• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 2/2008

    Historici en de vaderlandse geschiedenis

    Door: Rob Hartmans

    Sinds eind vorig jaar woedt in de media een debat over de vraag of Nederlandse historici wel genoeg bijdragen aan de discussie over een Nederlandse identiteit. Wie op zoek wil naar wat kenmerkend is voor Nederland, is niet per definitie ‘fout’, betoogt Rob Hartmans. Maar dé nationale identiteit bestaat niet. Wat historici moeten doen is het verleden kritisch onderzoeken, en hun nieuwe inzichten daarover bekendmaken aan een breed publiek.

    In zijn onvoltooide roman Bouvard en Pécuchet laat Gustave Flaubert zijn twee helden een ‘Woordenboek van conventionele ideeën’ samenstellen, een verzameling clichés die een indruk gaf van de geestelijke horizon van de door hem zo gehate burgerij. Als beurshandelaren ter sprake kwamen, zou de burger altijd onmiddellijk zeggen dat het ‘allemaal dieven’ waren; in zijn geestelijk universum gold ‘genot’ als ‘een obsceen woord’; en hoewel hij natuurlijk de fatsoenlijkheid zelve was, wist onze bourgeois het zeker: negerinnen waren ‘heter dan blanke vrouwen’.
    Indien een hedendaagse Flaubert zich zou wagen aan een geactualiseerde editie van dit ‘woordenboek’, zou het lemma ‘historici’ ongetwijfeld luiden: ‘schrijven alleen voor elkaar.’ Het is een veelgehoord verwijt van columnisten en bestsellerauteurs, en het is bovendien tot op grote hoogte waar. Het werk van een historicus is immers ondenkbaar zonder dat van zijn collega’s. Om zijn verhaal te kunnen voorzien van een probleemstelling, een context, en om er verder reikende conclusies uit te kunnen trekken, dient elke geschiedschrijver de relevante literatuur te raadplegen. De belangrijkste afnemers van historische studies zijn dus historici, die hun instrumentarium op peil moeten houden.
    Maar dit is natuurlijk niet wat historici wordt verweten. Waar het de critici om gaat, is dat veel historici zulke specialistische boeken schrijven, die zo gedetailleerd zijn en vol staan met voor een leek nauwelijks te bevatten jargon dat ze onleesbaar zijn voor ‘gewone’ mensen die belangstelling hebben voor geschiedenis.
    En hoewel er natuurlijk best historici zijn – zoals A.Th. van Deursen, H.L. Wesseling, Auke van der Woud, Piet de Rooy en Maarten van Rossem – die heel toegankelijk schrijven en door een groter publiek worden gelezen, is de overgrote meerderheid van de historische productie inderdaad voornamelijk interessant voor vakgenoten. Maar dat is natuurlijk kenmerkend voor elke wetenschap, en de auteurs van populaire, synthetiserende boeken kunnen hun werk alleen doen doordat talloze minder bekende collegae minutieus detailonderzoek hebben gedaan.

    De laatste tijd heeft het verwijt dat historici niet voor het grote publiek schrijven echter ook een politieke dimensie gekregen. De Nederlander zou vervreemd zijn van zijn eigen geschiedenis, en dat terwijl hij juist grote behoefte heeft aan kennis over het verleden. Voor een deel is dit veroorzaakt doordat in het onderwijs de nadruk minder is komen te liggen op ‘vorming’ dan op ‘ontplooiing’, waardoor het vak geschiedenis sterk aan betekenis heeft ingeboet. Tegelijkertijd werd in dat geschiedenisonderwijs het chronologische verhaal vervangen door een thematische aanpak.
    Een veel belangrijker oorzaak voor de toegenomen behoefte aan kennis van de geschiedenis, is de grote verwarring die is ontstaan over de eigen identiteit van Nederland. Wie zijn wij eigenlijk? Wat zijn de kernwaarden van Nederland? Wat is het wezenskenmerk van de Nederlanders? Uiteraard zijn deze vragen vooral actueel geworden nadat de aanwezigheid van grote groepen immigranten was uitgeroepen tot een ‘multicultureel drama’. Als we eisen dat deze nieuwkomers integreren in ‘het land van aankomst’, dan moet wel duidelijk zijn waarin ze precies moeten integreren, welke waarden en tradities ze dienen te omarmen. Vandaar dat de politiek besloten heeft dat er een officiële Canon van de Vaderlandse Geschiedenis moest komen, en dat we behoefte hebben aan een Nationaal Historisch Museum.
    Uiteraard is debat over de Nederlandse identiteit hiermee niet verstomd. Het is zelfs heftiger dan ooit. Was het tot voor kort bon ton om juist het open, tolerante en multiculturele karakter van Nederland te benadrukken en te prijzen, sinds de opkomst en ondergang van Pim Fortuyn, de moord op Theo van Gogh, het stormachtige optreden van Ayaan Hirshi Ali en de demagogie van Rita Verdonk en Geert Wilders is dit helemaal voorbij.
    Nu veel mensen van mening zijn dat Nederland wordt overspoeld door vreemdelingen, van wie vooral de moslims een gevaar vormen, wordt de openheid van onze samenleving gezien als risico, de tolerantie als zwakte, en het multiculturele karakter als een bedreiging. De dijken moeten hoger, de sluizen moeten dicht. Er dient gestreden te worden tegen alles wat on-Nederlands is en tegen de Vijfde Colonne die dit vreemde gespuis hand- en spandiensten verleent.

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen