• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    maandag 23 november 2020

    ‘Johan de Witt kreeg het voor elkaar om van een klein land een supermacht te maken’

    Door: Lotte van der Sluis
    Illustraties: Jean-Marc van Tol

    Nederlanders hebben weinig met Frankrijk – behalve dat het ons favoriete vakantieland is. Dat is raar, vindt Neerlandicus en illustrator Jean-Marc van Tol, want we zijn misschien wel meer afhankelijk van Frankrijk dan van Engeland. Hij verzorgt de illustraties in de bloemlezing Johan de Witt en Frankrijk. ‘Frankrijk speelde een leidende rol in het beleid van Johan de Witt’.

    Johan De Witt schreef brieven over allerlei thema’s. Waarom kiezen jullie voor een boek met zijn correspondentie over Frankrijk?

    ‘De diplomatieke relatie met Frankrijk was voor Johan de Witt van groot belang, en dat is het voor Nederland nog steeds. De inhoud van de brieven is van historisch belang. Uit de brieven maak je op dat Frankrijk een leidende rol speelde tijdens het bewind van Johan de Witt in de zeventiende eeuw. Dat had alles te maken met de opkomst van Lodewijk XIV. Hij liet zich gelden als macht binnen Europa. Hij wilde bijvoorbeeld het huidige Vlaanderen veroveren, dat zie je steeds in de brieven terugkomen.’

    Welke thema’s komen nog meer aan bod?
    ‘Het protestantisme versus het katholicisme, de Republiek tegenover de Franse monarchie en de rijkdom van de Republiek ten opzichte van de relatieve armoede in Frankrijk. Lodewijk XIV had zelf gouden paleizen in Versailles, maar het land was nog sterk agrarisch ingedeeld. De Fransen waren ontzettend jaloers op die burgerjongen De Witt, die het voor elkaar kreeg om van zo’n klein landje een supermacht te maken.’

    Naar wie stuurde De Witt zijn brieven?
    ‘De meeste brieven over Frankrijk gingen naar Coenraad van Beuningen, een goede vriend van De Witt. Hij was jarenlang een steunpilaar van zijn bewind. Van Beuningen was een slimme man die aan het eind van De Witts regeerperiode in 1672 toch de zijde koos van Willem III. De Witt en Van Beuningen waren vrienden, maar als je beter kijkt zie je toch wat onenigheid. De Witt kwam uit Dordrecht en Van Beuningen uit Amsterdam. De Witt had bij besluitvorming vaak het algemeen belang van de gehele Republiek voor ogen, maar zijn vriend maakte zich vooral hard voor Amsterdamse belangen. Hij vond dat De Witt krachtiger moest optreden tegen Frankrijk, terwijl De Witt juist de relatie met de Fransen goed wilde houden, omdat hij hen niet als tweede vijand wilde naast Engeland. Uiteindelijk kreeg Van Beuningen gelijk, want Lodewijk XIV bleek niet te vertrouwen. Hij sloot met zijn neef, de Engelse koning Karel II, het geheime Verdrag van Dover en liep de Republiek onder de voet. Het scheelde weinig of we waren nog steeds Frans geweest.

    De Witt had ook een briefwisseling met Lodewijk XIV zelf, maar de meeste brieven van de Franse koning zijn niet door hem zelf geschreven. Bovendien laat hij niet vaak het achterste van zijn tong zien.

    We hebben ook persoonlijkere correspondentie in de bloemlezing opgenomen, zoals een briefje van de dochter van De Witt. Zij schreef haar vader een briefje in het Frans om te laten zien hoe goed ze de taal beheerst. De Witt las dat briefje toen hij op een schip zat.

    Daarvan heb ik deze tekening gemaakt. De Witt staat op dezelfde manier afgebeeld als Jan Six in een tekening van Rembrandt.

    In tegenstelling tot een biografie heb je in een bloemlezing meer ruimte voor dit soort kleine verhalen. Het is allemaal op wetenschappelijke wijze achterhaald, maar we wilden geen boek uitbrengen dat te academisch zou zijn. Het is bedoeld voor een breed publiek.’

