zijn generaals.

    Maar dan zijn vader, Karel V. Die was even onmiskenbaar katholiek en intolerant in geloofszaken. Boekverbrandingen, openbare marteling en terechtstelling op gezag van de Inquisitie – ze werden onder Karels heerschappij in de Nederlanden geïntroduceerd. Het was bovendien aan Karel V te danken dat de Nederlanden onder ‘Spaans’ gezag kwamen te staan. Tegelijkertijd valt niet te ontkennen dat de jonge Willem van Oranje een van Karels bondgenoten was. Hoe valt dat te rijmen met diens veronderstelde gewetenswroeging onder Filips?

    Onze historici hebben dit lastige vraagstuk tot een zeer praktische oplossing gebracht: de regeerperiode van Karel V is grotendeels genegeerd. En waar hij toch wist door te dringen tot onze nationale geschiedschrijving is het resultaat noodzakelijkerwijs lichtelijk schizofreen.

    Zo leren we op de website van onze nationale Canon dat Karel wijs en vroom was, alom werd vereerd – bij de aankondiging van zijn machtsoverdracht aan Filips in de Staten-Generaal in 1555 werd hij liefdevol ondersteund door Willem van Oranje en barstte de hele vergadering spontaan in snikken uit –, dat hij een olijke Bourgondiër was die van een biertje hield en – oké – af en toe een groepje ketters naar de brandstapel liet voeren.
    E
    n o ja, hij had voortdurend grote geldnood; iets wat de keizer zorgen baarde, omdat hij dan weer bij zijn geliefde onderdanen moest gaan lopen bedelen – wat hij uiteraard niet graag deed. In hoeverre komt deze ‘officiële’ beeldvorming nu overeen met de historische Karel V? En wat was nou zijn relatie met onze Willem van Oranje?

    Karel heeft tijdens zijn leven nauwelijks iets losgelaten over zijn persoonlijke motieven – dat zou in die tijd ook hoogst ongewoon zijn geweest voor een staatsman van zijn statuur. Een christelijk vorst, en helemaal een christelijk keizer, werd niet geacht persoonlijke wensen en verlangens te koesteren, anders dan de christenheid te dienen en – vooruit – zijn particuliere dynastieke belangen te behartigen. Het is daarom onzinnig om uit zijn verklaringen te concluderen dat Karel V zo’n diep gelovig man was, wat veel historici hebben gedaan. Had de keizer zich namelijk op enige andere wijze uitgelaten, dan was hij voor zijn baan volkomen ongeschikt geweest.

    Het steeds weer terugkerende historiografische motief van de vrome Karel heeft nog een andere belangrijke oorzaak. Ten tijde van Karels machtsuitoefening over het grootste deel van christelijk Europa was de kerk volop in beweging. De vroege zestiende eeuw zag niet alleen de opkomst van het protestantisme, maar ook de naweeën van een oudere hervormingsbeweging binnen de katholieke kerk. Die twee hadden veel met elkaar te maken, want ze kwamen beide voort uit schuivende machtsverhoudingen binnen het vroegmoderne Europa.

    De katholieke kerk als instituut was al langer in een machtsstrijd verwikkeld met de opkomende burgerij. Als onderdeel van deze machtscompetitie waren de kerkelijke autoriteiten een grotere nadruk gaan leggen op de innerlijke beleving van het geloof. Dit sloot immers beter aan bij de ‘moderne’ wensen van de emanciperende middenklassen. Zo was in de late Middeleeuwen in de welvarende Hanzestad Deventer de Moderne Devotie ontstaan, op initiatief van de burgers, maar binnen het kader van de katholieke kerk.

