Home Annejet van der Zijl over Limburg

Annejet van der Zijl over Limburg

  • Gepubliceerd op: 23 dec 2015
  • Update 13 okt 2022
  • Auteur:
    Annejet van der Zijl
Annejet van der Zijl over Limburg

Het Limburgse Chevremont was een welvarend en bedrijvig dorp, tot de mijnen werden gesloten. Geleidelijk verdwenen de kinderen uit het straatbeeld en resteerden alleen de ouderen, merkte Annejet van der Zijl.

Ik wist niets van Limburg – ik was er zelfs nog nooit geweest. Tot ik mij een jaar of twintig geleden verliefde in een man met zwarte krullen, blauwe ogen en een uitnodigende lach, afkomstig uit het dorpje Chevremont, ergens in het diepste zuiden van Nederland. Op een gegeven moment werd ik er mee naartoe genomen en leerde ik alles kennen wat in het hoge noorden altijd als typisch Limburgs werd gezien: een grote, warme katholieke familie, het befaamde heuvellandschap, de vlaaien, en ja, ook die beroemde gezelligheid. Zelf van zwijgzame Friese komaf, dacht ik in het begin vooral: wat práten die mensen veel! Zij, op hun beurt, moesten nogal wennen aan mijn, voor hen exotische, gewoonte om me te pas en te onpas met een boek in een rustig hoekje van het huis te verschansen.

Na verloop van tijd viel me echter ook nog iets anders op. Namelijk hoe groot het contrast was tussen het Limburg uit de verhalen van mijn nieuwe schoonfamilie en het land zoals ik dat daadwerkelijk om me heen zag. Zij schetsten Chevremont als een trots, welvarend en bedrijvig dorp, met een bloeiend verenigingsleven, de mijnen als kloppend hart en de kerk als allesverbindend netwerk. Beide grootvaders hadden in de mijn gewerkt en hadden het geld flink kunnen laten rollen dankzij hun verdiensten onder de grond.

In het mijnwerkersmuseum in Heerlen zag ik foto’s van ‘hun’ kompels – stoere kerels die, elkaar inzepend onder de douche, een grote kameraadschap uitstraalden. Ze hadden zelfs iets mysterieus, en niet alleen omdat ze deels van mediterrane afkomst waren. Het kwam door hun zwart omringde ogen, waarvan het koolstof niet meer weg te boenen viel.

Buiten zag ik echter geen stoere mijnwerkers meer. Ik zag een droevig dorp vol rolluiken en een enkel café in de wegkwijnende winkelstraat. Kinderen leken er nauwelijks te zijn, ouderen des te meer. De enigen die hier nog een goede nering leken te hebben waren uitvaartondernemers en verzorgingstehuizen. Net in die tijd las ik Hoe God verdween uit Jorwerd. Maar waar Geert Mak zijn God nog langzaam uit Friesland liet wegglippen, leek Hij hier in grote haast vertrokken, zijn trouwe parochianen slechts achterlatend met herinneringen aan wat cultuurhistorica Marcia Luyten in haar gelijknamige boek zo mooi ‘het geluk van Limburg’ noemt.
 

 Laatste uitzicht: Een leeg godshuis en een grauwe steenberg

Aan de hand van een familieverhaal legt Luyten de dramatische geschiedenis van de opkomst en ondergang van de steenkolenindustrie in Nederland vast. Ze beschrijft de mijnwerkersgemeenschap ‘die overliep van trots. De mijnwerkers konden harder werken, drinken, bidden, blazen, vechten en lopen dan de rest. En ze dienden ook nog eens de natie.’ Ze vertelt over de katholieke kerk, die enerzijds dwong, maar tegelijkertijd ook houvast bood. En ze reconstrueert de goede bedoelingen en de optimistische verwachtingen uit de jaren waarin de mijnen gesloten werden, en de naïviteit waarmee iedereen ervan uitging dat het Limburgs werkvolk vanzelf wel nieuwe industrieën aan zou trekken.