    De Witt schreef naast oorlogvoering en politiek ook over meer persoonlijke onderwerpen zoals de grand tour die hij had gemaakt. Hoe belangrijk was die ervaring voor hem?
    ‘Hij is rond zijn twintigste op grand tour geweest met zijn broer, maar hij heeft er niet veel over geschreven. Hij hield tien boekjes bij waarin hij alleen noteerde waar ze waren en hoeveel mijl ze hadden gereden. De dingen waar hij niet over schrijft zijn eigenlijk interessanter. Hij rept bijvoorbeeld niet over alle strubbelingen in Frankrijk op het moment dat hij daar rondreist. De broers bezochten ook hooggeplaatsten en mochten op bezoek komen bij Lodewijk XIV. Toen Johan in 1653 als raadpensionaris aan de macht kwam, kreeg hij veel met Frankrijk te maken. Tijdens zijn grand tour had hij de Fransen en de cultuur beter leren kennen, en dat heeft mede zijn beleid bepaald.’

    Welke brief vindt u het meest indrukwekkend?
    ‘Dat is de brief van een zekere Gabriël de Sylvius aan Henri de Fleury de Culan, heer van Buat. De brief is op 18 augustus 1666 per ongeluk in handen gekomen van De Witt. Buat was een ritmeester die opgroeide aan het hof van Oranje van Willem II, net als zijn vriend Sylvius. Sylvius was met Mary Stuart II meegegaan naar Engeland.

    Terwijl er een oorlog woedde tussen de Republiek en Engeland, gingen deze twee oude vrienden met elkaar in gesprek over een mogelijk vrede. Met medeweten van De Witt nam Buat contact op met Sylvius, een vertrouweling van de Engelse koning Karel II. Dat was een officiële briefwisseling, maar de twee vrienden hadden ook een informele correspondentie. Daarin schreef Sylvius dat ze De Witt moesten verraden om de vrede te bewerkstelligen. Buat gaf per ongeluk de verkeerde brief aan De Witt, die zo het verraad ontdekte. De raadpensionaris gaf Buat nog tijd om te vluchten maar dat deed hij niet. Hij werd gevangen genomen en in oktober 1666 onthoofd.’

    Waar heeft u de illustraties in de bloemlezing op gebaseerd?

    Schilderij Rijksmuseum

    ‘Dat verschilt per illustratie. Het omslag is bijvoorbeeld een bekend schilderij: dat is Lodewijk XIV – niet Johan de Witt – die bij de Rijn aanwijst waar hij wil oversteken om de Republiek binnen te vallen in 1672. Het is een bekend schilderij waarop je normaal zijn leger links ziet staan. Dat vlak heb ik leeg gelaten, het gaat alleen om Lodewijk XIV. Ik heb het getekend alsof het de schets is voor het schilderij.

     

    Bij de tekening van de grand tour lopen Johan en Cornelis met zijn tweeën. Deze prent is gebaseerd op een schilderij van Camille Pissaro, een schilder uit de negentiende eeuw. Ik heb het op een zeventiende-eeuwse manier gemaakt waardoor het op een schets uit die tijd lijkt. Ik gebruik daarvoor zeventiende-eeuwse inkt en pennen, bijvoorbeeld deze kroontjespen.

    Die pen is een stukje gesneden riet, daarmee kan ik met sepia een tekening maken. Rembrandt gebruikte dezelfde materialen in zijn tijd. Ik heb ook veel met houtskool, potlood en krijt gewerkt om dat zeventiende-eeuwse gevoel op te wekken.’

    Wat hopen jullie met het boek te bereiken?
    ‘We willen als projectgroep meer belangstelling kweken voor de brieven van Johan de Witt. Het zijn niet alleen brieven die hij zelf geschreven heeft, maar ook van stadhoudersvrouwen, Constantijn Huygens en vele anderen. Die brieven zijn straks voor iedereen beschikbaar zodat mensen zelf kunnen grasduinen. Om meer te weten te komen van De Witt kun je zelfs op thema zoeken, zoals Frankrijk of wiskunde. Dan kom je opeens hele andere dingen tegen dan bij een globale zoektocht naar de raadpensionaris.’

    Johan de Witt en Frankrijk. Een bloemlezing uit zijn correspondentie. Samenstelling: Ineke Huysman en Roosje Peeters. Tekeningen: Jean-Marc van Tol. 276 p. Catullus, €24,99.