• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Het temperament van Beatrix

    Workaholic Beatrix bereidde zich grondig voor op haar taak als koningin. De sociaal bewogen prinses organiseerde zelf een ‘opleiding’, die haar – vaak incognito – in contact bracht met alle lagen van de samenleving. Haar meningen over maatschappelijke kwesties waren soms scherp, blijkt uit een aflevering van Andere Tijden.

    door Femke Deen

    Buiten scandeerden linkse actievoerders op 30 april 1980: ‘Geen woning, geen kroning!’ In de Nieuwe Kerk pleitte Beatrix in haar inhuldigingstoespraak voor een samenleving waarin zorg voor minderheden en zwakkeren centraal stond. Dat waren geen loze kreten vanuit de ivoren toren van een wereldvreemde koningin. Beatrix wist waar ze het over had. De jaren ervoor had ze intensief kennisgemaakt met sociaal zwakkere groepen en minderheden in de Nederlandse samenleving. Behalve dat ze talloze officiële werkbezoeken aflegde, bezocht ze ook incognito alle uithoeken van de Nederlandse samenleving. Daarmee begon ze al in de jaren zestig, voor haar huwelijk met Claus.

    Ook uit Beatrix’ studiekeuze bleek al een brede maatschappelijke interesse: ze studeerde rechten, sociologie en geschiedenis in Leiden. Ze was en is beschermvrouwe van een groot aantal stichtingen en goede doelen, waaronder Unicef en Jantje Beton.

    De officieuze werkbezoeken maakten deel uit van een goed doordachte strategie van Beatrix. Ter voorbereiding op haar koningschap wilde ze kennismaken met alle facetten en lagen van de maatschappij. In 1980 zei ze daarover tegen Fred Lammers, royalty-expert van dagblad Trouw: ‘Ik vind het erg belangrijk in deze fase van mijn leven kennis te vergaren, me te verdiepen in sociale problemen, met veel mensen te spreken die aan de basis werken, veel te zien. Op die manier besteed ik deze periode het nuttigst.’

    In een ander artikel, ook uit 1980, tekende Lammers op uit haar mond: ‘Vele nachten ben ik erop uitgetrokken. Ik ben in gevangenissen op bezoek geweest en met tal van mensen die in moeilijkheden waren gekomen heb ik kunnen spreken. […] Achteraf ben ik ontzettend dankbaar dat dit mogelijk is geweest. Ik heb echt in die jaren door dat werk achter de schermen een andere kijk gekregen op veel dingen.’



    Beatrix verkent incognito met majoor Bosshardt de onderkant van de samenleving. Foto ANP/Peter Zonneveld

    Het was een bewuste keuze van Beatrix om haar kennismakingstraject grotendeels in stilte te doorlopen; daardoor kon ze veel meer mensen spreken en zien. Soms sijpelde nieuws over deze bezoekjes door naar de media. Zo werd ze gefotografeerd terwijl ze samen met majoor Bosshardt een bezoekje bracht aan de Amsterdamse Wallen. Ook was bekend dat ze een innige band onderhield met Marie Josèph van de Ven, bijgenaamd ‘de rode non’, met wie ze veel vertoefde in de Schilderswijk, de beruchte Haagse achterstandsbuurt (zie kader). Maar volgens Beatrix zelf was het overgrote deel van haar activiteiten nooit opgemerkt.

    In 1979 trad de prinses echter welbewust naar buiten met haar werkzaamheden. Met de documentaire Kinderen in het Jaar van het Kind en een bijbehorend boek met dezelfde titel (zie kader) koos de toekomstige koningin ervoor haar maatschappelijk geïnteresseerde kant aan de wereld te tonen. Vermoedelijk achtte ze de tijd rijp. Hoewel Juliana geen toezeggingen wilde doen over het tijdstip waarop ze afstand zou doen van de troon, leek het er in deze periode toch echt op dat de troonswisseling niet lang meer op zich zou laten wachten. Volgens een kennis zei Beatrix in die tijd: ‘Nu wil ik eens in de publiciteit, want de mensen kennen me helemaal niet.’

