• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 6/2020

    De epidemie die Athene veranderde

    Het volk was radeloos, roekeloos en redeloos

    Door: Ianthe van Beuningen

    Juist op het moment dat Athene slaags raakte met Sparta, werd de stad getroffen door een gruwelijke epidemie. Tussen 430 en 426 v.Chr. maakte de ziekte duizenden slachtoffers. Betekende dit een omslagpunt in de strijd?

     

    In de Geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog beschrijft de Atheense schrijver Thucydides de uitbraak van een epidemie rond 430 v.Chr. Hij was zelf ook getroffen door de ziekte, maar had die als een van de weinigen overleefd. Volgens Thucydides stak de epidemie voor het eerst de kop op in Ethiopië. Via Egypte en Libië was de ziekte vervolgens in Griekenland terechtgekomen, waar Athene de grootste klap kreeg.

    De aandoening openbaarde zich eerst in het gezicht, dat rood en warm werd. De ogen gingen branden, waarna de ziekte op de keel en tong sloeg en de patiënt begon te hoesten en niezen. De huid raakte bedekt met puisten en zweren. Vanwege de hevige koorts wilden zieken zich alleen nog maar in koud water dompelen. Ze konden niet slapen en hadden een onlesbare dorst. Sommigen stierven aan diarree, anderen van uitputting. Al bij de eerste verschijnselen raakten ze wanhopig en verloren hun vechtlust. Dokters zochten tevergeefs naar een oorzaak of remedie. Ook goddelijke hulp bleek vruchteloos: de bevolking bad tot de goden en bezocht orakels, maar redding bleef uit.

    Akelige symptomen
    de huid raakt bedekt met puisten en zweren.

    Welke ziekte Athene had overvallen is tot op de dag van vandaag niet zeker. Historici en medici opperen tyfus, cholera of een antieke vorm van de mazelen of ebola. Verschillende vertalingen en interpretaties van Thucydides, en het gebrek aan aanvullende schriftelijke bronnen, leiden tot verschillende conclusies. Vaststaat dat Athene op een cruciaal moment werd getroffen.

    Imperialisme

    Juist in deze periode verkeerde Athene op het toppunt van zijn macht. De economie en het intellectuele leven van de stadstaat bloeiden. Van 461 tot 429 v.Chr. maakte Athene onder leiding van de welbespraakte staatsman Perikles een gouden tijd door, die gepaard ging met een grote expansiezucht. Athene had met omliggende Griekse steden en eilandjes een alliantie opgericht als reactie op de agressie van de Perzen: de Delische Bond. Na een reeks oorlogen leidde dat in 451 tot vrede met de Perzen. Daarna verwierf Athene steeds meer macht binnen het bondgenootschap en begon zich ook met de interne politiek van de andere stadstaten te bemoeien. Op initiatief van Perikles legde Athene beslag op de contributies van de Delische Bond. De stad investeerde het geld in grote bouwprojecten op de Akropolis om zijn status te vergroten en de werkgelegenheid te bevorderen. Protesten werden in de kiem gesmoord en opstandige eilanden hardhandig in het gareel gehouden.

    Tekst loopt door onder de afbeelding

    Perikles houdt een rede in Athene

    Het Atheens imperialisme viel niet in goede aarde bij de Spartanen en hun bondgenoten op de Peloponnesos. Ze zagen de Atheense ambities als bedreiging voor de Griekse machtsbalans. Toen Perikles weigerde in te binden, viel Sparta in 431 v.Chr. het schiereiland Attica binnen.

    Broeinest

    Met Sparta in aantocht stond Perikles voor een lastige keus. Athene had een sterke zeemacht, maar kon met geen mogelijkheid het omvangrijke Spartaanse landleger verslaan. Perikles besloot daarom het volk uit het omringende gebied te verzamelen binnen de muren van Athene, waar het veilig zou zijn. Zelf kon hij dan met zijn vloot uitrukken en de Spartanen op zee aanvallen.

    In Athene woonden naar schatting 155.000 mensen, in de omgeving zo’n 250.000 boeren en dorpelingen. Kort voor de komst van het Spartaanse leger vluchtte deze groep volgens plan naar de stad. Maar die kon de vluchtelingengolf niet aan. Er was niet genoeg ruimte voor 400.000 mensen.

