Home Het sprookje dat iedereen opeens moslim werd

Het sprookje dat iedereen opeens moslim werd

In zijn nieuwe boek Uit de diepten van de hel belicht wetenschapsjournalist Marcel Hulspas een periode die naar zijn mening te lang is afgedaan als een tussentijd. Bestudering van de periode tussen 300 en 800 kan leiden tot meer inzichten in het ontstaan van de islam. ‘Als je de islam wil begrijpen, moet je het Byzantijnse Rijk doorgronden én de theologie uit die tijd.’

Het sprookje dat iedereen opeens moslim werd

Lola Bos

Historicus

Gepubliceerd op: 11 juli 2019

Update 20 december 2023

Welke periode bespreekt u in uw boek en waarom juist dat tijdvak?
‘Over de hoogtijdagen van de klassieke cultuur en de daaropvolgende tijd van Constantijn, zo rond 300, bestaan er voldoende boeken. Ook over de Franken en Karel de Grote, om en nabij 800, is genoeg te lezen. Ik verwonderde me erover dat er geen populairwetenschappelijk boek bestond over de eeuwen daartussen, die vaak gemakshalve als de dark ages worden afgedaan, en dus besloot ik daarover te schrijven.’

‘Bovendien hebben we nu al geruime tijd te maken met de islam. Dat roept de vraag op waar die godsdienst vandaan komt. Als je de islam wil begrijpen, moet je het Byzantijnse Rijk doorgronden én de theologie uit die tijd. Daarnaast zijn na de negentiende eeuw godsdienst en politiek vaak afzonderlijk behandeld, terwijl het volgens mij van essentieel belang is om die twee gezamenlijk in ogenschouw te nemen.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Je leest al voor €4,99 per maand.

Kunt u samenvatten waar de christelijke godsdienstkwesties in die tijd over gingen?
‘Eigenlijk was er één heel grote kwestie, namelijk: wie was Jezus? Een mens, een god, een godmens, god en mens? Daar waren allerlei theorieën over. De mens was stof en verval en zonde. Alles wat goddelijk was, was perfect en oneindig. Daartussen zat een enorme kloof en daarom was het een absurd idee dat iets goddelijk en menselijk tegelijk kon zijn. Iedereen beet zich daar de tanden op stuk en dat leidde voortdurend tot nieuwe theorieën, verketteringen en strijd. De keizer, de vertegenwoordiger van Christus op aarde, moest een oordeel vellen, maar kon de twisten vaak niet in de hand houden. Als hij zijn gezag verloor, boette hij ook in aan economische en politieke macht in een bepaalde regio. Mensen waren niet bereid belasting te betalen aan een ketterse keizer of in zijn leger dienst te nemen. Op een gegeven moment had de keizer daardoor geen inkomsten en troepen meer uit grote delen van het rijk. Daaraan zie je hoezeer godsdienst en politiek vervlochten waren.’

Hoe zat het met de islam vóór 700?
‘De Arabieren bestonden toen uit een verzameling van zo’n 150 stammen, die besloten om zich met elkaar te verenigen, omdat dat om hen heen ook gebeurde in bijvoorbeeld het Perzische en Byzantijnse rijk. Die vereniging vereiste één en dezelfde godsdienst. In de bijbel staat dat de Arabieren afstammen van Abraham. Hij werd daarom gezien als de eerste Ḥanīf, de eerste echte gelovige.’

Waarom gingen de Arabieren over tot veroveren?
‘Dat was een soort historisch toeval. In de hele Koran vind je daarover nergens iets terug, de openbaringen in de Koran zijn gericht op de zuivering van de heilige stad Mekka. Verder keek Mohammed niet. Om Mekka te veroveren, verzamelde hij vanuit Medina een hele coalitie van stammen. Op een gegeven moment werd er een compromis gesloten: Mohammed werd hun profeet en de Mekkanen bleven de baas in Mekka. Kort daarna overleed Mohammed en begon het leger van stammen Jemen te veroveren, of Himyar zoals het in die tijd heette. Zo werden ze nog machtiger, want Jemen was een economisch goed ontwikkeld gebied met veel mijnbouw. Er ontstond een sneeuwbaleffect en de legers wisten slag na slag steeds meer stammen aan zich te onderwerpen. Rond 634 werd heel Arabië al beheerst. Het leger was enorm en richtte zijn blik op het noorden. Daar waren heel rijke gebieden, zoals Palestina en Syrië.’

Wat voor positie hadden de christenen in die gebieden na de Arabische verovering?
‘De Arabieren lieten het aanwezige ambtelijk apparaat bestaan, vooral om belastingen te kunnen innen. Ambtenaren behielden dus hun baan, voor zover ze zelf niet op de vlucht waren geslagen. De Arabieren waren niet geïnteresseerd in bekering, hoewel dat op basis van de islamitische traditie wel vaak wordt gedacht. Het ware geloof zoals dat door Mohammed was geformuleerd, was bestemd voor de Arabieren, de Koran was in hun taal geschreven. Christenen en Joden betaalden meer belasting dan Arabieren, dus als ze zich bekeerden, kwam er bovendien minder belastinggeld binnen.’