    Het charmeoffensief van Beatrix kwam op een goed moment. Continu werd ze afgezet tegen haar immens populaire moeder Juliana, die bekendstond als moederlijk en ‘gewoon’. De prinses had de naam formeel, afstandelijk en zelfs arrogant te zijn. En inderdaad hechtte ze sterk aan protocol. Juliana stond erop aangesproken te worden met ‘mevrouw’, maar Beatrix liet zich ‘majesteit’ noemen, en ‘koninklijke hoogheid’. Haar studiegenoten dienden haar te vousvoyeren.

    Volgens intimi kwam de behoefte aan formaliteit voort uit de wens helderheid te scheppen over de verhoudingen. Maar Beatrix’ vormelijkheid maakte ook deel uit van haar zelfverkozen opdracht de bevolking weer respect bij te brengen voor het koningshuis. Het imago van de koninklijke familie was door de Greet Hofmans-affaire en het Lockheed-schandaal immers flink aangetast.

    In de documentaire voor het Jaar van het Kind maakt de kijker kennis met een prinses die zich met opvallend veel gemak beweegt tussen mensen van allerlei pluimage. Een plat Haags pratende en shagrokende actievoerende buurtbewoner, kinderen, onderwijzers en leidsters in een kinderdagverblijf: Beatrix stelt hun losjes en ontspannen vragen, als een volleerd verslaggever. Enkele keren richt ze het woord tot de kijker over onderwerpen als huisvesting, verkeersveiligheid en minderhedenproblematiek. Ze oogt benaderbaar en ontspannen, en de geïnterviewden lijken zeker niet geïntimideerd.

    De grondige voorbereidingen, waar ook haar werkzaamheden voor het Jaar van het Kind toe behoorden, pasten bij Beatrix’ visie op het koningschap. Het staatshoofd diende volgens haar niet alleen een symbolische functie te hebben, maar moest zo veel mogelijk inhoudelijk te werk gaan. Beatrix zag het koningschap als een opdracht. Ze wilde als koningin werkelijk iets bijdragen aan de eenheid en stabiliteit in de samenleving. Een vertrouweling vertelde in 1994 aan De Groene Amsterdammer: ‘Ze voelt zich een beetje de directeur van BV Nederland en in die functie wil ze de hele onderneming actief laten werken.’

    De wens om inhoudelijk bezig te zijn deelde Beatrix met Claus. De prins zei daarover in een interview eens: ‘Ik heb alleen soms het gevoel, dat men van ons misschien meer gebruik kan maken.’ Claus’ hart lag bij ontwikkelingssamenwerking en internationale betrekkingen, en onder zijn invloed ontwikkelde Beatrix een warme belangstelling voor deze kwesties. Tekenend is dat het echtpaar in de jaren zeventig probeerde zelf invulling te geven aan staatsbezoeken die vaak plichtmatig waren en gevuld met ceremonieel.

    Zo ontmoetten ze tijdens een bezoek aan Israël in 1976 Joodse immigranten uit de Sovjet-Unie, en lieten ze zich door de adviseur van toenmalig minister van Defensie Peres uitgebreid voorlichten over de actuele ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Het geplande bezoek aan een archeologische opgraving lieten ze ervoor schieten.

    Beatrix liet tijdens haar vooropleiding tot koningin niets aan het toeval over, deed zelf haar huiswerk voor alle ontmoetingen en werkbezoeken, en stelde zeer hoge eisen aan zichzelf en aan anderen. Typerend is dat ze vanaf het begin van haar studietijd wekelijks aanwezig was bij de vergaderingen van de Raad van State. Ze bereidde zich altijd goed voor en las alle stukken door. Tijdens de besprekingen maakte ze actief aantekeningen in haar blocnote.

    Beatrix regelde haar ‘opleiding’ volgens betrokkenen grotendeels zelf. Juliana betrok haar nauwelijks bij staatszaken. ‘Het geheim van Soestdijk’ gold ook voor haar, gaf Beatrix aan in een interview met Ad Langebent vlak voor haar inhuldiging. Ze wist niet of, en zo ja, in welke mate Juliana invloed uitoefende op de landelijke politiek. Daar kwam bij dat de relatie tussen Bernhard en Juliana enerzijds en Claus en Beatrix anderzijds de laatste jaren voor de troonovername koel zou zijn geweest. Niet alleen de affaires rond haar ouders zaten. Beatrix naar verluidt dwars. Ook Juliana’s weigering duidelijkheid te scheppen over het tijdstip van aftreden wekte wrevel bij de prinses.