    Dit soort grass-roots bewegingen kon enkel in toom worden gehouden door er van officiële zijde deels aan tegemoet te komen; de paus en zijn bisschoppen waren niet bij machte ze met wortel en tak uit te roeien. Karels gedeeltelijke tijdgenoot en vroege raadsheer Erasmus was sterk door de Moderne Devotie beïnvloed. Net als overigens Martin Luther en de theoloog Adriaan Boeyens ‘van Utrecht’, die in 1512 de geestelijke opvoeding van Karel aan het Mechelse hof op zich zou nemen.
    Vooral de invloed van de laatste wordt vaak aangehaald wanneer de veronderstelde vroomheid van Karel moet worden ‘aangetoond’. Zo lezen we in William Maltby’s The Reign of Charles V uit 2002: ‘Adriaan van Utrecht bracht hem een diep gevoelde vroomheid en een stevige politieke basisvorming bij.’ Over dat eerste zullen we nooit een definitief oordeel kunnen vellen, maar het tweede aspect van Adriaans opvoeding laat weinig te gissen over.

    Waar Erasmus zich relatief onafhankelijk van de kerk bleef opstellen en Luther pauselijke excommunicatie als consequentie voor zijn prediking aanvaardde, streefde Adriaan zonder aantoonbare scrupules naar een gloedvolle carrière binnen de door en door corrupte katholieke kerk. Zijn politieke ambities zouden hem uiteindelijk, met dank aan Karel, in 1522 als paus Adrianus VI aan de top van de kerkelijke hiërarchie brengen.

    Karels machiavellistiche vorming door Adriaan viel in vruchtbare aarde: machtspolitiek was hem als telg van het verenigde Habsburgs-Bourgondische huis met de paplepel ingegoten. Zo was Karel V zelf in de meest letterlijke zin het product van machtspolitieke overwegingen. Het huwelijk van zijn ouders Filips de Schone en Johanna van Castilië was in 1496 voltrokken om de Italiaanse ambities van de koning van Frankrijk, Karel VIII, tegen te gaan.

    Deze had zijn oog laten vallen op het koninkrijk Napels, dat door koning Ferdinand van Aragon – getrouwd met koningin Isabel van Castilië – als zijn rechtmatige bezit werd beschouwd. Omdat ook Karels andere grootvader – de Habsburgse keizer Maximiliaan – de Franse machtsontplooiing met groeiende bezorgdheid volgde, werd een anti-Frans bondgenootschap tussen de beide vorstenhuizen noodzakelijk geacht.

    Er moest dus onderling getrouwd worden, het liefst dubbelop. Nog tijdens de onderhandelingen rond het huwelijk tussen Filips – de oudste zoon van Maximiliaan en Maria van Bourgondië – en Johanna – tweede dochter van Isabel en Ferdinand – werd daarom een tweede echtverbintenis bekokstoofd tussen de Castiliaans-Aragonese troonopvolger Juan van Castilië en Filips jongere zuster Margaretha ‘van Oostenrijk’.

    Deze vermenging van maar liefst vier vooraanstaande West-Europese dynastieën had dus tot doel de groeiende macht van Frankrijk via een militair-diplomatiek ‘cordon sanitaire’ in te perken. Het was nooit de bedoeling geweest een Europese superstaat te kweken. Maar die kwam er wel toen achtereenvolgens een hele trits heersers en troonopvolgers het leven liet, te beginnen met Juan van Castilië en zijn te vroeg geboren kind in 1497. Een jaar later stierven zijn zus Isabel en, in 1500, haar zoontje. Moeder Isabel van Castilië overleed in 1505, waarna Filips de Schone met zijn Johanna naar Spanje reisde om de Castiliaanse troon op te eisen.

    Maar Filips bezweek onder de Spaanse zomerzon en Johanna kreeg de catastrofale inzinking die haar haar definitieve bijnaam zou bezorgen. Omdat ook het zoontje van haar vader Ferdinand uit een tweede huwelijk zou overlijden, bleef de negenjarige Karel ‘van Gent’ in 1509 over als erfgenaam van zowel de Bourgondische en Habsburgse erflanden als de Castiliaanse en Aragonese koninkrijken – met de daarbij behorende Zuid-Italiaanse bezittingen.

