• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 3/2006

    Jo van Heutsz (1851-1924): te praktisch om een racist te zijn

    Door: Maurice Blessing
    Hij werd gelauwerd en bejubeld als 'pacificator van Atjeh' en koningin Wilhelmina behoorde tot zijn grootste bewonderaars. Maar in de jaren zestig werd hij weggezet als fascist en moordenaar. Wie was Jo van Heutsz, die in 'ons Indië' de Ethische Politiek gestalte gaf? Op 9 april 1965 plaatsen twee provo's uit het Drentse Coevorden, Alard van Lenthe en Relus ter Beek (de latere PvdA-minister van Defensie), een waarschuwingsbord bij het plaatselijk gedenkteken voor J.B. van Heutsz. De tekst luidt: 'Ontslapen onder het hakenkruis; gesneuveld bij het uitmoorden van het 39-ste Atjeese dorp; bij het verkrachten van de 79-ste Atjeese vrouw om het geschokte vertrouwen van het Nederl. Indische bestuur opnieuw te funderen.' De twee worden veroordeeld tot een boete van vijftig gulden.

    Het incident staat niet op zichzelf: in datzelfde jaar wordt het Van Heutsz-monument in Amsterdam-Zuid met witte verf besmeurd. In 1967 pleegt een natuurkundestudent er zelfs een bomaanslag. En in 1984, bij een tweede aanslag met explosieven, ontsnappen enkele spelende kinderen er ternauwernood aan de dood.
     

    Omstreden figuur

    J.B. van Heutsz (1851-1942), ooit bewonderd door koningin Wilhelmina en toegejuicht door duizenden van haar onderdanen, is een zeer omstreden figuur. 'Van Heutsz' was - en is - in de eerste plaats een symbool: in linkse kringen staat hij voor de bloederige uitwassen van de Nederlandse koloniale praktijk. Voor anderen echter symboliseert Van Heutsz de Ethische Politiek - die mede de aanzet vormde voor het Indonesisch nationalisme. In Van Heutsz komen zowel de gewelddadigheid als de ethiek van de Nederlandse koloniale politiek samen.
     

    Van Heutsz, ooit bewonderd door koningin Wilhelmina en toegejuicht door duizenden van haar onderdanen, is een zeer omstreden figuur

    Joannes ('Jo') Benedictus van Heutsz wordt op 3 februari 1851 in Coevorden geboren in een militair nest. Hij is de tweede zoon van artillerieofficier Joannes Franciscus van Heutsz, een 'vrijgevochten maar kundig' militair. Zelf karakteriseert Van Heutsz zijn vader als een 'pierewaaier'. Jo junior brengt zijn schooltijd door in Breda, waar hij bekend komt te staan als een lastige, kwebbelzieke leerling. Hij zwerft het liefst door de bossen buiten de stad, waar de aspirant-officieren van de Koninklijke Militaire Academie trainen. Zelf zal Jo nooit tot de prestigieuze officiersopleiding toetreden. Hij beschikt niet over de juiste vooropleiding en bovendien verdient zijn vader niet genoeg - of geeft hij te veel uit aan wijntje en Trijntje - om de studie van een tweede zoon te kunnen bekostigen.
     
    Er zit voor Jo, die zich geen andere carrière dan als militair kan voorstellen, niets anders op dan zich van onderaf op te werken. In 1867 neemt hij daarom dienst bij het Instructie Bataljon in Kampen. Hij raakt er niet geliefd bij zijn superieuren - daarvoor is hij te veel een non-conformist. Toch lukt het hem al snel de 'hoofdcursus' voor officieren in Maastricht te bereiken. De jonge Van Heutsz is namelijk niet alleen grofgebekt, eigenwijs en onbehouwen; hij bezit ook een bovengemiddelde ambitie en een overstelpende hoeveelheid energie.

    In 1872 keert hij triomfantelijk terug naar Breda, in het officiersuniform van de infanterie. Hij heeft zich heilig voorgenomen elke kans aan te grijpen zich te velde te bewijzen. Het lot helpt hem daarbij een handje: binnen een jaar stort Nederland zich halsoverkop in het wespennest van de Atjeh-oorlog.
     

