Home Dossiers Negentiende eeuw ‘Ik voelde me in de negentiende eeuw’

‘Ik voelde me in de negentiende eeuw’

  • Gepubliceerd op: 28 september 2022
  • Laatste update 08 nov 2022
  • 4 minuten leestijd
‘Ik voelde me in de negentiende eeuw’
Cover van
Dossier Negentiende eeuw Bekijk dossier

In elk nummer vraagt Alies Pegtel een historicus naar zijn of haar historische sensatie. Naar het moment waarop, zoals Johan Huizinga het formuleerde, heden en verleden lijken samen te vallen. Een gevoel dat vaak onverwacht wordt opgewekt door een document, voorwerp, geluid, geur, locatie of inzicht. Deze maand Suzanna Jansen. ‘Als ik door Amsterdam fiets, heb ik het gevoel dat ik door de tijdlagen heen ga.’

Kent u de historische sensatie, zoals door Johan Huizinga omschreven?

‘Het gevoel dat ik de geschiedenis bijna kan aanraken, of dat ik “erin” ben, heb ik regelmatig.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €3,99 per maand, de eerste maand €1,- Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Wanneer voelde de geschiedenis voor het eerst zo nabij?

‘Tijdens mijn onderzoek voor Het pauperparadijs. Er waren in de armengestichten in Veenhuizen, maar ook in Amsterdam, veel plekken waar mijn voorouders waren geweest die ik kon bezoeken. Ter plekke voelde het of ik me ook in de negentiende eeuw bevond.’

Bijzonder dat u de historie zo sterk voelt?

‘Ik besef natuurlijk dat dit alleen in mijn hoofd gebeurt, maar ik heb hetzelfde ervaren bij het werken aan Ondanks de zwaartekracht. Dit gaf me een heel sterk bewustzijn van hoe Amsterdam in elkaar zit, hoe je de jaarringen van de stad kunt zien. Geschiedenis is voor mij onderdeel van het heden. Als ik door Amsterdam fiets, heb ik het gevoel dat ik door de tijdlagen heen ga. Mijn nieuwste boek, De omwenteling of de eeuw van de vrouw, speelt zich deels af in de huiskamer van mijn ouderlijk huis. Ik heb geregeld de fotoalbums erbij gepakt, maar heb ook een paar plekken bezocht. Juist om het gevoel van de historie te pakken te krijgen, om van daaruit te kunnen schrijven.’

U gaat op zoek naar historische sensaties?

‘O ja, zonder kan ik niet werken; dan zou ik alleen feitjes opschrijven. De historische sensatie is de motor van mijn werkproces.’

Kunt u uw werkwijze beschrijven?

‘In De omwenteling laat ik mijn moeder als 16-jarig meisje op de pont stappen van Amsterdam-Noord naar het centrum. Ze gaat op weg naar haar eerste baan, als jongste bediende bij de firma Wyers. Een groot moment. Ik heb van alles uitgezocht: hoe ze bij de pont kwam, waar de steiger precies lag. Op de pont was het, net als nu, vaak te druk. Er werkten dekknechten, er kon zowel een paardenkar op als een automobiel. Ik breng die hele belevingswereld in kaart, voordat ik kies welke elementen ik gebruik. Het meeste zet ik niet in mijn verhaal, maar ik wil wel alles weten.’

Vertelde uw moeder over haar tijd als kantoormeisje?

‘Ze sprak er vaak over, altijd met glans in haar ogen. Maar toen ik in 2019 aan De omwenteling begon, ontdekte ik dat de kantoorvloer ongelooflijk hiërarchisch was, hoeveel seksisme er was, hoe weinig vrouwen verdienden. Mijn moeder was intelligent, heel leergierig. Ze werkte 8,5 jaar tot haar trouwen. De rest van haar leven zat ze in huis. Ik denk dat ze er zo enthousiast over sprak omdat dit de enige periode was waarin ze een maatschappelijk leven had.’

Een ander universum.

‘Compleet anders. Om de belevingswereld van toen te kunnen begrijpen, put ik ook uit een boekje dat mijn ouders voor hun huwelijk in 1948 kregen van de pastoor: Het huwelijksonderricht voor katholieke echtgenoten. Ik lees een passage voor: “Door hun ‘ja ik wil’, hebben man en vrouw aan elkaar het recht afgestaan op hun lichaam tot het verrichten van de huwelijksdaad. Terwijl in alle gezinsaangelegenheden de man het hoofd is van de vrouw, hebben zij in geslachtelijk opzicht volkomen gelijke rechten. Dus als één van beiden om de natuurlijke geslachtsgemeenschap vraagt, moet de ander van harte daartoe meewerken.

Toen ik dit las, begreep ik dat dit puur over vrouwen gaat, zij mochten niet met “merkbare tegenzin” de “geslachtsdaad toestaan” en mochten niet weigeren. Want als een man geen gemeenschap wil, dan functioneert het lichamelijk niet. Volgens dit kerkelijke geschrift hadden vrouwen niet alleen de plicht om gemeenschap te hebben, maar wisten ze ook dat ze zondig waren als ze weigerden, en ze dienden zich schuldig te voelen. Het is een heel dun boekje, maar 40 procent van de echtparen was destijds katholiek. Het heeft een heel groot deel van hun leven bepaald.’

Alies Pegtel is historicus en journalist.

 

Suzanna Jansen

(1964) studeerde ballet aan de Rotterdamse dansacademie. Ze werkte als correspondent in Moskou. In 2008 verscheen de bestseller Het pauperparadijs, waarin ze de geschiedenis van haar voorouders beschrijft in de gestichten van de Maatschappij van Weldadigheid in Veenhuizen. Jansen schreef sindsdien diverse non-fictieboeken, waaronder Ondanks de zwaartekracht (2018). Onlangs verscheen De omwenteling of de eeuw van de vrouw, over de emancipatiegeschiedenis van de twintigste eeuw, aan de hand van het levensverhaal van haar moeder en dat van haar oudste zus.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 10 - 2022