• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 4/2007

    Hugo de Groot: intelligent maar onuitstaanbaar

    Henk Nellen - Een leven in strijd om de vrede 1583-1645 800 p. Balans, € 45,00

    Door: Luc Panhuysen

    Hugo de Groot (1583-1650) ontsnapte in een boekenkist. Juist in zijn geval, als een van de meest belezen personen van de zeventiende eeuw, is dat gegeven van een haast literaire schoonheid. Voor de duur van zijn ontsnapping veranderde deze ‘boekige’ man in een omgevallen boekenkast.

    Een nieuwe biografie wil De Groot, alias Grotius, tonen als meer dan een wereldvreemde studeerkamergeleerde. Hij komt erin naar voren als een idealist, die met beide benen in de tumultueuze werkelijkheid wilde staan. De biograaf is Henk Nellen, die negen delen verzorgde van de zeventien delen omvattende briefwisseling van De Groot. Nellen is een kenner van het Neolatijn, een onontbeerlijke vaardigheid bij het lezen van de talloze geschriften van Grotius.

    Het verschijnen van een Grotius-biografie is bij voorbaat reden tot blijdschap. De laatste biografie is alweer van 1976, lang voordat de dikke delen van de Grotius-correspondentie beschikbaar kwamen. Er is sindsdien, verzucht Nellen, erg veel verschenen. Grotius is een van de best bestudeerde Nederlandse zeventiende-eeuwers. Ieder denkbaar detail is onderwerp van onderzoek geweest, bijvoorbeeld welk boek hem in de boekenkist tot hoofdsteun heeft gediend.

    Naast de onafzienbare hoeveelheid studies is er de overdaad aan Grotius’ eigen producten. Zijn gepubliceerde werken vullen een kleine bibliotheek. Als brievenschrijver had hij de hele wereld als adressant; Nellen heeft de handtekening van zijn held aangetroffen in 95 archieven, verspreid over Europa en de Verenigde Staten.

    Walm van ketterij
    Hugo de Groot werd als klein jongetje al herkend als een wonderkind. Razendsnel pikte hij informatie op en parkeerde die onder handbereik in zijn fenomenale geheugen. Hij werd een soort kermisattractie voor de elite. Verrukt luisterde men naar de kleine snotneus, die blootshoofds en zonder struikelen de hordeloop van een moeilijke Latijnse versmaat aflegde. Hugo maakte al op jonge leeftijd kennis met het verschijnsel bewondering. Het lijkt er sterk op dat dit genoegen hem zijn leven lang naar meer is blijven smaken.

    Er was bijna niets wat hij niet kon. Gedichten in het Latijn, het Grieks of Nederlands, u roept maar. Kerkvaders, antieke filosofen, geloofsbelijdenissen, traktaten, klassieke auteurs: het vloeide moeiteloos de onmetelijke archiefkast van zijn geheugen binnen. Op basis van al deze kennis stelde hij weer inzichten samen over de katholieke en hervormde theologie, over geschiedenis, over rechtsbeginselen – ja, waarover niet?

    Al vroeg moet zich de pedantheid hebben ontwikkeld die Grotius meer dan eens in de problemen zou brengen. Nellen geeft er mooie voorbeelden van. Toen Grotius in de opgang van zijn politieke carrière met het Engelse hof onderhandelde, liet hij iedereen ongeacht rang en stand alle hoeken van de troonzaal zien. Zelf dacht hij alle aanwezigen overtuigd te hebben; in werkelijkheid had hij vooral ergernis veroorzaakt. Nauwelijks afgestudeerd las hij al iedereen de les. Volgens Nellen behoorde Grotius tot de top-drie van de meest intelligente mensen die ooit op de aardbol rondliepen. Maar hij miste de eigenschap die tegenwoordig wel ‘sociale intelligentie’ wordt genoemd.

    Wat Grotius’ leven zo interessant maakt, is dat het samenviel met een turbulente tijd in de Nederlandse geschiedenis. Het land werd verscheurd door godsdiensttwisten. In het begin van de zeventiende eeuw kwamen twee groepen uit de hervormde kerk tegenover elkaar te staan: de gematigde arminianen en de orthodoxe gomaristen. Inzet was de predestinatieleer: had God de loop van het mensenleven minutieus vastgelegd of bestond er ruimte voor de menselijke vrijheid? Met andere woorden, ging een mens naar de hel omdat God dat allang had bepaald, of was het zijn eigen schuld?

