De explainer heeft veel weg van een speelfilm. Terwijl drie professionele acteurs een verhoor naspelen, vertelt Zurné op een kalme toon over de mogelijkheden van onderzoek in het CABR. In een onderkoelde sfeer van de jaren veertig wordt de beruchte standaardvragenlijst afgewerkt. Zurné licht het hele proces toe. Het archief bevat 30 miljoen pagina’s aan informatie. Momenteel zijn deze gedigitaliseerde documenten alleen in de studiezaal van het Nationaal Archief inzichtelijk, maar naar verwachting verschijnen ze binnenkort ook online. Zurné hoopt mensen tijdig bewust te maken van wat het archief wel, maar vooral ook niet vertelt.
Het CABR is al ruim een jaar geopend voor een breder publiek. Waarom maakt u deze video nu?
‘Er bestaat al veel informatie over wat het archief inhoudt en hoe het tot stand is gekomen, maar er was nog geen duidelijk antwoord op de vraag: hoe ga je te werk als je historisch bronnenmateriaal bekijkt? Voor professionele historici is dat gesneden koek, maar familieonderzoekers kunnen methodologische hulp goed gebruiken. Daarnaast vind ik het de taak van historici om mensen aan te moedigen vragen te stellen bij wat ze vinden in het archief. Ik wil voorkomen dat mensen iets selectiefs uit de bronnen halen en zeggen: kijk eens hoe fout de vader van je buurman was.’
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Is het niet wat veelgevraagd van mensen om gedegen bronnenkritiek toe te passen?
‘Ja en daarom ben ik ook realistisch: mensen gaan niet handelen als afgestudeerde historici. Dat neemt niet weg dat wij als wetenschappers mensen moeten voorlichten. Bijvoorbeeld over het soort vragen dat ze kunnen stellen. Familieonderzoekers komen vaak naar het archief met een vraag als “Hoe erg was wat mijn opa heeft gedaan?”.’ Dit is een vraag met een emotionele lading, maar je gaat hem op basis van de archiefdossiers waarschijnlijk niet kunnen beantwoorden.’
Begaan gebruikers van het CABR daadwerkelijk vergissingen?
‘Dat is een lastige vraag om te beantwoorden omdat familieonderzoekers meestal niet publiceren. Mensen komen wel naar me toe met de vraag wat ze met bepaald bronnenmateriaal aan moeten. Er zijn een paar onderzoeken geweest waarin mensen te weinig kritisch naar verklaringen van verdachten keken. Bijvoorbeeld als de vraag werd gesteld waarom iemand had gecollaboreerd.
In zo’n geval moet je je altijd afvragen hoe betrouwbaar de verklaringen van een verdachte in een verhoor zijn. Mensen realiseren zich niet altijd dat een verdachte een jarenlange gevangenisstraf boven het hoofd had hangen. Het is ook aantrekkelijk om te geloven dat iemand de “foute” kant op ging omdat hij of zij arm was en het gevoel had vast te zitten. Dat valt niet zomaar te concluderen uit een proces-verbaal in het archief.’
Waar is het archief wél nuttig voor?
‘CABR-stukken vertellen iets over rechtspraak. Ze bevatten informatie over waar iemand van verdacht werd en of daar uiteindelijk bewijzen voor werden gevonden. Of dat ook werkelijk iets zegt over wat mensen vonden, dachten of wat hen motiveerde is echter zeer de vraag. Daar moet je heel voorzichtig mee zijn.
Mijn boodschap is daarom: kijk breder dan naar het CABR alleen. Informatie uit het archief kan een aanzet zijn tot het vinden van een antwoord op je vragen, maar daarvoor is bijna altijd meer nodig. Betrek daarom ook egodocumenten, zoals dagboeken, of familieverhalen bij je onderzoek. Dan zal je dichter bij het antwoord op je vraag komen.’
Wat zijn mogelijke gevolgen van het online gaan van het archief?
‘Iets vanachter je laptop bekijken is natuurlijk heel anders dan in de studiezaal van het Nationaal Archief zitten en een map voorgeschoteld te krijgen met een vuistdik rapport van 500 pagina’s. Dat maakt veel meer indruk dan een pdf-bestand. Waarschijnlijk ligt daarin deels de oorzaak dat mensen context uit het oog verliezen als ze online stukken gaan inzien.

Daarnaast kun je vanachter je computerscherm geen hulp krijgen van archiefmedewerkers. In de studiezaal is meestal wel iemand aanwezig. Dit alles maakte dat ik een filmpje van belang vond. Dat kunnen mensen ook thuis vanachter hun computer bekijken. Het is daarom ook niet te lang en een beetje meeslepend. Als mensen mij zouden vragen of ze hun dossiers nu bij het Nationaal Archief in Den Haag moeten gaan bekijken of beter kunnen wachten tot het online staat, zou ik altijd zeggen: ga naar Den Haag.’