Een concert van The Rolling Stones in 1965 in de Beierse hoofdstad verliep zonder problemen, omdat politieagenten zelf een rol speelden op het beatfestijn als toeschouwers en diskjockeys. Deze succesvolle strategie was bedacht door de psycholoog Rolf Umbach, die in dienst was van het Münchense korps.
Speciale editie: De wederopstanding van China
- Ontdek de lange geschiedenis van de Rode Draak
- Van de Zijderoute tot de Chinese Droom
- Inclusief: het verlies van Taiwan
Lees Historisch Nieuwsblad nu tijdelijk al vanaf 4,99 per maand
- Ontdek onbekende feiten en verbanden met tophistorici
- Lees & luister en krijg volledige toegang
- Papier én digitaal via de Historisch Nieuwsblad-app
Zo vooruitstrevend was de politie in Nederland toen nog niet. In het Tijdschrift voor Geschiedenis laat historicus Wim de Jong zien dat Amsterdamse commissarissen pas na 1966 serieus gingen nadenken over psychologische technieken om gespannen situaties te de-escaleren. Aanleiding was het Bouwvakkersoproer op 13 en 14 juni in de hoofdstad, waarbij een demonstrant het leven liet en de politie de controle op straat verloor. Een commissie die werd ingesteld om het debacle te onderzoeken, concludeerde dat er binnen de Amsterdamse politie een ‘militair-ambtelijk en autoritair denkklimaat’ heerste. Er moest een cultuurverandering komen, en om die te bewerkstelligen nam Amsterdam in 1968 zijn eerste politiepsycholoog in dienst. Deze P.G. Kuiper liet politieagenten kennismaken met de nieuwe jongerencultuur door hen concerten te laten bezoeken en undergroundbladen te laten lezen. Hij leerde hun dat geweld alleen een uiterste redmiddel was. De aanpak wierp zijn vruchten af: zo kreeg de politie lof voor de kalme wijze waarop zij in 1969 de studentenbezetting van het Maagdenhuis beëindigde.