Home Het vergeten verhaal van de Indische Joden

Het vergeten verhaal van de Indische Joden

  • Gepubliceerd op: 18 dec 2014
  • Update 01 dec 2023
  • Auteur:
    Sietske van der Veen

Joden die terugkeerden uit Nederlands-Indië na de Tweede Wereldoorlog stuitten op een muur van onbegrip: voor hun verhalen was naast de Shoah geen plaats. Het Joods Historisch Museum brengt met de tentoonstelling Selamat Sjabbat hun vergeten geschiedenis in beeld. Op 14 december jl. verzorgde museaal leider Hetty Berg een lezing over het lot van de Indische Joden.

Een allegaartje van oud-Indiëgangers – vooral chique oudere dames – verzamelt zich in de Indische zaal van Museum Bronbeek, een landgoed tussen glooiende heuvels aan de rand van Arnhem. Op een groot scherm komen foto’s voorbij van het Nederlands-Indië van weleer. Ebbenhouten ornamenten sieren de zalen en gangen, portretten van koloniale heersers hangen aan de muur. In stoffige vitrines liggen talloze decoraties van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL).

‘Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog woonden ongeveer drie- tot vijfduizend Joden in Nederlands-Indië op een totale bevolking van 70 miljoen,’ vertelt Hetty Berg. ‘Tot eind achttiende eeuw werden Joden niet toegelaten in Indië door de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Volgens de Compagnie was het land geen plek waarin Joden konden gedijen. Toen Nederlands-Indië in de negentiende eeuw echt een kolonie werd van het Koninkrijk Nederland gingen ook Joden werken voor het gouvernement, bijvoorbeeld in het KNIL.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Je leest al vanaf €4,99 per maand.

Door hun verhuizing naar Indië behoorden de Joden plotseling tot de blanke bovenlaag van de bevolking. Tussen de Indo-Europeanen en de ‘inlanders’ gaapte een aanzienlijk gat. Berg: ‘Je had echter ook verschillende groepen Joden: de Nederlandse, de Duits-Oostenrijkse op de vlucht voor het nationaalsocialisme en de Irakese of Bagdadjoden, die zich ten behoeve van de handel overal in de archipel vestigden.’

Het Joodse leven in Indië was niet gemakkelijk. Lange tijd was er geen enkele synagoge en ook geen Joodse begraafplaats. Bij gebrek aan rabbijnen leerde een enkeling zelf ritueel slachten, besnijdenissen uitvoeren en huwelijken voltrekken. ‘Een familie kreeg matses opgestuurd voor Pesach, maar die kwamen veel te laat. Toen ze besloten de matses te bewaren bleken ze het jaar daarop opgegeten door beestjes. Daarna kwamen ze wel op tijd, maar vierde de familie voor de zekerheid maar Pesach in december,’ vertelt Berg. Het publiek lacht hartelijk.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak in Europa, groeide ook de onrust in Nederlands-Indië. De inval van de Japanners eind 1941 betekende internering, maar in het begin nog geen aparte behandeling van Joodse Europeanen. De Japanners waren niet bekend met het antisemitisme, behalve uit obscure nazigeschriften over rassenleer. Berg: ‘Een Japanner liep wanhopig rond in het kamp met een karikatuur van een Jood die hij van Duitsers had gekregen, maar hij kon het plaatje niet rijmen met de mensen die hij daar zag.’

Een Duitse delegatie die in april 1943 naar Nederlands-Indië kwam om te onderhandelen over oorlogsgrondstoffen oefende druk uit op de Japanners om Joodse geïnterneerden te registreren. ‘Ook Bagdadjoden en Duits-Oostenrijkse Joden werden vanaf dat moment geïnterneerd. In kamp Tangerang bijvoorbeeld zelfs in een aparte barak. De Japanners dachten graag in categorieën,’ vertelt Berg.

Onder veel belangstelling toont ze beelden van spullen uit het kamp. Zo borduurde een vrouw een Hebreeuws liefdesgedicht voor haar man, en vergat daarbij niet hun verzekerings- en banknummers in de kantlijn te vermelden – zij kregen na de oorlog hun geld terug. Een andere ingezetene knutselde een spelletje ganzenbord voor haar kinderen: aan de finish had ze het eigen huis aan de vijver getekend.

Enige onenigheid over wat er op de foto’s te zien is, wordt goedmoedig weggewuifd: ‘We bemoeien ons er allemaal mee,’ zegt een mevrouw. Het publiek weet het graag beter, maar Hetty Berg waardeert de input: ‘Alle herinneringen die mensen willen delen zijn waardevol,’ zegt ze. ‘Het museum wil zoveel mogelijk te weten komen over die tijd.’

