Home George Kennan: oervader van het diplomatieke realisme

George Kennan: oervader van het diplomatieke realisme

  • Gepubliceerd op: 18 apr 2012
  • Update 03 mrt 2025
  • Auteur:
    Jaap Verheul
George Kennan

Historici krijgen steeds meer oog voor de culturele dimensies van de Amerikaanse buitenlandse politiek. De klassieke tweedeling tussen realisme en idealisme die de historiografie van de Amerikaanse diplomatie jarenlang bepaalde, heeft plaatsgemaakt voor een veel genuanceerder beeld, waarin ook beeldvorming, emoties en allerlei vormen van soft power een rol spelen. Uitgerekend de langverwachte biografie van George Kennan, de oervader van het diplomatieke realisme, is een prachtig voorbeeld van dit inzicht.

De Kennan die biograaf John Lewis Gaddis ons presenteert is geen kil berekenende machiavellist die vanuit het centrum van de macht opereerde, maar eerder een door emoties, zelftwijfel en hypochondrie gekwelde intellectueel die zich altijd een onbegrepen buitenstaander heeft gevoeld. Het was een speling van het lot dat hij op een kort, maar beslissend moment zijn stem kon geven aan de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten.

Verhandeling over de Russische dreiging

George Kennan greep zijn kans in februari 1946, toen hem als tweede man op de Amerikaanse ambassade in Moskou werd gevraagd commentaar te leveren op een vijandig klinkende redevoering van Stalin. Hoewel hij ziek in bed lag, dicteerde hij een angstaanjagende verhandeling van ruim vijfduizend woorden over de despotische aard van het Sovjetregime, waarin hij elke hoop op bondgenootschappelijke vriendschap de grond in boorde. Bij afwezigheid van de ambassadeur liet hij zijn sombere oordeel terstond naar Washington telegraferen, waar dit langste telegram uit de diplomatieke geschiedenis van de Verenigde Staten insloeg als een bom.

Gaddis maakt aannemelijk dat Kennan precies onder woorden wist te brengen waarop beleidsmakers zich in feite al voorbereidden, namelijk de onvermijdelijkheid van de breuk met de Sovjet-Unie. Kennan werd binnengehaald als visionair, mocht de aard van de Russische dreiging toelichten in een serie lezingen en kreeg als hoofd van de nieuwe Policy Planning Staff als taak het Marshall-plan voor te bereiden.

In 1947 verscheen zijn beroemde artikel ‘The Sources of Soviet Conduct’ onder het pseudoniem ‘Mr. X’ in het toonaangevende blad Foreign Affairs. Hierin gebruikte hij voor het eerst het woord ‘containment’ om het Amerikaanse beleid ten opzichte van het expansionisme van de Sovjet-Unie te omschrijven. Zo werd Kennan de intellectuele vader van de Amerikaanse buitenlandse politiek tijdens de Koude Oorlog. ‘My reputation was made. My voice carried,’ zo vatte hij zijn plotselinge beroemdheid zelfvoldaan samen.

Architect van de Amerikaanse buitenlandse politiek

Sinds hij in 1972 doorbrak met zijn standaardwerk The United States and the Origins of the Cold War, 1941-1947 geldt Gaddis als de meeste vooraanstaande historicus over de Koude Oorlog. Kennan gaf hem al dertig jaar geleden toestemming zijn biografie te schrijven, stond vele interviews toe en bood volledige inzage in al zijn persoonlijke stukken, op voorwaarde dat er pas na zijn dood gepubliceerd mocht worden. Doordat Kennan 101 jaar oud werd begonnen de studenten van Gaddis al te gniffelen of hij zijn object wel zou overleven. Hij heeft hierdoor wel een uitzonderlijk persoonlijke band opgebouwd met de strategisch denker, die hij vooral prijst als degene die de Verenigde Staten op het beslissende moment de weg wees tussen de apocalyptische uitersten van appeasement en nucleaire oorlog.

Gaddis laat echter ook zien dat Kennan na 1950 alweer langs de zijlijn stond, geen oor vond voor zijn grand strategy, tevergeefs bleef klagen over de ‘overmilitarisering’ van containment, twee keer faalde als ambassadeur, zich keerde tegen de interventie in Vietnam en samen met pacifisten als J. Robert Oppenheimer onderdak vond bij het Institute for Advanced Study, waar hij tot zijn dood doceerde en publiceerde.

Meeslepend is dit boek vooral door het inzicht in de intellectuele achtergrond en wereldvisie van de grondig elitaire en cultuurpessimistische Kennan. Zo blijkt dat de architect van de Amerikaanse buitenlandse politiek geheel op Europese waarden georiënteerd bleef, heimwee koesterde naar het negentiende-eeuwse Rusland, populaire cultuur, consumentisme en democratie in eigen land van de hand wees en gruwde van multiculturele integratie.

Britten te vriend houden

Ook de prachtige biografie die Jean Edward Smith schreef van Dwight Eisenhower staat vol met dergelijke tegenstellingen. Als beroepsmilitair had Eisenhower een hartgrondige hekel aan oorlogvoering. Hij dankte zijn benoeming tot opperbevelhebber van de geallieerde troepen in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog niet zozeer aan zijn strategische inzichten, maar uitsluitend aan zijn diplomatieke begaafdheid om zowel Amerikaanse als Britse generaals te vriend te houden.

Hoewel Eisenhower als president in de binnenlandse politiek krachtig optrad om de erkenning van zwarte burgerrechten in Little Rock af te dwingen – waarbij hij zelfs het leger inzette –, moeten we zijn buitenlandse politiek volgens Smith vooral waarderen om de vele dingen die hij op het hoogtepunt van de Koude Oorlog níét heeft gedaan.