Het geluk van Limburg is een mooi, maar bovenal noodzakelijk boek. Noodzakelijk omdat Luytens familie er een is van vele duizenden die een soortgelijk verhaal zouden kunnen vertellen. Zoals mijn schoonmoeder Keetje Habets, die geboren werd in 1915, net toen de mijnindustrie letterlijk en figuurlijk goed op stoom kwam. Ze kon geanimeerd vertellen over haar heerlijke jeugd, waarin ze zelfs de katholieke kerk als weldaad ervoer – dankzij meneer pastoor kon zij, een mijnwerkersdochter, immers voor onderwijzeres studeren aan de nonnenschool in Maastricht. En toen ze na de oorlog trouwde met een medeonderwijzer en zich vestigde in Chevremont, wist ze niet beter of hun kinderen zouden, net als zijzelf, voor altijd vlak bij hun ouders in het dorp blijven, haar op haar oude dag omringend met een clan kleinkinderen.

Maar Joop den Uyl sloot de mijnen en de kinderen vertrokken de een na de ander, om te gaan studeren in het Westen, waar gedurende de jaren zestig en zeventig met meneer pastoor de kachel werd aangemaakt en het stichten van een ordentelijk gezin het laatste op de agenda was. Het dorp werd stiller en stiller, haar man stierf en voor de kinderen was er, behalve haar, niets meer om naar terug te komen. Hardnekkig bleef ze echter vasthouden aan de opgewektheid en de tradities uit haar jeugd: wat moeten er voor mij, de heidense, maar toch in het hart gesloten schoondochter uit het noorden, veel kaarsjes opgestoken zijn.

Enkele jaren geleden overleed Keetje in een kamer op de derde verdieping van een modern verzorgingstehuis in Kerkrade, pal naast de kerk waar ze ooit was getrouwd. Haar laatste uitzicht was een optelsom van wat de geschiedenis haar had gebracht: een leeg godshuis en een grauwe steenberg die de dode mijnen hadden achtergelaten. Wat goed dat Marcia Luyten haar verhaal nu eindelijk heeft verteld.

Annejet van der Zijl is schrijver en historicus.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 1 - 2016

Nieuwste berichten

Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Artikel

In 1921 stond er een malle zwerver op de kieslijst

In 1921 veroverde de drankzuchtige ‘straatartiest’ Had-je-me-maar een zetel in de Amsterdamse gemeenteraad. Hij was naar voren geschoven door een groep anarchisten en plaatste de overheid voor een lastig vraagstuk: hoe moet je in een democratie omgaan met schertskandidaten? ‘Een politiek schandaal,’ kopte De Telegraaf in de vroege ochtend van 28 april 1921. De opwinding...

Lees meer
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
Artikel

NAVO-tentoonstelling gestolen en beklad: actievoerders noemden het oorlogshitserij

Antimilitaristische actievoerders hadden het eind jaren zeventig gemunt op een reizende NAVO-tentoonstelling. Ze hekelden de oorlogspropaganda en organiseerden daarom eigen anti-NAVO-exposities. ‘Wat heeft u liever, een atoombom of een neutronenbom?’ In het ochtendgloren lag de Maastrichtse stationshal er treurig bij. Die septembernacht in 1979 hadden onbekenden vrijwel de gehele ‘Nederland 30 Jaar in de NAVO’-tentoonstelling...

Lees meer
Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem
Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem
Artikel

Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem

Door bestuurlijke chaos dreigde de Nederlandse Republiek ten onder te gaan. Eén dwarsliggende stad of provincie kon de besluitvorming op nationaal niveau verlammen. Dat ging zo niet langer, vond de regent Simon van Slingelandt. Hij maakte een hervormingsplan, dat in Den Haag menigeen in de gordijnen joeg. Lang had Nederland er niet zo beroerd voor...

Lees meer
Filmposter The Testament of Ann Lee
Filmposter The Testament of Ann Lee
Recensie

The Testament of Ann Lee: utopiste met een afkeer van seks

Een vrouw als sekteleider komt niet vaak voor. Maar het lukte de Britse Ann Lee om een groep volgelingen te laten geloven dat in haar de wederkomst van Jezus schuilging. The Testament of Ann Lee toont haar als een utopische idealist.  Een religieuze beweging die seks verbiedt? Niet handig, al is het maar omdat nieuwe zieltjes nodig zijn, maar voor Ann Lee (1736-1784) is seks de wortel van het kwaad. In haar geboorteplaats Manchester...

Lees meer
Loginmenu afsluiten