    Guerillaoorlog

    Atjeh, gelegen op de uiterste noordpunt van Sumatra, is sinds mensenheugenis een onafhankelijk moslimsultanaat: de koloniale machten hebben het perifere gebied altijd links laten liggen. Deze desinteresse verdwijnt echter als in 1869 het Suezkanaal wordt geopend, waardoor de Straat van Malakka de belangrijkste doorvaartroute in de Indische archipel wordt. De moderne stoomschepen passeren nu de Atjeese kust. Daar worden ze met enige regelmaat overvallen door kapers.

    Bovendien vallen lokale roofbenden regelmatig het aangrenzende sultanaat Deli binnen. Deli is een voor Europese ondernemers veelbelovend gebied, met een volgzame - corrupte - sultan. Het is een decennium eerder opengesteld voor de commerciële tabaksteelt. Nederland, dat sinds 1871 de verantwoordelijkheid over heel Sumatra heeft, besluit dan ook in te grijpen.
     

    Op 8 april 1873 landt een Nederlands-Indisch expeditieleger van drieduizend man op de kust van Atjeh

    Op 8 april 1873 landt een Nederlands-Indisch expeditieleger van drieduizend man op de kust van Atjeh. De legerleiding had verwacht dat de 'inlanders' massaal de benen zouden nemen. Maar het tegenovergestelde gebeurt: met hun vlijmscherpe klewangs storten de Atjeeërs zich op de Nederlands-Indische soldaten. Alleen al bij de landing komen negen militairen om en raken er 43 gewond. Na drie weken vergeefse strijd wordt de aftocht geblazen.

    De schandvlek van Atjeh moet gewist, is de reactie van minister van Koloniën Fransen van de Putte. De ambitieuze Van Heutsz ruikt zijn kans: hij geeft zich onmiddellijk op voor het Nederlands-Indisch Leger. In het najaar van 1873 arriveert hij met het stoomschip Borneo in een door cholera geteisterd Batavia. Daar is men druk bezig de tweede expeditie naar Atjeh voor te bereiden.

    Maar Van Heutsz mag niet mee; hij moet eerst acclimatiseren in Soerabaja. Zo mist hij de succesvolle bestorming van het paleis van de sultan. De overwinning wordt gevierd door 'Wien Nêerlands Bloed' te spelen op de rokende puinhopen. Onmiddellijk daarna breekt een guerrillaoorlog uit: de 'Heilige Oorlog tegen de ongelovigen', zoals hij al snel door radicale Atjeese geestelijken wordt genoemd.
     

    Koning Eenoog

    In 1874 weet Van Heutsz dan toch overplaatsing naar het slagveld van Atjeh te bewerkstelligen. In korte tijd maakt hij er naam als meedogenloos en moedig militair. Wanneer hij in 1876 terugkeert naar Soerabaja, heeft hij de rang van eerste luitenant bereikt en een Militaire Willemsorde op zak.

    Het garnizoensleven in Soerabaja kan Van Heutsz niet bekoren. In 1880 keert hij terug naar Atjeh. Ditmaal vecht hij aan de zijde van generaal-majoor Karel van der Heijden, die een onuitwisbare indruk op Van Heutsz nalaat. Van der Heijden heeft de opdracht de lokale bevolking klein te krijgen. De generaal-majoor gaat zelf voorop in de strijd. Bij de komst van Van Heutsz heeft hij reeds een oog verloren tijdens een - mislukte - poging het geestelijk centrum Batoe Iliq te veroveren.

    De tactiek van de verschroeide aarde van 'Koning Eenoog' - zoals de Atjeeërs hem in hun lokale legendes noemen - geeft de Nederlandse regering het idee dat de definitieve overwinning is behaald.
     

    De tactiek van de verschroeide aarde van 'Koning Eenoog' geeft de Nederlandse regering het idee dat de overwinning is behaald

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen