• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    dinsdag 26 maart 2019

    ‘Jan Zwartendijk zei tegen zijn kinderen: “Ik moet het gewoon doen”’

    Helden en Schurken over De rechtvaardigen en de ontoereikendheid van regels in tijden van nood

    Door: Lola Bos

    ‘Jan Zwartendijk vond zichzelf geen held,’ aldus schrijver Jan Brokken op 20 maart 2019 in Verzetmsuseum Amsterdam. Hier ging hij onder leiding van Jos Palm in gesprek met diplomaat Rob Vornis over Jan Zwartendijk, die als consul duizenden Joden redde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Brokken schreef er De rechtvaardigen over. De bijeenkomst was onderdeel van de lezingenreeks Helden en Schurken, georganiseerd door Historisch Nieuwsblad, Verzetsmuseum Amsterdam, het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies en de VPRO.

    In De rechtvaardigen beschrijft Jan Brokken het verhaal van Jan Zwartendijk, een Nederlandse Philipsdirecteur in Litouwen, die daar in 1940 honorair consul werd. Na de Duitse bezetting van Polen in 1939 en de inname van de Baltische Staten door de Sovjet-Unie in 1940, kregen Joden in Litouwen het erg benauwd. Ze wilden er weg, maar wisten niet hoe. Heel veel landen hadden immers hun grenzen voor Joodse vluchtelingen gesloten. Verschillende mensen klopten aan bij Zwartendijk voor hulp, onder wie student Nathan Gutwirth. Zwartendijk moest hem vertellen dat Java en Sumatra geen optie waren, hoewel hij daar wel om vroeg. Brokken vertelt: ‘Toen liet Gutwirth vallen dat hij een tante had op Curaçao. Dat bracht Zwartendijk op een idee. Visa voor Curaçao kon hij namelijk wel verstrekken.’

    Na Gurtwirth klopten veel meer Joden bij Zwartendijk aan. Uiteindelijk heeft hij 2139 visa uitgegeven. Op ieder visum konden een man, een vrouw en een minderjarig kind meereizen. Dankzij Zwartendijk hebben wisten duizenden mensen aan de dood te ontsnappen.

    Deze mensen legden een lange reis af. Eerst namen ze de Transsiberië Express naar Vladivostok. Vervolgens reisden ze door naar Japan, in de hoop dat er daarna een land was dat hen op zou nemen. Zwartendijk had ook contact met de Japanse consul, die bereid was om een doorreisvisum te verstrekken aan de mensen die in Japan aankwamen. ‘Geen van de mensen aan wie Zwartendijk een visum verstrekte, is op Curaçao terechtgekomen,’ vertelt Brokken.

    Rob Vornis is als diplomaat in talloze landen geweest: van Chili tot de Filippijnen. Tijdens zijn loopbaan ervoer hij, net als Zwartendijk, dat de regels onder bijzondere omstandigheden vaak tekortschieten. Zo wist hij in Chili de Nederlandse journalist Anton Foek uit de gevangenis te halen. ‘Dat is het enige moment in mijn carrière dat ik gelogen heb. Ik zei namelijk tegen een intimiderende kolonel: “Jullie willen dat Den Haag jullie regime erkent. Dat kun je vergeten als je Anton hier houdt.” Dat was natuurlijk complete bluf. Toch kwam de journalist op die manier vrij.’

    Waarom werd Zwartendijk, die zoveel mensen had gered, in 1964 door Buitenlandse Zaken op het matje geroepen? ‘Zelf dacht hij dat hij misschien een lintje zou ontvangen, maar het bleek een reprimande te zijn,’ zegt Brokken. Hij had zich niet aan de regels gehouden. ‘Daardoor werd Zwartendijk een ander mens. Hij vroeg zich af of hij het fout had gedaan en was bang dat hij de Joden die hij had willen helpen misschien wel de dood in had gestuurd. Hij veranderde na de reprimande in een mopperaar en werd ziek.’ Zijn kinderen lieten onderzoeken wat er was gebeurd met de mensen die hij had proberen te helpen. Brokken vertelt: ‘Zwartendijk stierf in 1974 en op de dag van zijn begrafenis lag het onderzoeksresultaat op de deurmat. Minstens 95 procent van de mensen die hij had geholpen, heeft de oorlog overleefd. Zelf heeft hij dit dus niet meer kunnen vernemen.’

    Jan Zwartendijk heeft zichzelf nooit een held gevonden. Brokken: ‘In 1940 zei hij tegen zijn kinderen: “Ik moet het gewoon doen. Deze mensen gaan een gewisse dood tegemoet.”’ Brokken vindt Zwartendijks daden wel degelijk heldhaftig. ‘Niet iedereen kan zijn eigen regels maken, maar in tijden van nood is dat anders. Toen Jan Zwartendijk dit deed, bestond de Nederlandse rechtsstaat al niet meer. Zwartendijk nam zijn individuele verantwoordelijkheid en dat is een kenmerk van echt moedige mensen.’ Vornis is het daarmee eens. ‘Desondanks zou ik graag denken dat iedereen in zo’n situatie zou doen wat hij heeft gedaan. De rechtvaardigen zou in ieder geval verplichte literatuur moeten zijn voor de diplomatenopleiding.’