‘Voor veel christenen en Joden was de Arabische overheersing een een verademing, want onder het keizerlijk bewind waren ze vervolgd en hadden ze het behoorlijk zwaar gehad. We moeten af van het sprookje dat iedereen opeens moslim werd. Het verlies van rechten en de druk op Joden en Christenen om zich gedeisd te houden begon pas vanaf Abd al-Malik, rond 700. Hij formuleerde de islam als een echte godsdienst, terwijl tot dan toe niet veel mensen naar de Koran hadden omgekeken. Mohammed werd naar voren geschoven als de profeet. De grote kerk van Damascus werd toen bijvoorbeeld een moskee. En toen de bisschop daar bezwaar tegen maakte, werd zijn tong uitgesneden. De bekering tot de islam is een proces van eeuwen geweest. Het duurde nog tot het jaar 1100 voordat de helft van de bevolking moslim was.’

Kunt u wat meer vertellen over Sozomenos (ca. 400-450), die u in uw boek noemt?
‘Sozomenos was een jurist die ook kerkelijke functies had. Hij kwam uit de buurt van Gaza in Palestina. Hoewel de meeste mensen er geen aandacht voor hadden, was hij juist heel geïnteresseerd in de Arabieren. Hij was de eerste die rond 400 opmerkte dat veel Arabieren zich vanwege de afstamming van Abraham als Joden beschouwden. Dankzij Sozomenos weten we dat er een uitwisseling was van ideeën tussen Arabieren en Joden en dat veel Arabieren zichzelf zagen als onderdeel van de grote heilige geschiedenis van Joden en christenen, het uitverkoren volk.’

Heeft archeologie nieuwe inzichten gebracht?
‘Vooral op het gebied van het ontstaan van de islam gebeurt er op dit moment heel veel. Archeologie geeft een goed beeld van de turbulente overgangssituatie tussen 600 en 700. Dankzij allerlei vondsten van kerken en reliëfs kunnen we veel beter achterhalen hoe die samenleving langzaam maar zeker van klassiek naar islamitisch evolueerde. Geschreven bronnen zijn schaars en niet altijd betrouwbaar, maar door het samenvoegen van bronnen krijg je een beter beeld van hoe de islam is ontstaan. Historici hebben wat dat betreft te lang geloofd wat de islamitische traditie aandroeg.’

Nieuwste berichten

Beatrix wilde geen krans leggen bij het Slavernijmonument
Beatrix wilde geen krans leggen bij het Slavernijmonument
Artikel

Beatrix wilde geen krans leggen bij het Slavernijmonument

Koningin Beatrix wilde geen excuses maken voor het Nederlandse aandeel in de Trans-Atlantische slavernij, zo blijkt uit de meerdelige studie naar het koloniale verleden van de Oranjes. Historicus en schrijver Philip Dröge vraagt zich af: waarom deed de vorstin zo? ‘Excuses – daar gaan we het niet over hebben.’ Het deze week gepubliceerde onderzoek naar...

Lees meer
‘Het vertrek van de moffen uit Colmar’. Illustratie door Hansi (JeanJacques Waltz) uit het prentenboek L’Alsace heureuse, 1919.
‘Het vertrek van de moffen uit Colmar’. Illustratie door Hansi (JeanJacques Waltz) uit het prentenboek L’Alsace heureuse, 1919.
Artikel

Elzassers werden over de Rijn geschopt

Dan weer Duits, dan weer Frans. Door de eeuwen heen stond Elzas-Lotharingen afwisselend onder Duits en Frans bestuur. Uit recent opgedoken documenten blijkt nu pijnlijk gedetailleerd hoe Frankrijk na de Eerste Wereldoorlog 130.000 Duitse inwoners zonder pardon de grens overzette. Nog geen twee weken nadat een wapenstilstand een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog, liep...

Lees meer
Puinvrouwen in Berlijn, 1945.
Puinvrouwen in Berlijn, 1945.
Artikel

De mythe van de puinheldin

Met haar blote handen ruimde Helga Velden samen met duizenden andere vrouwen het puin van de Duitse straten. Deze zogenoemde Trümmerfrauen worden gezien als ‘heldinnen van de wederopbouw’. Zelf dacht Velden daar heel anders over.  Helga Velden is achttien jaar als ze vlak na de oorlog aan het werk gaat in Tiergarten, het grote park...

Lees meer
Landwachters in 1944
Landwachters in 1944
Interview

Spreken over daders in de Tweede Wereldoorlog, wat levert dat op?

Wat gebeurt er als je over de Tweede Wereldoorlog vertelt vanuit het perspectief van de daders? Welke inzichten levert dat op – wetenschappelijk, educatief en voor de cultuur van herdenken? Hierover spreken onder anderen auteur Auke Kok (Mussert: Reis naar het kwaad) en hoogleraar internationale misdrijven Alette Smeulers (Angstaanjagend normaal) tijdens een themabijeenkomst op 26...

Lees meer
Loginmenu afsluiten