    Het is niet meer dan logisch dat rond een zo veelbelovende jongeling een continue kliek ambitieuze paladijnen zwermde. Adriaan van Utrecht was slechts een van de meest prominente. In 1515, vlak voor de dood van Ferdinand van Aragon, werd Adriaan vooruitgestuurd om in Spanje de geesten rijp te maken voor een ‘Vlaamse’ machtsovername.

    Dat was nog niet zo gemakkelijk, omdat onder de Spaanse bevolking grote onvrede heerste over de absolutistische hervormingen die ‘de katholieke koningen’ Isabel en Ferdinand met hulp van adel en kerk hadden doorgevoerd. De situatie werd verergerd door het optreden van de rest van Karels Bourgondische hofkliek, die, na in 1517 in zijn kielzog op het Iberisch schiereiland gearriveerd te zijn, onmiddellijk de meest lucratieve lokale baantjes onderling begon te verdelen.

    Toen Karel in 1520 naar het Duitse Rijk vertrok om daar zijn met royale hoeveelheden – geleend – smeergeld verworven positie van Rooms keizer te bestendigen, kwamen verschillende Spaanse steden in opstand. Adriaan van Utrecht, inmiddels regent, grootinquisiteur en kardinaal, kon de rebellie van de Spaanse comuneros slechts met bruut geweld en militaire steun van de lokale adel neerslaan. De in het gareel gemepte Spaanse burgers noemden de troepen van de toekomstige paus ‘wreder dan Turken’.

    De opstand vormde een keerpunt in Karels leven. Vanaf nu zou hij de Spaanse koninkrijken, en met name Castilië, gaan beschouwen als zijn kernbezittingen en zich als ‘Spaans’ vorst profileren. Hij leerde Spaans, huwde in 1526 Isabel van Portugal teneinde alle Iberische koninkrijken te verenigen en liet een paleis bouwen in het Alhambra van Granada, de stad die sinds de val van de laatste Iberische moslimheerser, in 1492, was uitgegroeid tot symbool van de Spaanse christelijk-imperiale identiteit.

    Als christelijk keizer in de traditie van de kruistochten en de Reconquista voerde Karel niet alleen bijna continu oorlog met – het eveneens katholieke – Frankrijk, hij rustte ook expedities uit tegen de ‘Moren’ en ‘Turken’ in Noord-Afrika, met Jeruzalem als einddoel. Verder dan Tunis, dat hij in 1535 persoonlijk veroverde, kwam hij echter niet.

    Karels voortdurende hang naar oorlogvoering, niet alleen in Europa en Afrika, maar ook in Zuid-Amerika, leidde tot grote verwoestingen, oneindig veel persoonlijk leed en overspannen staatsfinanciën. Karel moest regelmatig leuren bij de verschillende standenvertegenwoordigingen in zijn rijksgebieden en erflanden om aanvullende financiering los te weken. Daarbij waren het de Nederlanden die, afgezien van de Amerikaanse koloniën, het belangrijkste wingewest waren voor de keizer en zijn hof.

    De Nederlanden vormden immers het economisch zwaartepunt van vroegmodern Europa. Dat uitte zich in een sterke verstedelijking en hoge bevolkingsdichtheid, wat het fiscaal belasten van de lokale bevolking door een centrale overheid vergemakkelijkte. Zo is berekend dat de regering van Karel V in de periode 1519-1553 per inwoner van de Nederlanden meer dan 7000 dukaten aan ‘subsidies’ wist binnen te halen. Dat is meer dan 2,5 keer zoveel als de gemiddelde inwoner van het koninkrijk Napels ophoestte (2600 dukaten) en bijna 5 keer zoveel als de fiscale lasten van de gemiddelde Castiliër (1500 dukaten).

