Historicus Ivan Malara was in de Nationale Centrale Bibliotheek van Florence zestiende-eeuwse boeken aan het onderzoeken toen hij in een daarvan vrij uitgebreide aantekeningen, berekeningen en opmerkingen in de marges aantrof. Het ging om een editie van de Almagest, een werk van de Grieks-Egyptische geleerde Claudius Ptolemaeus uit de tweede eeuw. Het handschrift deed de historicus denken aan dat van Galilei (1564-1642) en hij liet meteen een bataljon experts naar de krabbels kijken.
Zowel de bibliotheek als het Galilei Museum en zelfstandige experts concludeerden vervolgens dat het inderdaad Galilei geweest moest zijn die de notities in het exemplaar van de Almagest had gemaakt. Niet alleen het handschrift, maar ook de gebruikte afkortingen en voetnoten kwamen overeen met bekende teksten van de zestiende-eeuwse Toscaanse astronoom.
Galilei wordt gezien als een belangrijke verspreider van het heliocentrische wereldbeeld tijdens de Renaissance. Hij ontwikkelde telescopen om bewijs te leveren. Maar voor het zover was, was Galilei vooral een door wiskunde gefascineerde jongeman. In 1590 begon hij te lezen in de Almagest, waarin Ptolemaeus voorrekende dat de zon en de planeten om de aarde draaiden. Zijn geocentrische model bepaalde meer dan veertien eeuwen lang de westerse astronomie. Galilei las de Almagest in eerste instantie met enthousiasme, maar gaandeweg maakte hij zich steeds drukker: dit kón niet kloppen. Hij liet zijn eigen berekeningen erop los en kalkte het zestiende-eeuwse exemplaar van de Almagest helemaal vol.
Eeuwenlang is aangenomen dat Galilei om filosofische of politieke redenen brak met het standpunt dat de zon om de aarde draaide. Dankzij deze toevalstreffer weten we nu dat het allemaal begon met wiskunde.
