• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 5/2011

    Getrommel en trompetgeschal

    Naar Indië op het ritme van de tamboer

    Door: Anika van de Wijngaard

    Een luidruchtige boel moet het zijn geweest aan boord van de zeventiende-eeuwse schepen die naar Indië voeren. Onder de bemanning schaarde zich veelal een aantal trompetters en tamboers. Ralph Henssen belicht in zijn proefschrift Trompetters en Tamboers in de Zeeuwse Zeevaart ten tijde van de Republiek. Plichten en Praktijken welke specifieke rol deze muzikanten vervulden zodra de immense schepen de haven uit voeren. En wie waren zij?

    De trompetters en de tamboers coördineerden het werk van de bemanningsleden op het dek. Op de maat van het tromgeroffel of van het geschal van de trompet werden de zeelieden aangestuurd. Aan boord vervulden de scheepsmuzikanten in feite dus dezelfde functie, maar in rang verschilden ze nogal van elkaar. De trompetters kregen op de schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) de rang van dekofficier toebedeeld, terwijl de tamboers behoorden tot de militaire garde. Bij aankomst aan land moesten zij zich aansluiten bij het Azië-leger van de VOC.

    Er waren meer verschillen tussen de trompetters en de tamboers. Zo kwamen de tamboers uit lagere sociale milieus dan de trompetters en verdienden zij beduidend minder. Ook mochten de trompetters optreden bij ceremonies aan boord, of gewoon voor het vermaak van de bemanning en de officieren.
    Trompetsignalen werden af en toe ingezet als middel om te communiceren met andere schepen, al gebeurde dit alleen bij mistig weer. De trompet had namelijk geen groot bereik. Ver voorbij het boord van het eigen schip reikte het geluid van het instrument niet.

    Het werk van trompetter of tamboer aan boord van een Indië-vaarder was niet zonder risico. Tijdens de lange reis naar Azië stierf meer dan 30 procent van de trompetters. Van de tamboers keerde meer dan de helft niet levend terug.

    Ralph Henssen
    Trompetters en Tamboers in de Zeeuwse Zeevaart ten tijde van de Republiek. Plichten en Praktijken
    369 p. Eigen beheer

    Mohammed christen?
    Het boek Sira al-Nabawiyya ofwel Het leven van Mohammed, dat in het midden van de achtste eeuw werd geschreven, vertelt het levensverhaal van Mohammed. Er komt een legende in voor over een ontmoeting tussen de jonge Mohammed en de christelijke monnik Bahira. Het is een van de belangrijke oorsprongverhalen van de islam, omdat Bahira in Mohammed de nieuwe profeet herkent. In het tijdschrift Groniek schrijft Barbara Roggema dat christenen in het Midden-Oosten deze legende anders hebben uitgelegd dan moslims. Voor hen was het een bewijs dat Mohammed een christelijke leermeester had en dat de islam voortkwam uit het christendom.

    Groniek
    Jaargang 43 (2011), nummer 189
    € 7,70