De meeste Joden keerden na de bevrijding voorlopig terug naar Nederland. De familie waarvan ze jaren afgesneden waren geweest, bleek in bijna alle gevallen vermoord. Toen Lou Schrijver de kaart aan zijn moeder retour kreeg met het opschrift ’21-12-’42 naar Duitschland’, wist hij genoeg.

Het publiek spreekt schande van de dienstplicht die Nederlands-Joodse jongemannen dwong terug te keren naar Nederlands-Indië om te vechten in de politionele acties. Zij kregen een schamele speciale zorg – omdat de nazi’s hen, zo zei de Nederlandse regering ‘het recht om te leven hadden afgenomen’, maar dat was dan ook alles.

Begin jaren zestig verdwenen de Bagdadjoden uit Indonesië, afgeschrokken door de Sinaï-oorlog en de spanningen in het Midden-Oosten verhuisden zij veelal naar Amerika, Australië en Israël. Hoewel het Jodendom in het Indonesië van vandaag geen erkende godsdienst is, treden er toch regelmatig mensen toe. Met schaarse middelen weten de Joden in Indonesië zich nog altijd staande te houden.

Meer lezen? Bekijk onze themapagina over Nederlands-Indië.

_____________________________________

Link naar website JHM:  http://www.jhm.nl/actueel/tentoonstellingen/selamat-sjabbat

Nieuwste berichten

Deportatie Joods Meisje Settela Steinbach
Deportatie Joods Meisje Settela Steinbach
De vondst

Gerard Nijssen: ‘Dankzij het filmmateriaal werden meer gedeporteerden herkend’ 

Welke ontdekking heeft het meeste indruk gemaakt op beeldresearcher Gerard Nijssen? ‘Toen ik begon waren filmbeelden vaak een ondergeschoven kindje.’ Kunt u iets vertellen over uw bijzonderste vondst?  ‘Als het gaat om de Tweede Wereldoorlog, dan twijfel ik tussen twee films. Ik kan niet kiezen tussen de bijzondere amateurfilms die ik heb opgedoken van de Joodse familie Ossedrijver en de originele filmrol van de deportatie uit...

Lees meer
Adolf Hitler (links) met Jozef Tiso op het treinstation van de Wolfsschanze, zijn hoofdkwartier in Oost-Pruisen, oktober 1941.
Adolf Hitler (links) met Jozef Tiso op het treinstation van de Wolfsschanze, zijn hoofdkwartier in Oost-Pruisen, oktober 1941.
Artikel

Slowakije was voor Hitler en zijn trawanten een ‘modelstaat’

De Slowaakse Republiek gedroeg zich onder leiding van de geestelijke Jozef Tiso als trouwe vazal van de nazi’s. Tot tevredenheid van Adolf Hitler: ‘Interessant om te zien hoe dat katholieke priestertje ons de Joden aanlevert.’ De Conferentie van München in 1938 is een berucht staaltje internationale diplomatie. Tsjechoslowakije werd op de snijtafel gelegd: nazi-Duitsland mocht...

Lees meer
Keizer Frans I Stefan en Maria Theresia met hun kinderen. Door Martin van Meytens
Keizer Frans I Stefan en Maria Theresia met hun kinderen. Door Martin van Meytens
Recensie

Maria Theresia gebruikte haar dochters als pionnen

De zeven dochters van Maria Theresia van Oostenrijk hadden weinig te willen. Hun moeder bepaalde hun leven. Veronica Buckley beschrijft hun geprivilegieerde, maar benauwde bestaan. Zo’n 500 jaar vormden de Habsburgers de machtigste dynastie van Europa. Na de dood van Karel V in 1558 groeiden de Spaanse en Oostenrijkse tak uit elkaar, maar het vorstenhuis...

Lees meer
Edith Eger als jonge ballerina.
Edith Eger als jonge ballerina.
Artikel

De traumatherapeut die haar eigen Auschwitzverleden verzweeg

De Hongaars-Amerikaanse psycholoog Edith Eva Eger is op 98-jarige leeftijd overleden. Ze overleefde de Holocaust en werd na de oorlog wereldberoemd als therapeut die anderen van hun trauma’s afhielp. Toch lukte het haar zelf lange tijd niet om de stilte over haar eigen ervaringen te doorbreken. Wanneer concentratiekamp Gunskirchen in mei 1945 eindelijk bevrijd wordt,...

Lees meer
Loginmenu afsluiten