Een explosieve rattenpopulatie was de grootste factor voor het verdwijnen van de bomen op Paaseiland. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van archeoloog Carl Lipo en antropoloog Terry Hunt aan de universiteiten van Arizona en Binghamton.
Jarenlang werden vooral de eilandbewoners scheef aangekeken op de ontbossing. Zij zouden de boomstammen hebben gebruikt om hun beroemde beelden (moai’s) te verplaatsen. Maar recent onderzoek toont aan dat de bewoners hun beelden rechtop met touwen verschoven en geen hout nodig hadden. Wel brachten ze ongeveer acht eeuwen geleden, toen ze aankwamen op Paaseiland (Rapa Nui), de Polynesische rat mee. Waarschijnlijk dienden de dieren als voedselvoorraad. De Polynesiërs zien de rat nog steeds als lekkernij.
Zonder natuurlijke vijanden en met een overvloed aan voedsel breidde de rattenpopulatie zich razendsnel uit. De miljoenen ratten voedden zich massaal met de vruchten van een inmiddels uitgestorven palmsoort die op Rapa Nui welig tierde. Deze bomen groeiden langzaam en hadden tientallen jaren nodig om volwassen te worden. Doordat de boomvruchten massaal in rattenbuikjes belandden, kon het bos zich nauwelijks herstellen.
De eilandbewoners veranderden overigens ook het landschap door landbouw en boskap, maar de onderzoekers stellen dat de ontbossing voornamelijk het resultaat was van de enorme rattenpopulatie.