    Slechte hygiëne
    400.000 mensen zitten binnen de stadsmuren opeen.

    Dakloosheid, slechte hygiëne en een tekort aan faciliteiten en voedingsmiddelen maakten de Atheense polis tot een broeinest van ziektes. Het duurde dan ook niet lang of er brak in 430 v.Chr. een epidemie uit. De ziekte woedde twee jaar, verdween even, en keerde in 427 v.Chr. terug. Hoewel specifieke cijfers ontbreken, schatten historici dat een kwart tot een derde van de Atheense bevolking overleed.

    Losbandigheid

    De epidemie veranderde het volk, aldus Thucydides. De agressieve ziekte maakte de mensen radeloos en roekeloos. De Atheners hadden geen vertrouwen meer in de wetten van goden of van mensen, en sloegen deze in de wind. Waarom zouden ze de wetten volgen als ze niet zeker wisten of ze er morgen nog waren? Losbandigheid, gokgedrag en opportunisme wonnen het van eerzaamheid. De grootsheid van de stad, die Perikles kort daarvoor nog had geprezen in een belangrijke rede, was verdwenen. De stad was niet alleen fysiek, maar ook maatschappelijk ziek.

    Gedemoraliseerd
    Atheners hebben geen tijd om hun doden te begraven

    Thucydides beschrijft ook het verval van religieuze tradities, met name de verwaarlozing van begrafenisrituelen. Dat is opmerkelijk, omdat de Grieken daaraan veel waarde hechtten. De tragediedichter Sophocles had kort voor de uitbraak van de oorlog nog een toneelstuk geschreven over de dappere Antigone, die liever stierf dan haar broer onbegraven te laten.
    Van dat onwankelbare geloof in begrafenisrituelen was nu volgens Thucydides geen sprake meer. Er was geen tijd om de doden te begraven, en belangrijker nog: het was levensgevaarlijk.

    Strijd gaat door

    Hoewel veel Grieken geloofden dat de epidemie een straf van de goden was, richtte hun woede zich op de autoriteiten, met name op Perikles. Hij was diegene die de wrok van de goden over de stad had afgeroepen door een oorlog te beginnen. Het was ook zijn keus geweest het volk als vee bij elkaar te zetten – de perfecte omstandigheden voor een hardnekkige ziekte. Perikles werd afgezet, na vijftien termijnen als strategos en drie decennia van relatieve vrede en stabiliteit.

    Toen de epidemie in 427 v.Chr. terugkeerde, stierven meer dan 4000 hoplieten en 300 cavaleristen. Dit maakte het Atheense leger kwetsbaar. Perikles – die na een jaar als leider was teruggekeerd – bezweek in 429 v.Chr. zelf aan de ziekte. Zijn twee oudste zoons waren reeds gestorven en zijn derde zoon was nog te jong om hem op te volgen. Hij had een Atheens rijk opgebouwd en zijn populariteit had stabiliteit gebracht in de stad. Toen hij stierf, brak er een periode van onduidelijkheid aan.

    Ambitieuze aristocraten stonden te springen om zijn positie over te nemen. De Atheners volgden de nieuwe leider Cleon, die de strijd met Sparta koste wat kost wilde voortzetten. Tegen dwarse bondgenoten trad hij hard op. Toen Mytilene in 428 v.Chr. in opstand kwam tegen Athene, nam de volksvergadering het advies van Cleon over om alle mannen op het eiland te laten executeren. De dag erna werd het voornemen herroepen. Met enkele andere eilanden liep het minder goed af. Zo besloot Melos in de Peloponnesische Oorlog neutraal te blijven, waarop Athene het eiland belegerde en de mannelijke bevolking vermoordde.

    In 415 v.Chr. lieten de Atheners zich inpalmen door veldheer Alcibiades. Onder zijn leiding zette de vloot koers naar Sicilië, maar de Atheners bleken niet sterk genoeg. Ze leden een zware nederlaag bij Syracuse. Alcibiades liep kort daarvoor over naar de kant van de Spartanen.