    Veel leden van de stedenvertegenwoordigingen en statenvergaderingen wilden maar wat graag aan de keizerlijke ‘bedes’ tegemoetkomen. De geheven belastingen kwamen namelijk slechts voor een klein deel ten laste van handel en handelskapitaal. Ze bestonden voornamelijk uit heffingen – zoals accijns op bier – die relatief zwaar drukten op de lagere inkomensgroepen, en die waren niet of nauwelijks vertegenwoordigd in het openbaar bestuur.

    Bovendien werden de bedes in eerste instantie gefinancierd vanuit openbare leningen met hoge rentes, waarin de elite een groot deel van haar eigen kapitaal belegde. De belastinginkomsten dienden daarbij als onderpand, zodat de gewone belastingbetaler uiteindelijk voor de woekerwinsten van de elites opdraaide.

    Uiteraard was er ook verzet, met name vanuit de lage middenstand en de ambachtsgilden. Niet toevallig waren dit de maatschappelijke groepen waaronder het protestantisme het snelst om zich heen greep. Karel probeerde dan ook niet alleen op alle mogelijke manieren het protestantisme te verdelgen, hij trachtte ook de politieke en economische macht van de ambachtsgilden en kleine handelaren te breken. In 1825 verbood Karels tante en regentes van de Nederlanden Margaretha van Oostenrijk alle vergaderingen van dekens, gezworenen en ‘gemeyne mannen’ in Den Bosch. Drie jaar later prees Karel haar omdat zij in Brussel ‘de macht uit handen van het volk hebt laten nemen, wat ik zeker heel goed vind’.

    In 1840 toonde de keizer waartoe hij persoonlijk in staat was. In Gent was een revolte uitgebroken nadat het door de gildes beheerste stadsbestuur had geweigerd met nieuwe bedes in te stemmen. Karel V kwam speciaal uit Spanje om zijn troepen een deel van de stad te laten platbranden en de opstandelingenleiders na een openbare vernedering te laten onthoofden. Er verrees een ‘dwangburgt’ in de stad en gildebesturen werden uitgesloten van politieke macht.

    Voortaan kon Karels geliefde zuster Maria van Hongarije – aan wier hof in Brussel Willem van Oranje opgroeide – als landvoogdes van de Nederlanden overtuigend dreigen met des keizers ‘indignatie’ wanneer Hollandse stadsbesturen niet onmiddellijk de geldelijke verzoeken uit Brussel inwilligden.

    Het piramidesysteem van bijna ongelimiteerde staatsleningen op basis van nog niet geïnde belastingen kraakte aan het eind van Karels regeerperiode in zijn voegen. De staten van Holland, Brabant en Vlaanderen hadden eind jaren vijftig miljoenenschulden opgebouwd. Karel stond alleen al bij de bankiers van Antwerpen voor bijna 2 miljoen dukaten in het krijt.

    Al dit kapitaal was voornamelijk geïnvesteerd in vernietiging en smeergelden voor lokale oligarchieën. Feitelijk stond Karel V aan het hoofd van het grootste maffia-imperium van Europa. Met de financiële crisis van de jaren zestig, die de West-Europese economie zwaar trof, werd duidelijk dat het oude stelsel van afpersing via lokale potentaten en economische elites niet langer vol te houden was. De koek was op.

    Karel was toen al afgetreden ten gunste van zijn zoon Filips. Deze moest nu wel een politieke koerswijziging doorvoeren. De plotselinge opdroging van de Europese kredietmarkten liet hem geen andere keus. Een van Filips meest vérstrekkende maatregelen was een inperking van de uitgebreide privileges van aristocratie en handelselite in de Nederlanden. Het zou de directe aanleiding vormen voor de Tachtigjarige Oorlog.

