• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 5/2022

    Antisemitisme was nooit weg

    Peter Schäfer - Een korte geschiedenis van het antisemitisme

    Door: Jeroen Vulling

    Jodenhaat neemt weer toe onder moslims, rechts-extremisten en de internationale beweging BDS. Toch durft Peter Schäfer zich er niet stellig over uit te spreken in zijn overzichtsboek over antisemitisme.

    Bekijk dit boek in de webshop.

    Antisemitisme is een veelkoppig monster, een hydra, oordeelt de Duitse academicus Peter Schäfer in Een korte geschiedenis van het antisemitisme. Sla je een kop eraf, dan groeit de volgende weer aan. Na de Duitse hereniging eind vorige eeuw leek het er even op dat het iets minder zou worden, de neiging Joden te haten vanwege een vermeende ‘erfschuld’, maar nee. Vanaf het begin van het Jodendom, al van voor het christendom, is er antisemitisme, is de conclusie.

    De voorbeelden uit de geschiedenis zijn bekend en die trekken dan ook voorbij: van de Talmoedverbranding in Parijs in 1242, van Luthers tirades over ‘duivelskinderen’, van pogroms, van doorgeschoten verlichtingsdenken dat zich keerde tegen het Jodendom – en meer, oneindig veel meer. Het absolute dieptepunt was natuurlijk de twintigste-eeuwse Holocaust, vanwege de mechanische schaal en werkwijze waarop Joden werden uitgeroeid – ook dat is nagenoeg bekend.

    Vanzelf gaat bij zo’n overzichtsboek vooral de belangstelling uit naar de moderne tijd, om te kijken wat Schäfer met zijn veronderstelde langere historische adem maakt van het nieuws in de media: het hevige, groeiende antisemitisme onder moslims, rechts-extremisten en de internationale ‘antizionistische’ BDS-beweging (Boycott, Divestment, Sanctions). Die passages moet je heel secuur lezen en nog eens herlezen, want Schäfer is bang om ongenuanceerd – lees in dit geval: politiek incorrect – over te komen. Daar is iets voor te zeggen, maar tegelijkertijd ook niet. Zo beweert Schäfer dat de term ‘Jood’, als scheldwoord ingezet, niet strikt herleid mag worden tot een moslimmilieu, want dat scheldwoord deed al opgeld onder extreem-rechts. Dit klinkt toch als een semantische discussie bij de schrijnende gevallen die daarna de revue passeren in dit somber stemmende overzicht: door moslims gemolesteerde Joden, die een keppeltje op straat droegen.

    Nog een voorbeeld. Over BDS zou het ‘moeilijk’ zijn te oordelen – de Don’t buy-stickers van deze economische boycotbeweging roepen de associatie op met de nazislogan ‘Koop niet bij Joden’ –, maar antisemitisch wil Schäfer dat om onbegrijpelijke redenen niet noemen. Er zijn meer lacunes waar het de moderne tijd betreft. Zo blijft het antisemitisme in de Sovjettijd vrijwel onbelicht.

    Misschien is dit veelkoppige onderwerp ook te groot voor één man. Misschien is het al heel wat dat Schäfer zo fijnmazig ingaat op ‘de explosieve uitvallen’ van kerkvader Augustinus. Dit boek toont vooral dat je van historisch veraf beter kijkt.

    Jeroen Vulling is criticus.