    Op de knieën

    Bij de bestudering van een oorlog ligt de nadruk meestal op technologische, militaire en economische ontwikkelingen. De rol van ziektes wordt vaak vergeten. Voor Athene gold dat het werd aangevallen op twee fronten: binnen en buiten de muren. De invloed van de epidemie op het verloop en de uitkomst van de oorlog is niet exact vast te stellen. Duidelijk is wel dat de plaag een demoraliserend effect op bewoners en het leger had en dat veel (potentiële) soldaten stierven. Vaststaat ook dat de wanhopige Atheners na Perikles incapabele leiders kozen, wat ook weer bijdroeg aan de politieke en morele desintegratie. Uiteindelijk was er meer nodig dan een epidemie om Athene op de knieën te krijgen. De stad hield tientallen jaren stand en gaf zich pas in 404 v.Chr. officieel over aan Sparta.

    Ianthe van Beuningen studeert geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht en is oud-stagiaire van Historisch Nieuwsblad.

    Kaders

    De pest van Justinianus I

    In het midden van de zesde eeuw brak de pest uit in het Byzantijnse Rijk van keizer Justinianus I. De bacterie Yersinia pestis was op de rug van Egyptische muizen met de boot naar Constantinopel overgevaren. De pest richtte daar een ravage aan: de ziekte eiste tussen de 25 en 100 miljoen slachtoffers. Historici zagen het lang als een omslagpunt in Europa, omdat het Oost-Romeinse Rijk in duigen viel. Uit recent onderzoek blijkt dat de invloed van de justiniaanse pest is overdreven. Analyses van pollen, DNA, teksten, munten en archeologische resten laten zien dat deze pest de samenleving niet ontwrichtte. Het aantal massagraven nam niet toe en de landbouw en handel bleven stabiel.

    Hoe geloofwaardig is Thucydides?

    In latere eeuwen noemden ook historici als Plutarchus en Diodorus Siculus de Atheense epidemie van 430 v.Chr. Maar geen enkele auteur beschrijft zo nauwkeurig het verloop van de ziekte als Thucydides. Dat wil niet zeggen dat zijn tekst zonder meer voor waar moet worden aangenomen. Door zijn sterke politieke mening en zijn manier van vertellen zijn sommige gebeurtenissen waarschijnlijk aangedikt.

    Slordig massagraf

    Archeoloog Efi Baziotopoulou-Valavani vond in de jaren negentig een massagraf bij de Kerameikos, een oude Griekse begraafplaats in Athene. Scherfanalyses dateren het graf tussen 430 en 426 v.Chr. In het graf lagen 150 opgestapelde lijken, slordig gedumpt. Het graf dient als bewijs voor Thucydides’ beschrijving van religieuze anarchie en wanorde. De onderste lijken zijn nog enigszins ordelijk geplaatst, maar vooral de bovenste lichamen zijn chaotisch op de stapel gegooid.

    Graven verplaatst

    De Grieken verklaarden rampen vaak vanuit goddelijke interventie. In theaterstukken en antieke teksten is heiligschennis vaak de oorzaak van een grote epidemie. Een beroemd voorbeeld is de pest van Thebe in het toneelstuk Oedipus Rex van Sophocles. De Thebanen worden daarin overvallen door een afschuwelijke ziekte, als goddelijke straf voor de onbewuste vadermoord van Oedipus.

    Tekst loopt door onder de afbeelding

    Oedipus en Antigone lopen door Thebe, dat is overvallen door een epidemie

    In 426 v.Chr. ruimden de Atheners Delos waarschijnlijk op om de goden tevreden te stellen. Delos werd gezien als de thuishaven van Apollo, de god die geassocieerd werd met epidemieën. De Atheners openden de oude graven op Delos en verplaatsten de lijken naar een eiland in de buurt. Ook bliezen zij het festival de Delia nieuw leven in om de genegenheid van Apollo terug te winnen.

    Meer weten
    De Peloponnesische Oorlog (2013) door Thucydides, vertaald door Wolther Kassies.
    Plague of War: Athens, Sparta and the Struggle for Ancient Greece (2017) door Jennifer Roberts.
    Plague and the Athenian Imagination: Drama, History and the Cult of Asclepius (2008) door Robin Mitchell-Boyask.