    Een van de getroffen ‘lokale’ aristocraten, die gelijktijdig met de inperking van hun materiële privileges hun christelijk geweten en het protestantisme als heilsleer ontdekten, was lid van een huis dat de Bourgondisch-Habsburgse clan altijd trouw had gediend. Net als Karel was hij opgegroeid met de leer van Christus als ideaal en de noodzaak tot dynastieke machtsbestendiging en -uitbreiding als realiteit. Zo zouden zijn ouders volgens de overlevering vrome protestanten zijn geweest. Maar toen hun zoon op elfjarige leeftijd het prinsdom Oranje kon erven als hij maar katholiek werd – een eis van zijn latere beschermheer Karel V – zagen zij daar geen enkel bezwaar in. Eeuwige verdoemenis van het individu woog beduidend minder zwaar dan de aardse verheffing van de familie.

    Op latere leeftijd zou de prins terugkeren naar het protestantisme, na een half leven in trouwe dienst van een katholieke vorst die zijn onderdanen voornamelijk destructie, repressie, corruptie en economische neergang te bieden had. Hij heette Willem van Oranje-Nassau en had veel om over te zwijgen.

    Meer weten?

    Boeken
    Het beste Nederlandstalige boek over Karel V is geschreven door een Vlaming: Karel V. Keizer van een wereldrijk 1500-1558 (2008) van hoogleraar middeleeuwse geschiedenis Wim Blockmans. Het is een bewerking van zijn Keizer Karel V 1500-1558. De utopie van het keizerschap uit 2000. Blockmans’ boek is geen biografie, maar een toegankelijke ‘stand van zaken’ van het wetenschappelijk onderzoek naar het bewind van Karel V.

    Van grote invloed is nog altijd het monumentale Kaiser Karl V. Werden und Schicksal einer Persönlichkeit und eines Weltreiches (1937-1941) van de Duitse historicus Karl Brandi. De Nederlandse vertaling is in 1958 verschenen als Keizer Karel V. Vorming en lot van een persoonlijkheid en van een wereldrijk. Zoals toen gebruikelijk was, is het sterk gericht op de ‘nationale’ – in dit geval Duitse – geschiedenis.

    Karl V. 1500-1558. Eine Biographie van Alfred Kohler (1999) is bescheidener, maar ‘Europeser’ dan zijn beroemde voorganger. Het in de tekst genoemde The Reign of Charles V van William Maltby (2002) vormt een beknopte en aantrekkelijk geschreven inleiding tot Karel en zijn tijd.

    Internet
    Wist u dat Karel V een ijdele man was die zijn lelijke Habsburgse kin verborg onder zijn baard en graag koud bier dronk? Uw kind of kleinkind zal het u vast kunnen vertellen. Zo niet, dan kunt u via de website van de nationale Canon http://entoen.nu/karelv doorklikken naar de instructiefilmpjes voor basis- en voortgezet onderwijs.

    In oktober 2000 organiseerde de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen ter gelegenheid van de 500ste geboortedag van Karel V een colloquium over ‘De wereld van Karel V’. De resultaten zijn voor iedereen toegankelijk via www.knaw.nl/publicaties/pdf/20041027.pdf.

    Wandelen
    De route die Karel V in 1556 aflegde op weg naar het klooster in La Vera staat in Spanje bekend als de Ruta Carlos V. Het laatste deel van het traject gaat van start in de het middeleeuwse dorpje Tornavacas. Vanaf de Plaza de Iglesia is het een flinke dagwandeling (28 km) naar Jarandilla de la Vera. De route is met rood-witte pijlen aangegeven en een gedetailleerde wandelkaart is lokaal verkrijgbaar.

    Het vijftiende-eeuwse slot waar Karel V in Jarandilla verbleef is nu een luxe parador of staatshotel. Het klooster van Yuste wordt nog altijd bewoond door monniken en de keizerlijke vertrekken – met bed, draagstoel en portret van Isabel – vormen nu een klein museum. In het dorpje Cuacos de Yuste staat nog een aantal originele zestiende-eeuwse houten huisjes, waaronder het gerestaureerde logeeradres van Don Juan.