    Grotius ontpopte zich tot de belangrijkste vertolker van het laatste standpunt. Tegen de calvinistische fundamentalisten zei hij: wie in voorbeschikking gelooft, maakt God tot medeplichtige van het menselijk kwaad. De mens heeft een vrije keuze en het is zijn eigen besluit het goede te doen en het slechte na te laten.

    Grotius schreef en argumenteerde op het scherpst van de snede. Behalve leerstellige dimensies had het conflict een zeer praktische kant. Samen met de door hem bewonderde landsadvocaat van Holland, Johan van Oldenbarnevelt, was De Groot voorstander van religieuze tolerantie. Hun devies: treed hard op tegen ongehoorzaamheid jegens de overheid, maar gun gelovigen een uiteenlopende omgang met het hemelse. Maak bovendien onderscheid tussen essentiële en bijkomstige leerstukken. Het was vechten tegen de bierkaai. Zijn orthodoxe tegenstrevers roken bij de lichtste vorm van gedogen al de walm van ketterij.

    Engagement
    Het spannendste deel van het boek vormt de opgang naar Grotius’ ondergang, die samenviel met zijn veroordeling tot levenslange detentie in het slot Loevestein en met de onthoofding van Oldenbarnevelt. Oldenbarnevelt en prins Maurits van Oranje kwamen steeds duidelijker tegenover elkaar te staan. Bij deze tegenstelling voegde zich de religieuze. Nellen zet een Grotius neer vol engagement, een ‘bemiddelaar die ethiek boven dogma stelde’. Maar in plaats van bruggen te bouwen verscherpte hij de tegenstellingen. Grotius wordt vaak neergezet als een bangelijke opportunist, maar in de opmaat naar zijn val was hij niet bang.

    Wel werd hij minder heldhaftig nadat Oldenbarnevelt was onthoofd en hij in onzekerheid verkeerde over zijn eigen lot. Nellen geeft een paar onthutsende staaltjes van lafheid, waarin Grotius probeerde zijn nek te redden door zich met opzichtig kennisvertoon van Oldenbarnevelt te distantiëren. Maar, stelt de biograaf terecht, een man in doodsnood moet men niet te hard vallen.

    De rest van zijn leven, na de ontsnapping nog ruim twintig jaar, sleet Grotius grotendeels op buitenlandse bodem. Vanuit Frankrijk en daarna Zweden bleef hij onvermoeibaar schrijven tegen onverdraagzaamheid en machtsmisbruik. Ook kwamen toen nog enkele baanbrekende bijdragen aan het volkenrecht tot stand. Hieruit bleek zijn afkeer van oorlog, maar tevens een verrassend moderne en nuchtere visie op rechtvaardigheid en hoe die te bereiken. Grotius mocht misschien een onuitstaanbaar man zijn geweest, hij had het hart op de goede plaats. In 1645 blies hij in Stockholm zijn laatste adem uit.

    Nellen heeft met deze biografie een prestatie geleverd. Hij heeft zijn enorme belezenheid en zijn twintigjarige omgang met de buitengewoon veelzijdige geleerde weten te bundelen in 612 bladzijden. Zodoende is een schat aan informatie beschikbaar gekomen. De Grotius van Henk Nellen staat niet alleen midden in de toenmalige werkelijkheid, hij heeft die tevens diepgaand beïnvloed. Nellen schrijft bovendien helder en toegankelijk.

    Toch is het af en toe werken geblazen met dit boek. Niet alleen Grotius, ook Nellen zelf staat wijdbeens in een wetenschappelijk discours, en wel: het Grotiusdiscours. Er passeren wel heel veel pagina’s over Grotius’ boeken, contacten en kwesties voordat de biograaf eindelijk zoiets banaals als het gezinsleven een paar bladzijden waardig acht. Wat meer aandacht voor Grotius’ echtgenote, de temperamentvolle Maria van Reigersberg, – per slot van rekening de bedenker van het boekenkistplan – was op zijn plaats geweest. Het had Grotius nog minder ‘boekig’ gemaakt.

    Luc Panhuysen is auteur van De Ware Vrijheid. De levens van Johan en Cornelis de Witt (2005).