De concertzaal van het Milanese theater La Scala is tot de nok toe gevuld. De loges zijn opnieuw bekleed met rood fluweel, het goud van de ornamenten glanst weer onder het licht van de grote kroonluchter. Het ruikt nog naar verf, maar die geur vermengt zich nu met sigarenrook en parfum.
Zelfs wie het niet gelukt is een kaartje te bemachtigen, is er tóch bij. Die zit in de menigte buiten op straat onder de luidsprekers, op een meegebracht klapstoeltje of gewoon op de stoep. Want La Scala moet als een thuis zijn voor alle Milanezen, vindt burgemeester Antonio Greppi.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
En zo luistert heel Milaan op 11 mei 1946 ademloos naar de operaklanken van Rossini, Verdi en Puccini. De muziek is terug. Bij de toehoorders stromen de tranen over de wangen.
La Scala, dat drie jaar eerder bij een geallieerd bombardement zwaar beschadigd was geraakt, wordt heropend. Na de oorlog staat burgemeester Greppi erop dat het gebouw zo snel mogelijk weer wordt opgebouwd. Voor het openingsconcert nodigt hij de beroemde dirigent Arturo Toscanini uit, die sinds 1931 in de VS in ballingschap leefde nadat hij door de fascisten was mishandeld omdat hij weigerde het volkslied van het regime te dirigeren.
‘Wij zullen Milaan zien herrijzen uit het puin’
Het ligt niet voor de hand dat Greppi juist een theater als een van de eerste wederopbouwprojecten kiest. In zijn boek Risorgeva Milano (Milaan herrees) beschrijft hij in een eindeloze opsomming hoe hij de stad aantreft als hij op 27 april 1945 burgemeester wordt: ‘1400 woongebouwen verwoest; 250.000 kamers moeten worden herbouwd; twee middelbare scholen, zes basisscholen en vijf kleuterscholen zijn verwoest; dertien ziekenhuizen vernietigd; meer dan 1450 tramwagens vernield; honderdduizend vierkante meter ernstig beschadigd wegdek.’
Greppi beseft dat hij de Milanezen moed in moet praten. Vlak na zijn aantreden houdt hij een korte toespraak: ‘We gaan dit samen doen, met één wil en één hart. Onze taak is niet makkelijk, maar Milaan zal ons helpen. En wij zullen haar dag na dag zien herrijzen uit het puin. Aan het werk, jongens!’

Dat is precies wat hij zelf ook doet. Greppi stort zich ‘met al het enthousiasme en alle kracht die hij in zich had’ op zijn nieuwe taak, vertelt zijn kleindochter later. ‘Zondagen bestonden voor hem niet, er was altijd werk te doen.’ Om te beginnen neemt hij tijdelijk alle voertuigen in beslag om konvooien te organiseren naar het omliggende platteland, om daar voedsel op te halen voor de hongerige bevolking. Als de ergste honger is gestild, wacht de woningcrisis. Greppi laat extra verdiepingen bouwen op alle gebouwen die nog stevig overeind staan. Ook doet hij een oproep aan iedereen met een dak boven zijn hoofd om daklozen in huis te nemen. Hij pakt de hoge voedselprijzen en de enorme zwarte markt aan. En richt een ‘penicillinefonds’ op voor de armen, zodat zij het medicijn kunnen aanschaffen wanneer de almaar uitbreidende tuberculose-epidemie hen bereikt.
Greppi wil Milaan ook moreel herbouwen
Greppi voelt een enorme verantwoordelijkheid. Nu moet hij waarmaken waar hij met anderen tijdens de oorlog aan heeft gewerkt. Greppi zat tijdens de oorlog bij het comité van antifascistische partijen, dat in het geheim werkte aan de bevrijding en wat daarna moest komen. Hij was geen gewapende partizaan, maar een organisator die meedacht over het bestuur van een toekomstig democratisch Milaan. Elke vergadering was gevaarlijk. Hij werd meerdere keren gevangengezet door het fascistische regime en vluchtte uiteindelijk naar Zwitserland.
Greppi weet hoe groot de offers waren. Zijn zoon Mariolino werd tijdens de oorlog op 24-jarige leeftijd gedood. Mariolino deed koerierswerk voor de partizanen en verspreidde verboden pamfletten. Hij werd gearresteerd, maar weigerde zijn kameraden te verraden en probeerde te ontsnappen. Tijdens zijn vluchtpoging werd hij doodgeschoten. Antonio Greppi, in ballingschap in Zwitserland, hoorde het nieuws pas toen zijn zoon al begraven was.

Greppi praat er niet over, het verdriet is te groot. In plaats daarvan werkt hij bijna non-stop. Vlak na de bevrijding breekt er in de stad een golf van wraakacties uit tegen de voormalige aanhangers van het fascisme. Greppi kent zelf de gevoelens van woede en machteloosheid over wat zijn zoon en hemzelf is aangedaan. Toch spreekt hij zich ferm uit tegen dit geweld. Hij is vastbesloten Milaan niet alleen fysiek te herbouwen, maar ook moreel.
Greppi, die zelf ook theaterstukken schrijft, bestrijdt de haat en wanhoop met muziek, theater en feest. De heropening van La Scala is niet het enige waarmee hij Milaan nieuw leven inblaast. Drie maanden na de bevrijding laat hij een groot feest organiseren, compleet met zeven dansvloeren, negen orkesten, honderd vuurwerkshows en talloze boogiewoogiebands door de hele stad. Door met z’n allen te dansen op straat, worden de harten enigszins gezuiverd, hoopt de burgemeester.
Bij het openingsconcert van La Scala wil burgemeester Greppi graag een paar woorden spreken, maar dat mag niet. De grote maestro Toscanini verbiedt het hem. ‘Muziek en politiek gaan niet samen,’ vindt Toscanini. Greppi legt zich daarbij neer.
Meer weten
Milan since the miracle (2001) door John Foot beschrijft de naoorlogse gebeurtenissen in de Italiaanse stad.
Een geschiedenis van het moderne Italië (2016) door Jaap van Osta is een overzichtswerk dat ook de wederopbouw behandelt.
Toscanini. Musician of Conscience (2018) door Harvey Sachs is een biografie van de dirigent.