Hij beheerste zich na de Suez-crisis, weigerde resoluut de rol van de Fransen over te nemen in Vietnam en hield de opvliegerige Nikita Chroesjtsjov te vriend ondanks de pijnlijke U-2-spionagecrisis. Maar vooral waarschuwde de oud-militair Eisenhower bij zijn afscheid nog tegen de macht van het militair-industrieel complex.

Biograaf Smith, die zich na 9/11 openlijk keerde tegen de assertieve oorlogvoering van George W. Bush, vindt dan ook veel redenen om de terughoudendheid te waarderen van Eisenhower, die immers wel zorgde voor acht jaar vrede en welvaart.

City on a hill

Voor de Britse historicus Andrew Preston was verbijstering over de politiek van Bush de aanleiding om na te denken over de rol die religie speelt in de Amerikaanse buitenlandse politiek. Hij betoogt dat die religieuze dimensie ook na de cultural turn in diplomatieke geschiedschrijving over het hoofd is gezien.

In een magistraal overzicht, dat toepasselijk begint met de puriteinen die hun kolonie zagen als een ‘city on a hill’ en afsluit met een epiloog over het religieus pluralisme van Obama, laat hij zien hoe religie steeds een integraal onderdeel is van het zelfbeeld en de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten. Alleen via dat prisma is te begrijpen hoe Amerikanen fundamentele concepten zoals moraliteit, vrijheid, vooruitgang en nationalisme toepassen in hun verhouding met de wereld.

Preston analyseert bijvoorbeeld de religieuze onderbouwing van de ideologie van ‘manifest destiny’ en presenteert de Amerikaanse Burgeroorlog als de eerste oorlog voor humanitaire interventie. Maar hij komt vooral op stoom als hij de vele kruistochten beschrijft die de Verenigde Staten vanaf het einde van de negentiende eeuw ondernamen om de wereld te redden. Het interventionisme zowel van McKinley en Wilson als van FDR was diepgaand religieus gemotiveerd en ook de Koude Oorlog werd in haast theologische termen begrepen als strijd tussen christelijke waarden en de satan.

Boeiend is het hoofdstuk waarin Smith uiteenzet dat vanaf de jaren zestig een ‘Judeo-Christan Foreign Policy’ tot stand is gekomen waarin steun voor de staat Israël een onaantastbaar geloofsdogma werd. En even overtuigend legt hij uit hoe Ronald Reagan begreep wat zijn diep religieuze voorganger Jimmy Carter verrassend genoeg was ontgaan: dat religie en samenleving onlosmakelijk verbonden waren geraakt in een natie waarin Kerk en Staat formeel gescheiden waren.

George F. Kennan. An American Life
John Lewis Gaddis
784 p. Penguin Press, € 34,99

Eisenhower in War and Peace
Jean Edward Smith
950 p. Random House, € 34,99

Sword of the Spirit, Shield of Faith. Religion in American War and Diplomacy
Andrew Preston
815 p. Alfred A. Knopf, € 33,99

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Maaltijd der vrienden (1935) door Charley Toorop
Maaltijd der vrienden (1935) door Charley Toorop
Recensie

Charley Toorop had succes in het werk, maar pech in de liefde

Charley Toorop kreeg volop erkenning als kunstenaar, maar in haar privéleven was het tobben. Zo blijkt uit de biografie door Wessel Krul.  De portretten van Charley Toorop (1891-1955) zijn meteen herkenbaar: de afgebeelde personen hebben gebeitelde koppen, grote ogen en iets gekwelds. Er zit een onderstroom van agressie in. Toen Toorop begin twintigste eeuw begon te exposeren veroorzaakte haar werk opschudding. Critici vonden het ‘mannelijk’, maar...

Lees meer
Columnist Philip Dröge
Columnist Philip Dröge
Column

MTV zomaar verdwenen? Ik word oud

Het was maar een televisiezender. En ook nog eentje waarvoor je met je afstandsbediening naar de driedubbele cijfers moest doorklikken. Ergens tussen Baby TV en Euronews, in dat digitale niemandsland, hield MTV Music stand. Ballingschap is een groot woord, maar toch: niemand kwam er meer, in die slechte buurt. Ik ook niet. Waarom zou ik?...

Lees meer
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Artikel

In 1921 stond er een malle zwerver op de kieslijst

In 1921 veroverde de drankzuchtige ‘straatartiest’ Had-je-me-maar een zetel in de Amsterdamse gemeenteraad. Hij was naar voren geschoven door een groep anarchisten en plaatste de overheid voor een lastig vraagstuk: hoe moet je in een democratie omgaan met schertskandidaten? ‘Een politiek schandaal,’ kopte De Telegraaf in de vroege ochtend van 28 april 1921. De opwinding...

Lees meer
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
Artikel

NAVO-tentoonstelling gestolen en beklad: actievoerders noemden het oorlogshitserij

Antimilitaristische actievoerders hadden het eind jaren zeventig gemunt op een reizende NAVO-tentoonstelling. Ze hekelden de oorlogspropaganda en organiseerden daarom eigen anti-NAVO-exposities. ‘Wat heeft u liever, een atoombom of een neutronenbom?’ In het ochtendgloren lag de Maastrichtse stationshal er treurig bij. Die septembernacht in 1979 hadden onbekenden vrijwel de gehele ‘Nederland 30 Jaar in de NAVO’-tentoonstelling...

Lees meer
Loginmenu afsluiten