    Foto ANP

    Tijdens de Greet Hofmans-affaire was er sprake van geweest dat Beatrix de troon zou overnemen. Dat zou erg vroeg zijn geweest, maar in de jaren erna had Beatrix herhaaldelijk aangegeven dat ze er klaar voor was. Achteraf waren Beatrix en Claus wel dankbaar dat ze door het lange aanblijven van Juliana een onbezorgde periode op Drakensteijn konden hebben met hun drie jonge zonen.

    In de tussentijd vormde Beatrix soms scherpe meningen over maatschappelijke kwesties, zoals blijkt uit de documentaire voor het Jaar van het Kind (zie kader). Niet iedereen nam het Beatrix in dank af dat ze zich af en toe stellig uitsprak. In beschouwingen over de toekomstige koningin werd haar sterke karakter genoemd als een potentieel probleem voor haar koningschap.

    Veelvuldig werd gerefereerd aan een brief van PvdA-fractieleider Gerard Nederhorst uit 1965. Daarin waarschuwde hij zijn fractie voor de ‘eigenzinnigheid’ van de koningin, die volgens hem ‘krachtig in toom zal moeten worden gehouden’. Haar temperament kon volgens hem in de toekomst een veel groter probleem opleveren dan Claus, over wiens geschiktheid als prins-gemaal op dat moment een verhit debat plaatsvond. Claus bleek uiteindelijk juist een positieve invloed op Beatrix: als relativerende analyticus zou hij, zo werd vanaf de jaren tachtig de breed gedeelde opvatting, haar temperen.

    De verwachting bij de buitenwacht was dat Beatrix – binnen de staatsrechtelijke grenzen – haar invloed meer zou laten gelden dan haar moeder. De verhuizing van Beatrix, Claus en de drie prinsen naar Huis ten Bosch in Den Haag, in 1981, zagen commentatoren als veelzeggend voorteken. Het staatshoofd was volgens Beatrix een wezenlijk bestanddeel van de regering en diende zich daarom dicht bij het politieke centrum te bevinden.

    Inderdaad maakte Beatrix de afgelopen 32 jaar waar mogelijk gebruik van haar bevoegdheden, voor en achter de schermen. Contact met de maatschappij houdt zij nu via werkbezoeken en ontvangsten. Sinds haar aantreden is Beatrix niet meer incognito de straat op gegaan – althans, voor zover wij weten.



    De ‘rode koningin’

    Andere Tijden besteedt op 29 april aandacht aan de documentaire Kinderen in het Jaar van het Kind (1979), die samen met het begeleidende boek de kroon vormde op prinses Beatrix’ lange opleiding tot staatshoofd.

    In haar documentaire doet Beatrix een paar pikante uitspraken: volgens haar dienden Nederlanders zich te verplaatsen in minderheden om hen te kunnen begrijpen, ‘wat niet zo makkelijk is, maar we vragen wel dat ze ons begrijpen’. Volgens de prinses moet de Nederlandse bevolking ‘proberen ook ruimte te maken voor deze mensen binnen onze samenleving. Het zal nog een lang proces zijn, maar ik geloof dat als het niet lukt, het nog een lang proces zal worden voor hen, maar ook voor ons allemaal.’

    Uitspraken als deze, gekoppeld aan haar duidelijke maatschappelijke betrokkenheid, leverden Beatrix in de jaren voor haar troonsbestijging het imago op van ‘rode koningin’. In 1976 meldde weekblad Time dat een groep Nederlanders zich zorgen maakte over het vermeende lichtrood kleuren van het Huis van Oranje. Dit beeld werd gevoed door het gemêleerde gezelschap met veel kunstenaars en intellectuelen dat Beatrix en Claus eens in de drie maanden ontvingen op Drakensteijn, hun kasteel bij Lage Vuursche.

    Het rode imago van de koningin blijft hardnekkig aan haar kleven, blijkt uit de herhaalde kritiek van PVV-leider Geert Wilders op de vermeende ‘linkse sympathieën’ die zouden blijken uit haar kersttoespraken. Hij beschuldigde Beatrix er herhaaldelijk van dat ze uit de neutrale rol was gevallen die van een staatshoofd wordt verwacht. Anderen brachten daartegen in dat het koningshuis wil staan voor neutrale waarden als solidariteit, naastenliefde en gerechtigheid, die onder invloed van de tijdgeest een ‘linkse’ betekenis hebben gekregen.